Tot inde dood

Deel 1 · Tot in de dood · Hoofdstuk 1

Jan de Bakker

de priester die geen herinnering mocht houden

1499-1525Woerden en Den Haag

Op 15 september 1525 stond er op het Binnenhof in Den Haag een hoog schavot, vlak voor de Ridderzaal. Er was veel volk op afgekomen. Ook de landvoogdes, Margaretha van Oostenrijk, was in de stad. Op dat schavot werd een jonge priester uit Woerden zijn priesterschap afgenomen, in het openbaar, door een geestelijke. Daarna kreeg hij een geel kleed aan en een zotskap op.

Zo vertellen het Museum de Gevangenpoort en het oude biografische woordenboek van Van der Aa. Vanaf het Binnenhof werd hij naar het Groene Zoodje gebracht, een stenen strafplaats bij de Gevangenpoort. Daar werd hij aan een paal gebonden, gewurgd en verbrand.

Bij die terechtstelling viel een zin die bijna iedereen die later over hem schreef, heeft overgenomen. De griffier, een man die Sandelijn heette, zou gezegd hebben dat er van deze ketter geen “memorie” mocht overblijven. Geen herinnering, geen naam, geen graf.

Het liep anders. Vijfhonderd jaar later, in 2025, organiseerde zijn geboortestad Woerden een heel programma rond zijn leven. In de Petruskerk, waar zijn vader koster was, zit een glas-in-loodraam dat hem laat preken met een open Bijbel. De Lutherse kerk in Woerden staat aan een straat die zijn naam draagt.

Hij heette Jan Janszoon. De geschiedenis kent hem als Jan de Bakker, of in het Latijn als Johannes Pistorius Woerdensis. Hij was ongeveer zesentwintig toen hij stierf. In de oude lexica en in Woerden zelf heet hij de eerste die in de noordelijke Nederlanden om zijn geloof werd terechtgesteld.

Het begon bij de kerk van Woerden.

DE ZOON VAN DE KOSTER

Jan werd rond het midden van 1499 geboren in Woerden. Zijn vader heette Jan Dirkszoon en was koster van de kerk in het stadje, de Petruskerk, die toen nog rooms-katholiek was. Volgens het Stadsmuseum Woerden was zijn vader ook steenbakker.

Waar de bijnaam “de Bakker” vandaan komt, is niet helemaal zeker. Van der Aa schreef in 1854 dat Jan later als bakker zijn brood verdiende, en de Gevangenpoort vertelt het ook zo. Andere schrijvers wijzen op de steenbakkerij van zijn vader. Misschien klopt allebei. Het Latijnse Pistorius betekent in elk geval bakker.

Zijn vader had een plan met hem. Jan moest priester worden. Volgens de Gevangenpoort was hij een goede leerling en kon hij mooi zingen. Hij hielp zijn vader in de kerk, als koster en als hulp bij de diensten.

Voor zijn opleiding ging Jan naar Utrecht. Daar kwam hij op de school van de Broeders des Gemenen Levens, de Hieronymusschool. De rector heette Johannes Rhodius, in Utrecht beter bekend als Hinne Rode.

Bij Hinne Rode leerde Jan, zo schreef Van der Aa, de leer van Jezus kennen op een manier die hij nog niet kende. Al snel werden leraar en leerling allebei verdacht van lutherse sympathie.

Toen dat de vader ter ore kwam, haalde hij zijn zoon terug naar Woerden.

Je kunt je afvragen wat een vader in die tijd moest doen. Hij was koster. Hij werkte voor de kerk die zijn zoon begon te bevragen. Hij wilde het beste voor Jan, en het beste was in zijn ogen een veilige plaats in die kerk.

EEN BRIEF VOOR ERASMUS

De vader stuurde Jan daarna naar Leuven, toen de enige universiteit in de Nederlanden. Volgens de Allgemeine Deutsche Biographie gaf hij hem een aanbevelingsbrief mee voor Erasmus, de beroemde geleerde. De Gevangenpoort noemt Erasmus een van zijn leraren. De oudere bronnen zeggen alleen dat Jan met hem in aanraking kwam. Hoe nauw dat contact was, weten we niet.

Jan bleef ongeveer drie jaar in Leuven. In 1522 werd hij in Utrecht tot priester gewijd. Twee oude bronnen vertellen dat het niet helemaal zijn eigen keuze was: Van der Aa schrijft dat het tegen zijn zin gebeurde, de Duitse biografie spreekt van druk van zijn vader.

Ik sta hier even bij stil, omdat het iets zegt over hoe hij later handelde. Jan had zijn wijding niet gezocht. Hij nam haar wel serieus. Als priester ging hij preken, en wat hij in Utrecht had geleerd, kwam in die preken terug.

OPGESLOTEN OP HET KASTEEL VAN WOERDEN

Die preken bleven niet onopgemerkt. De geestelijkheid in Utrecht riep hem op om te verschijnen, maar hij kwam niet. Daarop stapten ze naar het Hof van Holland. Het Hof liet hem opsluiten op het kasteel van Woerden.

Hij bleef er niet lang. Volgens Van der Aa zetten burgers van Woerden zich voor hem in en kwam hij vrij. Wikipedia noemt mei 1523 als datum van die eerste arrestatie, maar in de oudere bronnen die ik las, staat geen datum.

Wat er daarna gebeurde, is gedeeltelijk onzeker. Zowel Van der Aa als de Duitse biografie vertellen dat Jan een paar maanden naar Wittenberg ging, de stad van Maarten Luther. Van der Aa schrijft dat hij Luther er bezocht. Een bewijs voor een echte ontmoeting is er niet. Na ongeveer drie maanden was hij terug.

Toen kwam er een opdracht van de inquisitie. Jan moest binnen drie jaar op pelgrimstocht naar Rome. Hij ging niet. Hij bleef preken.

EEN VROUW IN WOERDEN

Er gaat een verhaal rond dat Jan in die tijd een poos voorganger was in Jacobswoude, een dorp bij Woerden. De Gevangenpoort vertelt het zo. Van der Aa schrijft voorzichtiger dat “sommigen” dit beweren. Het is niet zeker.

Wat wel vaststaat, is dat Jan iets deed wat voor een priester verboden was. Hij trouwde. Van der Aa beschrijft zijn vrouw als iemand die ouder was dan hij en die zijn overtuigingen deelde. Het Stadsmuseum Woerden noemt haar Jacoba, een buurvrouw, en vertelt dat ze in 1524 in het geheim trouwden. Wat er na zijn dood met haar gebeurde, weten we niet uit betrouwbare bronnen. Op Wikipedia staat dat ze herriep en haar leven in een klooster eindigde, maar een bron daarvoor heb ik niet gevonden.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien, werkte Jan met zijn handen. Hij werd bakker in Woerden. Een priester achter de oven, getrouwd met de vrouw van hiernaast: in een klein stadje kon dat niet lang verborgen blijven.

Wat geloofde hij precies? Van hemzelf is niets op papier bewaard. Het Stadsmuseum Woerden vat het zo samen: de Bijbel staat in het midden, een priester mag trouwen, en ieder gelovige is priester. Voor de kerk van Rome waren dat onaanvaardbare gedachten.

DE AFLAATVERKOPER

Wat de druppel werd, was geld. Er kwam een aflaatverkoper naar Woerden. Hij verkocht brieven die kwijtschelding van straf voor zonden beloofden, tegen betaling. Het was in die jaren een bloeiende handel.

Jan keerde zich ertegen. Volgens Van der Aa deed hij dat in de biechtstoel: hij zei mensen dat ze niet hoefden te betalen. De Duitse biografie spreekt van preken tegen de aflaathandel van de geestelijken in Woerden. De pastoor van Woerden werd zijn vijand.

Het is acht jaar na de stellingen van Luther in Wittenberg. Hier staat een jonge priester in een Hollands stadje en zegt in feite hetzelfde: vergeving is niet te koop. Hij moet geweten hebben wat het hem kon kosten. Hij had de inquisitie al eens tegenover zich gehad.

Zou jij het gezegd hebben? In een stadje waar iedereen je kent, met een vrouw thuis die je niet had mogen trouwen?

MEI 1525

In mei 1525 werd Jan opnieuw gearresteerd, dit keer in opdracht van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, die namens keizer Karel V over de Nederlanden regeerde. Hij werd in het geheim opgepakt en naar Den Haag gebracht. Wikipedia noemt de nacht van 9 mei. De oudere bronnen houden het op mei.

In Den Haag kwam hij in de Gevangenpoort, toen de staatsgevangenis van Holland. Eerst zat hij in de Ridderkamer, een cel voor gevangenen van stand. Toen hij bij de verhoren toegaf dat hij de leer van de kerk afwees, werd hij overgebracht naar een kale cel. Daar zat hij met tien landlopers en veel luizen, zo vertelt de Gevangenpoort. De Duitse biografie spreekt van tien gewone misdadigers.

Een van zijn medegevangenen was Willem de Volder, die later onder de Latijnse naam Gnapheus bekend werd. Hij overleefde zijn gevangenschap, vluchtte en schreef een verslag van wat hij had gezien en gehoord. Dat verslag verscheen in 1529 in het Latijn in Straatsburg. Ruim een eeuw later werd het in Leiden opnieuw uitgegeven, en in 1652 verscheen het in het Nederlands, onder de titel De eerste Hollandsche martelaer.

Ik moet hier eerlijk zijn over wat we weten. Bijna alle details van de gevangenschap en het verhoor komen uit dat ene verslag. Gnapheus was erbij, dat is waardevol. Maar hij was ook een geestverwant van Jan, die zelf om dezelfde reden gevangen zat. Hij schreef om Jan te eren. Van de verhoren zelf zijn geen andere verslagen voor mij te vinden geweest.

TIEN HOEREN OF ÉÉN VROUW

De ondervragers waren zwaargewichten. Van der Aa noemt drie theologen uit Leuven: Nicolaas Copinus van Bergen, Godschalk Rosemond en Ruard Tapper. De Duitse biografie noemt Joost Lovering als voorzitter van een groot kettergericht. De schrijver Theun de Vries zegt van Tapper dat hij de dood van Pistorius op zijn geweten heeft.

Volgens het Museum de Gevangenpoort vonden de verhoren plaats in de zaal die nu de Ridderzaal is. De aanklacht ging over het afwijzen van kerkelijke riten en gebruiken. Een groot punt was zijn huwelijk. Jan gaf toe dat hij in het geheim getrouwd was.

Over dat punt is een kort gesprek overgeleverd, dat de kerkhistoricus Bremmer aanhaalt. De ondervrager zou gezegd hebben dat het hem liever was geweest als Jan met tien hoeren had verkeerd dan met één eigen vrouw. Jan antwoordde dat hij liever eerlijk bij zijn huisvrouw was.

Volgens de Duitse biografie, die hier steunt op Gnapheus, duurden de verhoren drie dagen. Omdat hij niet wilde herroepen, zat hij daarna vier dagen in een donker hol onder de grond. Het Stadsmuseum Woerden schrijft dat hij gemarteld werd. Andere bronnen die ik las, noemen dat niet met zoveel woorden.

Wat de rechters ook zeiden, Jan bleef bij zijn overtuiging. Hij werd veroordeeld tot de brandstapel.

EEN VADER IN DE GEVANGENIS

Dan volgt het moment dat mij het meest raakt in dit verhaal.

Jans vader kwam hem opzoeken in de gevangenis. Dezelfde man die hem ooit uit Utrecht had teruggehaald en hem naar het priesterschap had geduwd. Dezelfde koster die zijn leven in dienst van de kerk had gesteld. Volgens Van der Aa sprak de vader zijn zoon moed in. De Duitse biografie, die op Gnapheus steunt, vertelt dat de oude man zei bereid te zijn zijn zoon af te staan, zoals Abraham zijn zoon wilde offeren.

Ergens tussen Utrecht en Den Haag was de vader veranderd. Hoe dat gegaan is, vertelt geen enkele bron. We zien alleen het begin en het eind. Een vader die zijn zoon wilde beschermen tegen nieuwe ideeën, en een vader die hem ten slotte losliet, voor God.

Ken jij iemand die zo lang over iets heeft moeten nadenken, en dan toch is gaan staan naast degene die hij eerst wilde tegenhouden?

In de cel ging Jan ondertussen door met wat hij altijd deed. Volgens Gnapheus preekte hij elke dag voor zijn medegevangenen, de landlopers en de dieven.

OP HET GROENE ZOODJE

Op 15 september 1525 werd het vonnis uitgevoerd. Volgens de Gevangenpoort was het de eerste openbare ketterterechtstelling in Holland, en kwam er veel publiek op af.

Op het schavot voor de Ridderzaal werd Jan zijn priesterschap afgenomen. Hij kreeg het gele kleed en de zotskap. Volgens het verslag van Gnapheus zongen zijn medegevangenen liederen toen hij werd weggeleid. Op het Groene Zoodje werd hij aan de paal gebonden. De beul wurgde hem en verbrandde zijn lichaam op een stapel turf en takken.

Over zijn laatste woorden zijn de bronnen niet eensgezind. Van der Aa geeft een korte belijdenis. Jan zou gezegd hebben dat hij een zondaar was die de dood verdiende, en dat Jezus Christus zijn Heer en Zaligmaker was. De Duitse biografie zegt dat hij geduldig en blij stierf. Op internet gaat ook rond dat hij riep: “Dood, waar is uw overwinning?” Daar heb ik geen oude bron voor gevonden.

Theun de Vries schrijft dat Jan samen met een kuiper werd verbrand, Willem Dirksz van Utrecht. Ook dat heb ik in geen andere bron teruggevonden.

Ik vertel deze dag zo kort als ik kan. Jan stierf voor wat hij geloofde, op zesentwintigjarige leeftijd, terwijl de landvoogdes van de Nederlanden in de stad was.

De mannen die hem veroordeelden, waren ook christenen. Ze geloofden dat ze de kerk beschermden tegen een gevaar dat zielen kon kosten. Ik hoef hun oordeel niet goed te praten om dat te erkennen. Het verdriet van deze geschiedenis is dat christenen elkaar om hun geloof doodden, en in deze eeuw zou dat nog vaak gebeuren. Twee jaar later stond in dezelfde stad Wendelmoet Claesdochter uit Monnikendam terecht. Over haar gaat een ander deel van deze reeks.

GEEN MEMORIE

Daar, bij die paal, zou de griffier Sandelijn de woorden gesproken hebben over de herinnering die er niet mocht blijven. Jan de Bakker moest verdwijnen.

Het eerste wat dat tegensprak, was een boekje. Gnapheus zorgde dat er wel een herinnering kwam, al in 1529. Zijn verslag werd vertaald in het Duits en kwam terecht in de martelaarsverhalen van de Duitse schrijver Rabus. Een eeuw later werd het in Leiden heruitgegeven en vertaald. Op de titel staat wat Jan voor Holland was: de eerste.

Daarna kwamen de geschiedschrijvers. Jan Wagenaar noemde hem in 1750 in zijn Vaderlandsche historie de eerste die in Holland om ketterij werd gewurgd en verbrand. Van der Aa schreef in 1854 dat er in de consistoriekamer van de Lutherse kerk in Woerden een geschilderd portret van hem hing. Rond dezelfde tijd verscheen er een prent van zijn marteldood, die nu in het Rijksmuseum ligt.

Was hij een lutheraan? Hij noemde het zelf vermoedelijk niet zo. Theun de Vries schrijft dat hij lutherse stellingen verkondigde, en de Lutherse kerk in Woerden eert hem. De gereformeerde kerkhistoricus Bremmer plaatst hem bij de zogenoemde sacramentariërs, Nederlanders die de katholieke leer over het avondmaal afwezen en meer leken op Zwingli dan op Luther. Beide kerken herkennen zich in hem. Dat zegt misschien vooral dat hij leefde voordat die scheidingen er waren.

VIERHONDERD JAAR LATER

In 1925 kwam er een landelijk comité voor de vierhonderdste herdenking van zijn dood. Er verscheen een biografie van J.W. Gunst, er werden preken en radiotoespraken gehouden. Niet alles uit die tijd is mild. De historicus Jan-Willem Hueting laat zien dat sommige protestantse schrijvers toen fel uithaalden naar katholieken. Anderen schreven rustiger.

Het comité wilde een blijvende herinnering, een “memorie”, juist dat woord van de griffier. Het werden twee glas-in-loodramen van de glazenier Max Nauta. In 1926 kwam het eerste in de Petruskerk in Woerden. Het toont Jan bij een hagenpreek, met een open Bijbel. Zijn proces en zijn dood staan er niet op. Het tweede raam kwam in de Grote Kerk in Den Haag, volgens Hueting in 1930, volgens het Stadsmuseum Woerden in 1936. Het is opgebouwd uit tienduizenden stukjes glas.

En in 2025, vijfhonderd jaar na die dag op het Binnenhof, gaf Woerden lezingen in de Petruskerk en in de Lutherse kerk, maakte een wandeling door de binnenstad en speelde zijn verhaal op het toneel.

EEN RAAM IN DE PETRUSKERK

De kerk waar zijn vader koster was, staat er nog. Er valt licht door een raam van gekleurd glas. Daarop staat geen paal en geen vuur. Er staat een jonge man in de open lucht, met een Bijbel die openligt, en mensen om hem heen die luisteren.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Woerden rond 1499; vader Jan Dirkszoon, koster; school bij Hinne Rode (Johannes Rhodius) in Utrecht; studie in Leuven en contact met Erasmus via zijn vader; priesterwijding in Utrecht in 1522; een eerste arrestatie en vrijlating; een kort verblijf in Wittenberg; het bevel om naar Rome te gaan, dat hij negeerde; zijn huwelijk als priester; zijn werk als bakker; zijn verzet tegen de aflaathandel; arrestatie in mei 1525 op bevel van Margaretha van Oostenrijk; gevangenschap in de Gevangenpoort, eerst in de Ridderkamer en daarna bij tien andere gevangenen; Ruard Tapper als een van zijn rechters; het bezoek en de steun van zijn vader; degradatie, wurging en verbranding in Den Haag op 15 september 1525; het verslag van medegevangene Gnapheus (1529); de glas-in-loodramen van Max Nauta en de herdenkingen van 1925 en 2025.

Alleen uit één bron of uit het verslag van zijn medegevangene: de drie dagen verhoor en vier dagen in een donker hol; de woorden van zijn vader over Abraham; zijn dagelijkse preken in de cel en het zingen van zijn medegevangenen; het gesprek over tien hoeren en één vrouw; de namen Copinus, Rosemond en Lovering; de naam Jacoba en het geheime huwelijk in 1524 (alleen het Stadsmuseum Woerden); de woorden van griffier Sandelijn over de “memorie” (wel door bijna alle latere schrijvers herhaald); zijn laatste belijdenis volgens Van der Aa; het portret in de Lutherse kerk.

Onbevestigd: de herkomst van de bijnaam (eigen bakkerij of steenbakkerij van zijn vader); Erasmus als zijn leraar; een ontmoeting met Luther; zijn voorgangerschap in Jacobswoude; de datum mei 1523 en de nacht van 9 mei 1525 (alleen Wikipedia); marteling; zijn laatste woorden uit 1 Korinthe 15; het lot van zijn vrouw na zijn dood; de terechtstelling samen met kuiper Willem Dirksz van Utrecht; het jaartal van het Haagse raam (1930 of 1936).

Duiding: of hij lutheraan was of sacramentariër, verschilt per schrijver. De bijna enige ooggetuige van zijn gevangenschap was een geestverwant die schreef om hem te eren. Zijn verslag is waardevol, maar eenzijdig.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 2 (1854), via DBNL
  2. J. Alberdingk Thijm, “Bakker, Jan de”, Allgemeine Deutsche Biographie 1 (1875)
  3. Museum de Gevangenpoort, Jan de Bakker
  4. Stadsmuseum Woerden, flyer “De wereld van Jan de Bakker” (2025)
  5. Jan-Willem Hueting, “Nationaal historisch besef en de herdenking van een protestantse martelaar”, Locus (2019)
  6. R.H. Bremmer, Uit de geboortegeschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland (1977)
  7. Theun de Vries, Ketters (1982), via DBNL
  8. Jan Wagenaar, Vaderlandsche historie, deel 4 (1750), via DBNL
  9. A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek, deel 8, lemma Gnapheus, via DBNL
  10. STCN, Gnapheus, Historia Joannis Pistorii Woerdenatis martyrii (Leiden 1659)
  11. Rijksmuseum, Marteldood van Jan de Bakker, 1525 (prent, 1854-1856)
  12. Het Verhaal van Woerden, verhaal 11
  13. Wikipedia (Engels), Jan de Bakker (alleen als startpunt)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel