Wie Rotterdam Centraal uitloopt en de stad in gaat, ziet op de hoek van de Mauritsweg een gebouw dat op geen andere kerk lijkt. De gevel is koperkleurig en gebroken in vlakken, met driehoekige ramen. De Britse architect Will Alsop noemde zijn ontwerp een kristal dat van een klif was gevallen. Rotterdammers gaven het andere namen: de Diamant, of de Koperen Ploert. De klok is het enige kerkelijke teken aan de buitenkant.
Binnen is op de begane grond het Kerkplein. Iedereen mag er binnenlopen voor koffie of thee. Op de verdiepingen erboven zijn er een douche, een warme maaltijd, een arts voor wie geen verzekering heeft, een loket voor mensen zonder geldige papieren en een beperkt aantal bedden. Op zondag is er een dienst, op vrijdagavond een avondgebed. Leden heeft deze gemeente niet. Wie komt, hoort erbij.
Het adres is Mauritsweg 20. Op deze plek stond tot 2007 een andere Pauluskerk. Daar begon, rond 1980, een van de felste en meest omstreden experimenten van een Nederlandse kerk in de twintigste eeuw. Een gemeente liet drugsgebruikers binnen toen de stad niet wist wat ze met hen aan moest. Ze kreeg er dank voor, en woede. Ze kreeg er justitie over de vloer.
EEN KERK UIT 1960 EN EEN DOMINEE UIT SULAWESI
De oude Pauluskerk werd gebouwd in een binnenstad die nog herstelde van de verwoestingen uit de oorlog. Architect Barend van Veen ontwierp haar. In 1960 ging ze open, vlak bij het station.
In 1979 kwam er een nieuwe predikant. Hans Visser was in 1942 in Den Haag geboren, zo staat het in een interview uit 2000. Hij had als pastor bij de Hoogovens gewerkt en daarna ongeveer acht jaar in Midden-Sulawesi, in Indonesië. Hij werd in Rotterdam directeur van de Stichting voor Kerkelijk Sociale Arbeid en begon in de Pauluskerk een diaconaal centrum.
Diaconaat is in de kerk het woord voor de zorg voor mensen in nood. Elke gemeente heeft diakenen die geld inzamelen en arme mensen helpen. In de Pauluskerk werd het diaconaat het hart van de hele kerk. De eigen website van de kerk zegt het zo: vanaf 1979 groeide ze uit tot een plek van ontmoeting en hulp, met een vooral diaconale taak.
Hoe Visser in het leven stond, liet hij in hetzelfde jaar zien. Volgens een verzameling interviews uit 2000 steunde hij in 1979 de havenarbeiders bij een grote staking. Collega’s namen het hem kwalijk. Later zei hij over zichzelf: “Ik kies graag de radicale weg.”
HET VERBOND VAN 1980
In 1980 ontmoette Visser een jonge man van begin twintig. Hij heette Nico Adriaans. Hij was deels in kindertehuizen opgegroeid, kwam uit de wereld van de drugsgebruikers en had de Junkiebond opgericht, een belangenclub van drugsgebruikers zelf. Hij kwam met een voorstel: een verbond tussen de Junkiebond en de Pauluskerk.
We kennen dit verhaal vooral uit de woorden van Visser zelf. In 1996 schreef hij in het Rotterdams Jaarboekje een herdenkingsstuk over Adriaans, die een jaar eerder was overleden. Hij beschrijft hoe de twee samen studieconferenties hielden en een breed front van organisaties vormden. En hoe er in de kerk een eethuis kwam. Daar hadden drugsgebruikers, zo schrijft Visser, voor het eerst een eigen plek.
Uit die samenwerking kwamen meer dingen voort: een Vredeswinkel, een nachtopvang, en later Perron Nul. Samen voerden ze ook een methadonprogramma dat buiten de regels van de overheid om ging. Methadon is een middel dat verslaafden van heroïne af helpt of de ergste nood wegneemt. De verstrekking ervan was streng geregeld. In de Pauluskerk gebeurde het op eigen gezag.
Visser schrijft eerlijk dat ze het vaak oneens waren. Adriaans wilde actie voeren, Visser zocht liever de weg van overleg. Ze kwamen er toch uit, met respect voor elkaar.
Ik vind het een opvallend begin. Een dominee die naar een junk luistert en met hem optrekt. Je kunt er veel van vinden. Maar wie bepaalt eigenlijk in jouw kerk wat de nood van de stad is: de mensen binnen, of de mensen die aanbellen?
SOEP, BROOD EN EEN VOLLE GANG
In de jaren tachtig was heroïne in Rotterdam een zichtbaar probleem, ook in de stationshal. De gemeentelijke gezondheidsdienst deelde schone spuiten uit en verstrekte methadon. Het Nederlandse beleid zag verslaving als een medische zaak, schrijft Frank van der Hoeven van de TU Delft. Waar de regels van de stad ophielden, ging de Pauluskerk verder. Visser beriep zich daarbij op de eigen ruimte die een kerk heeft.
Er kwamen meer mensen dan gebruikers alleen. Dakloze mensen kwamen, asielzoekers, mensen zonder papieren, vrouwen uit de prostitutie, werklozen. Ze kregen soep, brood en iemand die luisterde, zo beschreef een interviewer het rond 2000. De gangen waren druk en lawaaiig. Visser zei dat de kerk er voor iedereen was, ook voor wie niet geloofde.
Hij was geen man van voorzichtige taal. Over drugs zei hij in hetzelfde interview dat een verbod alleen maar problemen gaf. Hij wilde dat drugs uit het strafrecht gingen en net als andere middelen geregeld werden. Veel christenen in Nederland dachten daar heel anders over. Ook dat moet hier gezegd worden.
PERRON NUL, NAAST HET STATION
In 1987 opende Visser vlak naast het station een plek voor dakloze verslaafden. Het heette Perron Nul. Er was toezicht, er was methadon, er waren schone spuiten. Het IVO, een onderzoeksinstituut voor verslaving, noemde het later de eerste gebruiksruimte van Rotterdam: een plek waar mensen hun drugs onder toezicht mochten gebruiken.
Het doel was ook de stationshal vrij te houden. Dat lukte. Maar Perron Nul trok steeds meer mensen. Van der Hoeven schrijft dat het werk op een schaal gebeurde die de stad nog niet had gezien. Het werd te vol. Er waren incidenten.
In 1992 liep het uit de hand. Er kwamen botsingen met taxichauffeurs, die bij het station stonden te wachten, en met mariniers die in de stad gelegerd waren. De bronnen beschrijven het verschillend. Een artikel uit 2013 spreekt van een ontruiming met hulp van taxichauffeurs en mariniers, een interview uit 2000 van een vechtpartij. Hoe het precies ging, heb ik niet kunnen vaststellen.
In de kerk zelf ging het ook mis. In oktober 1992 sloot Visser tijdelijk de ruimte waar gebruikers mochten gebruiken. De reden, zo meldde het Reformatorisch Dagblad: er waren meer dealers dan gebruikers.
TWEE HUISDEALERS EN DUIZEND GULDEN VOOR DE FISCUS
In januari 1994 deed de Pauluskerk iets wat geen kerk in Nederland had gedaan. Visser liet twee dealers in de kerk harddrugs verkopen aan verslaafden. Hij noemde hen huisdealers. Ze moesten zuivere drugs verkopen, tegen de gewone straatprijs. En ze moesten een deel van wat ze verdienden afdragen aan de belastingdienst. De eerste duizend gulden ging volgens het krantenbericht naar de Belastingdienst in Apeldoorn.
Visser legde uit waarom. Hij wilde de overlast rond de kerk verminderen en het gebruik uit de criminele hoek halen. Wie in de kerk kocht, hoefde niet op straat te kopen bij iemand die rommel verkocht.
Op 25 mei 1994 maakte het openbaar ministerie in Rotterdam bekend dat het een onderzoek begon. Werden er in de kerk strafbare feiten gepleegd? Visser zei dat hij zijn plan informeel aan mensen van politie en justitie had voorgelegd, en dat die het een proef waard vonden. De politie reageerde verrast. Ze wist van de plannen, zei een woordvoerder, maar “we hebben er zeker geen toestemming voor gegeven”. De waarnemend hoofdofficier van justitie zei dat hij niet was ingelicht.
Het stadsbestuur koos een middenweg. Het had liever gehad dat Visser vooraf contact had gezocht. Maar in het nieuwe coalitieakkoord stond juist een proef met harddrugs op medisch voorschrift voor zwaar verslaafden. Na de zomer zou het college kijken of het werk van Visser daarin paste.
Ik heb geen bron gevonden die vertelt hoe de gewone kerkgangers van de Pauluskerk over de huisdealers dachten. Die stilte is jammer. Een gemeente bestaat ook uit de mensen die op zondag in de bank zitten, en uit de vrijwilligers die soep schepten.
5 DECEMBER 1994
Eind 1994 sloot de gemeente Perron Nul. De laatste bijeenkomst was op 5 december. Burgemeester Bram Peper had besloten. Visser vond dat de stad een plek sloot zonder iets anders te bieden. Later zei hij dat de problemen in de stad daarna groter werden.
Het IVO schreef in 2007 wat er gebeurde. De dealers en de verslaafden gingen terug naar de wijken waar ze vandaan kwamen. Wie nergens terecht kon, kwam naar de Pauluskerk. Het werd er druk, en er ontstonden gespannen situaties. De kerk richtte in haar eigen gebouw een gebruiksruimte in.
Visser beschrijft die tijd als pijnlijk. Adriaans had hem gewaarschuwd, zo vertelt hij: “als ze je alleen laten en dit de enige plek blijft”, dan ging het mis. Zo ging het ook, vond Visser.
Adriaans zelf werd die maand ernstig ziek. Op 21 januari 1995 zaten de twee mannen samen aan zijn bed. Volgens Visser hielden ze elkaars hand vast en bedankten ze elkaar voor hun vriendschap. Visser gaf hem de zegen. Twee dagen later stierf Nico Adriaans, zevenendertig jaar oud. In zijn huiskamer stond een cactus die bloeide, schrijft Visser. Hij zag er een teken van hoop in.
HEKKEN, LANTAARNPALEN EN EEN PROEFSCHRIFT
De kerk aan de Mauritsweg lag midden tussen huizen. De buren merkten wat er binnen gebeurde. Rond 2000 zeiden omwonenden dat ze zich niet veilig voelden. Er kwamen meer lantaarnpalen, hekken om de tuinen, en struiken werden weggehaald zodat niemand zich erachter kon verschuilen. Visser zei daarover dat er weinig veranderde, maar dat de bewoners zich veiliger voelden. Hoe de bewoners het zelf zagen, staat in de bronnen die ik vond niet in hun eigen woorden. Dat gat moet ik eerlijk benoemen.
In februari 2000 promoveerde Visser in Utrecht. Zijn proefschrift van meer dan driehonderd bladzijden ging over de rol van de kerk in de moderne stad. De dominee van de Pauluskerk was doctor in de theologie geworden. Een Rotterdamse krant wijdde er een column aan.
Rond 2001 verscheen een boek van Visser waarin hij openlijk over de dealers in zijn kerk schreef. Hij noemde hen zijn vrienden.
EEN GAT IN DE MUUR
In september 2003 kwam er een einde aan de handel. De driehoek, het overleg van burgemeester Ivo Opstelten, politie en justitie, besliste dat de verkoop van drugs in de Pauluskerk moest stoppen. Er was sprake van gestructureerde en geregelde handel, zei de woordvoerder van de burgemeester. Gebruik in de kerk zou gedoogd worden. Handel niet.
Het Reformatorisch Dagblad beschreef hoe het werkte. Er waren inmiddels vier dealers. Volgens Visser waren ze er al zo’n tien jaar. Elke ochtend vanaf half tien werd er verkocht. Een koper betaalde vijftien euro door een gat in de muur.
Visser was het er niet mee eens. Hij zei in de krant dat politie en justitie al jaren wisten wat er gebeurde, en dat de kerk de plek was geworden waar de stad haar verslaafden heen stuurde. Hij vreesde dat ze nu weer slechte drugs op straat zouden kopen. Hij stuurde de dealers weg. “We keren terug naar 24 jaar geleden”, zei hij.
Wie had hier gelijk? De burgemeester wees erop dat de wet handel verbiedt, ook in een kerk. Visser wees op de mensen die er elke dag binnenkwamen. Beide kanten hadden een punt. Ik laat het oordeel aan jou.
WEG VAN DE MAURITSWEG
Kort daarna moest de kerk zelf wijken. Het stationsgebied werd vernieuwd. Op de plek van de Pauluskerk, het Rijnhotel en de Calypso-bioscoop kwam een nieuw bouwproject. In 2006 sloot de oude kerk haar deuren, in 2007 ging ze tegen de grond.
Het werk moest ergens anders heen, en daar begon een nieuwe strijd. De nachtopvang verhuisde in 2006 naar de Waalhaven, en de bezoekers werden met een bus heen en weer gebracht. Een dagopvang kwam in 2007 in de Couwenburg. Enkele honderden omwonenden stapten tegen die opvang naar de rechter. Ze verloren de zaak. Het IVO meldde in 2007 dat protesten van omwonenden de verhuizing van de bezoekers vertraagden. Er was ook een tijdelijke plek aan de Westersingel.
Volgens een artikel uit 2013 kraakten krakers na de sloop een pand naast Hotel Centraal, waar dakloze mensen konden blijven tot de nieuwe kerk klaar was. Dat verhaal heb ik in maar één bron gevonden.
In 2008 nam ds. Dick Couvée het werk van Visser over. De zorg voor verslaafden ging naar een andere organisatie, de Nico Adriaans Stichting. Zo bleef de naam van de man uit 1980 aan het werk verbonden.
DE KOPEREN PLOERT
Op zondag 2 juni 2013 ging de nieuwe Pauluskerk open, op dezelfde plek aan de Mauritsweg. De gemeente had Will Alsop aangewezen als architect. De bouw verliep niet zonder moeite. Een projectontwikkelaar zou het gebouw betalen in ruil voor de helft van de grond, maar ging failliet, zo vertelde een bestuurder kort voor de opening.
De indeling liet zien wat de gemeente geleerd had. Beneden het Kerkplein, voor alle Rotterdammers. “Dit wordt de ruimte voor alle Rotterdammers”, zei de hoofdkoster. Daarboven een Open Huis voor mensen zonder verblijfsvergunning, dakloze mensen en wie vastliep, met een arts en maatschappelijk werkers. Op de bovenste verdiepingen een gastenverblijf voor vierentwintig mensen. Overnachten voor drugsverslaafden was er niet meer bij. Ongeveer honderdvijfenzeventig vrijwilligers droegen het werk.
Bij de opening kreeg een oude tekst een plek in het nieuwe gebouw: Overwin het kwade door het goede. Het zijn woorden uit de brief van Paulus aan de Romeinen, de apostel naar wie de kerk heet: Word niet overwonnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (Romeinen 12:21)
Hans Visser werd bij die opening in het zonnetje gezet. In 2020 kreeg Couvée een Rotterdamse onderscheiding, de Lof der Zotheidspeld. Het comité sprak van “een uitzonderlijke combinatie van barmhartigheid en waardigheid”.
“DE GRENS IS NU BEREIKT”
Het oude vraagstuk bleef. In maart 2024 klaagden omwonenden op televisie over de overlast rond de kerk: mensen die op straat sliepen, poep en plas in de portieken, drugsgebruik. Een man die er al zesendertig jaar woonde, zei het kort: “De grens is nu bereikt.” Een andere bewoonster zei dat haar kleinkinderen niet meer op bezoek durfden te komen. Een woordvoerder van de wethouder zei dat de Pauluskerk deels verantwoordelijk was voor het probleem.
Predikant-directeur Martijn van Leerdam zei dat hij de klachten begreep. De kerk probeerde te zorgen voor de mensen die de gemeente in de kou liet staan. Als in de winter de vorstregeling gold en dakloze mensen ergens anders konden slapen, nam de overlast af.
In juli 2024 schreef het stadsbestuur aan de gemeenteraad dat het zorgen had over een plan van de kerk voor permanente opvang zonder voorwaarden. Het ging om de omvang, om de vraag hoe overlast voorkomen werd, en om het feit dat de kerk iedereen wilde opvangen, waar hij ook vandaan kwam. In december 2024 voerde de kerk actie onder de naam Recht op Rust. Dat jaar waren minstens vier bezoekers die op straat leefden overleden, schreef de Erasmus Universiteit.
In 2026 verscheen een verklaring die de Pauluskerk samen met de Rotterdamse VVD had opgesteld, met het Leger des Heils en een andere opvangorganisatie. Hun gezamenlijke doel: niemand hoeft gedwongen buiten te slapen, en de overlast gaat omlaag. Over handhaving waren ze het eens: “Repressie alleen werkt niet, maar handhaving is onmisbaar.”
DE KLOK AAN DE MAURITSWEG
Wat heeft deze gemeente veranderd? Het is moeilijk precies te meten. Perron Nul was de eerste gebruiksruimte van de stad, en een proef met harddrugs op voorschrift stond in 1994 in het coalitieakkoord. Of de Pauluskerk daar de weg voor vrijmaakte, of dat de stad toch die kant op ging, zeggen mijn bronnen niet. Wel staat vast dat de kerk telkens plek bood waar de stad die niet had, en dat de stad daar telkens op moest reageren. Met steun, met de politie, met een rechter, met een gezamenlijke verklaring.
En het heeft de mensen in de kerk veel gekost. De huisdealers, de vechtpartij bij het station, de boze buren, de rechtszaken: het staat allemaal in de krant. Wie de deur openzet, weet niet wie er binnenkomt.
Sta vandaag voor het koperen gebouw, een paar minuten lopen van het station. Op het Kerkplein kan iedereen koffie drinken, wie geen papieren heeft net zo goed als wie toevallig langskomt. En aan de buitenkant hangt de klok, het enige wat zegt dat dit een kerk is.
GA ER ZELF HEEN
De Pauluskerk staat aan de Mauritsweg 20 in Rotterdam, op een paar minuten lopen van Rotterdam Centraal. Je herkent het gebouw aan de koperkleurige gevel met driehoekige ramen. Op deze plek stond van 1960 tot 2007 de oude Pauluskerk.
Het Kerkplein op de begane grond is een open ruimte waar iedereen binnen mag lopen. De kerk is een werkende opvang. Bezoekers zijn er vaak mensen in nood, dus kom met respect en maak geen foto’s van mensen zonder te vragen.
Vrijwilligers van de kerk geven op aanvraag rondleidingen voor groepen, met uitleg over het hoe en waarom van het werk. Op zondag is er een dienst en op vrijdagavond een avondgebed. Kijk voor tijden en voor het aanvragen van een rondleiding op de website van de Pauluskerk Rotterdam.
Combineer een bezoek met het station zelf: het nieuwe Rotterdam Centraal hoorde bij dezelfde vernieuwing van het stationsgebied die de oude kerk deed verdwijnen.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de opening van de oude kerk in 1960 (ontwerp Barend van Veen); de komst van ds. Hans Visser in 1979 en het diaconaal centrum; Perron Nul vanaf 1987 naast het station en de sluiting door de gemeente eind 1994; botsingen bij het station in 1992; de huisdealers vanaf januari 1994 en het onderzoek van justitie in mei 1994 met de reacties van politie, justitie en stadsbestuur; het besluit van de driehoek in september 2003 om de handel te stoppen; sluiting van de oude kerk in 2006 en sloop in 2007; de verhuizing van de opvang en het verzet van omwonenden; de opvolging door ds. Dick Couvée in 2008; de opening van de nieuwe kerk van Will Alsop op 2 juni 2013; de klachten van omwonenden en het standpunt van gemeente en kerk in 2024.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: het verbond van 1980 met Nico Adriaans, het eethuis en het illegale methadonprogramma (alleen uit Vissers eigen herdenkingsstuk); de waarschuwing van Adriaans en het afscheid aan zijn sterfbed; dat Visser zijn plan met de huisdealers informeel aan politie en justitie had voorgelegd; dat de dealers er al tien jaar waren; Vissers steun aan de havenstaking van 1979; de krakers na de sloop; het faillissement van de projectontwikkelaar.
Onbevestigd: het precieze verloop van de gebeurtenissen met taxichauffeurs en mariniers in 1992; het kerkgenootschap van de gemeente (in de geopende bronnen niet genoemd); hoe de gewone kerkgangers over de huisdealers dachten; de geboorteplaats en studie van Visser (alleen in één verzamelpagina, met tegenstrijdige gegevens).
Duiding: of de Pauluskerk het Rotterdamse drugsbeleid heeft veranderd, of vooral het gat vulde dat de stad liet vallen, is niet met zekerheid te zeggen. Voor- en tegenstanders kijken er tot vandaag verschillend naar.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Pauluskerk Rotterdam, homepage met geschiedenis
- Pauluskerk Rotterdam, Wat wij doen
- Pauluskerk Rotterdam, Rondleiding in de kerk
- Hans Visser, “Nico Adriaans, 1957-1995”, Rotterdams Jaarboekje 1996
- Frank van der Hoeven, Project Baikal 41 (2014)
- Reformatorisch Dagblad, 26 mei 1994, “Justitie onderzoekt handel in hard drugs in Pauluskerk” (via Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, 16 september 2003, “Drugsdealers moeten weg uit Pauluskerk Rotterdam” (via Digibron)
- Verzamelde interviews over ds. Hans Visser (Kerkinformatie, U-Blad, 2000)
- Vandaag en Morgen, 31 mei 2013, “De Pauluskerk: Rotterdams Diamant”
- CCM Europe, case study Pauluskerk Rotterdam
- IVO, Factsheet trendspotting Rotterdam 2006
- Gemeente.nu, 7 september 2010, “Rotterdam sluit daklozenopvang”
- Erasmus Universiteit, 27 oktober 2020, Lof der Zotheidspeld voor Dick Couvée
- Hart van Nederland, 1 maart 2024, omwonenden Pauluskerk
- Gemeente Rotterdam, raadsbrief 9 juli 2024, “Waar is de grens”
- Erasmus Universiteit, 16 december 2024, “Begrip van de Pauluskerk”
- Gezamenlijk statement van de Pauluskerk en de Rotterdamse VVD