Ergens in Surakarta, een stad in Midden-Java die vaak Solo wordt genoemd, stond een boekhandel. Wie hem opende, was een Nederlandse vrouw. Van daaruit gingen boeken en lectuur naar Midden- en Oost-Java. Ze gingen naar Javanen die naar Sumatra waren getrokken. En ze gingen de oceaan over, naar Javaanse arbeiders in Suriname.
Hoe de winkel heette, weet ik niet. Ook het adres heb ik niet kunnen vinden, en evenmin wie er achter de toonbank stond. Wat vaststaat, is waar de boeken heen gingen. Dat staat in de uitgebreide studie over haar leven, en in de bespreking daarvan door een historicus.
De vrouw heette Jacqueline Cornélie van Andel-Rutgers. Ze was de dochter van een bekende gereformeerde hoogleraar. Ze kwam als verpleegster naar Java, trouwde met een zendeling en bleef dertig jaar in Solo. Ze stichtte scholen in tientallen afgelegen dorpen, schreef brochures en bracht Javaanse vrouwen bij elkaar. Ze deed dat in een kerk die vrouwen in de zending nog geen officiële plaats gaf.
Over haar is minder te vinden dan over de meeste mensen in dit boek. Er is één degelijke biografie, maar wat ik zelf kon nalezen, is beperkt. Dit hoofdstuk is dus korter dan de andere. Ik heb liever een kort verhaal dat klopt dan een lang verhaal dat ik zelf heb ingevuld.
Het begint in een havenstad in Zeeland.
AKTE 352, VLISSINGEN
Jacqueline Cornelie Rutgers werd geboren op 15 november 1874 in Vlissingen. Een dag later werd ze ingeschreven bij de burgerlijke stand, onder aktenummer 352. In de akte staat haar vader vermeld als predikant, zevenendertig jaar oud. Haar moeder heette Cornelie Catharine Hermance Guije. Bij haar staat geen beroep.
Haar geboorteplaats ligt dus in Nederland. De akte zelf ligt in het Zeeuws Archief en is na te lezen.
Haar vader, Frederik Lodewijk Rutgers, kwam uit het noorden. Hij was op 26 november 1836 geboren in Breede, in de gemeente Warffum in Groningen. Hij studeerde theologie in Groningen en promoveerde daar. Daarna was hij predikant in een rij gemeenten, onder meer van 1867 tot 1874 in Brummen. In 1874 kwam hij naar Vlissingen, het jaar waarin zijn dochter er werd geboren. Lang bleef het gezin er niet. In 1877 vertrok hij naar ’s-Hertogenbosch.
Vanaf 1880 was hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij was een predikant van de Doleantie, een kerkelijke afscheiding van gereformeerde gemeenten uit de Nederlandse Hervormde Kerk. Jacqueline kwam dus uit een gezin dat midden in die beweging stond. Later behoorde ze tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, kortweg de GKN. In de Amsterdamse bevolkingsregisters staat ze ingeschreven. Over haar jeugd en opleiding heb ik verder niets kunnen vinden.
“EEN NAAM DER ZWAKHEID”
Om haar leven te begrijpen, moet je weten hoe haar kerk over zending dacht. In 1894 namen de Gereformeerde Kerken het zendingswerk in het zuiden van Midden-Java over van de Nederlandsche Gereformeerde Zendingsvereeniging.
Twee jaar later, op de synode van Middelburg in 1896, ging Abraham Kuyper een stap verder. Een synode is de landelijke vergadering van de kerk, waar afgevaardigden samen besluiten nemen. Kuyper vond het woord “zendeling” en alles wat ervan was afgeleid geen goed woord. Hij noemde het, zo schrijft de historicus Chris de Jong, “een naam der zwakheid”. Volgens De Jong hield lang niet iedereen zich daaraan.
Voor een vrouw lag het nog ingewikkelder. De gereformeerde zending was volgens dezelfde historicus een mannenbolwerk, in elk geval in de formele kant van het werk. Een vrouw kon wel naar het zendingsveld gaan. Maar een officiële uitzending van vrouwen als zendingswerkers kwam pas begin jaren dertig.
Hoe ga je ergens heen als er voor jou nog geen plek is?
EEN ZIEKENHUIS IN DJOKJA
Er was wel een plek voor verpleegsters. In 1897 was in Yogyakarta, toen vaak Djokja genoemd, het Petronella Hospitaal geopend. De recensent van haar biografie noemt het een bekend ziekenhuis.
In 1900 kwam Jacqueline Rutgers in Yogyakarta aan. Ze ging er in het Petronella Hospitaal als verpleegster werken.
Java was in die jaren een Nederlandse kolonie. Nederlands-Indië werd bestuurd door het gouvernement, met een gouverneur-generaal aan het hoofd.
Over haar jaren in Djokja weet ik weinig. Ik weet niet op welke afdeling ze werkte. Ik weet ook niet of ze Javaans leerde in het ziekenhuis of pas later.
EEN HUWELIJK EN EEN ONTSLAG
In 1912 trouwde Jacqueline met Huibert Antonie van Andel, een zendeling van de Gereformeerde Kerken. Met haar huwelijk verliet ze de zendingsdienst. Ze was toen zevenendertig of achtendertig.
Het echtpaar ging wonen in Surakarta. Dat die stad voor de gereformeerde zending openging, was niet vanzelfsprekend. Volgens de recensent van haar biografie gebeurde het door ingrijpen van de gouverneur-generaal, A.F.W. Idenburg. Hij was zelf lid van de Gereformeerde Kerken.
Het is goed om dat feit gewoon te noemen. De opening van een zendingsveld hing hier af van de hoogste bestuurder van de kolonie, die tot dezelfde kerk behoorde. Wat Javanen in Solo daarvan vonden, staat niet in de bronnen die ik kon inzien.
Vanaf dat jaar was Jacqueline geen zendingsverpleegster meer. Op papier was ze de vrouw van de zendeling. In de praktijk werd ze veel meer.
LECTUUR EN ONDERWIJS: HAAR TERREIN
Uit de bespreking van haar biografie blijkt een duidelijke taakverdeling. De verspreiding van Bijbels en lectuur, en het onderwijs voor Javanen, waren haar specialiteit. Haar man liet die terreinen geheel aan haar over.
Ze schreef brochures. Ze vertaalde een Engels boekje over de islam. De titels van die geschriften heb ik niet gevonden. Ook weet ik niet in welke taal ze verschenen.
Het meest opvallend is wat ze in de dorpen deed. Ze stichtte scholen in tientallen afgelegen dorpen, in het Javaans desa’s genoemd. Een exact aantal geeft de bespreking niet. Ook hoe de scholen werden betaald, wie er les gaven en hoeveel kinderen er kwamen, kon ik niet controleren. Misschien staat het in het proefschrift. Ik ga er niet naar raden.
Wat moet het betekend hebben voor een kind in een dorp ver van de stad om te leren lezen? Ik kan het niet invullen met namen. De bronnen die ik kon openen noemen geen enkele leerling, geen onderwijzer en geen Javaanse helper bij naam. Ik vind het een gemis. Het werk werd gedaan door meer mensen dan één Nederlandse vrouw, maar hun namen zijn in de stukken die ik zag niet bewaard.
BOEKEN OVER ZEE
En dan de boekhandel. Jacqueline opende hem in Solo. Volgens de bespreking bediende de winkel Midden- en Oost-Java. Maar hij leverde ook aan Javaanse migranten op Sumatra en zelfs in Suriname.
Die laatste plaats vraagt om uitleg. Vanaf 1890 bracht Nederland Javaanse contractarbeiders naar Suriname. De eerste groep bestond uit vierennegentig mensen. Bij een herdenking in 2023 sprak minister Dijkgraaf over de bouwvallige barakken, de slechte betaling en het slechte voedsel waarmee zij te maken kregen. Velen waren met valse beloften overgehaald.
Die Javanen leefden een oceaan van huis. Sommigen van hen lazen dus boeken die uit een winkel in Solo kwamen. Welke boeken dat waren, en hoeveel, weet ik niet. Maar het beeld blijft hangen: lectuur uit Midden-Java, aan de andere kant van de wereld.
VROUWEN BIJ ELKAAR
Jacqueline had oog voor vrouwen. Ze bevorderde het werk onder en door vrouwen in de Javaanse kerk. Een van de manieren waarop ze dat deed: ze organiseerde conferenties voor Javaanse vrouwen. Die vrouwen waren al bij zulk werk betrokken in hun eigen kerk, de GKJ, de Javaanse kerk die uit dit zendingswerk voortkwam.
Ik had graag de namen van die vrouwen genoemd. Ik had graag geweten waarover ze spraken. Ook dit kan ik niet. Wat vaststaat is dat er Javaanse vrouwen waren die in hun gemeenten werk deden, en dat Jacqueline hen samenbracht.
Haar biografe besteedt een apart deel van haar boek aan dit werk onder Javaanse vrouwen, en aan de vrouw in kerk en zending. Ze schrijft ook over de eerste zendingszusters. Begin jaren dertig gingen enkele zendende kerken er officieel toe over Nederlandse vrouwen als zendingszusters naar Midden-Java te sturen. De bespreking noemt vier van hen: Sarah J. Bos, Louise Goemaat, C. Baarbé en A. Hoeksema.
Jacqueline was toen al bijna twintig jaar in Solo aan het werk, zonder zo’n officiële titel. De recensent rekent haar tot de eerste gereformeerde vrouwen die in de zending een duidelijk stempel zetten. Hij noemt haar inzet, ondanks alle bezwaren rond het woord zendeling, buitengewoon.
Eerlijk is wel dat ze niet de allereerste was. De Salatiga-zending, een ander zendingswerk in Midden-Java, stuurde al in 1915 een vrouwelijke zendeling uit. Dat valt buiten het boek over Jacqueline, maar het hoort bij het beeld.
EEN EIGEN, GEREFORMEERDE WEG
Wat dreef haar? Haar biografe beschrijft haar zendingstheologie in een apart hoofdstuk. Ik heb dat hoofdstuk niet kunnen lezen. Uit de bespreking haal ik één zin van de biografe, in eigen woorden: Jacqueline en haar man gingen hun eigen gereformeerde weg.
De recensent zet daar een vraag bij. Hoe ver kon je in Midden-Java je eigen weg gaan? De Javaanse samenleving en het koloniale bestuur bepaalden mee wat er kon. Volgens hem besteedt het boek daar te weinig aandacht aan. Het vertelt het verhaal van binnenuit, vanuit de zending.
Ik vind dat een terechte vraag, ook voor dit hoofdstuk. Ik ken Jacqueline vooral via Nederlandse ogen. De Javaanse kant van haar verhaal is voor mij grotendeels stil gebleven.
Ken jij dat, dat je iemands werk ziet maar de mensen om hem heen niet? Dan begrijp je waar dit hoofdstuk tekortschiet.
1942
De periode in Solo die de bespreking noemt, loopt tot 1942. Dat jaar kantelde alles op Java. Op 1 maart 1942 vielen Japanse troepen het eiland aan. Negen dagen later gaf het Nederlandse gezag zich over. Ruim drie jaar bezette Japan Nederlands-Indië. Zo’n honderdduizend Nederlandse burgers en veel Indische Nederlanders kwamen in interneringskampen terecht.
Wat Jacqueline en haar man in die jaren meemaakten, weet ik niet. Ik heb geen bron gevonden die zegt of ze in een kamp zaten, of ze nog in Solo waren, of wanneer ze naar Nederland gingen. Ze was in 1942 zevenenzestig. Het is verleidelijk om hier een verhaal te vertellen dat bij andere zendelingen wel bekend is. Ik doe dat niet. Het is onbekend.
Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Voor Indonesië begon daarna de strijd om de onafhankelijkheid.
EEN RIDDERORDE ZONDER DATUM
Ergens in haar leven werd Jacqueline van Andel-Rutgers benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het gaat om een koninklijke onderscheiding voor mensen die zich bijzonder voor de samenleving hebben ingezet. Ze staat in de registratie van de Kanselarij der Nederlandse Orden. De datum en de reden staan niet in de index die ik kon inzien.
Ik vermoed dat het met haar werk in Solo te maken had. Maar een vermoeden is geen feit, dus ik laat het bij deze zin.
SOEST, SEPTEMBER 1951
Jacqueline Cornelie van Andel-Rutgers overleed op 3 september 1951. Ze was zesenzeventig jaar. De akte van overlijden werd op 6 september opgemaakt in Soest, in de provincie Utrecht. In de akte staat haar man vermeld, Huibert Antonie van Andel, en ook haar ouders.
Waar ze precies stierf, kan ik niet met zekerheid zeggen. De index van het archief noemt een plaats die niet past bij een akte uit Soest. Omdat een overlijden in Nederland werd ingeschreven in de gemeente waar het gebeurde, ligt Soest het meest voor de hand. Bevestigd is dat niet.
Er gaat een kleine verwarring rond haar naam. Er was een jongere Jacqueline Cornelie Rutgers, geboren op 13 november 1908 in Hilversum. Wie online naar Jacqueline zoekt, komt ook haar tegen. Het zijn twee verschillende vrouwen.
WERKEN ZOLANG HET DAG IS
In 2004 promoveerde Rineke van der Woerdt aan de Vrije Universiteit op een boek over haar leven. Ze gaf het de titel Werken zolang het dag is. Die woorden komen uit het evangelie van Johannes, waar Jezus zegt: Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken. (Johannes 9:4).
Of dit vers voor Jacqueline zelf iets betekende, weet ik niet. Het is de titel die haar biografe koos. Maar het past bij wat ik van haar kon terugvinden. Jaren als verpleegster in Djokja. Dertig jaar in Solo. Scholen in afgelegen dorpen. Boeken die naar Sumatra gingen en naar Suriname.
Van haar eigen woorden heb ik niets teruggevonden. Wat over is, zijn een geboorteakte uit Vlissingen, een akte uit Soest, en een winkel in Solo waarvan ik de naam niet ken. Ergens in Suriname heeft een Javaanse arbeider ooit een boek opengeslagen dat uit die winkel kwam.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 15 november 1874 in Vlissingen, als dochter van predikant F.L. Rutgers en Cornelie Catharine Hermance Guije (geboorteakte); de loopbaan van haar vader als predikant en vanaf 1880 als hoogleraar aan de VU; haar overlijden op 3 september 1951, met akte in Soest en met Huibert Antonie van Andel als echtgenoot (overlijdensakte); haar benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (registratie Kanselarij, datum onbekend); de verschijning van haar biografie in 2004.
Alleen uit één bron (de biografie, via de bespreking in BMGN): haar werk als verpleegster in het Petronella Hospitaal vanaf 1900; haar huwelijk in 1912 en vertrek uit de zendingsdienst; haar werk in Surakarta van 1912 tot 1942; de rol van gouverneur-generaal Idenburg bij de opening van Surakarta; haar brochures, het vertaalde boekje over de islam, de scholen in tientallen dorpen, de boekhandel en de conferenties voor Javaanse vrouwen. Dit steunt op archiefonderzoek van de biografe, maar ik kon het proefschrift zelf niet inzien.
Alleen uit eigen getuigenis: geen. Ik heb geen uitspraken of geschriften van Jacqueline zelf online kunnen vinden.
Onbevestigd of onbekend: wat zij en haar man meemaakten in de Japanse tijd (1942 tot 1945); haar precieze sterfplaats (waarschijnlijk Soest); de naam van de boekhandel, het aantal scholen en de namen van Javaanse medewerkers en leerlingen; de datum en reden van haar ridderorde; of Johannes 9:4 haar eigen lijfspreuk was.
Duiding: de recensent noemt haar inzet buitengewoon en rekent haar tot de eerste gereformeerde vrouwen met een duidelijk stempel op de zending. Hij vindt ook dat haar biografie te veel van binnenuit vertelt en te weinig let op de Javaanse context. Die beperking geldt ook voor dit hoofdstuk.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Chris de Jong, recensie van A.A. van der Woerdt, Werken zolang het dag is, in BMGN (Low Countries Historical Review)
- Bibliotheek.nl, catalogusbeschrijving Werken zolang het dag is (Kok, 2004)
- Open Archieven, geboorteakte Jacqueline Cornelie Rutgers, Vlissingen 1874 (Zeeuws Archief)
- Open Archieven, overlijdensakte Jacqueline Cornelie Rutgers, Soest 1951 (Het Utrechts Archief)
- Open Archieven, registratie onderscheidingen, Van Andel-Rutgers (Nationaal Archief)
- DBNL, biografisch woordenboek, lemma Frederik Lodewijk Rutgers
- Open Archieven, gezinskaart Victor Henri Rutgers, Den Haag (naamgenote uit 1908)
- Rijksoverheid, toespraak minister Dijkgraaf bij de herdenking van de Javaans-Surinaamse geschiedenis, 13 augustus 2023
- NOS, Indië-herdenking over de strijd tegen Japan