Wat betekenendeze stenen?

Deel 1 · Hoofdstuk 7

Witmarsum

de priester die zijn naam achterliet

1536Menno Simons-monument

Net buiten Witmarsum ligt een stukje grond met water eromheen. Je komt er over een bakstenen dammetje, door een ijzeren hek. Tussen de bomen staat een grijze stenen naald op een verhoging, met een gietijzeren hekwerk rondom. Op de vier zijden van de voet staan opschriften. Het adres is It Fliet 5. De naald werd in 1879 geplaatst, en sinds 2000 is hij een rijksmonument.

Voor de naald zit een oudere steen in een laag muurtje, waarschijnlijk uit 1828. Volgens het monumentenregister stond op deze omgrachte plek ooit het woonhuis van Menno Simons. Later stond hier een klein kerkje, dat rond 1878 werd afgebroken. De overlevering zegt dat Menno hier in het verborgen preekte.

Het is een stille plek, en toch komen hier groepen van ver. Mennonieten uit Duitsland, Canada, de Verenigde Staten, Mexico en Belize staan hier om dezelfde reden: hier begon het verhaal van hun kerk. Een nieuwsbrief van de Stichting Menno Simons vertelde in 2024 over twee mannen, uit Winnipeg en uit Idaho, die bij dit monument een Duitse groep tegenkwamen. Ze verstonden elkaar in het Plautdietsch, een Nederduitse taal die veel mennonieten nog spreken.

Hoe komt het dat een dorp in de Friese klei een bedevaartplek is geworden voor mensen van de andere kant van de oceaan? Het antwoord begint bij een priester die twijfelde aan het brood in zijn handen.

EEN JONGEN UIT DE KLEI

Menno werd in Witmarsum geboren, waarschijnlijk in 1496. Oudere bronnen houden het op 1492. Zijn vader heette Simon, en zo werd hij Menno Simonszoon, Menno de zoon van Simon. De familie was eenvoudig. Een Duits biografisch woordenboek noemt zijn vader een boerenknecht.

Waar hij leerde lezen en Latijn, weten we niet zeker. Het zou kunnen in het klooster bij Pingjum of in Bolsward, maar dat is een vermoeden. Wel staat vast dat hij priester werd in de rooms-katholieke kerk, de enige kerk die Friesland toen kende. In 1524 was hij kapelaan, een hulppriester, in Pingjum. Dat was het dorp van zijn vader, een paar kilometer van Witmarsum.

Zelf schreef hij later dat hij vierentwintig was toen hij daar begon. Hij gaf er eerlijk iets bij toe. De Bijbel had hij nauwelijks gelezen.

BROOD DAT BROOD BLEEF

Die terugblik is de belangrijkste bron voor wat er in hem gebeurde. Menno schreef hem bijna twintig jaar later op, in 1554, als deel van een antwoord aan een tegenstander, de predikant Gellius Faber. Later kreeg het stuk een eigen titel: Uitgang uit het pausdom. Het is zijn eigen getuigenis. Niemand anders keek mee in zijn hoofd, dus alles wat volgt over zijn twijfel en zijn strijd hebben we van hem.

Het begon bij de mis. In de katholieke leer worden brood en wijn tijdens de mis werkelijk lichaam en bloed van Christus. Menno stond aan het altaar en kon het niet meer geloven. Hij dacht dat de duivel hem iets influisterde. Hij biechtte zijn twijfel, steeds opnieuw, en kwam er niet van los.

Toen deed hij wat hij nog nooit gedaan had. Hij pakte het Nieuwe Testament en ging lezen. Volgens zijn eigen verslag ontdekte hij daar dat hij misleid was.

EEN KLEERMAKER IN LEEUWARDEN

In 1531 hoorde Menno iets wat hem niet meer losliet. In Leeuwarden was een kleermaker onthoofd, Sicke Freerks, die Menno zelf Sicke Snyder noemt. Zijn misdaad was dat hij zich als volwassene opnieuw had laten dopen. Hij was de eerste doper die in Leeuwarden werd terechtgesteld. Menno noemt hem in zijn terugblik een godvrezende held.

Dat heette toen wederdoop. Wie als baby gedoopt was en zich later nog eens liet dopen, kon de doodstraf krijgen. De wederdopers, of dopers zoals ze zichzelf liever noemden, geloofden dat de doop hoort bij iemand die zelf gelooft en daarvoor kiest. Een baby kan dat niet.

Het bericht zette hem opnieuw aan het zoeken. Volgens zijn eigen verhaal vroeg hij zijn pastoor naar de Bijbelse grond voor de kinderdoop, en die gaf toe dat er geen was. Daarna las hij wat de hervormers Luther, Bucer en Bullinger erover schreven. Ze kwamen alle drie met een andere reden. Menno concludeerde dat de kinderdoop op geen vaste grond stond.

Hij bleef intussen gewoon priester.

EEN BETERE PLEK, EEN LEEG HART

Rond 1531 of 1532 werd Menno pastoor in Witmarsum, zijn geboortedorp. Het was een betere plaats dan Pingjum. Hij schreef later zonder omwegen waarom hij ging: voor het geld en voor meer aanzien.

Volgens zijn eigen terugblik ging het daar mis. Hij wist wat hij in de Bijbel gelezen had, maar hij leefde er niet naar. Hij preekte zonder liefde en zonder geest, schreef hij.

Ik vind dat een van de eerlijkste regels die een kerkleider over zichzelf kan schrijven. Zijn tegenstanders lazen mee, en hij schreef het toch op.

HET NIEUWE JERUZALEM

Terwijl Menno in Witmarsum preekte, gebeurde er in Westfalen iets dat de hele beweging van de dopers voor eeuwen een slechte naam zou geven. Münster was in maart 1533 protestants geworden. In februari 1534 kregen dopers de meerderheid in de stadsraad. Ze riepen de stad uit tot het nieuwe Jeruzalem, de stad van God op aarde.

De bisschop van Münster sloeg het beleg om de stad. Binnen de muren nam een man uit Leiden de leiding, Jan van Leiden. Ongeveer zevenduizend soldaten lagen ruim een jaar om de muren. Op 24 juni 1535 kwam het leger de stad binnen, met hulp van een verrader. De verdedigers werden afgeslacht.

Ook in Friesland vond Münster aanhangers. Boden uit de stad, onder wie Jan van Geelen, wierven er volgelingen. Menno kende hun ideeën. Volgens zijn eigen verslag preekte hij tegen hen en vermaande hij de mensen in zijn omgeving. Hij zag ook dat het weinig uithaalde. Zijn eigen leven klopte niet met wat hij zei, en dat wist hij.

HET OLDEKLOOSTER

In het voorjaar van 1535 kwam het geweld naar de buurt van Witmarsum. Op zondag 28 maart, Pasen, hielden dopers hun eigen paasdienst bij Tzum, niet ver van Franeker. Er kwamen zo’n driehonderd mensen. Toen soldaten hen aanvielen, trokken ze naar het Oldeklooster, een cisterciënzerabdij bij Bolsward. Ze namen het klooster in en verschansten zich daar.

Een week later, rond 7 april, heroverden troepen van de stadhouder van Friesland, Georg Schenck van Tautenburg, het klooster. De afloop was bloedig. Volgens een artikel van de theoloog Chris Huebner uit 2024 werden ongeveer veertig mensen meteen bij de muren terechtgesteld. Van de honderdtweeëndertig gevangenen die naar Leeuwarden gingen, werden er vijfenvijftig ter dood gebracht. Dertig van hen waren vrouwen, die werden verdronken. Andere bronnen noemen iets andere aantallen. Dat het een slachting was, staat vast. Jan van Geelen ontsnapte. Twee maanden later kwam hij om bij een aanval van dopers op het stadhuis van Amsterdam.

Huebner schreef zijn artikel over de vraag hoe je de doden van het Oldeklooster herdenkt. Ze waren dopers, net als Menno later, maar ze kozen het zwaard. Wat doe je met zulke geloofsgenoten in je eigen geschiedenis?

Naast Jan van Geelen was een van de leiders een man die Pieter Simons heette. Al lang wordt gezegd dat hij de broer van Menno was. Een Duitse biografie uit 1885 schrijft dat een broer van Menno bij deze nederlaag omkwam. Huebner wijst erop dat sommige historici eraan twijfelen, en dat er daarom tegenwoordig vaak “waarschijnlijk” bij staat. Menno zelf noemt in zijn terugblik geen broer. Het kan dus zo zijn geweest. Zeker is het niet.

BLOED OP ZIJN HART

Wat wel in zijn eigen verslag staat, is wat het Oldeklooster met hem deed. Het klooster lag vlak bij zijn huis, schrijft hij. Volgens een oud Nederlands biografisch woordenboek waren er mensen bij met wie hij gesproken had.

Hij schreef dat hun bloed hem “zoo heet op mijn hart gevallen” was dat hij geen rust meer vond in zijn ziel. Hij had zelf de waarheid gezien. Hij had er niet naar geleefd. Zij hadden hun leven gegeven voor een zaak waar hij tegen gepreekt had.

Volgens zijn eigen verslag bad hij in die tijd veel. Hij vroeg God om vergeving en om een rein hart. Hij vroeg om moed om te preken wat hij wist. Hij bad ook dat hij de zonden van anderen niet op zich zou laden. Die strijd duurde volgens zijn eigen verslag ongeveer negen maanden, en al die tijd bleef hij priester.

Heb jij ooit iets geweten, en het niet gezegd omdat het je te veel zou kosten? Menno heeft dat negen maanden met zich meegedragen.

JANUARI 1536

In januari 1536 legde Menno Simons zijn ambt neer. Hij verliet de rooms-katholieke kerk en de positie die hij daarin had. Over de precieze dag verschillen de bronnen. Een oud Nederlands biografisch woordenboek noemt 12 januari, en zegt dat die datum van zijn dochter komt. Op andere plaatsen staat 30 januari. Dat het in januari was, ongeveer negen maanden na het Oldeklooster, daarover zijn de bronnen het eens.

Hij beschrijft het zelf als een keuze om zijn goede naam op te geven. Hij liet volgens zijn eigen woorden zijn eer en zijn naam bij de mensen los, en ook de mis en de kinderdoop. Hij koos voor een leven van armoede en ontbering.

In dezelfde maand werden in Münster Jan van Leiden en twee andere leiders, Bernd Knipperdolling en Bernd Krechting, gemarteld en terechtgesteld op het Prinzipalmarkt. Dat was op 22 januari 1536. Hun lichamen werden in ijzeren kooien aan de toren van de Lambertikerk gehangen. Die kooien hangen er nog steeds. Zo stonden in één maand twee wegen van de dopers naast elkaar: die van het zwaard, die in kooien eindigde, en die van een priester uit Witmarsum die zonder wapen wegliep.

EEN HERDER VOOR VERSTROOIDE SCHAPEN

Kort na zijn vertrek liet Menno zich dopen. Volgens een levensschets uit 1892 deed Obbe Philips dat, de leider van de vreedzame dopers in Leeuwarden. Andere bronnen zeggen alleen dat hij waarschijnlijk in 1536 gedoopt is, zonder te noemen door wie.

Ongeveer een jaar lang studeerde hij en onderwees hij. Toen kwamen er zes tot acht gelijkgezinden naar hem toe, zo vertelt hij. Ze vroegen hem de hongerige en verstrooide gelovigen te helpen. Na veel gebed zei hij ja. In 1537 werd hij in Groningen door Obbe Philips als oudste bevestigd, een opziener van de gemeenten. Over dat feit zijn de oude en de nieuwe biografieën het eens. Van 1537 tot ongeveer 1541 werkte hij vooral in Groningen en omgeving. Hij reisde van groep naar groep, onderwees en doopte. Een priester die zelf als baby gedoopt was, doopte nu volwassenen die zelf voor Christus kozen.

In Groningen trouwde hij met Geertruyd. Haar achternaam is niet bekend. Ze kregen kinderen, en ze deelden met hem het leven op de vlucht. Menno schreef later over zijn arme vrouw en zijn kinderen.

EEN FUNDAMENT DAT AL GELEGD WAS

Menno schreef veel, in het Nederlands van zijn tijd. Een van zijn belangrijkste werken is het zogenaamde Fundamentboek, een uitleg van de leer die hij in de Bijbel vond. Op de titelpagina staat deze tekst:

Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus. (1 Korinthe 3:11)

Hij leerde dat de gemeente bestaat uit mensen die bewust voor Christus kiezen en zich daarom laten dopen. Hij leerde dat een christen geen zwaard opneemt, ook niet voor het geloof, en hij schreef een traktaat over de eed. Britannica noemt hem de leider van de vreedzame tak van de Nederlandse dopers.

Hij was de eerste niet. Obbe Philips was vóór hem leider van de vreedzame dopers. Maar het was Menno’s naam die bleef hangen. Al in 1544 werden de dopers in een brief mennisten genoemd. Later werd het in Nederland doopsgezinden, en in de rest van de wereld mennonieten.

HONDERD CAROLUSGULDENS

Wie de dopers hielp, liep groot gevaar. Volgens de levensschets uit 1892 werd in 1539 in Leeuwarden een man onthoofd, Tjard Renicx, omdat hij Menno onderdak had gegeven. Dat verhaal ken ik maar uit één bron die ik heb kunnen lezen.

Wel goed gedocumenteerd is wat er op 7 december 1542 gebeurde. In Friesland werd een plakkaat uitgevaardigd, een openbaar bevel van de overheid. Niemand mocht Menno Simons nog onderdak, eten of hulp geven. Wie hem gevangen nam en uitleverde, kreeg honderd gouden Carolusguldens. Vanaf dat moment was er een prijs op zijn hoofd gezet.

Menno vertrok uit Friesland. Hij was in Amsterdam, en vanaf 1544 in Emden, in Oost-Friesland. Hij reisde naar Keulen, langs de Oostzee, en woonde een tijd in Wismar. Overal zocht hij kleine groepen gelovigen op, preekte, doopte en schreef. Hij was nergens lang veilig.

Zijn laatste jaren woonde Menno in Wüstenfelde, bij Oldesloe in Holstein, op het landgoed Fresenburg.

Hij stierf daar op 31 januari 1561, ongeveer vijfenzestig jaar oud. Oudere bronnen noemen een andere datum in januari, en zelfs een ander jaar. Een Duitse biograaf rekende in 1885 al uit dat de gangbare data niet klopten met de vrijdag waarop hij volgens de overlevering stierf. Hij werd begraven in zijn eigen tuin. Waar dat graf precies lag, weet niemand meer.

Van zijn kinderen was bij zijn dood nog één dochter in leven.

TERUG NAAR IT FLIET

In 1892 verscheen in Nederland een bundel van zijn geschriften, met zijn Uitgang uit het pausdom voorop en een voorwoord van C.P. van Eeghen. Het boek was bedoeld voor zijn vierhonderdste geboortedag, want toen hielden velen 1492 voor zijn geboortejaar. Dertien jaar eerder was de naald op It Fliet al geplaatst.

Wat bleef er over van een man zonder graf? Een kerk die zijn naam draagt, over de hele wereld. Volgens de nieuwsbrief van de Stichting Menno Simons kwamen er in 2024 bezoekers uit onder meer België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Canada, de Verenigde Staten, Brazilië, Mexico, Belize en de Filipijnen.

In het dorp zelf staat de doopsgezinde kerk. Doopsgezinden noemen hun kerkgebouw vaak een vermaning, een plek waar het Woord wordt uitgelegd en de gemeente wordt aangespoord. Het huidige gebouw in Witmarsum is van 1961 en verving een kerk uit 1877. In 2024 hingen er portretten van Menno, voor een tentoonstelling vijfhonderd jaar nadat hij in Pingjum begon. Een groep mennonieten uit Mexico en Belize zong er dat jaar in een dienst en kocht na afloop oude Bijbels, zo meldde de nieuwsbrief van de stichting. Op 25 april 2026 werd ernaast het Menno Simons Hûs geopend. Het heeft een tentoonstelling over zijn leven en een ontvangstruimte voor honderdvijftig mensen. Het gebouw is bedoeld voor de groepen die van over de hele wereld naar Pingjum en Witmarsum komen.

Als ik aan Witmarsum denk, zie ik die naald op It Fliet. Je vindt er geen beeld van een held op een sokkel. Het monumentenregister prijst de naald om zijn sobere vorm. Een eenvoudige grijze steen staat daar tussen de bomen, met water rondom. Mensen uit Idaho, Winnipeg en Duitsland stonden er samen en verstonden elkaar. Ze stonden bij het dorp waar een priester in de winter van 1536 besloot dat hij niet langer kon zwijgen.

GA ER ZELF HEEN

Het Menno Simons-monument staat aan It Fliet 5, net buiten Witmarsum in de gemeente Súdwest-Fryslân. Het is een omgracht terrein met bomen, dat je over een bakstenen dammetje bereikt. Je ziet de gedenknaald van 1879 met opschriften op de voet, en ervoor de oudere gedenksteen in een laag muurtje. Het monument maakt deel uit van een wandelroute rond Witmarsum.

In het dorp staan de doopsgezinde kerk uit 1961 en het nieuwe Menno Simons Hûs, met een tentoonstelling over zijn leven. Kijk voor openingstijden op de website van de Stichting Menno Simons of van de Doopsgezinde Gemeente De Lytse Streek.

In het buurdorp Pingjum, waar Menno kapelaan was, staan de Victoriuskerk en het doopsgezinde schuilkerkje. Samen met de Koepelkerk in Witmarsum liggen ze aan een route die Menno Simons Land heet. Van het Oldeklooster bij Bolsward is niets meer te zien; alleen de plaatsnaam bestaat nog.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Witmarsum (moderne bronnen: 1496, oudere: 1492); kapelaan in Pingjum in 1524 en daarna pastoor in Witmarsum; de terechtstelling van Sicke Freerks in Leeuwarden in 1531; het dopersrijk in Münster (1534-1535) en de terechtstelling van Jan van Leiden op 22 januari 1536; de bezetting en bloedige herovering van het Oldeklooster in het voorjaar van 1535; Menno’s vertrek uit de katholieke kerk in januari 1536; zijn bevestiging als oudste in Groningen in 1537 door Obbe Philips; zijn huwelijk met Geertruyd; het plakkaat van 7 december 1542 met honderd Carolusguldens beloning; zijn vlucht naar Emden en verder; zijn dood in Wüstenfelde in januari 1561 en zijn begrafenis in zijn tuin; de gedenknaald van 1879 (rijksmonument).

Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: alles over zijn twijfel bij de mis, zijn Bijbelstudie, het gesprek met zijn pastoor en zijn motieven om naar Witmarsum te gaan (zijn eigen Uitgang uit het pausdom, 1554); hoe het Oldeklooster op hem inwerkte en zijn negen maanden van strijd; het verzoek van zes tot acht mannen om hun voorganger te worden; de overlevering dat op het terrein van het monument zijn woonhuis stond en dat hij daar in het verborgen preekte.

Onbevestigd: dat Pieter Simons, een van de leiders bij het Oldeklooster, zijn broer was (oud en vaak herhaald, door historici betwijfeld); de exacte dag van zijn vertrek (12 of 30 januari 1536); dat Obbe Philips hem doopte; de terechtstelling van Tjard Renicx in 1539 (één gelezen bron); de precieze aantallen doden bij het Oldeklooster, die per bron verschillen; zijn opleiding in Pingjum of Bolsward.

Duiding: dat Menno’s vertrek een antwoord was op het geweld van Münster en het Oldeklooster, zegt hij zelf. Britannica noemt hem de leider van de vreedzame tak van de Nederlandse dopers; Obbe Philips ging hem daarin voor.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Rijksmonumentenregister, monument 513538: Gedenknaald Menno Simonsz, Witmarsum
  2. Menno Simons, Uitgang uit het pausdom, in: Tractaten (1892), DBNL
  3. Menno Simons’ uitgang van het pausdom, met levensbericht (herdruk De Gihonbron, 2008)
  4. Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, lemma Menno Simons, DBNL
  5. Deutsche Biographie: NDB (Kobelt-Groch, 1994) en ADB (Bertheau, 1885), Menno Simons
  6. Encyclopaedia Britannica, Menno Simons
  7. Chris K. Huebner, “Remembering the martyrs of Bloemkamp”, Vision 25.1 (2024)
  8. Stadt Münster, “Wederdopers, burgers en rebellen”
  9. Anabaptist World, “Dutch church creates hub for exploring Menno Simons Land” (16 juni 2026)
  10. Stichting Menno Simons, nieuwsbrief december 2024
  11. Friesland.nl, Kuiertocht Witmarsum
  12. Menno Simons, Foundation of Christian Doctrine, titelpagina (CCEL)
  13. Wikipedia, Menno Simons (startpunt)
  14. Wikipedia, Bloemkamp Abbey (startpunt)
  15. Executed Today, Sikke Freriks (1531)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel