Op de dijk aan de Haven in Volendam staat een monument dat Water heet. Een Volendammer kunstenaar, Jans van Baarsen, maakte het in 2002. Het staat tegenover een pand waar sinds de brand geen café meer is geweest. In dat gebouw zat ooit het café De Hemel, door iedereen in het dorp ’t Hemeltje genoemd. Toen de gemeente het pand kocht, werd afgesproken dat er vijftig jaar lang geen café meer in mag komen.
Verderop in het dorp, aan het Kerkepad, staat de Sint-Vincentiuskerk. Een grote katholieke kerk in neobarokke stijl, met een torenspits boven de daken van het oude vissersdorp. Achter de kerk ligt het kerkhof. Op 1 januari 2026 brachten medewerkers van de gemeente daar manden vol bloemen naar veertien graven. Volendammers hadden die bloemen die ochtend meegenomen naar de kerk.
Tussen die twee plekken, het café en de kerk, ligt het verhaal van dit hoofdstuk. Het gaat over een nacht die een dorp brak, en over een parochie die in de weken daarna het huis werd waar iedereen naartoe ging. Er is geen held in dit verhaal. Er is een pastoor die bijna alle uitvaarten leidde, er zijn vrijwilligers die verzekeringspapieren invulden, en er is een dorp dat jaren later ontdekte hoe lang het had gezwegen.
Ik schrijf het met de grootste voorzichtigheid. De meeste mensen over wie het gaat, leven nog. Hun namen laat ik weg.
EEN DORP DAT IN 1860 ZIJN EIGEN KERK KREEG
Volendam had lang geen eigen katholieke kerk. Volgens een reisgids over de streek kwam die er pas in 1860, nadat de dorpelingen bij het bisdom hadden geklaagd. Het jaartal klopt met een persbericht uit januari 2001: de parochie had een jaar eerder haar honderdveertigste verjaardag gevierd.
Een parochie is in de katholieke kerk de plaatselijke geloofsgemeenschap, met een eigen kerkgebouw en een pastoor die er de verantwoordelijkheid voor draagt. Volendam heeft ook een tweede parochie, Maria Sterre der Zee. Sterre der Zee is een oude bijnaam voor Maria, de moeder van Jezus, vooral geliefd bij vissers en zeelieden. Wat die tweede parochie in de rampweken precies deed, heb ik in de bronnen niet kunnen terugvinden. Het persbericht uit 2001 noemt haar wel als zusterparochie.
Over de geloofsbeleving in het dorp zegt datzelfde bericht iets opvallends. Volendam telde toen bijna twintigduizend inwoners, en ongeveer de helft ging geregeld op zondag naar de mis. Voor Nederland in 2001 was dat veel. De parochie had volgens het bericht ook veel priesters en missionarissen voortgebracht.
Een geestelijke van de parochie vatte het in januari 2001 samen in één zin, die het persbureau in het Engels optekende. Vertaald: “In Volendam horen vreugde en verdriet bij de kerk.”
Wat dat betekende, zou het dorp binnen een paar dagen laten zien.
EEN CAFÉ VOOR TACHTIG, MET DRIEHONDERD JONGEREN
In de nieuwjaarsnacht van 2001 was het druk in de cafés aan de Haven. De Hemel lag op de bovenste verdieping van een pand met meerdere cafés. Volgens een reconstructie van MAX waren er ongeveer driehonderd jongeren binnen, terwijl het café er volgens de vergunning tachtig mocht ontvangen. Veel van hen waren tieners. Aan het plafond hing kerstversiering van dennentakken, die kurkdroog was.
Rond half één werden sterretjes uitgedeeld. Een bos sterretjes raakte de versiering. Het vuur sloeg snel over het plafond, en brandende takken vielen op de jongeren eronder. Op één na waren alle nooduitgangen geblokkeerd, zo verklaarde de burgemeester later. Bij de hoofdingang werden jongeren vertrapt. De temperatuur liep volgens de bronnen op tot ongeveer vijfhonderd graden.
Ik ga hier niet verder in op wat er in die minuten gebeurde. Het is beschreven, door overlevenden zelf en door onderzoekers, en wie het wil lezen kan het vinden. Voor dit hoofdstuk is genoeg wat de getallen zeggen.
In de eerste uren werd gesproken over negen of tien doden. Het aantal liep op in de weken daarna, toen jongeren in ziekenhuizen aan hun brandwonden overleden. Uiteindelijk kwamen veertien jonge Volendammers om. Meer dan honderdtachtig raakten gewond, veel van hen met zware brandwonden. Andere bronnen spreken van meer dan tweehonderd. De Nederlandse brandwondencentra waren vol, en gewonden werden ook naar België en Duitsland gebracht. Volgens het persbericht zat ongeveer tachtig procent van de gewonden op dezelfde middelbare school in het dorp.
Hoe groot is een ramp voor een dorp waar iedereen elkaar kent?
ELKE AVOND EEN WAKE
Wat doet een dorp als het niet weet waar het met zijn verdriet heen moet? In Volendam ging het naar de kerk.
Vanaf de nacht van de brand werden er elke avond wakes gehouden, meldde het persbureau in de eerste week. Een wake is in de katholieke traditie een samenkomst van gebed en stilte rond een overledene of een ramp, vaak ’s avonds, voor iedereen die wil komen. De NOS schreef tien jaar later dat de Sint-Vincentiuskerk in 2001 de plek was waar de inwoners samenkwamen om de slachtoffers te herdenken.
In de liturgie van die avonden klonk een regel die het persbureau overnam uit het boekje met gebeden en liederen. Vertaald luidde die: “In het diepste donker weet Hij licht te scheppen.”
Dezelfde geestelijke die over vreugde en verdriet had gesproken, las in die dagen uit het evangelie van Mattheüs. Het is het verhaal waarin de leerlingen van Jezus ’s nachts in een boot zitten, op een meer met tegenwind, en Hem over het water zien aankomen. Ze schrikken. Dan zegt Hij: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd. (Mattheüs 14:27). Een vissersdorp kent nachten op het water. Dat deze tekst gekozen werd, staat in het bericht. Waarom precies deze, staat er niet bij.
VAKANTIEDAGEN VOOR DE BEGRAFENISSEN
Achter de diensten zat veel praktisch werk. Dezelfde geestelijke werkte in het dagelijks leven als belastingadviseur bij het waterschap. Hij nam vakantie, zo meldde het persbureau, om vrijwilligers te helpen. Ze regelden uitvaarten, hielpen gezinnen met verzekeringen en zochten hulp voor wie die nodig had.
Een van die vrijwilligers, een gemeenteraadslid, gaf een verklaring voor waarom dat werk nodig was. Volendammers waren volgens hem niet gewend om de telefoon te pakken en hulp te vragen. Dus kwam de hulp naar hen toe.
Het is een klein detail, en het zegt veel over een gemeenschap die zichzelf redt. Het zou later ook de keerzijde laten zien.
“DE KLOKKEN VAN DE NIEUWJAARSNACHT BRACHTEN GEEN VREUGDE”
Op vrijdag 5 januari 2001 begonnen de uitvaarten, in de kerken van het dorp. Onder de eerste jongeren die begraven werden, waren twee meisjes van dertien.
In het midden van die weken stond pastoor Jan Berkhout van de Sint-Vincentiuskerk. Hij leidde bijna alle uitvaarten van de slachtoffers, schreef NH Nieuws. Hij bezocht gewonden in de ziekenhuizen en stond de ouders bij. Volgens de regionale omroep was hij velen tot steun in de dagen, weken en maanden na de ramp.
Bij een van de uitvaarten sprak hij een zin uit die De Telegraaf op 6 januari 2001 optekende: “De klokken van de nieuwjaarsnacht brachten geen vreugde, ze luidden een rampjaar in.”
Ik heb lang naar die zin gekeken. Klokken die het nieuwe jaar inluiden, en klokken die luiden bij een uitvaart. Een pastoor die in één week vele keren voorgaat bij de begrafenis van een tiener, moet woorden vinden waar geen woorden voor zijn. Berkhout koos ervoor om het verdriet niet weg te praten.
Hij werd in die maanden een van de meest zichtbare woordvoerders van Volendam, schreef NH Nieuws later.
VIJFTIENDUIZEND MENSEN ZONDER WOORDEN
Op vrijdag 12 januari 2001 liep Volendam een stille tocht. Volgens CNN liepen er ongeveer vijftienduizend mensen mee, onder wie premier Wim Kok en kroonprins Willem-Alexander. Een stille tocht is in Nederland een vorm van rouw waarin mensen zonder toespraken en zonder muziek samen door de straten lopen.
Of de tocht bij de kerk begon of eindigde, heb ik niet kunnen vaststellen. Het moment laat wel zien dat het verdriet van Volendam het verdriet van het land was geworden. De dorpelingen deelden het met mensen die van ver kwamen, en hielden tegelijk vast aan hun eigen rituelen in de eigen kerk.
Op 18 januari overleed in een Duits ziekenhuis de twaalfde jongere. Er zouden er nog twee volgen.
EEN RAPPORT MET EEN HARDE CONCLUSIE
Ondertussen begon het onderzoek. Op 15 januari 2001 stelde de regering een commissie in onder leiding van J.G.M. Alders, de Commissie onderzoek cafébrand Nieuwjaarsnacht 2001. Op 21 juni bood ze haar rapport aan.
De conclusie was hard. Volgens de commissie hadden de horecaondernemer en de gemeente Edam-Volendam hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid veronachtzaamd. Ook waren gemeente en hulpdiensten onvoldoende voorbereid op een ramp. En de commissie zei er iets bij dat verder reikte dan Volendam: de situatie in het dorp was niet uniek. Elders in Nederland had het ook kunnen gebeuren.
De burgemeester en een wethouder traden af. De eigenaar van het café werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Hij betaalde schadevergoeding en verkocht de panden aan de gemeente.
WAT HET KABINET IN JULI 2001 BELOOFDE
Op 16 juli 2001 stuurde staatssecretaris G.M. de Vries van Binnenlandse Zaken het kabinetsstandpunt naar de Tweede Kamer. De brief laat zien wat de brand in Volendam in gang zette.
Alle gemeenten in Nederland werden gevraagd om nog dat jaar een actieprogramma brandveiligheid te maken, met een inhaalslag bij de gebruiksvergunningen. Zo’n vergunning bepaalt hoeveel mensen een gebouw veilig kan hebben en welke vluchtwegen er moeten zijn. Gemeenten moesten krachtiger gaan handhaven. Er kwam onderzoek naar de brandveiligheid van versieringen, en gemeenten kregen het advies om alleen onbrandbare plafondversiering toe te staan. Psychosociale nazorg, de hulp aan mensen bij de geestelijke gevolgen van een ramp, werd een vast onderdeel van de rampenopvang. Het Rijk trok 51,7 miljoen gulden uit voor hulp aan de slachtoffers.
De gevolgen waren blijvend. Het vakblad Security Management schreef in 2026 dat de cafébrand, samen met de vuurwerkramp in Enschede van mei 2000, leidde tot een grote investering in brandpreventie bij brandweer en gemeenten. Horecazaken werden in de jaren daarna extra gecontroleerd, op vluchtwegen, op het aantal bezoekers en op brandveilige decoratie. Rond de kerst gebeurt dat nog steeds extra intensief. Ook de NOS en NL Times schreven bij de herdenking van 2026 dat de landelijke regels voor de horeca na Volendam werden aangescherpt.
Over de kerk zegt de brief van het kabinet niets. Pastorale zorg staat er niet in. Het kabinet ging over regels, de parochie over mensen. De pastoor zelf zag wel een verband. Volgens NH Nieuws pleitte Jan Berkhout na de ramp voor een landelijk pastoraal rampenplan. Of dat plan er ooit in die vorm kwam, heb ik niet kunnen vinden. Hij schreef over zijn ervaringen het boek Pastoor van Volendam. In 2006 werd hij ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
EEN PASTOOR DIE HET NIET LANGER VOLHIELD
In 2003 vertrok Berkhout uit Volendam. Het combineren van de nazorg met het drukke werk in de parochie was te zwaar geworden, zo vertelde hij later aan NH Nieuws. Tot 2007 bleef hij met de families in contact, in een groep voor ouders.
Het is een eerlijk deel van dit verhaal. De parochie droeg het dorp, en de man in het midden raakte er zelf door uitgeput. Je kunt dat lezen als een tekort. Je kunt er ook in zien hoeveel er van één mens gevraagd werd.
In 2006 verscheen het boek Ouders van Volendam van Leo Fijen. Hij sprak voor het boek met de ouders van negen van de veertien overleden jongeren. Wat ze precies vertelden, heb ik niet zelf kunnen lezen.
“DE GEMEENSCHAPSZIN IS VERGROOT”
Op nieuwjaarsdag 2011, tien jaar na de brand, kwam Berkhout terug. Het comité dat de herdenking voorbereidde en de families van de veertien jongeren hadden hem gevraagd. Hij was zeventig. In de ochtend ging hij voor in een speciale mis in de Sint-Vincentiuskerk. De kerk zat vol met ongeveer vierhonderd mensen.
Daarna liep het dorp naar het monument aan de Haven. De burgemeester sprak. De namen van de veertien jongeren werden voorgelezen, er werden bloemen gelegd en het werd stil. ’s Middags kwamen jongeren opnieuw samen in de kerk, voor een bijeenkomst met muziek en toespraken.
In de dagen ervoor had Berkhout aan NH Nieuws verteld hoe hij de families zag. “Het verlies blijft, maar ze hebben het een plek kunnen geven,” zei hij. Over het dorp was hij positief: “De gemeenschapszin is vergroot.” Hij wilde die dag één vraag stellen. Hoe gaat het nu echt met jou?
Hij zei er iets bij dat minder vaak geciteerd werd. Een deel van het dorp wilde volgens hem al in het eerste jaar een streep onder de ramp zetten, terwijl slachtoffers en nabestaanden juist ruimte nodig hadden om hun verhaal te vertellen.
DAAR PRATEN WE NIET MEER OVER
Die waarschuwing bleek terecht. De vereniging van slachtoffers en nabestaanden besloot in 2011 dat de brand voortaan minder uitgebreid herdacht zou worden. In de jaren daarna werd er in Volendam steeds minder over gesproken, schreef NH Nieuws in 2020. Een overlevende vertelde later dat hij zijn eigen problemen minder erg vond dan die van anderen. Een jonge vrouw die in 2001 zwaar gewond raakte, maakte in 2021 een documentaire met een veelzeggende titel: Daar praten we niet meer over.
Hier wordt zichtbaar wat een hechte gemeenschap kan kosten. Het dorp dat zichzelf zo goed opving, had moeite om het verdriet hardop te blijven delen. Mensen pakten de telefoon niet, zoals die vrijwilliger in 2001 al zei. Twintig jaar na de brand begonnen overlevenden met gespreksavonden onder de naam Volendam Spreekt. Onderzoekers van de Universiteit Leiden gingen getroffenen interviewen over de gevolgen op lange termijn.
Op 1 januari 2021 was er weer een herdenkingsdienst in de Vincentiuskerk, in besloten kring. De burgemeester zei dat het dorp en de betrokkenen zelf de regie moesten nemen. Weer was het de kerk waar dat gebeurde.
Jan Berkhout heeft die herdenking niet meer meegemaakt. Hij overleed op kerstavond 2018 in een verzorgingshuis in Huizen, achtenzeventig jaar oud. Na Volendam had hij gewerkt in parochies in Huizen, Uitgeest, Breezand en tot kort voor zijn dood in Tuitjenhorn.
VEERTIEN MINUTEN KLOKGELUI
In de nieuwjaarsnacht van 2026 luidden in Volendam om half één de kerkklokken. Ze luidden veertien minuten, één minuut voor elke jongere die stierf. Volendammers en mensen uit de omgeving was gevraagd om in die veertien minuten geen vuurwerk af te steken.
De volgende ochtend werden kransen gelegd bij het monument op de dijk. Daarna ging het dorp naar de Vincentiuskerk. De NOS zond de dienst rechtstreeks uit. Voorin stonden portretten van de veertien. Neven en nichten staken kaarsen aan voor hun overleden ooms en tantes. Er brandde een extra kaars voor de ouders van slachtoffers die inmiddels zelf waren overleden. Een broer sprak namens de broers en zussen. Een vrouw die als veertienjarige zware brandwonden opliep, sprak over het belang dat elk verhaal een plek krijgt, ook verdriet dat nog niet verwerkt is.
Rond het middaguur werd in een plantsoen aan de Roerstraat een linde onthuld, dicht bij de straten waar veel slachtoffers woonden. Nabestaanden hadden het idee bedacht. De gemeente noemde de boom een symbool voor samenzijn, met ruimte voor herinnering en bezinning.
Diezelfde nieuwjaarsnacht brandde in het Zwitserse Crans-Montana een café af. Volgens de NOS kwamen daar eenenveertig mensen om. Ook daar ging het om vuurwerk in een volle zaak. Een vrouw uit Volendam zei dat het haar boos maakte dat in Zwitserland precies hetzelfde gebeurde. Op 8 juni 2026 tekenden de gemeente en de Volendamse horeca een afspraak: in de cafés van het dorp komt geen siervuurwerk meer, geen sterretjes en geen fonteinen. Het initiatief kwam van twee vrouwen uit het dorp, van wie er één in 2001 gewond raakte.
Ik denk aan de vraag die Berkhout in 2011 wilde stellen. Hoe gaat het nu echt met jou? Misschien is dat de vraag die een kerk na een ramp het langst moet blijven stellen, ook als iedereen al verder lijkt.
Op het kerkhof achter de Sint-Vincentiuskerk liggen veertien graven. Op nieuwjaarsdag 2026 stonden er manden met bloemen bij. Het dorp had ze eerst mee naar binnen genomen, de kerk in, en daarna pas naar buiten gebracht.
GA ER ZELF HEEN
De Sint-Vincentiuskerk staat aan het Kerkepad in Volendam. Het is een grote neobarokke kerk met een hoge torenspits. Achter de kerk ligt het kerkhof van de parochie. De kerk is niet altijd open; volgens een reisgids zijn bezoekers vooral in het weekend welkom. Kijk voor openingstijden en vieringen op de website van de Sint-Vincentiusparochie.
Op de dijk aan de Haven, tegenover het pand waar café De Hemel zat, staat het monument Water van Jans van Baarsen uit 2002. Hier wordt elk jaar op 1 januari de officiële herdenking gehouden. In een plantsoen aan de Roerstraat staat sinds 1 januari 2026 de herdenkingslinde.
Je kunt een bezoek combineren met het Volendams Museum, dat in 2025 en 2026 de tentoonstelling Onderbroken tijd liet zien over de jongeren die de brand meemaakten. Kijk op de website van het Volendams Museum wat er nu te zien is. Wie het monument en de kerk bezoekt, staat op plekken waar mensen nog altijd rouwen. Ga er rustig en met respect.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de brand in café De Hemel in de nieuwjaarsnacht van 2001 door sterretjes en droge kerstversiering; veertien doden en meer dan honderdtachtig tot tweehonderd gewonden; de Sint-Vincentiuskerk als plek waar het dorp in 2001 samenkwam; pastoor Jan Berkhout leidde bijna alle uitvaarten, bezocht gewonden en stond ouders bij; de stille tocht van 12 januari 2001 met premier Kok en kroonprins Willem-Alexander; de Commissie Alders en haar conclusies; het kabinetsstandpunt van 16 juli 2001; de aanscherping van brandveiligheid en toezicht in de horeca; het aftreden van burgemeester en wethouder; het vertrek van Berkhout in 2003, zijn terugkeer op 1 januari 2011 en zijn overlijden in 2018; het monument Water; de herdenkingen van 2011, 2021 en 2026; het convenant over siervuurwerk van juni 2026.
Alleen uit één bron of eigen getuigenis: de nachtelijke wakes, de begindatum van de uitvaarten en de uitspraken van een geestelijke van de parochie (één Engelstalig persbericht uit januari 2001, door mij vertaald); het kerkbezoek van de helft van het dorp; het aantal bezoekers dat het café volgens de vergunning mocht hebben; de uitspraak van Berkhout bij een uitvaart (via De Telegraaf, geciteerd door Rodi); zijn pleidooi voor een landelijk pastoraal rampenplan en het boek Pastoor van Volendam (NH Nieuws); het stichtingsjaar 1860 (reisgids, ondersteund door het persbericht).
Onbevestigd: de rol van de parochie Maria Sterre der Zee in de rampweken; of de stille tocht bij de kerk begon of eindigde; of er ooit een landelijk pastoraal rampenplan kwam; het precieze huisnummer van de kerk.
Duiding: dat de nieuwe regels voor de horeca uit Volendam voortkwamen, staat in de kabinetsbrief en in latere berichtgeving. Dat de parochie daaraan bijdroeg, zegt geen bron. Haar invloed lag in de opvang van het dorp, en die is moeilijk te meten.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- NOS, “Tien jaar na de nieuwjaarsbrand in Volendam” (31 december 2010)
- NH Nieuws, “Serie: Volendambrand: pastoor Berkhout” (29 december 2010)
- NH Nieuws, “Pastoor Berkhout terug naar Volendam” (2010)
- NH Nieuws, “Volendam herdenkt de cafébrand” (1 januari 2011)
- NH Nieuws, over het overlijden van pastoor Berkhout (26 december 2018)
- Beliefnet, “Churches Become Fonts of Solace for Grieving Dutch Town” (januari 2001)
- CNN, “Dutch fire claims 12th victim” (18 januari 2001)
- MAX Vandaag, “Cafébrand in ’t Hemeltje in Volendam”
- Rodi, “Hoe de nieuwjaarsbrand niet alleen Volendam veranderde” (31 december 2025)
- Tweede Kamer, Kamerstuk 27 575 nr. 5, kabinetsstandpunt Nieuwjaarsbrand Volendam (16 juli 2001)
- Security Management, “Fatale cafébrand in Crans-Montana” (18 februari 2026)
- NH Nieuws, “Volendam spreekt 20 jaar na nieuwjaarsbrand”
- DutchNews, “Survivors and family remember Volendam cafe fire victims” (januari 2011)
- NH Nieuws, “Volendam herdenkt nieuwjaarsbrand in café ’t Hemeltje van 25 jaar geleden” (1 januari 2026)
- NOS, “Volendam herdenkt brand ’t Hemeltje van 25 jaar geleden” (1 januari 2026)
- NL Times, “Volendam commemorates 14 lives lost in New Year’s cafe fire” (2 januari 2026)
- Hart van Nederland, herdenking 25 jaar brand ’t Hemeltje (januari 2026)
- NOS, “Geen siervuurwerk meer in Volendamse cafés” (9 juni 2026)
- In Your Pocket, St Vincentius Church Volendam
- GCatholic, H. Maria Sterre der Zee kerk, Volendam