Een stadop een berg

Deel 1 · Hoofdstuk 4

Amsterdam

de vluchtelingenkerk die zelf vluchtelingen opving

1685De Waalse Kerk, Walenpleintje

Aan het zuidelijke stuk van de Oudezijds Achterburgwal ligt een klein plein. Het heet officieel pas sinds de jaren zeventig zo: het Walenpleintje. Aan dat plein staat een kerk die begon als kloosterkapel. Wie binnenkomt, kan in de noordbeuk een plaquette lezen met drie woorden: “Fondée en 1409”. Gesticht in 1409. Boven de gemeente staat een orgel van Christian Müller uit 1733. In de vloer liggen oude grafstenen, die bij de restauratie van 1990 tot 1992 weer op hun plek kwamen.

Om de week wordt hier op zondagochtend nog een dienst gehouden in het Frans. Wie het Frans niet volgt, kan een Nederlandse vertaling van de meditatie meelezen.

Verder naar het zuiden, op de hoek van de Vijzelgracht en de Prinsengracht, staat een breed zeventiende-eeuws gebouw met twee lage vleugels. In oktober 2024 stonden er bouwhekken omheen. De regionale omroep zag scheuren in het metselwerk en houten kozijnen die langzaam wegrotten. Een deel van de houten kroonlijst was al weggehaald. Bijna driehonderd jaar woonden hier wezen uit de gemeente van die Franse kerk, en naast hen oude mannen en vrouwen.

Die twee gebouwen horen bij elkaar. Ze vertellen het verhaal van een kerk van vluchtelingen die de volgende vluchtelingen opving.

EEN KAPEL UIT 1409

De kerk aan het Walenpleintje was eerst helemaal geen Franse kerk. Het was de kapel van het Sint-Paulusbroederklooster, een klooster dat in 1409 voor het eerst in de bronnen opduikt. In 1578 koos Amsterdam de kant van de Opstand en van de Reformatie. Die omslag heet in de Amsterdamse geschiedenis de Alteratie. De stad nam de katholieke kerken en kloosters in beslag. Voor de broeders van Sint-Paulus betekende het het einde van hun klooster. Hun kapel werd een tijd voor opslag en andere doelen gebruikt.

In datzelfde jaar 1578 ontstond in Amsterdam een Waalse gemeente. Walen waren in dit verband Franstalige protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk. Ze waren gereformeerd, net als de Nederlandse calvinisten, maar ze lazen hun Bijbel en zongen hun psalmen in het Frans. In 1586 kreeg hun gemeente de oude kloosterkapel. Ze is er nooit meer weggegaan.

Ik schrijf dit hoofdstuk met de wetenschap dat er twee kanten aan dit begin zitten. Voor de Walen was de kapel een veilige plek na jaren van vervolging. Voor de katholieke Amsterdammers was het een verlies. Hun kerken gingen dicht, en zij moesten nog lang in schuilkerken samenkomen.

NA DE VAL VAN ANTWERPEN

De grote stroom kwam na 17 augustus 1585. Die dag viel Antwerpen in Spaanse handen. Wat al jaren een migratie uit het Zuiden was, werd een uittocht. Historici spreken over de “eerste refuge”, de eerste vluchtelingengolf, die duurde van ongeveer 1560 tot 1619. Vóór 1619 ontstonden in de Noordelijke Nederlanden achttien Waalse kerken.

De Amsterdamse gemeente was streng calvinistisch. Toen de Nederlandse protestanten onderling ruzie kregen over de vraag hoe vrij de mens is tegenover Gods genade, kozen de Amsterdamse Walen voor de strenge partij, de contraremonstranten.

Over armen werd in de gemeente gepreekt. In 1591 hield predikant Jean Taffin een preek over liefde en aalmoezen. Wat hij precies zei, staat in de bron niet beschreven. Wel weten we wat de gemeente veertig jaar later deed.

ZESTIEN FEBRUARI 1631

De Waalse gemeente werd geleid door wat ze zelf het Double Consistoire noemden: de dubbele kerkenraad. Daarin zaten de predikanten en de ouderlingen, samen met de diakenen, die voor de armen zorgden. Op 16 februari 1631 besloot die vergadering een eigen weeshuis te beginnen. In het Frans schreven ze erbij voor wie het was: voor de wezen van hun eigen natie en religie.

Waarom een eigen huis? Amsterdam had een Burgerweeshuis, maar dat was er voor kinderen van poorters, mensen met het burgerrecht van de stad. Vanaf ongeveer 1633 werden wezen van niet-poorters daar helemaal niet meer opgenomen. Veel Waalse gezinnen waren nieuwkomers. Als ouders stierven, had de stad voor hun kinderen geen bed.

Het ging snel. Op Hemelvaartsdag 1631 kwamen de eerste regenten bijeen. Op 1 juli van dat jaar gingen volgens de Amsterdamse geschiedschrijver Jan Wagenaar de eerste weeskinderen het huis in. Dat stond in de Laurierstraat, in de Jordaan. De erfgenamen van de koopman Baudouin de Bordes schonken daar drie huizen. Op 17 november 1631 legde de rijke koopman Louis de Geer bij de notaris een schenking vast.

Ook Joost van den Vondel, de bekendste dichter van Amsterdam, schreef dat jaar een gedicht voor het nieuwe huis: de “Bede voor het Waalseweeshuys”. Er staat een regel in, in de spelling van toen: “De zuyvre Godsdienst is den Weezen in hun ellende bij te staan.”

De regel klinkt als een echo van de brief van Jakobus: De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld. (Jakobus 1:27)

TWEE OUDERLINGEN, TWEE DIAKENEN EN DRIE REGENTESSEN

Het huis kreeg een eigen bestuur, de régence. Het bestond uit twee ouderlingen en twee diakenen, die telkens twee jaar zitting hadden. Vanaf 1659 kwamen er drie regentessen bij, vrouwen die drie jaar aanbleven. In het huis zelf woonden een binnenvader en een binnenmoeder. De “mère de dedans” bleef tot in de twintigste eeuw een vaste functie.

We weten hoe die bestuurders eruitzagen, omdat ze zich lieten schilderen. Het oudste groepsportret is uit 1631. Bartholomeus van der Helst begon in 1637 aan een portret van de regenten, dat pas in 1653 af was. Het is het vroegste werk dat van hem bekend is. Later volgden portretten van Abraham van den Tempel, Adriaen Backer en Wallerant Vaillant. Op het doek uit 1647 of 1648 is te zien hoe de binnenvader een briefje overhandigt.

Je kunt zulke portretten zien als ijdelheid van rijke heren en dames. Ze laten ook iets anders zien. Deze mensen wilden dat de stad wist dat zij voor hun wezen zorgden. Zorg was hier een zaak van eer, en van verantwoording.

EEN HUIS AAN DE VIJZELGRACHT

Na bijna veertig jaar was de Laurierstraat te klein. Het stadsbestuur gaf grond aan de Vijzelgracht, zonder dat de gemeente ervoor hoefde te betalen. De architect werd Adriaen Dortsman. Diaken Jeremias van Raey was een van de drijvende krachten.

Op 29 oktober 1669 werden de eerste stenen gelegd, door de kinderen van Paul Godin en Sara van Raey. In 1671 ging het nieuwe Walenweeshuis open. Datzelfde jaar schilderden Adriaen Backer de regenten en Wallerant Vaillant de regentessen.

Het huis groeide mee met de nood. In 1683 kwam er een lage vleugel bij voor oude vrouwen, aan wat nu de Eerste Weteringdwarsstraat is. In 1726 volgde een vleugel voor oude mannen, aan de Prinsengracht. Zo werd het weeshuis ook een tehuis voor ouderen. Later zou het Hospice Wallon gaan heten.

DRIE VOORRECHTEN OP 23 SEPTEMBER 1681

Intussen werd het in Frankrijk steeds gevaarlijker voor protestanten. Ze werden daar Hugenoten genoemd. Het Edict van Nantes had hun een eeuw eerder vrijheid van geloof gegeven, maar koning Lodewijk XIV draaide die vrijheid terug. Vanaf 1681 kwamen er steeds meer vluchtelingen naar Amsterdam.

Amsterdam wachtte niet af. Op 23 september 1681 gaf het stadsbestuur de Franse vluchtelingen drie voorrechten. Ze kregen het poorterschap, het burgerrecht van de stad. Ze waren drie jaar vrij van de stedelijke belasting. En ze mochten een ambacht uitoefenen zonder lid te worden van een gilde. Dezelfde maand gaven de Staten van Holland hun twaalf jaar belastingvrijdom.

Het waren geen anonieme vluchtelingen die erom vroegen. Onder de verzoekers van 1681 waren een zilversmid, Pierre Poulain, een ivoorbewerker uit Dieppe, Nicolas Barre, en een diamantslijper uit Caen, Jean Quedeville. Ze brachten hun vak mee.

In 1685 herriep Lodewijk XIV het Edict van Nantes. Van de ongeveer 870 protestantse predikanten in Frankrijk vertrok zo’n driekwart. Ongeveer 405 van hen hoopten op een plek in de Republiek.

ZESDUIZEND LEDEN

Hoeveel Hugenoten naar de Republiek kwamen, weet niemand precies. De schattingen lopen ver uiteen. Sommige bronnen spreken van meer dan 75.000 mensen, het Franse Musée protestant houdt 50.000 tot 75.000 aan, een Nederlandse historicus schreef in 1985 over 50.000 tot 60.000. Een recenter onderzoek komt uit op ongeveer 35.000. De filosoof Pierre Bayle noemde de Republiek “la grande arche des réfugiés”: de grote ark van de vluchtelingen.

Voor Amsterdam zijn er harde cijfers. Tussen oktober 1681 en 1691 werden 2.243 vluchtelingen ingeschreven op een speciale lijst, de Fransche cedul. Dat waren vooral gezinshoofden die zich wilden vestigen. Het totale aantal Franse vluchtelingen in de stad wordt geschat op ongeveer twaalfduizend mannen, vrouwen en kinderen.

Het duidelijkst zie je de stroom in de kerk. In de jaren 1681 tot 1685 telde de Waalse gemeente gemiddeld zo’n 3.480 leden. In de jaren 1686 tot 1690 waren het er meer dan zesduizend. De gemeente verdubbelde bijna in vijf jaar.

Wat deed de kerk met al die mensen? Ze sprak namens hen met de magistraat. Ze zamelde geld in voor wie niets had. Ze zocht gebouwen en woningen. Ze gaf nieuwkomers een plek om bij te horen, in hun eigen taal. Ook de predikanten zelf hadden hulp nodig. In januari 1686 trokken de Staten van Holland 25.000 gulden per jaar uit voor ongeveer zeventig gevluchte predikanten. Halverwege dat jaar meldde de Waalse synode dat er nog 102 anderen leefden in “groote armoede ende nootdruft”.

De hulp had een keerzijde. Wie zorg wilde voor zieken of ouderen, moest lid zijn van de gemeente en zich goed gedragen. De kerkenraad hield toezicht en sprak tucht uit. Wie zich daar niet aan hield, kon op de hulp van de diaconie niet rekenen.

EEN KOOPMAN UIT DIEPPE

Uit al die getallen stapt af en toe een mens naar voren. Josias Duhamel was koopman in Dieppe, een havenstad aan de Normandische kust. In 1689 vluchtte hij. Op 4 juli van dat jaar kwam hij in Amsterdam aan. Hij werd lid van de Waalse kerk en huurde een huis aan de Prinsengracht. Op 13 juni 1690 kreeg hij kosteloos het poorterschap.

Meer weten we niet van hem. Toch zegt zijn korte spoor in de archieven veel. Binnen een jaar was een vluchteling burger van de stad, met een huis aan de Prinsengracht. En een van zijn eerste stappen was de Waalse kerk.

TUSSEN DE WIJNVATEN

Een ander spoor loopt tot in onze tijd. Lucas Bouyssavy werd in 1660 geboren in Bergerac, in de Dordogne. In 1688 verliet hij Frankrijk. Rond 1691 vestigde hij zich in Amsterdam en ging hij zich Boissevain noemen.

In de familie wordt verteld hoe hij reisde. Hij zou dagenlang zonder eten verstopt hebben gezeten tussen de wijnvaten op een schip naar Amsterdam, en ziek en zonder geld zijn aangekomen. Over zijn vrouw Marthe Roux gaat een verhaal dat ze in een hooimand over de grens werd gesmokkeld. De familie zelf schrijft erbij dat dit vaak verteld is, en de schrijver van die familiegeschiedenis claimt geen historische nauwkeurigheid. Ik breng het dus als wat het is: een familieverhaal.

Wat in de kerkboeken staat, is nuchterder. Lucas verdiende zijn brood met les in tekenen en Frans en met boekhouden voor kooplieden. In oktober 1702 werd zijn zoon Jérémie gedoopt in de Waalse Kerk. Lucas stierf jong, op zijn vierenveertigste. Volgens het familiearchief werden Jérémie en zijn vrouw in 1753 gekozen tot vader en moeder van het Hospice Wallon aan de Vijzelgracht. De zoon van een vluchteling zorgde zo zelf voor de wezen en ouderen van de gemeente.

De familie Boissevain groeide uit tot een bekende Amsterdamse familie. In de negentiende eeuw was Charles Boissevain redacteur van een Amsterdamse krant. Naast de Boissevains noemt het Amsterdam Museum de families Huet en Luzac als kinderen van deze tweede refuge.

ZIJDE, ZILVER EN EEN DICHTE DEUR

Wat brachten de Hugenoten de stad? Van de ingeschreven vluchtelingen in Amsterdam was koopman het vaakst genoemde beroep. Daarna volgden zijdewerker, kleermaker, chirurgijn, goud- en zilversmid, zeeman, predikant, hoedenmaker, schoenmaker en horlogemaker. Ze kwamen uit Rouen, Parijs, Sedan, La Rochelle en andere steden. Er waren veel makers van luxe spullen bij, iets wat goed paste bij de rijkdom van Amsterdam.

Op veel plaatsen in de Republiek kwamen er werkplaatsen voor zijde en wol bij, soms met geld van de stad. Er kwamen spiegels, waaiers, juwelen en hoeden. Rijke kooplieden brachten kapitaal mee. Historicus Willem van Bennekom, die de geschiedenis van de Amsterdamse Waalse kerk schreef, ziet hun spoor in de bouwkunst van de stad en in de opkomst van Amsterdam als stad van boeken. Er is ook een nuchtere stem. Het Franse Musée protestant noemt de economische bijdrage op lange termijn klein.

Niet iedereen was blij met de nieuwkomers. Winkeliers klaagden over Fransen die zonder vergunning handel dreven. De gilden protesteerden tegen vakmensen die hun regels niet hoefden te volgen. Hoe meer arme vluchtelingen er kwamen, hoe minder warm het welkom werd. Vanaf 1690 voerden Amsterdam en andere steden een strenger beleid, en de maatregel van 1681 werd ingetrokken. In 1695 hield de stad nog een loterij voor de armste vluchtelingen, en ook de Verenigde Oost-Indische Compagnie gaf geld.

Herken je dat patroon? Eerst een open deur, dan een stad die bang wordt voor de kosten. Het is ruim driehonderd jaar oud.

EEN KERK VOOR DE ELITE

In de achttiende eeuw veranderde de gemeente langzaam. Al vroeg in die eeuw spraken de gewone mensen in de gemeente geen Frans meer. Het Frans bleef wel de taal van geleerden en deftige kringen. Van Bennekom vat het samen in één zin: toen werd de Waalse Kerk “een kerk voor de elite”. Het was een behoudende gemeente, trouw aan het huis van Oranje.

Er waren ook spanningen. Rond het midden van die eeuw schoot een Franse bakkersknecht tijdens een dienst op een predikant. De predikant overleefde het. Het jaartal verschilt per bron, 1754 of 1755, en waarom het gebeurde, vertellen de bronnen die ik zag niet.

Aan de Vijzelgracht ging het werk door. In 1771 vierde het huis zijn honderdjarig bestaan. Predikant Jacques Jean Desmazures hield de feestpreek, in het Frans. Jacobus Buys schilderde voor het jubileum de regenten en de regentessen. In 1741 had Agneta de Ruüsscher-de le Becq de diaconie als erfgenaam in haar testament gezet. Met haar geld zou ruim tweehonderd jaar later nog een nieuw tehuis worden gebouwd.

Ik vind dat een van de mooiste dingen aan dit verhaal. Een testament uit 1741 hielp een tehuis bouwen voor ouderen die meer dan twee eeuwen later leefden.

DE LAATSTE WEES

Het aantal Waalse gemeenten in Nederland nam af. Rond 1688 waren het er tientallen, een bron noemt er tweeënzestig. Volgens de kerk zelf kwam dat door inburgering en ontkerkelijking. De nakomelingen van de vluchtelingen waren Nederlanders geworden. In de twintigste eeuw werd het Frans voor de meeste leden een steeds grotere drempel. Van Bennekom spreekt over een kudde die bijna onzichtbaar werd.

In 1955 vertrok de laatste wees uit het huis aan de Vijzelgracht. In 1962 woonden er nog achttien bejaarde bewoners. Na discussie in het bestuur werd besloten tot nieuwbouw. Op 15 mei 1968 was er brand op de bovenverdiepingen. Het Hospice Wallon verhuisde naar een nieuw tehuis aan de Veluwelaan, dat later Torendael ging heten. Het geld kwam voor een deel uit het testament van 1741. In 1971 verliet het Hospice definitief het oude huis.

Het gebouw bleef Frans. De Franse staat kocht het en vestigde er het consulaat en, vanaf 18 maart 1971, het Maison Descartes, het Franse culturele instituut. In 2013 besloot Frankrijk het complex te verkopen. Het instituut werd te duur, en het pand stond al jaren aan een bouwput van de Noord-Zuidlijn. Rond 2016 of 2017 vertrokken de Franse diensten. In 2017 werd het verkocht voor ongeveer negen miljoen euro. Daarna wisselde het nog eens van eigenaar.

De schilderijen van de regenten en regentessen gingen in 2017 naar het collectiecentrum van het Amsterdam Museum. Sinds 2020 beheert het museum ze in bruikleen. De Stichting Hospice Wallon is er nog steeds de eigenaar van.

De gemeente zelf is klein geworden. Haar diaconie steunt nu vooral organisaties die in de regio Amsterdam en Haarlem mensen in nood helpen. Ze hoort bij de Waalse kerken in Nederland en bij de Protestantse Kerk in Nederland. Een bron telt er in heel Nederland nog elf actieve Waalse gemeenten.

Aan de Vijzelgracht staat het huis van Dortsman er nog, met zijn twee lage vleugels voor de oude vrouwen en de oude mannen. In 2024 liet de nieuwe eigenaar weten dat er noodreparaties kwamen. De plannen spreken over kantoren met een deur die openstaat voor de buurt. Wat het wordt, was in het voorjaar van 2025 nog niet besloten.

Aan het Walenpleintje gaat om de week de deur open voor een Franse dienst. Het orgel van Müller speelt. Op de plaquette in de noordbeuk staat nog steeds dat het hier in 1409 begon.

GA ER ZELF HEEN

De Waalse Kerk staat aan het Walenpleintje 157-159 in Amsterdam, aan het zuidelijke deel van de Oudezijds Achterburgwal, vlak bij de Oude Hoogstraat. Je kunt een Franstalige dienst bijwonen of een concert; de kerk staat bekend om haar akoestiek en het Müller-orgel. Binnen zie je de plaquette uit de kloostertijd en de grafstenen in de vloer. Kijk voor diensten, concerten en toegankelijkheid op de website van De Waalse Kerk.

Het voormalige Walenweeshuis staat aan de Vijzelgracht 2, op de hoek met de Prinsengracht en de Eerste Weteringdwarsstraat. Het is een rijksmonument, maar geen museum: je bekijkt het van buiten. Let op de brede voorgevel van Dortsman en de twee lagere zijvleugels uit 1683 en 1726.

De groepsportretten van de régence worden beheerd door het Amsterdam Museum. Of er een te zien is, verschilt per tentoonstelling; kijk daarvoor op de website van het Amsterdam Museum.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de kapel van het Sint-Paulusbroederklooster, in 1586 aan de Waalse gemeente gegeven; de gemeente sinds 1578; het besluit tot een weeshuis op 16 februari 1631 en de start in de Laurierstraat; de schenking van Louis de Geer; Vondels gedicht; de nieuwbouw aan de Vijzelgracht door Dortsman (1669-1671) met vleugels uit 1683 en 1726; de Amsterdamse voorrechten van 1681 en de intrekking in 1690; de herroeping van het Edict van Nantes in 1685; de groei van de gemeente van ongeveer 3.480 naar ruim 6.000 leden; de beroepen van de vluchtelingen; het vertrek van de laatste wees in 1955; Maison Descartes vanaf 1971; de verkoop door Frankrijk en de slechte staat van het pand in 2024.

Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de vlucht van Lucas Bouyssavy tussen de wijnvaten en de smokkel van Marthe Roux in een hooimand (familieverhaal Boissevain); de benoeming van Jérémie Boissevain tot vader van het Hospice in 1753 komt uit het familiearchief en is niet onafhankelijk gecontroleerd.

Onbevestigd: het aantal Hugenoten in de Republiek (schattingen van 35.000 tot ruim 75.000); het jaar waarin de Franse staat het pand kocht (1968 of 1971) en waarin de Franse diensten vertrokken (2016 of 2017); het jaar van het schot in de kerk (1754 of 1755); wat er in 2026 met het pand gebeurt.

Duiding: hoe groot de blijvende economische bijdrage van de Hugenoten was, is onder historici omstreden. Van Bennekom ziet grote invloed op bouwkunst en boekhandel, het Musée protestant noemt de economische bijdrage op lange termijn klein.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. W. van Bennekom en N. Middelkoop, Doorgegeven zorg. De schilderijen van Stichting Hospice Wallon, Amsterdam Museum 2021
  2. De Waalse Kerk, geschiedenis
  3. De Waalse Kerk, cultes
  4. De Waalse Kerk, diaconie
  5. De Waalse Kerk, website
  6. Rijksmonumentenregister, monument 6181, Vijzelgracht 2
  7. Rijksmonumentenregister, monument 49, Walenpleintje 157
  8. C. Cruson, in De Gids 148 (1985), via DBNL
  9. D. van der Linden, “Predikanten in ballingschap”, De Zeventiende Eeuw 27 (2011)
  10. O. Praamstra, recensie van W. van Bennekom, Mes frères! De Waalse Kerk in Amsterdam, BMGN 133 (2018)
  11. Musée protestant, The Huguenot Refuge
  12. Mijnstambomen, De Waalse kerk in Amsterdam
  13. Archief Boissevain, Lucas Bouyssavy
  14. Wikipedia, Boissevain family
  15. Wikipedia, Walloon Church, Amsterdam
  16. NH Nieuws, 19 oktober 2024
  17. Rodi, 16 maart 2025
  18. BarentsKrans, 17 januari 2024
  19. Welingelichte Kringen, 17 maart 2013
  20. I amsterdam, De Waalse Kerk
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel