Naar de inhoud
Wim Kamphorst

Leiden betekent eigenlijk: iemand doen gaan

Achter het woord leiden zit geen stoel en geen titel, maar een weg. Wie de oudste betekenis kent, kijkt anders naar zijn eigen leiderschap.

Woorden, ongeveer 3 minuten lezen

Overlijden. Geleden. Wat hebben die twee woorden met leiderschap te maken? Meer dan je denkt. Ik ben geen taalkundige, maar toen ik ging uitzoeken waar het woord leiden vandaan komt, kwam ik bij een verrassend eenvoudig beeld uit: iemand die met een ander op weg gaat.

Een woord dat in beweging zet

Het Nederlandse leiden staat al in de oudste Nederlandse teksten, als leidon, in psalmvertalingen uit de tiende eeuw. Het betekende toen "brengen, voeren" [1]. De vroegste Middelnederlandse voorbeelden zijn heel lijfelijk: een kind dat aan de hand door een tuin wordt geleid, en kraanvogels die een zwerm aanvoeren [1].

Het belangrijkste ontdekte ik in de etymologie. Leiden is afgeleid van lijden in de oude betekenis "gaan" [1]. Leiden betekent dus oorspronkelijk: doen gaan, iemand in beweging brengen. Die oude betekenis hoor je nog in overlijden ("overgaan") en geleden ("voorbijgegaan") [1]. Met leed of pijn heeft het niets te maken. Het verband loopt via het gaan [1].

Je vindt dit beeld in alle Germaanse talen terug:

Taal Woord Oorspronkelijke kern
Duits leiten voortbeweging veroorzaken [3]
Engels lead (Oudengels lǣdan) doen reizen, van liðan, "reizen" [2]
Noors lede met zich meevoeren; lede an is "voorop gaan" [4]

Een leider is in de oudste laag van onze taal dus geen positie. Het is iemand die onderweg is en anderen meeneemt.

Latijn: de sleepboot

In het Latijn heet leiden ducere. Het betekent leiden, gidsen, begeleiden, maar ook trekken en slepen [5]. Het gaat terug op dezelfde oude wortel als het Engelse tow, slepen [5]. Denk aan een sleepboot die voorop vaart en een groot schip meetrekt.

Van ducere komt dux, de aanvoerder. Interessant: in de tijd van de Romeinse republiek was dux geen officiële rang. Het kon iedereen aanduiden die troepen aanvoerde [6]. Het was een omschrijving van wat iemand deed, niet van wat hij was.

Slavisch: bij de hand nemen

In de Slavische talen draait alles om het werkwoord водить (voditi), leiden [7]. Daarvan komt вождь (vozhd), leider. In het Kerkslavisch had dat woord nog de betekenis gids, letterlijk iemand die een blinde leidt [7].

Het gewone Russische woord voor een leidinggevende is руководитель (rukovoditel). Het is opgebouwd uit рука (ruka), hand, en водить, leiden [8]. De leider is iemand die een ander bij de hand neemt. Mooier kan ik het eigenlijk niet zeggen.

De Bijbel: wie voorop gaat

Ook de Bijbel kent dit beeld. Het Griekse ἡγέομαι (hēgeomai) betekent voorgaan, de weg wijzen [9]. Het deelwoord ἡγούμενος (hēgoumenos), "de leidende", staat in Hebreeën 13. De Statenvertaling geeft het weer met voorgangers: "Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben" (Hebreeën 13:7) [12]. Een voorganger is letterlijk iemand die vooraan gaat.

Op één plek zegt Jezus iets opvallends over dat woord. Tijdens het laatste avondmaal maken de discipelen ruzie over wie de grootste is. Jezus zegt dat de leidende moet zijn als de dienende (Lucas 22:26) [9]. Hij laat het woord staan, maar geeft het een nieuwe inhoud.

In het Hebreeuws van het Oude Testament zijn er twee werkwoorden die je moet kennen:

  • נָהַג (nahag): voortdrijven, aanvoeren. Zo leidt Mozes de kudde van Jethro de woestijn in, en ontmoet hij daar God bij de brandende braambos (Exodus 3:1) [10].
  • נָחָה (nachah): geleiden, begeleiden. Dit woord wordt vooral van God gebruikt, ook in Psalm 23:3 [11].

Bij nachah raakte één tekst me. In Exodus 13:17 kiest God bewust een langere weg voor Israël. Op de korte weg zou het volk de oorlog zien en terugkeren naar Egypte [11]. Goed leiden houdt rekening met wat de mensen achter je kunnen dragen.

Wat dat met jou doet

Het abstracte woord leadership is in het Engels pas in 1821 voor het eerst gevonden [13]. Het idee van leiderschap als een vaardigheid die je kunt bezitten en trainen, is dus jong. De Bijbel spreekt over leiden, hoeden en dienen, en over mensen die dat doen.

Misschien helpt dat. Je hoeft geen titel te hebben om te leiden. In je gezin, je werk, je kerk of je team ben je leider zodra je met anderen op weg gaat en hen meeneemt. De vraag is niet of je bovenaan staat. De vraag is of je vooroploopt, en of je omkijkt naar wie achter je loopt.

Om over door te denken

  1. Waar ben jij op dit moment "met iemand op weg", ook al heb je daar geen titel voor?
  2. Ken je een moment waarop iemand jou bij de hand nam? Wat deed die persoon precies?
  3. Wat betekent de langere weg van Exodus 13:17 voor het tempo waarin jij anderen meeneemt?

Bronnen

  1. Etymologiebank (Meertens Instituut), trefwoord "leiden" (met EWN, Philippa e.a. 2003-2009; Van Veen & Van der Sijs 1997; De Vries 1971; Franck-Van Wijk 1936; Pokorny 1959). https://www.etymologiebank.nl/trefwoord/leiden1
  2. Douglas Harper, Online Etymology Dictionary, "lead (v.)" en "leader". https://www.etymonline.com/word/lead
  3. DWDS, "Leiter" en "leiten" (Pfeifer). https://www.dwds.de/wb/Leiter
  4. Bokmålsordboka, "lede". https://ordbokene.no/nob/bm/lede
  5. Wiktionary, "duco" (Latijn). https://en.wiktionary.org/wiki/duco
  6. Wiktionary, "dux" (Latijn). https://www.wiktionary.com/wiki/dux
  7. Викисловарь (Russische Wiktionary), "вождь" (met etymologie volgens M. Vasmer). https://ru.wiktionary.org/wiki/вождь
  8. Skyeng, "Как правильно пишется слово руководитель" (morfologische ontleding en herkomst). https://skyeng.ru/it-industry/career/kak-pravilno-pishetsya-slovo-rukovoditel/
  9. BibleHub. Strong's Greek 2233: ἡγέομαι (hēgeomai), met Thayer's Lexicon en HELPS Word-studies. https://biblehub.com/greek/2233.htm
  10. Bible Hub, "Strong's Hebrew: 5090. נָהַג (nahag)", met BDB-lemma en Topical Lexicon. https://biblehub.com/hebrew/5090.htm
  11. Bible Hub, "Strong's Hebrew: 5148. נָחָה (nachah)", met BDB-lemma en Topical Lexicon. https://biblehub.com/hebrew/5148.htm
  12. Statenvertaling (1637), tekst naar de editie van 1657 op statenvertaling.net (Hebreeën 2 en 13, Romeinen 12, 1 Timotheüs 3 en 5, 1 Petrus 5, Mattheüs 2 en 23, Handelingen 20, Efeze 4). https://www.statenvertaling.net/bijbel/hebr/13.html
  13. Douglas Harper, Online Etymology Dictionary, "leadership". https://www.etymonline.com/word/leadership