Tot inde dood

Deel 1 · Tot in de dood · Hoofdstuk 5

Robert Regout

de hoogleraar die het recht boven de macht zette

1896-1942Nijmegen en Dachau

In september 1941 kwam de Nederlandse jezuïet Peter van Gestel aan in het concentratiekamp Dachau, bij München. Nieuwe gevangenen werden apart gehouden achter een afzetting van gaas. De gevangenen noemden die plek spottend het “Noviciaat”, naar het huis waar jonge kloosterlingen hun eerste jaren doorbrengen. Niemand mocht er komen.

De volgende dag stond er toch iemand bij het gaas. Een man in het gestreepte pak van het kamp, die ongezien tot daar was gekomen. Het was Robert Regout, priester, jezuïet, hoogleraar volkenrecht uit Nijmegen, en Van Gestels beste vriend. Hij gaf hem een pijp met tabak. In een stukje papier zat nog iets: een heel klein deeltje van een hostie, het brood van de mis.

Zo vertelde Van Gestel het zelf, in 1947, in een verslag voor zijn medebroeders in Amerika. Hij was erbij; niemand anders heeft het opgeschreven. Het is het verhaal van één ooggetuige.

Wie in Dachau een hostie doorgaf, wist wat het kon kosten. Robert Regout was toen al een jaar gevangene. Hij zou het kamp niet levend verlaten. Vijftien maanden later stierf hij, zesenveertig jaar oud, aan uitputting. Hij was geen verzetsman met wapens of valse papieren. Hij was een geleerde die in de eerste weken van de bezetting had opgeschreven wat een bezetter wel en niet mag. Dat was genoeg.

Het begon in een van de rijkste families van Maastricht.

EEN HUIS AAN DE STATIONSSTRAAT

Robert Hubert Willem Regout werd geboren op 18 januari 1896 in Maastricht. Volgens de Oorlogsgravenstichting stond zijn geboortehuis aan de Stationsstraat in Wyck, het stadsdeel aan de oostkant van de Maas, en werd hij gedoopt in de Sint-Martinuskerk daar.

De naam Regout zei in Limburg veel. De familie had fabrieken en leverde katholieke politici. Zijn vader, Louis Regout, werd later minister van Waterstaat. Een oom, ook een Robert, was in hetzelfde kabinet minister van Justitie. Uri Nooteboom, die in 1944 als eerste een in memoriam over hem schreef, noemde het kortweg een zeer aanzienlijke familie.

Robert ging naar het gymnasium van het Sint-Willibrorduscollege in Katwijk aan de Rijn. Rond zijn achttiende koos hij voor de Sociëteit van Jezus, de orde van de jezuïeten. Een jongen met die achtergrond had een andere weg kunnen gaan, in de fabriek of in de politiek. Waarom hij koos voor het klooster, staat in geen van de bronnen die ik heb kunnen lezen. Ik laat het daarom open.

RECHTEN IN LEIDEN

De jezuïeten lieten hem een lange opleiding volgen: filosofie, theologie, en ook iets wat voor een priester ongewoon was. Hij studeerde rechten in Leiden. Volgens de jurist Henri de Waele, die in 2005 een artikel over hem schreef, was dat ongeveer van 1921 tot 1924. Daar kwam hij onder de invloed van Willem van Eysinga, hoogleraar volkenrecht. Volkenrecht is het recht tussen landen: verdragen, oorlog en vrede, de vraag wat staten elkaar mogen aandoen.

Een deel van zijn vorming kreeg hij in Engeland. Van Gestel schreef later dat Engelse jezuïeten hem nog kenden van het laatste opleidingsjaar in St. Beuno’s, in Wales, en van zijn bezoeken aan Londen.

Op 15 augustus 1927 werd Robert Regout tot priester gewijd.

WANNEER MAG EEN LAND OORLOG VOEREN?

Een jaar eerder, in 1926, had hij zijn eerste artikel gepubliceerd, in het katholieke tijdschrift Studiën. Er zouden er meer dan veertig volgen. Vanaf 1929 hield hij lezingen en gaf hij commentaar op de radio. Hij adviseerde de Rooms-Katholieke Staatspartij en was actief in de Rooms-Katholieke Vredesbond.

Ondertussen werkte hij jarenlang naast al zijn andere taken aan een proefschrift. Het verscheen in 1934 in Parijs, in het Frans. In het Nederlands zou de titel luiden: De leer van de rechtvaardige oorlog, van Augustinus tot vandaag, volgens katholieke theologen en kerkrechtgeleerden. Zijn promotor was de Leidse hoogleraar Ben Telders.

Het onderwerp zegt iets over de man. Hij wilde weten wanneer geweld tussen volken te verdedigen is, en wanneer niet. Hij geloofde dat recht ook tussen landen kon gelden, dat er grenzen zijn die zelfs de sterkste niet mag overschrijden. In een terugblik uit 2006 schrijft een jezuïet dat Regout een lijn zag van groeiend rechtsbesef over de hele wereld.

Heb jij ooit iets geloofd waar de tijd waarin je leefde dwars tegenin ging? In de jaren dertig zag Regout landen verdragen breken en legers groeien. Hij bleef schrijven over recht.

DE MODERATOR VAN NIJMEGEN

In Nijmegen werd hij moderator van de studenten aan de katholieke universiteit, de huidige Radboud Universiteit. Hij volgde daarin pater C. Hoogeweegen op. Een moderator was een geestelijk begeleider, ongeveer wat nu een studentenpastor heet. Het universiteitsblad Vox schreef in 2015 dat hij populair was bij de studenten.

Op 18 september 1939 benoemde de Sint-Radboudstichting hem tot buitengewoon hoogleraar volkenrecht. Hij bleef moderator. In 1939 reisde hij naar een congres van Pax Romana, een internationale katholieke studentenbeweging, in Ljubljana. In 1940 volgde een congres in Amerika. Volgens Nooteboom ging hij ook vaak naar Den Haag, voor het internationale werk voor vrede.

Op 28 februari 1940 hield hij zijn oratie, de openingsrede van een nieuwe hoogleraar. De titel was een vraag: “Is er grond voor vertrouwen in de toekomst van het volkenrecht?” Europa was op dat moment al een half jaar in oorlog. Nederland was nog neutraal.

Op 7 mei 1940 sprak hij in de aula van de universiteit over de neutraliteit van Nederland, als nationaal en Europees belang. Zo staat het in het in memoriam van Nooteboom. Drie dagen later trokken Duitse troepen het land binnen. Het was 10 mei.

WAT EEN BEZETTER MAG

Na vijf dagen capituleerde het Nederlandse leger. Wat toen begon, wist nog niemand. Veel mensen dachten dat ze zich moesten schikken.

Regout dacht daar anders over. Volgens De Waele reisde hij in de weken na de capitulatie door het land en riep hij op om niet met de bezetter mee te werken. De Vriendenkring Robert Regout en de Oorlogsgravenstichting schrijven dat hij universiteiten adviseerde hoe ze zich moesten opstellen.

Hij deed ook wat hij het beste kon. Hij schreef een artikel: “De rechtstoestand in bezet gebied”. Hij ging uit van het Haagse verdrag van 1907, waarin de regels voor bezetting staan. Zijn punt was eenvoudig en voor de bezetter onaangenaam. Een bezettende macht heeft rechten, maar ook plichten. Het recht gaat boven de macht.

Wanneer het precies verscheen, verschilt per bron: eind mei of begin juni 1940, in Studiën. Volgens een artikel in het tijdschrift Streven uit 2006 werd het juninummer van Studiën tegengehouden, en werd het artikel daarna in allerlei kranten en bladen overgenomen. In augustus 1941 moest Studiën stoppen. Een terugblik die Streven aanhaalt, gaf als reden dat de katholieke voorlichting “te klaar en te kundig voor de Duitschers” was.

Je kunt je afvragen of het verstandig was. Regout was jurist, hij wist hoe een bezetter denkt. Hij schreef het toch.

EEN FIETS VOOR ZATERDAG

Op 29 juni 1940 stond de Gestapo, de Duitse geheime staatspolitie, bij zijn huis aan de Molenstraat in Nijmegen. Hij was er niet. Volgens De Waele en Vox verdachten de Duitsers hem van contact met de Duitse jezuïet Friedrich Muckermann. De archivaris van de Nederlandse jezuïeten zei in 2015 dat Regout niet bij dat netwerk hoorde.

Regout keerde terug naar Nijmegen. Op 3 juli 1940 meldde hij zich zelf bij de Gestapo. Hij werd vastgezet in Arnhem. Hij was vierenveertig jaar en had nog maar vier maanden eerder zijn oratie gehouden.

Nooteboom bewaarde een klein detail. Het laatste wat Regout vroeg, was of zijn fiets gemaakt kon worden, want hij wilde zaterdag naar Den Haag. Hij dacht dus terug te komen. Het detail staat alleen in dat ene in memoriam. Ik vertel het omdat het zo gewoon is.

In de archieven van het NIOD ligt een brief van ongeveer 21 augustus 1940. Wilhelm Harster, de chef van de Duitse veiligheidsdienst in Nederland, citeerde daarin passages uit Regouts artikel die hij anti-Duits vond. Het besluit viel: Regout bleef vast. Hij werd overgebracht naar Berlijn, naar de gevangenis aan de Alexanderplatz. Daar maakte iemand een tekening van hem, schreef Nooteboom. Wie de tekenaar was, vermeldt hij niet.

Een proces kwam er niet. Hij werd nergens voor veroordeeld.

NUMMER 26.750

In juli 1941 werd Robert Regout naar Dachau gebracht. Er zaten geestelijken uit veel landen van Europa. Volgens Vox kreeg hij het nummer 26.750.

Hij werkte in het transportcommando en op de plantage van het kamp. Dat schrijft Vox, op basis van gesprekken met de archivaris van de jezuïeten. Andere bronnen die ik las, beschrijven zijn werk niet.

Van Gestel, die in september 1941 aankwam, vertelde later dat de periode vóór 1943 in veel opzichten de ergste was. De SS wilde het zelfrespect van gevangenen breken. Duitse priesters zaten in blok 26, met een kleine kapel. De andere geestelijken zaten in de blokken 28 en 30, en kwamen pas eind december 1942 ook naar blok 26. Voor Regout was dat te laat.

In 1942 kwam een klein groepje jezuïeten op zondag bij elkaar. Van Gestel beschrijft hoe ze zo probeerden een gemeenschap te blijven. Regout hoorde erbij.

EEN POOLSE PRIESTER

Vox vertelt nog één verhaal uit Dachau. In april 1942 hielp Regout een stervende Poolse priester. Een bewaker gaf hem daarvoor een trap in zijn kruis.

Dit verhaal komt uit één bron, het artikel in Vox uit 2015. Ik heb het elders niet teruggevonden. Het past bij wat anderen over hem zeiden: Nooteboom en de Vriendenkring schrijven allebei dat hij zijn medegevangenen steunde en een voorbeeld voor hen was. Maar een tweede verslag van precies deze gebeurtenis ken ik niet.

Nooteboom noteerde ook hoe Regout bad. Dagelijks bad hij het Onze Vader, en bij de regel En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze (Mattheüs 6:13) gaf hij een eigen uitleg. Hij bad het als: “beproef ons niet boven onze krachten.” Nooteboom schreef de bede zelf op in de katholieke woorden die Regout kende, met “bekoring” in plaats van “verzoeking”.

Ik blijf bij die regel hangen. Hier bidt een man in een concentratiekamp niet om bevrijding, en ook niet om kracht om alles te dragen. Hij vraagt God om de last niet zwaarder te maken dan hij aankan. Wat zou jij bidden, als je wist dat je nergens heen kon?

ACHTTIEN DECEMBER 1942

In december 1942 was Regout ziek. Van Gestel schreef later dat hij stierf aan lever- en hartklachten; Vox en de Oorlogsgravenstichting noemen uitputting. De Waele spreekt van wrede en vernederende behandeling. Waarschijnlijk zijn het verschillende woorden voor hetzelfde lichaam dat op was.

Op 18 december schreef hij een brief aan Piet van Gestel, een medebroeder in het kamp. Alles wijst erop dat dit dezelfde Van Gestel is als de vriend aan het gaas, maar de bronnen zeggen het niet met zoveel woorden. Hij noemde hem “Off.”, een afkorting van officier. De Vriendenkring heeft het handgeschreven stuk gescand en uitgeschreven. Het is een geestelijk testament, en het moest geheim blijven zolang hij leefde.

In die brief aanvaardt hij dat hij zijn leven moet geven. Hij doet dat, schrijft hij, “met groote vreugde voor Geloof en Vaderland”. Hij denkt daarbij in het bijzonder aan de studenten en professoren van de Nijmeegse universiteit. Hij vraagt zijn medebroeders vergeving voor zijn slechte voorbeeld, vooral voor slordigheid in zijn geestelijk leven. Hij dankt de jezuïetenorde voor het vertrouwen. Hij denkt aan zijn moeder en zijn familie, en aan zijn vele vrienden.

De toon is niet somber. Hij schrijft dat hij van plan is beter te worden, ook omwille van twee mannen die voor hem zorgen. Over een van hen zegt hij dat die voor hem vecht als een moeder voor haar kind. Wie die twee waren, blijkt niet uit de bronnen die ik las. En hij vraagt om de gebeden van katholieke en protestantse broeders en collega’s.

Die laatste regel raakt me. Katholieken en protestanten leefden in het Nederland van toen vaak in gescheiden werelden. Hier vroeg een Maastrichtse jezuïet op zijn ziekbed in Dachau om de gebeden van allebei.

EEN GEWONE DOOD

Robert Regout stierf op 28 december 1942. Hij was zesenveertig jaar en had bijna tweeënhalf jaar gevangen gezeten. In het register van de Oorlogsgravenstichting staat 29 december; de biografie op dezelfde pagina, De Waele, Vox, Streven en Nooteboom noemen de 28e.

Van Gestel schreef in 1947 kort dat ze Regout in december 1942 verloren. Hij noemde hem en de andere jezuïeten die in Dachau stierven onopvallende, moderne martelaren. Hun lichamen waren gebroken, schreef hij, maar hun geest had gewonnen. Volgens de Vriendenkring zei een medepriester bij het sterfbed dat het een gewone, serene en gelukkige dood was. Wie die priester was, staat er niet bij.

Ruim een week eerder had hij geschreven dat hij zijn leven met vreugde gaf. Het is het enige wat we zeker weten over zijn binnenkant in die laatste dagen, en het komt van hemzelf.

WAT BLEEF

In Nijmegen ging het leven onder de bezetting door. Pas na de bevrijding van de stad, in het najaar van 1944, kon er openlijk over hem geschreven worden. Op 3 november 1944 verscheen in De Gelderlander het eerste in memoriam, van Uri Nooteboom. Nooteboom was een jonge medewerker van de universiteit en journalist. Hij kwam zelf op 5 mei 1945 bij Den Bosch om het leven.

Ben Telders, Regouts promotor, stierf in 1945 in Bergen-Belsen. Twee mannen die samen hadden nagedacht over recht tussen volken, kwamen allebei om in Duitse kampen. De Waele noemt Regout in zijn artikel een martelaar voor het volkenrecht. De leerstoel volkenrecht in Nijmegen werd in 1948 weer bezet, door L.J.C. Beaufort.

In Maastricht staat zijn naam op een gedenksteen in het familiegraf op de Algemene Begraafplaats. In de doopkapel van de Sint-Martinuskerk in Wyck, waar hij gedoopt werd, hangt een portret van hem. In Nijmegen hangt een plaquette, en in verschillende steden is een straat naar hem genoemd. In Maastricht nog niet, schrijft de Oorlogsgravenstichting.

In 2002 richtten vrienden en bewonderaars de Vriendenkring Robert Regout op. In 2004 verscheen een biografie onder redactie van Marc Lindeijer en A. Welle. Sinds 2006 is er elk jaar rond 4 en 5 mei een Robert Regout-lezing, voor studenten en professoren. De eerste werd gehouden door minister Piet Hein Donner, de volgende door Jan Pronk en generaal Dick Berlijn. In een stuk uit 2006 schreef een jezuïet dat Regout een nieuwe Nederlandse heilige zou kunnen worden. Of daar een proces voor loopt, heb ik niet kunnen vaststellen.

EEN PLAQUETTE VAN TWAALF KILO

In september 2015 zou in Dachau een bronzen plaquette worden geplaatst, gemaakt door de Nijmeegse kunstenaar Cor Litjens. Volgens Vox woog hij ongeveer twaalf kilo. Op de plaquette staat de opdracht waarmee de jaarlijkse lezing ook werkt: “Met inzet van al zijn krachten het recht en de waarheid te helpen vestigen in deze wereld.”

Robert Regout heeft geen onderduikers verborgen en geen wapens gedragen. Hij schreef een artikel over wat een bezetter mag. Hij meldde zich zelf toen ze hem zochten. In het kamp gaf hij een vriend een pijp en een kruimel brood door het gaas.

Zo kwam er brons met zijn naam naar Dachau, naar de plek waar hij nummer 26.750 was.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 18 januari 1896 in Maastricht in de familie Regout; vader Louis Regout, later minister; jezuïet en priester (wijding 1927); rechtenstudie in Leiden; hoogleraar volkenrecht en studentenmoderator in Nijmegen (1939-1940); oratie op 28 februari 1940; het artikel “De rechtstoestand in bezet gebied” (1940); Gestapo aan de deur op 29 juni 1940 en vrijwillige melding op 3 juli 1940; gevangenschap in Arnhem en Berlijn; vanaf juli 1941 in Dachau; overlijden in Dachau eind december 1942.

Alleen uit eigen getuigenis of één tijdgenoot: de pijp en de hostie bij het gaas (alleen Van Gestel); het geestelijk testament van 18 december 1942 (Regouts eigen brief, bewaard door de Vriendenkring); de fiets voor zaterdag, de tekening in Berlijn en zijn uitleg van het Onze Vader (alleen Nooteboom); de woorden van de medepriester bij het sterfbed (alleen de Vriendenkring, zonder naam).

Onbevestigd: de trap van een bewaker na hulp aan een stervende Poolse priester, het gevangenennummer en zijn werk in transportcommando en plantage (alleen Vox, 2015); het geboortehuis aan de Stationsstraat en de doop in de Sint-Martinuskerk (alleen de Oorlogsgravenstichting); een mogelijke heiligverklaring.

Duiding: de sterfdatum is 28 december volgens bijna alle bronnen, 29 december volgens het register van de Oorlogsgravenstichting. De formele reden van zijn arrestatie was een verdenking van contact met Friedrich Muckermann; de Duitse veiligheidsdienst hield hem vast om zijn artikel. Een proces is nooit gevoerd. Over de oorzaak van zijn dood lopen de woorden uiteen: uitputting, lever- en hartklachten, wrede behandeling.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Oorlogsgravenstichting, Robertus Hubertus Wilhelmus Regout
  2. Peter van Gestel S.J., “Jesuits in the Bonds of Dachau”, Woodstock Letters 76 (1947)
  3. Uri Nooteboom, In memoriam, De Gelderlander 3 november 1944 (via Vriendenkring Robert Regout)
  4. Henri de Waele, “Commemorating Robert Regout (1896-1942)”, Journal of the History of International Law 7 (2005)
  5. Vox (Radboud Universiteit), 24 september 2015
  6. Marc Lindeijer, “Robert Regout S.J. (1896-1942)”, Streven, oktober 2006 (via DBNL)
  7. “Regout”, jezuïetenuitgave 2006 (via DBNL)
  8. Vriendenkring Robert Regout, Leven
  9. Vriendenkring Robert Regout, Testament
  10. Vriendenkring Robert Regout, startpagina
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel