Wat betekenendeze stenen?

Deel 1 · Hoofdstuk 6

Den Haag

de weduwe die zei dat het brood en meel was

1527De Gevangenpoort aan het Buitenhof

Aan het Buitenhof in Den Haag staat een oude poort. Sinds 1923 is het geen doorgang meer: de huizen ernaast werden toen gesloopt voor een straat. Het is de Gevangenpoort, een gebouw dat van 1420 tot 1828 mensen vasthield die op hun vonnis wachtten. Sinds 1882 is het een museum. Ernaast ligt de Galerij Prins Willem V, met een trap die de twee gebouwen verbindt.

Het plein voor de poort had vroeger een eigen naam: het Groene Zoodje. Zo heette de plek naar de graszode op het schavot. Hier werden mensen terechtgesteld. Hier werden in 1672 ook de gebroeders De Witt vermoord door een woedende menigte. Dat verhaal kent bijna iedereen.

Er is ook een ander verhaal, dat veel minder mensen kennen. Het gaat over een weduwe uit Monnickendam. In november 1527 stond zij in deze stad voor de stadhouder en de Raad van Holland. Ze zei hardop wat ze geloofde over het brood van de mis. Een paar dagen later was ze dood.

Ze heette Wendelmoet Claesdochter. In de oude boeken heet ze ook Weynken, Weyntgen of Wendelmoet Klaasdochter. Je vindt haar naam nergens op een bord bij de Gevangenpoort. Dit hoofdstuk is een poging om haar terug te zetten op de plek waar ze haar laatste dagen doorbracht.

EEN WEDUWE ZONDER LEVENSLOOP

Wie iets wil weten over het leven van Wendelmoet vóór 1527, komt bijna met lege handen terug. Ze kwam uit Monnickendam, een stadje aan het water ten noorden van Amsterdam. Ze was weduwe. Haar vader heette Claes, want Claesdochter betekent dochter van Claes. Een database van de Radboud Universiteit noemt ook de varianten Weynke Arisdr. en Willemptgen Arisdochter. Dan zou haar vader Aris hebben geheten. Ook daar is de overlevering dus niet eenduidig.

Over haar geboorte weten we niets zeker. Sommige naslagwerken schrijven “omstreeks 1490”. Andere zetten er een vraagteken. Ook over haar man, eventuele kinderen of haar werk zwijgen de bronnen. In een Engelstalige encyclopedie lees je dat ze in Monnickendam Bijbelbijeenkomsten leidde. Ik heb daar geen bron voor kunnen vinden die ouder is dan dat artikel.

Ik vind dat eerlijk gezegd moeilijk. Bij mensen die later beroemd werden, hebben we brieven, preken, portretten. Bij Wendelmoet hebben we bijna alleen haar laatste week. Maar die week is goed beschreven.

EEN KEIZER EN EEN PLAKKAAT

Om te begrijpen waarom een weduwe uit Waterland in een Haagse gevangenis terechtkwam, moet je even terug naar de jaren daarvoor.

In 1517 had Maarten Luther in Duitsland zijn stellingen tegen de aflaathandel bekendgemaakt. Een aflaat was een papier van de kerk dat straf voor zonden kwijtschold, vaak tegen betaling. Luthers geschriften gingen snel rond, ook in de Nederlanden. Keizer Karel V, die over deze gewesten regeerde, wilde daar een einde aan maken. In 1521 vaardigde hij het Edict van Worms uit. Boeken moesten voortaan eerst door een censor worden goedgekeurd. Volgens Museum de Gevangenpoort stelde hij in 1522 de inquisitie in, een rechtbank die ketterij moest opsporen en bestraffen.

De keizer liet ketters vervolgen met plakkaten, openbare bevelen die aan muren en kerkdeuren werden aangeplakt. Wie verboden boeken las, ze verspreidde of over het geloof sprak op een manier die de kerk niet goedkeurde, liep gevaar.

In de Nederlanden ging het vaak over één vraag: wat gebeurt er met het brood in de mis? De Rooms-Katholieke Kerk leerde dat brood en wijn bij de mis werkelijk het lichaam en bloed van Christus worden. Dat heet transsubstantiatie. Mensen die dat ontkenden, werden sacramentariërs genoemd. Ze zagen het brood als een teken, een herinnering aan Christus. Voor de kerk van die tijd was dat een van de zwaarste ketterijen die er bestonden.

WOERDEN, 1525

Twee jaar voor Wendelmoet zat een andere gevangene in de Gevangenpoort. Hij heette Jan de Bakker, of Jan Jansz. van Woerden, en in het Latijn Pistorius. Hij was priester. Hij had in Leuven gestudeerd en sprak zich uit tegen de aflaathandel. Hij was ook getrouwd, wat voor een priester verboden was.

In mei 1525 werd hij gearresteerd en naar Den Haag gebracht. Volgens het museum zat hij eerst in de Ridderkamer, een cel voor gevangenen van stand. Later kwam hij in een kale cel met zwervers. Hij weigerde te herroepen. Op een stellage voor de Ridderzaal werd hij als priester ontwijd. Op 15 september 1525 werd hij op het Groene Zoodje aan een paal gebonden en verbrand.

Het museum noemt hem het eerste dodelijke slachtoffer van de ketterjacht in Holland. Zijn verhaal hangt er nu in de tentoonstelling. Dat van Wendelmoet niet.

VAN HET SLOT VAN WOERDEN NAAR DEN HAAG

Ook Wendelmoet begon haar gevangenschap in Woerden. Op welke dag en waarom ze daar werd opgepakt, vertellen de verslagen niet. Ze zat op het slot, het kasteel dat de bisschop van Luik in 1407 had laten bouwen. Het werd tot in de negentiende eeuw als gevangenis gebruikt.

Op 15 november 1527 werd ze als gevangene van Woerden naar Den Haag gebracht. Zo beginnen de martelaarsverslagen over haar. Op 17 november kwam de graaf van Hoogstraten in Den Haag aan, de stadhouder van Holland. Hij was de hoogste vertegenwoordiger van de keizer in dit gewest. De volgende dag moest Wendelmoet voor hem verschijnen, samen met de voltallige Raad van Holland.

Hier moet ik iets eerlijk zeggen over de bronnen, want het is belangrijk voor de rest van dit hoofdstuk. Wat we over Wendelmoets verhoor weten, komt uit martelaarsboeken. Dat zijn verzamelingen verhalen over mensen die om hun geloof stierven, geschreven door hun geloofsgenoten. Ze zijn niet neutraal. Ze willen laten zien hoe moedig de martelaren waren.

Haar verhaal staat bij de doopsgezinden in Het Offer des Heeren. Daarvan verscheen de eerste bekende druk in 1562. Wendelmoet staat er pas in vanaf de druk van 1570, zo staat het op Wikipedia, dat zich daarvoor beroept op het Digitaal Vrouwenlexicon. Later kwam het in de Martelaarsspiegel van Thieleman van Braght (1660, met prenten in 1685). Ook de protestantse predikant Adriaan van Haemstede nam haar op in zijn Historie der martelaren. Het verhoor dat al die boeken weergeven, is dus pas tientallen jaren na haar dood gedrukt. Wie het het eerst opschreef, heb ik niet kunnen vaststellen.

En de versies verschillen. Dat zie je al in de eerste regels. In de Martelaarsspiegel komt de stadhouder op de zeventiende aan. In een hedendaagse bewerking van Haemstede staat dat hij “zeventien dagen daarna” kwam. Dat kan niet kloppen, want dan zou hij pas in december zijn gekomen, na haar dood. Zo sluipen er bij het overschrijven en vertalen fouten in een verhaal.

MACHT VAN BOVEN

Op 18 november stond ze voor de Raad. Ze werd vermaand om te herroepen, haar woorden in te trekken. Anders zou ze worden verbrand.

Haar antwoord staat in alle versies, in iets andere woorden. In de bewerking van Haemstede luidt het: “Wanneer u de macht van boven gegeven is, ben ik bereid om te lijden.” Wie de evangeliën kent, hoort hier een echo van wat Jezus tegen Pilatus zei. Ze verwees naar een macht boven die van de rechters.

Iemand in de Raad merkte op dat ze de dood niet vreesde omdat ze hem nog nooit had geproefd. Ze antwoordde dat ze de dood nooit zou smaken. Ze haalde daarbij de woorden van Jezus aan. In de Herziene Statenvertaling staat die belofte zo: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand Mijn woord in acht genomen heeft, zal hij beslist de dood niet zien tot in eeuwigheid. (Johannes 8:51)

Wat zou jij zeggen, als je tegenover de machtigste man van je gewest stond en wist dat het volgende antwoord over je leven besliste?

BROOD EN MEEL

Toen kwam de vraag waar het om draaide: wat hield ze van het sacrament?

Kerkhistoricus R.H. Bremmer citeert haar antwoord in de spelling van de zestiende eeuw: “Ik houde u sacrament voor broot ende meel.” Volgens de bewerking van Haemstede voegde ze eraan toe dat het hun duivel was, als zij het als hun God vereerden.

Het zijn harde woorden. Voor een katholieke gelovige van toen was de hostie het heiligste wat er bestond. Je knielde ervoor als ze in een processie voorbij werd gedragen. Wendelmoet noemde het brood en meel. Je kunt begrijpen dat de Raad hierin een aanval zag op alles wat heilig was. En je kunt ook begrijpen wat zij bedoelde: ze wilde God niet zoeken in iets wat door mensenhanden gebakken was.

Over de heiligen zei ze dat ze geen andere middelaar of voorspraak kende dan Jezus Christus. Hij zit aan de rechterhand van de Vader en bidt voor ons. Toen ze werd aangeraden om te biechten bij een priester, antwoordde ze dat ze al aan de Heer had gebiecht. Hij had haar zonden weggenomen. Wel vroeg ze iedereen die ze ooit had gekwetst om vergeving.

Bremmer plaatst haar in wat hij de sacramentarische fase van de Reformatie in de Nederlanden noemt. Luther zelf geloofde wel dat Christus op een bijzondere manier in het brood aanwezig was. Wendelmoets woorden passen daar niet bij. Een Engelstalige encyclopedie noemt haar luthers. De doopsgezinden namen haar later op in hun martelaarsboek. Zo claimden verschillende stromingen haar als een van de hunnen. Zij zelf gebruikte, voor zover we weten, geen van die namen.

EEN VROUW DIE HAAR AANRAADDE TE ZWIJGEN

De twee dagen daarna bleef ze in de gevangenis. In welke cel, vertellen de bronnen niet. De Gevangenpoort was toen de staatsgevangenis, en Jan de Bakker had er gezeten. Maar dat Wendelmoet er ook zat, staat nergens met zoveel woorden.

Ze kreeg veel bezoek. Monniken, priesters, vrouwen en vrienden kwamen langs en probeerden haar op andere gedachten te brengen. Een eenvoudige vrouw had medelijden met haar. Ze raadde haar aan om te zwijgen over wat ze geloofde, dan hoefde ze niet te sterven. Wendelmoet antwoordde dat ze geroepen was om te spreken en niet kon zwijgen.

Volgens de Martelaarsspiegel kwamen er ook twee dominicanen, monniken van de predikersorde. Een van hen hield haar een kruisbeeld voor en noemde het haar Heer. Ze noemde het een houten god en zei dat ze hem in het vuur moesten gooien. Toen ze haar het sacrament wilden geven, vroeg ze wat voor God dat was die voor een duit werd verkocht. En over de heilige olie, die een priester gebruikte bij stervenden, zei ze dat die goed was voor de salade, of om je schoenen in te vetten.

Dat laatste is misschien de bekendste uitspraak uit haar verhoor. Ik moet er wel bij zeggen: in de bewerking van Haemstede die ik las, staat het niet. Daar ontbreken de olie en de houten god. Die versie vertelt wel over een zondag aan het Hof waarop ze opnieuw werd vermaand, en waarop ze zei dat ze van haar Heer niet zou wijken, in leven of in sterven. De Martelaarsspiegel noemt geen zondag. Welke versie het dichtst bij haar eigen woorden staat, kan ik niet zeggen.

IN HET MIDDEN VAN DE WEEK

“In het midden van de week”, zo zegt de Martelaarsspiegel, werd ze voor het Hof gebracht om haar vonnis te horen. Ik heb het nagerekend: 20 november 1527 viel op een woensdag. Dat klopt dus.

Eerst sprak de kerk. De deken van Naaldwijk, die optrad als inquisiteur, las het vonnis voor. Hij verklaarde haar ketter, omdat ze niet goed geloofde over het sacrament, en leverde haar over aan de wereldlijke rechter. Daarbij verklaarde hij dat hij niet instemde met haar dood. Een geestelijke mocht volgens het kerkelijk recht geen doodvonnis uitspreken. Hij trok zich daarna terug.

Daarna sprak de kanselier. Ze zou worden verbrand, en haar bezittingen werden in beslag genomen. Volgens de Martelaarsspiegel vroeg ze de rechters om vergeving voor het kwaad dat ze hun mogelijk had aangedaan. Alle versies zijn het over deze gang van zaken eens.

Het kost wat om zo’n zitting te lezen. Een keizer, een stadhouder, een raad, een deken en een kanselier. En tegenover hen een weduwe zonder titel, van wie we de geboortedatum niet eens kennen.

EEN BANK DIE VAST MOET STAAN

Op de weg naar het schavot liep een monnik met haar mee. Hij hield haar het kruisbeeld voor. Hij vroeg haar om Onze-Lieve-Vrouw, Maria, aan te roepen. Volgens de Martelaarsspiegel antwoordde ze dat Maria het goed had bij God, en dat zij Christus hadden, die aan de rechterhand van de Vader zat. Toen hij vroeg of ze niet bang was voor Gods oordeel, zei ze dat God niet gekomen was om zondaars te veroordelen.

Op het schavot vroeg ze de mensen die stonden te kijken om vergeving. Ze hielp de beulen om buskruit in haar boezem te stoppen. Ze duwde het kruisbeeld opnieuw weg. Volgens het verslag ging ze blij naar de paal. Ze vroeg nog of de bank wel vast stond, of ze niet zou vallen.

De bewerking van Haemstede zegt dat ze met een vrolijk hart en een onveranderd gezicht naar boven ging. Toen de beul haar wurgde, sloeg ze de ogen neer, alsof ze in slaap viel. Pas toen ze niet meer bewoog, werd het vuur aangestoken.

Dat was op woensdag 20 november 1527. De verslagen noemen niet waar in Den Haag het schavot stond. Jan de Bakker was twee jaar eerder op het Groene Zoodje verbrand, bij de Gevangenpoort. Het ligt voor de hand dat het daar ook gebeurde, maar een bron die het zegt, heb ik niet gevonden.

DE EERSTE VROUW

Wendelmoet Claesdochter wordt genoemd als de eerste vrouw in de Nederlanden die onder Karel V om haar geloof werd terechtgesteld. Zo vat de Engelse Wikipedia het samen, op gezag van het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Schrijver Theun de Vries noemde haar in 1982 zelfs de eerste protestantse martelaar van de Nederlanden. In hetzelfde hoofdstuk liet hij Jan de Bakker in Woerden sterven in plaats van in Den Haag. Over deze vroege jaren gaan de vergissingen makkelijk rond.

Na haar volgden er velen. De martelaarsboeken waarin haar verhaal staat, tellen honderden bladzijden.

Haar woorden overleefden wel. Ze werden doorverteld en opgeschreven, en kregen vanaf 1570 een plaats in het martelaarsboek van de doopsgezinden. In die druk kreeg elke martelaar er ook een lied bij. Een Nederlandse database van vrouwelijke auteurs schrijft haar zelf een martelaarslied toe. Of zij dat lied echt maakte, heb ik niet kunnen controleren.

EEN STRAATNAAM IN WATERLAND

In Monnickendam is een straat naar haar genoemd: de Wendelmoet Claesdochterlaan. Een plaquette of gedenksteen heb ik er niet gevonden. De Grote of Sint-Nicolaaskerk staat er nog. Aan die kerk werd in haar tijd al meer dan een eeuw gebouwd. Na de Reformatie werd het een gereformeerde kerk. Ook daar wordt haar naam, voor zover ik kon nagaan, niet genoemd.

In Den Haag is het stil rond haar naam. Het museum in de Gevangenpoort vertelt het verhaal van Jan de Bakker. Dat van de weduwe die twee jaar later in dezelfde stad stierf, vond ik er niet.

Misschien is dat ook wel passend bij wie ze was. Ze had geen titel en geen boeken op haar naam. Ze had een paar zinnen, gesproken in een week in november. Ze zijn bijna vijfhonderd jaar oud.

Sta je ooit op het Buitenhof, kijk dan even naar het plein voor de oude poort. Hier lag het Groene Zoodje. Ergens in deze stad stond in november 1527 een bank op een schavot, en een vrouw uit Monnickendam vroeg of die wel vast stond.

GA ER ZELF HEEN

De Gevangenpoort staat aan het Buitenhof 33 in Den Haag. Het is een gevangenismuseum, waar ook het verhaal van Jan de Bakker wordt verteld. Het plein voor de poort was vroeger het Groene Zoodje, de plek van terechtstellingen. Naast de poort ligt de Galerij Prins Willem V. Kijk voor openingstijden op de website van Museum de Gevangenpoort.

In Monnickendam vind je de Grote of Sint-Nicolaaskerk aan de Zarken 2. De kerk is in de zomermaanden open voor bezoekers en de toren kan beklommen worden. Kijk voor openingstijden op de website van de kerk. Vrijwillige stadsgidsen van de Vereniging Oud Monnickendam lopen rondleidingen door het stadje. In het stadje ligt ook de Wendelmoet Claesdochterlaan.

Wie de hele route van haar laatste weken wil volgen, kan ook naar Woerden. Het kasteel waar ze gevangen zat, staat er nog. Het is nu een locatie voor feesten en evenementen en is alleen als gast te bezoeken.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): Wendelmoet Claesdochter was een weduwe uit Monnickendam; zij werd op 20 november 1527 in Den Haag gewurgd en verbrand omdat zij als ketter was veroordeeld; zij wordt genoemd als de eerste vrouw die in de Nederlanden onder Karel V om haar geloof werd terechtgesteld; Jan de Bakker werd op 15 september 1525 in Den Haag bij de Gevangenpoort verbrand; zij staat vanaf de druk van 1570 in Het Offer des Heeren, later in de Martelaarsspiegel en bij Haemstede.

Alleen uit overlevering (de martelaarsboeken): haar gevangenschap op het slot van Woerden en de overbrenging op 15 november; het verhoor op 18 november voor stadhouder en Raad van Holland; haar antwoorden over het sacrament (“broot ende meel”), de heiligen, de biecht en de dood; het bezoek van de vrouw die haar aanraadde te zwijgen; de rol van de deken van Naaldwijk en de kanselier; haar laatste woorden op het schavot. Deze verslagen zijn door geloofsgenoten geschreven en pas tientallen jaren later gedrukt.

Onbevestigd: haar geboortejaar (omstreeks 1490); dat zij Bijbelbijeenkomsten leidde; dat zij in de Gevangenpoort gevangen zat; dat het schavot op het Groene Zoodje stond; dat zij zelf een martelaarslied maakte. De uitspraken over de heilige olie en de houten god staan in de Martelaarsspiegel maar niet in de bewerking van Haemstede; de zondag aan het Hof staat alleen bij Haemstede. De “zeventien dagen” in een moderne bewerking van Haemstede is in strijd met de datum van haar dood.

Duiding: of zij luthers, sacramentarisch of een voorloper van de doopsgezinden was, hangt af van wie het vertelt. Zelf gebruikte zij, voor zover bekend, geen van die namen. Dat 20 november 1527 een woensdag was, is een eigen berekening (juliaanse kalender).

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Martelaarsspiegel (Van Braght), Engelse vertaling 1886: Weynken, a widow, daughter of Claes, of Monickendam
  2. Adriaan van Haemstede, Historie der martelaren, deel 2 (digitale editie De Gihonbron, 2004)
  3. R.H. Bremmer, Ontstaan van de Nederlandse Hervormde Kerk (1977, digitale editie 2004)
  4. DBNL, Lexicon literaire werken: Het Offer des Heeren
  5. Wikipedia (Engels), Wendelmoet Claesdochter (met verwijzing naar E. Kloek, Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 2014)
  6. SheWrote (Radboud Universiteit), Wendelmoed Claesdochter
  7. Theun de Vries, Ketters (1982), hoofdstuk Ketterjacht in de Nederlanden (DBNL)
  8. Museum de Gevangenpoort, Jan de Bakker
  9. Museum de Gevangenpoort, verhalen over vervolging en vrijheid
  10. Cambridge University Library, Refusing to kneel (over de Martelaarsspiegel van 1685)
  11. Wikipedia (Engels), Gevangenpoort
  12. Wikipedia (Engels), Jan de Bakker
  13. Verhaal van Woerden, Boekdrukkunst maakt en breekt Jan de Bakker en Evert Bogert
  14. Literatuurgeschiedenis.org, Het gedrukte boek in de 16e eeuw
  15. Castles.nl, Kasteel Woerden
  16. Laag Holland, Grote of Sint-Nicolaaskerk Monnickendam
  17. Rodi Waterland, Stadsgidsen trots op rijke geschiedenis van Monnickendam
  18. Postcode 1141 JA, Wendelmoet Claesdochterlaan, Monnickendam
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel