Tot het uiterste van de aarde · Deel 1
Tot het uiterste van de aarde
Acht Nederlandse zendelingen, van Robertus Junius tot Izaak Kijne
Wim Kamphorst
Gratis te lezen
Lees het online of neem het mee
Het hele boek staat hier. Lees het per persoon op deze site, of download het als PDF of e-book.
108 pagina's · Nederlands · Bijbelcitaten uit de Herziene Statenvertaling
Inhoud
- Inleiding: wie gingenhieronder
- Robertus Junius: de dominee van Sinkan1606-1655
- Joseph Kam: de apostel der Molukken met een eigen schoener1769-1833
- Peerke Donders: de wever die bleef bij de melaatsen1809-1887
- Pieter Jansz: de schoolmeester die Java de Bijbel in eigen taal gaf1820-1904
- Kaatje Dierkx: het meisje uit Ossendrecht dat bleef1866-1900
- Jacqueline van Andel-Rutgers: de boekhandel in Solo die tot Suriname reikte1874-1951
- Margot Alt: Moesje met de wezen1883-1962
- Izaak Samuel Kijne: de meester van Miei1899-1970
- Nawoord
Inleiding
Wie gingen
Vlak voordat Jezus naar de hemel ging, zei Hij tegen Zijn leerlingen: maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde. (Handelingen 1:8)
Voor een Nederlander in de zeventiende eeuw lag het uiterste van de aarde heel concreet op de kaart. Het was een eiland voor de kust van China, een eiland vol kruidnagelbomen in de Molukken, een plantage aan de Surinamerivier. Schepen vertrokken uit Texel en Vlissingen en kwamen na maanden aan op plaatsen waar nog nooit iemand van Jezus had gehoord. Op sommige van die schepen zat een predikant, een zendeling of later een zuster in een wit habijt.
Dit boek gaat over acht van hen.
EEN NIEUWE REEKS
In de reeks Volg hun geloof na schreef ik over Nederlandse mannen en vrouwen van God die in eigen land hun werk deden. Ik merkte tijdens het schrijven hoe vaak er een broer, een zus of een vriend in die verhalen opdook die naar de andere kant van de wereld was vertrokken. Die mensen verdienen een eigen boek.
Het voorbeeld blijft God’s Generals van Roberts Liardon. Hij vertelt hoe mensen geroepen werden, wat God door hen deed en waar ze vielen. Zo wil ik het ook doen. Geen heiligen op een sokkel, wel mensen die iets achterlieten wat ze niet terugkregen.
De acht in dit deel zijn allemaal in Nederland geboren. Ze komen uit Rotterdam en ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Amsterdam, Ossendrecht en Vlissingen, Den Haag en Vlaardingen. Ze waren gereformeerd, hervormd, doopsgezind, rooms-katholiek of pinkster. Ze werkten op Formosa, de Molukken, Java, Nieuw-Guinea, in Suriname en China. De volgorde is die van de tijd, van een VOC-predikant op Formosa tot een onderwijzer die in 1958, na vijfendertig jaar, terugkwam uit Nieuw-Guinea.
FEITEN VOOROP
Over zendelingen wordt veel verteld. In de negentiende eeuw lazen gemeenten hun brieven voor in de kerk, en zendingsblaadjes moesten de giften op peil houden. Dat leverde mooie verhalen op, en niet alle verhalen zijn even betrouwbaar. Een aantal dopelingen werd ronder. Een gevaar werd groter. Een uitspraak kwam in een andere mond terecht.
In dit boek werk ik op dezelfde manier als in de vorige reeks. Per persoon heb ik uitgezocht wat vaststaat: jaartallen, plaatsen, archieven en onafhankelijke bronnen. Verhalen die we alleen kennen uit hun eigen brieven of uit de verslagen van hun zendingsgenootschap vertel ik ook, maar ik zeg erbij waar ze vandaan komen. Wat rondgaat maar niet te controleren is, noem ik onbevestigd. Na elk hoofdstuk staat een kort overzicht en daarna de bronnen, zodat je zelf verder kunt lezen.
OVER KOLONIES EN KERKEN
Je kunt niet eerlijk over deze mensen schrijven zonder het land te noemen waarmee ze meereisden. De eerste zendelingen in dit boek waren in dienst van de VOC, een handelsbedrijf dat met geweld macht uitoefende. Peerke Donders werkte in een land waar mensen eigendom van andere mensen waren. Later stonden zendelingen in Nederlands-Indië onder het gezag van een koloniale overheid die niet altijd blij met hen was.
Ik ga daar niet omheen en ik ga er ook niet over preken. Ik vertel wat er gebeurde en laat jou oordelen. Sommige van deze mensen gingen mee in de denkbeelden van hun tijd. Anderen gingen daar dwars tegenin. Vaak gebeurde allebei in één leven.
Wat ik ook wil laten zien, zijn de mensen aan de andere kant. Zendingswerk was nooit het werk van één Nederlander. Er waren tolken, onderwijzers, evangelisten en gewone gelovigen die de boodschap overnamen en verder droegen, vaak met meer risico dan de zendeling zelf. Waar hun namen bewaard zijn, noem ik ze.
HOE JE DIT BOEK KUNT LEZEN
Elk hoofdstuk staat op zichzelf. Je mag beginnen waar je wilt. Lees het met een kaart erbij, want veel plaatsnamen zijn veranderd, en met een open Bijbel, want deze mensen hadden er een. Een paar van hen hebben er zelf aan gewerkt dat anderen er een kregen in hun eigen taal.
En stel jezelf onderweg een vraag. Waar ligt voor jou het uiterste van de aarde? Voor sommigen is dat een ander continent. Voor anderen is het de buurman met wie je nog nooit over God hebt gesproken.
Colofon
Tot het uiterste van de aarde. Nederlandse zendelingen, deel 1
© 2026 Wim Kamphorst Stichting (F)Luister Nederland
Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Herziene Statenvertaling © 2010 Stichting HSV.
Eigen uitgave. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
Bij elk hoofdstuk staan de geraadpleegde bronnen. Verhalen die alleen uit de eigen getuigenis van een persoon of uit de verslagen van een zendingsgenootschap bekend zijn, of die niet te controleren zijn, worden in de tekst en in het slotoverzicht van elk hoofdstuk zo benoemd.