Tot inde dood

Deel 1 · Tot in de dood · Hoofdstuk 7

Nico Kluiters

herder van de herders

1940-1985Delft en Libanon

Eind december 1982 zat Nico Kluiters in Barqa, een christelijk dorp in de Bekaa-vallei in Libanon. Al weken had hij geen telefoon. Er werden luchtaanvallen uitgevoerd op het Syrische leger, en daarna kwam de wraak. Honderden christenen in de streek werden ontvoerd, van wie enkelen werden vermoord. Een bisschop en twee vicarissen werden gekidnapt en later vrijgelaten.

Hij had kunnen vertrekken. In zijn kerstbrief van dat jaar beschreef hij de keuze die voor hem lag: “de vlucht nemen, of proberen de moed erin te houden”. Hij bleef. Hij schreef dat hij zich dat jaar meer dan ooit missionaris voelde, iemand die zich helemaal geeft aan het volk dat hem is toevertrouwd. Die woorden kennen we uit zijn eigen brieven, die de Nederlandse jezuïeten later publiceerden.

Twee jaar en drie maanden later was hij dood. Een Nederlandse priester uit Delft, die eerst kunstenaar wilde worden, werd op een weg in Libanon ontvoerd. Zijn lichaam lag onder in een ravijn. In Barqa hangt zijn portret in de huizen, en sinds 2022 onderzoekt een kerkelijke rechtbank in Beiroet of hij om zijn geloof is gestorven.

Het begon in een melkwinkel.

EEN MELKWINKEL IN DELFT

Nicolaas Kluiters, Nico genoemd, werd geboren op 25 mei 1940 in Delft. Zijn ouders hadden een melkwinkel, en het gezin was katholiek, zo staat het in de biografie die de jezuïeten over hem publiceerden. Over zijn broers of zussen vond ik niets betrouwbaars, dus ik laat ze weg.

In Delft stond het Stanislascollege, een school van de jezuïeten. Nico kende de paters daar. Het is de plek waar later, in november 2014, een kleine kapel voor hem werd ingewijd.

Als jongen tekende hij veel. Hij ging naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en gaf daarna les in tekenen en schilderen. Het leek erop dat hij kunstenaar zou worden.

Maar hij zocht. Volgens Federico Lombardi, de jezuïet die een uitgebreid artikel over hem schreef in het tijdschrift La Civiltà Cattolica, ging hij in die jaren naar Taizé, de oecumenische broedergemeenschap in Frankrijk. Hij kwam in contact met de Kleine Broeders van Charles de Foucauld, die tussen arme mensen leven. Hij werkte mee met de voddenrapers van Abbé Pierre in Frankrijk. En hij leerde een benedictijnenklooster van binnen kennen.

Het waren allemaal plekken waar gebed en armoede dicht bij elkaar lagen. Uit die zoektocht kwam een besluit. In 1965 meldde hij zich bij het noviciaat van de Nederlandse jezuïeten.

Zijn kunst gaf hij daarvoor niet op. Lombardi schrijft dat Nico het zelf zo zag: hij voelde zich geroepen om een “schilder van mensen” te worden. Ook na zijn priesterwijding bleef hij kunstenaar.

Zijn novicemeester, de jezuïet Piet van Breemen, noemde hem later onconventioneel. Volgens Thom Sicking, de jezuïet die zijn dossier voor de zaligverklaring samenstelde, ging Nico in de woelige jaren na het Tweede Vaticaans Concilie niet zomaar mee met alles wat er veranderde. In die tijd verlieten veel priesters en religieuzen hun orde. Nico bleef.

EEN ZENDINGSVELD DAT LIBANON HEETTE

Waarom Libanon? Lombardi legt het uit. De Nederlandse jezuïeten waren gewend om missionarissen naar Indonesië te sturen. Eind jaren vijftig kon dat niet meer. De generale overste in Rome stuurde de Nederlanders die zich voor de missie aanboden daarom naar het Midden-Oosten. In 1958 vertrok de eerste groep van vijf. Een van hen was Peter-Hans Kolvenbach, die later de wereldwijde leider van de jezuïeten zou worden.

Nico volgde die weg. Na ongeveer een jaar noviciaat in Nederland werd hij in 1966 naar Bikfaya gestuurd, in de bergen van Libanon. Daar maakte hij zijn noviciaat af en begon hij Arabisch te leren. Van 1968 tot 1970 studeerde hij in Beiroet voor maatschappelijk werker. Daarna volgden filosofie in Frankrijk en theologie in Beiroet.

In de zomer van 1973 werd hij in Amsterdam tot priester gewijd. Hij ging terug naar Libanon en kwam terecht in Taanayel, een plaats in de Bekaa-vallei waar de jezuïeten een gemeenschap hadden. Vanuit dat huis trok hij de dorpen in.

De Bekaa ligt in het oosten van Libanon. In het noorden ervan wonen vooral sjiitische moslims, met hier en daar een christelijk dorp. Daar ging hij werken, tussen arme christenen.

EEN TESTAMENT VOOR KERSTMIS

In april 1975 brak in Libanon de burgeroorlog uit. Hij zou vijftien jaar duren.

Eind dat jaar ging Nico naar het buitenland voor wat de jezuïeten het derde jaar noemen, een laatste periode van vorming. Voor hij vertrok, nam hij een jonge catechist mee naar het jezuïetencollege in Jamhour, bij Beiroet. Die jongen heette Ghassibé Keyrouz. Nico had hem zelf opgeleid.

Vlak voor Kerstmis 1975 werd Ghassibé gedood, onderweg naar zijn dorp Nabha. In zijn kamer vond iemand een testament. Hij vroeg daarin om met heel het hart te vergeven aan wie hem gedood hadden. Nico hoorde het nieuws in Europa. Volgens Lombardi droeg hij de nalatenschap van zijn vriend de rest van zijn leven met zich mee.

Ik blijf hangen bij dat testament. Een jonge man in een land dat net in oorlog is, schrijft op papier dat hij zijn moordenaars vergeeft, voordat er iemand is die hem iets aandoet. En zijn leraar zou bijna tien jaar later, niet ver van dezelfde plek, op dezelfde manier sterven. Zo schrijft Lombardi het in de Italiaanse versie van zijn artikel.

HERDER VAN DE HERDERS

In 1976 gaf Nico een interview aan het jaarboek van de Italiaanse jezuïeten. Hij sprak daarin over sociale gerechtigheid als iets wat in het hart van de dienst aan het geloof hoort. En hij beschreef zichzelf met een beeld dat bij hem bleef: hij was eigenlijk een herder van de herders geworden. Hij reed herders in zijn auto rond.

Het is een kleine zin, maar hij zegt veel over hoe hij werkte. Hij had volgens Sicking jarenlang geen eigen huis en woonde bij families in de dorpen. Op den duur sprak hij Arabisch met het accent van het noorden, zei Sicking tegen het persbureau AsiaNews.

De afstanden waren groot. Volgens de jezuïeten in Nederland reed hij dagelijks zo’n tachtig kilometer tussen het huis van de paters en zijn werkgebied. Een ander artikel spreekt van zeven- tot achthonderd kilometer per week, langs vier parochies. Die getallen komen allebei uit de orde, en ze lopen wat uiteen. Duidelijk is dat hij veel onderweg was, over wegen waar ontvoering en moord geen uitzondering waren.

“ONS EIGEN HUIS IS BESCHOTEN”

In 1980 schreef hij naar huis over wat hij om zich heen zag. Er waren ontvoeringen, moorden en wegversperringen. Er was vaak geen elektriciteit. En hij schreef de korte zin: “Ons eigen huis is beschoten.” Volgens zijn kerstbrief van dat jaar ging het om het huis in Taanayel.

Met Kerstmis dat jaar was Zahlé, de hoofdstad van de streek, belegerd door Syrische troepen en hun bondgenoten. De telefoon viel vaak uit. Nico vierde in twee van zijn parochies een nachtmis. In zijn kerstbrief beschreef hij volle kerken en uren biechthoren. Hij leefde midden in het geweld, schreef hij, en tegelijk noemde hij de kerstnacht een groot feest.

Wat doe je als het gevaar elke dag een paar kilometer verderop staat? Je kunt erover nadenken op een veilige bank in Nederland. Nico moest het beslissen in een auto op een Libanese bergweg, en daarna nog een keer, en daarna weer.

EEN DORP MET TWEE KERKEN

In 1981 vroeg de maronitische aartsbisschop van Zahlé, Georges Iskandar, hem om pastoor te worden van Barqa. De maronieten zijn een oosterse kerk die met Rome verbonden is. Barqa was een dorp van ongeveer zeventienhonderd mensen in het noorden van de Bekaa. Het lag tussen Chlifa, Aynata en Nabha, in een verder sjiitisch gebied.

Het dorp was verdeeld. Er stonden twee kerken, en twee delen van het dorp leefden al lang langs elkaar heen. Nico liet tussen die twee kerken een school bouwen. Volgens Sicking bracht die school de twee helften van het dorp weer bij elkaar. Hij haalde zusters van de Congregatie van de Heilige Harten naar Barqa om de school te leiden.

Er kwam meer. Een weg naar de akkers. Waterleidingen en irrigatie, zodat boeren fruitbomen konden planten in plaats van hasj te telen. Een naaiatelier waar vrouwen werk vonden. Een kleine kliniek, gesteund door de Orde van Malta. Op een heuvel bouwde hij een kerk voor de zomer, wanneer de herders met hun dieren hoog in de bergen zaten. Volgens de Nederlandse jezuïeten kwam een deel van het geld uit Nederland. Hij wilde dat alles voor iedereen toegankelijk was.

Er gaat één verhaal rond dat ik alleen bij de Nederlandse jezuïeten heb gevonden. Toen het dak van de kerk gestort moest worden, kwam Nico Palestijnse strijders tegen. Hij ging met hen in gesprek, en daarna kon het dak gestort worden. Wat er gezegd werd, weet ik niet. Een tweede bron ontbreekt.

DE KRUISWEG VAN BARQA

Sinds 1980 liep Nico elk jaar op Goede Vrijdag een kruisweg met de mensen van Barqa, buiten, langs staties in het landschap. In datzelfde jaar werd in het dorp een officiële verzoening gesloten tussen twee tegenstanders. Lombardi noemt het in één adem met de kruisweg.

In een notitie uit 1984 beschreef Nico wat hij als het wonder van zijn roeping zag. Mensen die tegen elkaar vochten, waren veranderd in mensen die samen aan hun toekomst bouwden. Zo citeren zowel Lombardi als AsiaNews hem.

Het vredeswerk had ook een andere kant. Volgens Sicking maakte zijn invloed in de streek hem lastig voor politieke partijen. AsiaNews noemt pro-Syrische, linkse en sjiitische groepen. Nico wist dat zijn leven bedreigd was. In 1983 beschreef hij de omstandigheden: dorpen die werden afgesloten, het gevaar van ontvoering, al sinds 1975 geen telefoon, vaak geen stroom en geen water. Hij schreef dat alleen het geloof hem in staat stelde om “met heel mijn hart te werken voor een betere wereld”.

Met Kerstmis 1983 schreef hij dat hij nog nooit zo goed had begrepen wat het betekent om naar vrede te hunkeren. Hij verbond dat verlangen met het Kind in de kribbe. De vrede waar het kerstverhaal over spreekt, kunnen mensen volgens hem niet zelf maken. Hij dankte God dat Hij hem naar Libanon had geleid.

SOEDAN OF BARQA

Eind 1984 verliet Nico Barqa voor een tijd van bezinning. Hij volgde vijf weken een cursus over de spiritualiteit van Ignatius in Rome. Daar sprak hij met de generale overste, Peter-Hans Kolvenbach, die hij kende uit zijn studietijd in Beiroet. Hij bood zich aan voor een nieuwe missie in Soedan.

Hoe het besluit daarna viel, vertellen de bronnen net verschillend. Sicking schrijft dat Nico besloot om terug te gaan naar Barqa om zijn werk te verstevigen. AsiaNews schrijft dat Kolvenbach hem vroeg om terug te gaan. Lombardi zegt dat zijn oversten in Rome het besloten. Waarschijnlijk was het een gezamenlijk besluit, zoals dat bij jezuïeten vaak gaat, maar zeker weten doe ik het niet.

Wel staat vast dat hij ging. Zijn moeder schreef dat ze alles al had aanvaard op het moment dat ze instemde met zijn werk in die streek. Lombardi citeert haar brief.

14 MAART 1985

Op 1 maart 1985 was Nico terug in Taanayel. De volgende dag reed hij naar Barqa. Op 13 maart sliep hij bij de franciscaanse zusters in Hermel. Hij had een afspraak in Barqa met het hoofd van de Orde van Malta.

Op 14 maart reed hij haastig terug naar Barqa. Volgens Sicking nam hij de weg langs Nabha en Qaddâm, een weg die hij anderen juist had afgeraden. Hij werd aangehouden. Wat er daarna gebeurde, vertellen de bronnen niet helemaal hetzelfde, en ik wil dat eerlijk laten zien.

Volgens de Nederlandse jezuïeten werd hij aangehouden bij een van de controleposten waar hij dagelijks langs kwam. Hij werd in zijn been geschoten. Vier gewapende mannen van een islamitische organisatie brachten hem naar een grot, waar ze hem martelden en doodden.

Het weekblad Time schreef op 15 april 1985 iets anders. Een paar dagen na de ontvoering werd zijn auto gevonden, met een briefje van een organisatie waar niemand eerder van gehoord had. Een autopsie wees volgens Time uit dat hij kort na zijn ontvoering was gewurgd. De politie dacht aan rovers, niet aan een bekende islamitische groep.

Ik kan die twee verhalen niet met elkaar verzoenen. Time schreef een maand later, met wat de Libanese politie toen dacht. Thom Sicking deed voor de orde het voorbereidende onderzoek, en de orde is ook de partij die zijn zaligverklaring wil. Beide verdienen het om gehoord te worden. Het kerkelijke tribunaal in Beiroet moet hierover nog uitspraak doen.

EEN KLOOF VAN ZEVENENNEGENTIG METER

Dagenlang werd er naar hem gezocht. Op 1 april 1985 werd zijn lichaam gevonden, onder in een kloof van zevenennegentig meter diep, niet ver van Nabha. Time schreef dat een boer hem vond. Volgens de Nederlandse jezuïeten wezen gieren de plek aan. De arts die het lichaam onderzocht, zei volgens de jezuïeten dat hij in tien jaar oorlog nog nooit zo’n gehavend lichaam had gezien. Ik schrijf er niet meer over dan dat.

Nico Kluiters was vierenveertig jaar oud.

Time noemde hem de eerste van zeventien westerlingen, in veertien maanden in Libanon ontvoerd, die dood werd gevonden. Voor de wereldpers was hij een gijzelaar. In Barqa was hij hun pastoor.

Op woensdag 3 april 1985, in de Goede Week, werd hij begraven in de kapel van de Consolata in Taanayel. In Barqa werd na zijn dood een gebed in het Arabisch gevonden dat hij had geschreven. Volgens Lombardi bad hij daarin om bevrijding en eenheid voor alle mensen, ook voor moslims.

“OM ZIJN GELOOF”

In oktober 1988 schreef Peter-Hans Kolvenbach over hem in het Nederlandse blad De Heraut. Hij noemde Nico een broeder “die om zijn geloof met wrede en onbegrijpelijke haat werd vermoord”. Volgens AsiaNews zei Kolvenbach ook dat zijn dood geen verrassing was. Hij zag het als de vrucht van een lange tijd van rijping.

Of Nico echt om zijn geloof werd gedood, is precies de vraag die nu op tafel ligt. Op zaterdag 22 januari 2022 opende bisschop César Essayan in de Sint-Jozefkerk van de jezuïeten in Beiroet het proces dat kan leiden tot zijn zaligverklaring. Alle betrokkenen legden een eed af. Thom Sicking, een Nederlandse jezuïet die in Libanon woont, is vice-postulator. Hij verzamelde de getuigenissen en stelde het dossier samen. Dezelfde dag vierde de bisschop een mis voor de mensen van Barqa.

Ik vind het belangrijk om te zeggen wat ik niet weet. Ik weet niet wie hem gedood heeft. Ik weet niet wat die mannen dachten. Wat ik wel weet, is wat hij zelf schreef, jaar na jaar, over blijven waar het gevaarlijk was. En ik weet dat hij terugging naar Barqa, terwijl Soedan ook een mogelijkheid was.

Herken je dat, een plek waar het moeilijk is en waar je toch weet dat je moet zijn? De meeste mensen hoeven daar niet hun leven voor te geven. Nico Kluiters schreef in 1982 dat hij moest kiezen tussen vluchten en de moed erin houden. Hij koos twee keer hetzelfde.

EEN PORTRET IN DE HUIZEN VAN BARQA

In 2013 schreef de Frans-Libanese journaliste Carole Dagher een biografie over hem in het Frans. Op 13 november 2014 werd naast de grote kapel van het Stanislascollege in Delft een kleine gedachteniskapel ingewijd, voor hem en voor Frans van der Lugt, de Nederlandse jezuïet die dat jaar in Homs in Syrië werd gedood. In maart 2023 werd de Nederlandse vertaling van Daghers boek in Delft gepresenteerd. In maart 2025, veertig jaar na zijn dood, verscheen een bundel met zijn eigen brieven en dagboekfragmenten, samengesteld door de jezuïet Frans Berkemeijer in Beiroet.

Bij die laatste presentatie, in De Krijtberg in Amsterdam, kreeg een nieuw portret van Nico een plek naast dat van Frans van der Lugt. Het werd geschilderd door André Bikker.

In Barqa was dat portret er al lang. Volgens de jezuïeten hangt zijn beeltenis in de kerk en in de huizen van katholieke gezinnen. Er branden kaarsen en wierook voor. Zijn graf wordt druk bezocht, en gelovigen roepen hem in hun gebed aan.

De jongen uit de melkwinkel in Delft wilde schilder van mensen worden. In een dorp in de Bekaa kijken nu de mensen naar zijn gezicht aan hun muur.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Delft in 1940 (25 mei volgens de jezuïeten); intrede bij de jezuïeten in 1965 en vertrek naar Libanon; jarenlang pastoraal en sociaal werk in de Bekaa-vallei en als pastoor van Barqa; ontvoering op 14 maart 1985; het vinden van zijn lichaam in een ravijn eind maart of begin april 1985 (Time en de jezuïeten); de opening van het zaligverklaringsproces in Beiroet op 22 januari 2022 (jezuïeten, AsiaNews, Université Saint-Joseph).

Alleen uit eigen getuigenis of uit de jezuïetenorde: de melkwinkel van zijn ouders; de zoektocht langs Taizé, Abbé Pierre en Charles de Foucauld; de uitspraak over “schilder van mensen”; het verhaal van Ghassibé Keyrouz en zijn testament; de citaten uit zijn kerstbrieven en brieven van 1980, 1982 en 1983; de projecten in Barqa en de verzoening in het dorp; de bedreigingen; de gang van zaken in Rome in 1984; de route via Nabha en Qaddâm; de marteling in een grot door vier gewapende mannen; de begrafenis op 3 april 1985 in Taanayel; de verering in Barqa.

Onbevestigd: het gesprek met Palestijnse strijders bij de bouw van het kerkdak (alleen één jezuïetenpagina); wie hem precies ontvoerde en waarom. Time meldde in 1985 een briefje van een onbekende organisatie, een autopsie die op wurging wees en een politietheorie over rovers. De orde spreekt van islamitische militanten en haat tegen het geloof. Ook het jaar waarin zijn vaste missie in Libanon begon, verschilt per bron (1966 of 1976).

Duiding: of Nico Kluiters als martelaar gestorven is in de kerkelijke betekenis, onderzoekt het tribunaal in Beiroet nog. Dit hoofdstuk noemt hem een martelaar in de zin van dit boek: iemand die gedood werd terwijl hij om zijn geloof bleef waar het gevaarlijk was.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, “Nico Kluiters sj” (persoonspagina)
  2. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, Federico Lombardi, “Nico Kluiters sj: martelaar voor geloof, gerechtigheid en vrede”, 20 januari 2022
  3. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, “Proces zaligverklaring Nederlandse jezuïet Nico Kluiters officieel van start”, 20 januari 2022
  4. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, “In onze harten groeit iets dat met de vrede van het Kind te maken heeft”, 21 december 2020
  5. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, “Inwijding kapel Nico Kluiters sj en Frans van der Lugt sj”, 15 november 2014
  6. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, “Boekpresentatie: Nicolaas Kluiters, herder in een verscheurd Libanon”, 2023
  7. Jezuïeten Nederland en Vlaanderen, “Boekpresentatie Verzoeningsartiest in het gebroken Libanon”, 2025
  8. Jesuits Europe, Thom Sicking sj, “Nicolas Kluiters, towards a beatification”, 2021
  9. Jesuits Europe, “Beatification process Dutch Jesuit started”, 2022
  10. La Civiltà Cattolica, Federico Lombardi, “Nicolas Kluiters: A Martyr for Faith, Justice and Peace”
  11. La Civiltà Cattolica, Federico Lombardi, “Nicolas Kluiters, gesuita in Libano”, oktober 2020
  12. AsiaNews, Fady Noun, 28 januari 2022
  13. Time, “Terrorism: Death of a Captive”, 15 april 1985
  14. Jesuits Global, “In the Bekaa Valley…”, 4 april 2019
  15. Université Saint-Joseph Beiroet, mis voor de zaligverklaring van Nicolas Kluiters, 23 december 2021
  16. Proche-Orient Chrétien 71/1, Gabriel Hachem, “Introduction: Special witnesses”
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel