Wie de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle binnenloopt, staat onder de toren die de Zwollenaren de Peperbus noemen. Hij is vijfenseventig meter hoog en hoort bij een kerk die in 1999 van paus Johannes Paulus II de titel basiliek kreeg, bij het zeshonderdjarig bestaan van het gebouw. Een basiliek is in de katholieke kerk een eretitel voor een kerk met een bijzondere betekenis.
In die kerk staat een beschilderde schrijn. Een schrijn is een kist waarin de resten van een heilige of een vereerd persoon worden bewaard. Deze bevat de beenderen van een monnik die meer dan vijfhonderd jaar geleden stierf, op een heuvel buiten de stad. Hij was geen bisschop en geen vorst. Hij was kopiist, novicenmeester en schrijver van één klein boek dat de wereld over ging.
Zijn naam was Thomas Hemerken. De wereld kent hem als Thomas a Kempis.
Om te begrijpen waarom zijn gebeente hier staat, moet je terug naar een heuvel buiten Zwolle, en naar een jongen uit het Rijnland die achter zijn broer aan ging.
EEN JONGEN UIT KEMPEN
Thomas werd geboren in 1379 of 1380 in Kempen, een stadje in het bisdom Keulen. Daar komt zijn bijnaam vandaan: a Kempis, uit Kempen. Zijn ouders heetten Johannes en Gertrud. Een levensbeschrijving uit de negentiende eeuw schrijft dat ze niet rijk waren en leefden van het werk van hun handen.
Thomas had een oudere broer, ook Johannes geheten. Die was al eerder naar het westen getrokken, naar Deventer. Daar was hij in aanraking gekomen met de kring rond Geert Grote, de Deventer prediker die een eigen hoofdstuk in dit boek heeft. Uit die kring was een beweging gegroeid die later de Moderne Devotie werd genoemd: een vernieuwing van het geloof die draaide om een eenvoudig, innerlijk leven met God, om Bijbellezen en om gewoon werk. De volgelingen woonden samen in broederhuizen en zusterhuizen. Ze heetten de Broeders en Zusters van het Gemene Leven.
Johannes werd kanunnik, een geestelijke die met anderen in een klooster leefde onder de regel van Augustinus. Rond 1392 kwam Thomas, twaalf of dertien jaar oud, ook naar deze streek.
EEN SCHOOLBANK IN DEVENTER
Thomas ging in Deventer naar school. Volgens een inleiding op een van zijn boeken droeg zijn broer hem met een aanbevelingsbrief over aan Florens Radewijns, de opvolger van Geert Grote als leider van de broeders in Deventer. Thomas bleef ongeveer zeven jaar.
Een oude levensbeschrijving vertelt dat hij in die jaren boeken overschreef om wat te verdienen, en dat hij het geld aan de broeders gaf. Overschrijven was in een tijd zonder boekdrukkunst de enige manier om een boek te vermenigvuldigen. Dezelfde levensbeschrijving vertelt ook een droom waarin Maria de jongen zou hebben berispt omdat hij zijn gebeden verwaarloosde. Het is een legende, van het soort dat heiligenlevens graag vertellen. Een bron uit zijn eigen tijd heb ik er niet voor gevonden.
Wat wel vaststaat: in Deventer leerde Thomas de manier van leven van de broeders kennen. Hij zou haar nooit meer loslaten.
EEN HEUVEL BUITEN ZWOLLE
Bij Zwolle was intussen iets nieuws begonnen. Een groep broeders uit het Zwolse broederhuis had in 1398 besloten om kanunniken te worden. Ze sloten zich aan bij het kapittel van Windesheim, een verband van kloosters dat vanuit Windesheim bij Zwolle was ontstaan. In september 1398 trokken ze naar een heuvel buiten de stad. Ze wijdden hun klooster aan de heilige Agnes. De heuvel heette voortaan de Agnietenberg.
De prior, de leider van het klooster, was Johannes Hemerken. De broer van Thomas.
In 1399 klopte Thomas daar aan. Hij was negentien of twintig. Hij kwam niet meteen binnen als kanunnik. Pas in 1406, na een proeftijd van meer dan vijf jaar, kreeg hij het habijt, het kloosterkleed. Een jaar later legde hij zijn geloften af. In 1413 werd hij tot priester gewijd, het jaar nadat de kloosterkerk was ingewijd.
Ruim vijf jaar wachten. Zou jij dat volhouden, voor iets waar je zeker van bent dat God je ertoe roept? Thomas deed het, en hij zou er de rest van zijn leven blijven. Tot zijn dood woonde hij ongeveer tweeënzeventig jaar op de Agnietenberg.
HET WERK VAN DE PEN
Wat deed een kanunnik op de Agnietenberg de hele dag? Hij bad de getijden, de vaste gebedsdiensten op vaste uren. En hij werkte. Het werk van Thomas was vooral schrijven en overschrijven.
Hij schreef een groot misboek over, en werken van Bernardus van Clairvaux, de twaalfde-eeuwse monnik die hij veel las. Hij schreef de hele Bijbel over, in vier grote delen. Die zijn bewaard gebleven. Volgens latere encyclopedieën deed hij dat zelfs meer dan eens, en ligt één van die Bijbels nu in Darmstadt in Duitsland.
Als ik dat lees, zie ik het voor me. Een mens zit jaren aan een lessenaar en schrijft letter voor letter het boek over dat hij het meest liefheeft. Wie zo met de Bijbel omgaat, kent hem van binnen. Dat merk je later in alles wat Thomas zelf schreef.
Want hij schreef ook zelf. Preken voor novicen, de jonge mannen die zich op het kloosterleven voorbereidden. Gebeden en overdenkingen over het leven van Christus. Een levensbeschrijving van Lidwina van Schiedam. Levens van de mannen die hem hadden gevormd: Geert Grote, Florens Radewijns en anderen uit de eerste generatie van de beweging. En tot een paar maanden voor zijn dood hield hij de kroniek van zijn eigen klooster bij.
VIER BOEKJES VOOR JONGE BROEDERS
In die jaren, ergens tussen ongeveer 1418 en 1427, schreef Thomas vier korte geschriften. Ze gingen over het innerlijk leven met God. Het laatste deel gaat over het sacrament van de eucharistie, het avondmaal. Later werden ze samengebracht onder de titel van het eerste deel: De imitatione Christi, De navolging van Christus.
Het boek begint met een woord van Jezus uit het evangelie van Johannes. In de HSV luidt dat: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen (Johannes 8:12). Thomas haalt alleen het tweede deel aan, en bouwt daar het hele boek op. Wie Hem volgt. Navolgen betekent hier: je leven laten vormen naar het leven van Jezus.
Het is een sober boek. Korte hoofdstukken, korte zinnen. Het zit vol met woorden uit de Bijbel en met gedachten van kerkvaders als Augustinus, en van Bernardus. Het spreekt de lezer aan als een oudere broeder die naast je zit. Een inleiding uit 2013 noemt de stijl eenvoudig en praktisch, gericht op innerlijke verandering.
Thomas zette zijn naam er niet op. Het boek ging rond zonder auteur, zoals veel geestelijke teksten in die tijd. Kopiisten in andere kloosters schreven het over. Het reisde van huis naar huis.
BALLINGSCHAP EN EEN BROER IN ARNHEM
Het stille leven op de Agnietenberg werd niet altijd met rust gelaten. In het bisdom Utrecht ontstond een strijd over wie bisschop mocht worden. Paus Martinus V legde een interdict op. Een interdict is een kerkelijke straf waarbij in een gebied geen gewone kerkdiensten meer gehouden mogen worden. In 1429 moest de gemeenschap de Agnietenberg verlaten. Drie jaar bleven de kanunniken weg.
In die jaren ging Thomas naar Arnhem. Zijn broer Johannes was ziek, en Thomas verzorgde hem. In november 1432 stierf Johannes. Kort daarna kon de gemeenschap terugkeren naar de heuvel.
Thomas werd subprior, de tweede man van het klooster, en had de zorg voor de novicen. Hij werd ook een tijd procurator, de man die over het geld en de zaken van het huis ging. Een oude levensbeschrijving zegt dat hij werd ontheven omdat hij te makkelijk aalmoezen gaf. Een katholieke encyclopedie uit 1913 schrijft dat hij er zelf om vroeg. Hoe dan ook keerde hij terug naar wat hem het meest lag: bidden, lezen, schrijven en de jonge broeders begeleiden. In 1448 werd hij opnieuw subprior.
WIE SCHREEF HET EIGENLIJK?
In 1441 deed Thomas iets wat voor de geschiedenis van zijn boek veel betekent. Hij voltooide een eigen handschrift met de vier boeken van de Navolging en negen kleinere geschriften, en zette er zijn naam onder. Dat handschrift ligt nu in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. De bibliotheek bezit nog een tweede handschrift in zijn hand, uit 1456, met zijn overdenkingen en zijn handtekening. Bij de zeshonderdste verjaardag van de Navolging, in 2024, werden beide in Brussel onder de aandacht gebracht.
Die handtekening werd later belangrijk. Want toen het boek eenmaal beroemd was, wilden anderen er hun naam aan verbinden.
In de zeventiende eeuw ontstond er een felle strijd. Aanhangers van Jean Gerson, de kanselier van de universiteit van Parijs, beweerden dat hij het boek had geschreven. Italiaanse benedictijnen schoven een zekere Giovanni Gersen naar voren, een abt in Vercelli. Of die man ooit heeft bestaan, is nooit aangetoond. Even werd ook de Engelse mysticus Walter Hilton genoemd.
In 1929 kwam er een Nederlandse variant bij. De taalkundige Jac. van Ginneken stelde dat de Navolging een Latijnse bewerking was van een Middelnederlandse tekst van Geert Grote. De stelling heeft het niet gehaald.
Wat pleitte voor Thomas? Tijdgenoten uit zijn eigen kloosterverband noemden hem als schrijver. Handschriften uit zijn tijd dragen zijn naam, en er is dat handschrift van 1441 in zijn eigen hand. De stijl lijkt sterk op zijn andere werken. Het boek ademt de geest van de Windesheimse kloosters. Vandaag wordt het auteurschap van Thomas nauwelijks meer betwijfeld, schrijft de Windesheimse predikant Henk de Jong.
EEN BOEK DAT DE WERELD OVER GING
Wat er na zijn dood met de Navolging gebeurde, had Thomas zich niet kunnen voorstellen. Toen de boekdrukkunst kwam, werd het boek gedrukt, en nog eens, en nog eens. De NOS schreef in 2021 dat het na de Bijbel het meest verspreide boek van de late middeleeuwen was. Henk de Jong noemt het eeuwenlang het meest gelezen boek na de Bijbel en somt tweeëntwintig talen op waarin het werd vertaald, waaronder het Nederlands en het Fries. Een Engelstalige encyclopedie spreekt van meer dan tweeduizend edities. Hoe dat getal precies is geteld, kan ik niet nagaan.
In Nederland las ook Vincent van Gogh het. Henk de Jong schreef er een boek over, met als titel een uitspraak van de schilder: Dat boek is subliem.
Hoe kan een boekje dat geschreven is voor een handvol jonge kloosterlingen op een heuvel bij Zwolle zo ver komen? Misschien omdat het zo weinig over het klooster gaat en zo veel over het hart. Je hoeft geen monnik te zijn om te herkennen wat het beschrijft: de onrust, de trots, het verlangen naar rust bij God.
DE DAG VAN SINT-JACOBUS
Thomas a Kempis stierf op 25 juli 1471 op de Agnietenberg. Hij was ongeveer eenennegentig jaar. Over zijn sterfdatum bestaat in sommige moderne overzichten verwarring, maar de oudere naslagwerken en de Zwolse bronnen noemen 25 juli.
Hij werd begraven in de oostelijke kruisgang van de kloosterkerk, tegen de muur. Dat weten we uit het verslag van de latere opgraving. Volgens dat verslag lag hij in een kist die met leem was bestreken, ongeveer drie meter diep.
Er gaat een verhaal rond dat bij een opgraving krassen aan de binnenkant van zijn kistdeksel zouden zijn gevonden, alsof hij levend begraven was. Om die reden zou Rome hem nooit heilig hebben verklaard. Voor dat verhaal is geen betrouwbare bron. Ik noem het alleen omdat je het tegen kunt komen.
Thomas werd nooit heilig verklaard. Dat hoeft ook geen verhaal te verklaren. Hij was een kanunnik die zijn hele leven in hetzelfde huis bleef.
HET JAAR DAT DE VIJAND KWAM
Het klooster overleefde zijn bekendste bewoner ruim honderd jaar. In de tweede helft van de zestiende eeuw veranderde de kerkelijke kaart van de Nederlanden ingrijpend. Het klooster werd in 1561 bij het nieuwe bisdom Deventer gevoegd, raakte daarna zijn bestaan kwijt en werd in 1581 afgebroken. De stenen werden hergebruikt voor de verdediging van de stad. Bert Pierik, de beheerder van de begraafplaats die nu op die plek ligt, spreekt van ongeveer drie miljoen kloostermoppen die over de Vecht naar Zwolle gingen. Wat er vandaag nog in de grond wordt gevonden, noemt hij “de kruimels”.
Het graf van Thomas bleef onder de grond liggen. Tot 1672. Dat jaar vielen Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen de Republiek binnen. Volgens het verslag dat Pierik in 2006 publiceerde, gaf de keurvorst van Keulen, aartsbisschop Maximiliaan Hendrik van Beieren, opdracht om de resten van Thomas op te graven. Na drie weken zoeken vond de Zwolse pastoor Arnold Waeyer het gebeente. Het werd in een houten schrijn gelegd.
Het is een vreemde gedachte. Een land in oorlog, een stad onder druk, en ondertussen staan mensen weken lang in de grond van een verdwenen klooster te zoeken naar de botten van een schrijver.
VAN KERK NAAR KERK
Zwolle vergat zijn beroemde inwoner niet. In 1897 kreeg de schrijn een plaats in een wandgraf in de nieuwe, neogotische Sint-Michaëlskerk. Het ontwerp kwam van het Utrechtse atelier Mengelberg. Er kwamen giften uit veel landen, onder meer van koningin Emma en paus Leo XIII. De katholieke voorman Herman Schaepman hield bij die gelegenheid een rede.
In 1919 werd op de Agnietenberg een gedenksteen onthuld. Volgens Pierik is die ontworpen door Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum.
In de jaren zestig ging de Sint-Michaëlskerk in de binnenstad dicht en werd ze gesloopt voor een winkelcentrum. Het wandgraf werd mee afgebroken. Een paar onderdelen werden gered, waaronder een gebeeldhouwd hoofd van Thomas. De schrijn verhuisde naar een nieuwe Sint-Michaëlskerk buiten het centrum.
Op eerste pinksterdag 4 juni 2006 volgde de laatste tocht. De schrijn ging in een open auto naar de plek van het oude klooster. Bij de gedenksteen werden teksten uit de Navolging voorgelezen. Daarna trok de stoet terug naar de binnenstad, langs plaatsen van de Moderne Devotie, naar de Onze Lieve Vrouwekerk onder de Peperbus. Daar werd een vesperdienst gehouden, een avondgebed, en kreeg de schrijn een plaats in een nis van de kerk.
Thomas ligt nu in een kerk die werd gebouwd in de jaren dat hij op de heuvel buiten de stad aan zijn boeken werkte.
TERUG ONDER DE PEPERBUS
En zo kom je weer binnen in de basiliek. Je ziet de schrijn. Je ziet geen klooster, geen kruisgang, geen schrijfkamer. Die zijn allemaal weg, opgegaan in de muren van de stad.
In 2021, bij zijn vijfhonderdvijftigste sterfdag, speelde het carillon van de Peperbus een half uur lang liederen over het leven van de monnik. In de Sassenstraat verscheen een levensgroot portret van hem op een muur. En op de plek van het klooster begon Bert Pierik aan een klein museum, met de resten die nog uit de grond kwamen. Hij verzamelde ook uitgaven van de Navolging. Eén ervan, ingelegd met goud, heeft volgens hem toebehoord aan keizer Frans Jozef van Oostenrijk. Zijn dierbaarste stuk is een oud schilderij van Thomas op de Agnietenberg. Het hing jarenlang in een huiskamer in Tilburg. De eigenaren hadden in Zwolle een tentoonstelling over de monnik gezien. Toen Pierik hun vertelde dat hij op de berg van het schilderij woonde, kwam de koop rond.
Thomas zelf had over geen van die dingen geschreven. Hij schreef over één ding: Jezus volgen, dag na dag, in het gewone werk. Het boek opent nog altijd met hetzelfde woord. Wie Mij volgt.
Boven de schrijn hangen de klokken van de Peperbus.
GA ER ZELF HEEN
De Onze Lieve Vrouwebasiliek staat in de binnenstad van Zwolle en is van verre te herkennen aan de Peperbus. In de kerk staat de beschilderde schrijn met de relieken van Thomas a Kempis. Een inleiding uit 2013 situeert hem bij de ingang. De kerk hoort bij de rooms-katholieke Thomas a Kempisparochie. Kijk voor openingstijden van de kerk op de website van die parochie. De toren is eigendom van de gemeente Zwolle en kan onder voorwaarden worden beklommen.
De plek van het klooster Sint-Agnietenberg ligt buiten de binnenstad, bij de Bergkloosterweg in Zwolle. Op het terrein ligt nu Begraafplaats Bergklooster. Bij de zij-ingang van de begraafplaats staat de gedenksteen voor Thomas a Kempis. Het terrein van het oude klooster is een archeologisch monument.
Aan de Bergkloosterweg 92 is een klein Museum Thomas a Kempis, met resten van het klooster, buitenlandse uitgaven van de Navolging en een schilderij van Thomas op de Agnietenberg. Het is op afspraak te bezoeken. Kijk voor de mogelijkheden op de website van Begraafplaats Bergklooster.
In de binnenstad kun je het bezoek combineren met het portret van Thomas op een muur in de Sassenstraat. Wie meer wil zien van de beweging waaruit hij voortkwam, kan in Deventer verder gaan, de stad van Geert Grote.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte rond 1380 in Kempen; school in Deventer bij de broeders van Florens Radewijns; intrede op de Agnietenberg in 1399, met zijn broer Johannes als prior; inkleding in 1406 en priesterwijding in 1413; zijn werk als kopiist, onder meer van de hele Bijbel; zijn functies als subprior en novicenmeester; de ballingschap van 1429 tot 1432 en de dood van zijn broer in 1432; het gesigneerde handschrift van 1441 in Brussel; zijn dood in 1471 op de Agnietenberg; de afbraak van het klooster in 1581; de opgraving in 1672; het wandgraf van 1897 in de Sint-Michaëlskerk en de sloop van die kerk in de jaren zestig; de overbrenging van de schrijn naar de Onze Lieve Vrouwekerk in 2006.
Alleen uit overlevering of één bron: dat hij in Deventer boeken overschreef voor de broeders en het geld afstond; de mislukte periode als procurator wegens zijn gulheid; de details van zijn begraving en van de zoektocht in 1672 (via het verslag van Bert Pierik); het aantal van drie miljoen kloostermoppen; Pierre Cuypers als ontwerper van de gedenksteen; de getallen over edities, zoals meer dan tweeduizend.
Onbevestigd: de droom waarin Maria hem berispte (legende uit een heiligenleven); de krassen aan de binnenkant van zijn kist; de exacte sterfdag (de meeste bronnen noemen 25 juli 1471, een enkel modern overzicht 1 mei); de exacte jaren waarin de vier boeken van de Navolging ontstonden.
Duiding: het auteurschap van de Navolging is eeuwenlang betwist, met namen als Jean Gerson, Giovanni Gersen en zelfs Geert Grote. Vandaag geldt Thomas a Kempis in het onderzoek vrijwel algemeen als de schrijver.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- NOS, “Na 550 jaar krijgt schrijver en mysticus Thomas a Kempis een museum in Zwolle”, 24 juli 2021
- Bert Pierik, “Translatio Reliquiarum Thomae Kempensis”, Terebinth 2006, nr. 3
- Monasteries Geoplaza (VU Amsterdam), Sint-Agnietenberg Zwolle
- Catholic Encyclopedia (1913), “Thomas a Kempis”
- Levensschets van Thomas a Kempis, 1887, deel 1 (via DBNL)
- Levensschets van Thomas a Kempis, 1887, vervolg (via DBNL)
- Jacques Koekkoek, inleiding bij Thomas a Kempis, Het leven van Jezus Christus (Kok, 2013), fragment
- Henk de Jong, Dat boek is subliem, fragment
- Belspo/KBR, 600 jaar Imitatio Christi (2024)
- Katholiek Documentatiecentrum, inventaris archief Vereniging Thomas a Kempis
- Begraafplaats Bergklooster, Museum Thomas a Kempis
- DagjeWeg, Museum Thomas a Kempis
- GCatholic, Basiliek van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, Zwolle
- Street Art Cities, portret Thomas a Kempis, Sassenstraat Zwolle
- New World Encyclopedia, “Thomas a Kempis”
- Thomas a Kempis, The Imitation of Christ (Project Gutenberg)
- Lonely Planet, Onze Lieve Vrouwe Basiliek
- Wikipedia, “Thomas a Kempis” (startpunt)