Tot inde dood

Nederlandse martelaren · Deel 1

Tot in de dood

Acht Nederlanders die om hun geloof stierven, van Jan de Bakker tot Frans van der Lugt

Wim Kamphorst

Inleiding

Trouw tot in de dood

Op 15 september 1525 zou een griffier in Den Haag gezegd hebben dat er van een veroordeelde priester geen “memorie” mocht overblijven. Geen herinnering, geen naam, geen graf. Vijfhonderd jaar later hield Woerden een heel programma rond het leven van die priester, Jan de Bakker. In januari 1549 vonden een paar mannen in een huis in Leeuwarden een Nieuw Testament in het Latijn, en ze dachten dat ze de vrouw van Menno Simons in handen hadden. In januari 2014 vroeg een oude Nederlandse jezuïet vanuit het belegerde Homs, in Syrië, de wereld om eten.

Ze werden alle drie gedood. Bij de eerste twee zeggen de bronnen waarom: om wat ze geloofden. Bij de derde weet niemand wie hem doodde of waarom. Wel weten we dat hij had kunnen vertrekken en bleef.

In het laatste boek van de Bijbel staat een brief aan de gemeente in Smyrna. Daarin zegt Jezus: Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven (Openbaring 2:10).

Dit is het eerste deel van een reeks over Nederlanders die om hun geloof gedood werden, of om wat hun geloof hen liet doen. Ik volg daarbij het voorbeeld van Roberts Liardon, die in zijn boekenreeks God’s Generals het leven van predikers beschreef, met hun roeping, hun kracht en hun zwakke kanten.

VIJFHONDERD JAAR

De eerste van de acht mensen in dit boek werd in 1525 gewurgd en verbrand in Den Haag, ongeveer zesentwintig jaar oud. De laatste werd in 2014 bij het jezuïetenhuis in Homs doodgeschoten, op zijn vijfenzeventigste.

Daartussen staan een vrouw uit Den Briel die in een Rotterdamse cel een testament schreef voor haar zoontje Esaias. Een gewezen begijntje in Leeuwarden dat Latijn verstond en haar rechters geen enkele naam gaf. Een man uit Asperen die mensen in zijn huis liet samenkomen, en van wie verteld wordt dat hij over het ijs terugliep om zijn achtervolger te redden. Een jezuïet en hoogleraar volkenrecht die in de eerste weken van de bezetting opschreef wat een bezetter wel en niet mag, en die in Dachau stierf. Een hervormde dominee uit Nieuw-Beerta die zijn pastorie openzette voor onderduikers en bij Rhenen werd gefusilleerd. En een jezuïet uit Delft die pastoor werd van een dorp in Libanon en op weg daarheen werd ontvoerd.

Ze hoorden bij heel verschillende kerken. Jan de Bakker was een rooms-katholieke priester die trouwde en tegen de aflaathandel preekte; lutheranen en gereformeerden herkennen zich allebei in hem. Anneken Jans, Elisabeth Dirks en Dirk Willems hoorden bij de dopers, de beweging waaruit de doopsgezinden en mennonieten voortkwamen. Bastiaan Jan Ader was hervormd predikant. Robert Regout, Nico Kluiters en Frans van der Lugt waren rooms-katholieke priesters, alle drie jezuïet. Over veel dingen zouden ze het met elkaar oneens zijn geweest. Ik zet ze hier toch naast elkaar.

WIE IS EEN MARTELAAR?

In de rooms-katholieke kerk is een martelaar iemand die gedood wordt uit haat tegen het geloof. Of dat bij Nico Kluiters zo was, onderzoekt een kerkelijke rechtbank in Beiroet sinds 2022. Het proces voor Frans van der Lugt ligt volgens Katholiek Nieuwsblad sinds dat jaar stil. Bastiaan Jan Ader werd gefusilleerd als represaille voor een aanslag waar hij niets mee te maken had. Hij zat vast om wat zijn geloof hem had laten doen.

In dit boek gebruik ik het woord ruimer. Een martelaar is hier iemand die gedood werd om zijn geloof, of omdat zijn geloof hem liet blijven waar het gevaarlijk was. Waar een kerk er nog over oordeelt, loop ik daar niet op vooruit.

CHRISTENEN TEGENOVER CHRISTENEN

De eerste vier mensen in dit boek werden gedood door andere christenen. Jan de Bakker werd verhoord door theologen uit Leuven. Het vonnis over Dirk Willems werd getekend door zeven mannen uit zijn eigen stadje. De doodstraf voor herdoop was in die jaren wet.

Ik vind dat moeilijk om op te schrijven. De mannen die hen veroordeelden, geloofden dat ze de kerk beschermden tegen een gevaar dat zielen kon kosten. Ik hoef hun oordeel niet goed te praten om dat te erkennen. Een afrekening wil ik er niet van maken. Rond de herdenking van Jan de Bakker in 1925 haalden sommige protestantse schrijvers fel uit naar katholieken. Dat herhaal ik niet.

Er gebeurde ook iets anders. Volgens de Amerikaanse kerkhistoricus Rex Butler gaven mennonieten in 2007 aan paus Benedictus XVI een ingelijste afbeelding van Dirk Willems op het ijs. De kerk van Asperen, waar hij volgens de overlevering in de toren gevangen zat, is nu hervormd. Die gemeente steunt de plannen voor een gedenkteken voor hem.

FEITEN VOOROP

Martelaarsverhalen worden in het navertellen vaak mooier. Ze werden opgeschreven om medegelovigen moed te geven. Daarom houd ik twee soorten bronnen uit elkaar.

De eerste soort komt van tijdgenoten. Het vonnis over Dirk Willems kennen we uit een afschrift dat de stadssecretaris van Asperen in 1606 voor gezien tekende. Gnapheus, die met Jan de Bakker gevangen zat, schreef een verslag dat in 1529 verscheen. Het testament van Anneken Jans werd nog in het jaar van haar dood gedrukt.

De tweede soort zijn de latere martelaarsboeken van de dopers: Het Offer des Heeren, voor het eerst gedrukt in 1562, en de Martelaersspiegel van Thieleman van Braght uit 1660. Zonder die boeken wisten we bijna niets van deze mensen. Maar ze zijn geschreven door medegelovigen, soms meer dan een eeuw later, en ze vertellen dingen die nergens anders staan. Het verhaal van Dirk Willems op het ijs heeft Van Braght van geloofwaardige personen, zonder namen. Voor de bakker die het zoontje van Anneken Jans zou hebben opgenomen, heb ik geen stuk uit haar tijd gevonden.

Bij de mensen uit de twintigste en eenentwintigste eeuw komt veel van één kant. Wat we van het verzetswerk van Bastiaan Jan Ader weten, staat grotendeels in het boek dat zijn weduwe in 1947 publiceerde. Over de dood van Nico Kluiters vertellen het weekblad Time en zijn eigen orde iets anders. Wie Frans van der Lugt doodschoot, is nooit vastgesteld.

Waar bronnen elkaar tegenspreken, zeg ik dat. Verhalen die alleen uit een martelaarsboek, een eigen getuigenis of de eigen kerk van de persoon komen, vertel ik ook, met de herkomst erbij. Na elk hoofdstuk staat een kort overzicht van wat vaststaat en wat alleen verteld wordt, met de bronnen. Over het geweld schrijf ik kort. Hun leven verdient meer ruimte dan hun dood.

HOE JE DIT BOEK KUNT LEZEN

Elk hoofdstuk staat op zichzelf. De volgorde is die van de tijd, van 1525 tot 2014.

De meeste lezers van dit boek zullen nooit om hun geloof voor een rechter staan. De keuzes van deze mensen begonnen vaak gewoon. Dirk Willems zette zijn deur open. Elisabeth Dirks zweeg over haar vrienden. Bastiaan Jan Ader zei ja tegen een Joodse kennis uit Amsterdam die wilde onderduiken. Frans van der Lugt ging niet mee toen de Verenigde Naties burgers uit de oude stad van Homs haalden.

Lees het met een vraag in je achterhoofd. Wat vroeg God van hen, en wat vraagt Hij van jou?

Colofon

Tot in de dood. Nederlandse martelaren, deel 1

© 2026 Wim Kamphorst Stichting (F)Luister Nederland

Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Herziene Statenvertaling © 2010 Stichting HSV.

Eigen uitgave. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

Bij elk hoofdstuk staan de geraadpleegde bronnen. Verhalen die alleen uit de eigen getuigenis van een persoon of uit latere overlevering bekend zijn, of die niet te controleren zijn, worden in de tekst en in het slotoverzicht van elk hoofdstuk zo benoemd.

Dit boek is gratis te lezen en te downloaden op wimkamphorst.nl.