Aan de rand van Brielle, op de hoek van De Rik en de Kloosterweg, staat een grote bakstenen kerk. Achter die kerk ligt een grasveld, omringd door een overdekte gang van beton. In die gang hangen de staties van een kruisweg, afbeeldingen van het lijden van Jezus. Midden op het gras staat een klein achtkantig bouwwerk van natuursteen met een koepel: een ciborium, een overdekt buitenaltaar. In het gras eromheen loopt een lijn van steen. Hij tekent een rechthoek.
Die rechthoek is de omtrek van een schuur. Er werd turf in bewaard, gedroogd veen om mee te stoken. Het was de turfschuur van een klooster dat hier tot 1572 stond. In de nacht van 9 juli van dat jaar werden aan de balken van die schuur negentien mannen opgehangen. Het waren priesters en kloosterlingen, de meesten uit Gorinchem. Ze worden de martelaren van Gorcum genoemd, naar de oude naam van hun stad.
De mannen die hen ophingen waren geuzen: opstandelingen tegen de Spaanse koning, en protestanten. Dit hoofdstuk gaat dus over geweld van protestanten tegen katholieken. Ik schrijf dat aan het begin, omdat het verhaal anders makkelijk een andere kant op buigt. In de jaren eromheen werden ook protestanten vervolgd, verbrand en opgehangen, en daar kom ik op. Maar hier, in Brielle, liep het bloed de andere kant op.
EEN STAD DIE OP 1 APRIL VIEL
Om te begrijpen hoe negentien geestelijken uit Gorinchem in Brielle terechtkwamen, moet je naar het voorjaar van 1572.
De Nederlanden waren al jaren onrustig. In 1566 trok de Beeldenstorm door het land: groepen protestanten vernielden beelden en altaren in kerken. Een jaar later stelde de hertog van Alva, de landvoogd van koning Filips II, de Raad van Beroerten in. Die rechtbank moest opstandelingen en beeldenstormers straffen. Volgens de historicus Jonathan Israel werden bijna negenduizend mensen veroordeeld voor ketterij of verraad. De meesten waren gevlucht en werden bij verstek veroordeeld. Ongeveer duizend vonnissen werden ook echt uitgevoerd. In de volksmond kreeg de rechtbank de naam Bloedraad.
Vervolging om het geloof was toen niet nieuw. Al op 1 juli 1523 waren op de Markt van Brussel twee augustijner monniken, Hendrik Voes en Johannes van Esschen, verbrand omdat ze de leer van Luther volgden. Onder keizer Karel V en zijn zoon Filips werd wie zich van Rome afkeerde, stelselmatig opgespoord.
Een deel van de gevluchte opstandelingen voer op zee. Ze noemden zich watergeuzen. Toen ze uit de Engelse havens geweerd werden, kwam hun vloot op 1 april 1572 voor Den Briel terecht, zoals Brielle toen heette. Onder leiding van admiraal Lumey en Willem Bloys van Treslong namen ze de stad in, in naam van Willem van Oranje. Het was de eerste stad die de opstand op de Spanjaarden veroverde. Het Historisch Museum Den Briel noemt het nog altijd de eerste smaak van vrijheid.
Voor katholieken pakte het anders uit. De geuzen keerden zich tegen de geestelijkheid. Kloosters werden gesloten. Het klooster van Sint-Elisabeth, net buiten de stad in Rugge, werd die maand al gesloten en geplunderd. Daar stond de turfschuur.
ADMIRAAL LUMEY
Willem van der Marck, heer van Lumey, was een zoon van graaf Jan van der Marck. Hij werd in 1542 in Luik geboren. Over zijn jeugd is weinig opgetekend. In 1572 was hij admiraal van de geuzenvloot.
Het Biografisch Woordenboek van Van der Aa, een negentiende-eeuws naslagwerk, is niet mild over hem. Het noemt zijn raad om Den Briel te plunderen en weer te verlaten onverstandig. Later dat jaar zou hij bij de verovering van Schoonhoven twee monniken hebben laten doden. In Leiden liet hij prior Cornelis Musius van het Delftse Sint-Agathaklooster pijnigen en ophangen, op een beschuldiging die nooit bewezen werd. Volgens de geschiedschrijver Bor stuurde Oranje een bode om Musius te redden. Lumey liet de poort dicht en versnelde de executie.
Dat patroon zie je ook in Gorinchem en Brielle terug.
GORINCHEM, EIND JUNI
Op 26 en 27 juni 1572 viel Gorinchem in handen van de geuzen. Volgens een masterscriptie uit 2013 over Lumey gaf waarschijnlijk geuzenkapitein Marinus Brandt het bevel, en niet Lumey zelf. Alle katholieke geestelijken van de stad werden gevangengenomen.
Er was een klooster van franciscanen in Gorinchem. Franciscanen, ook minderbroeders genoemd, zijn een orde die teruggaat op Franciscus van Assisi. Ze leven in armoede en trekken rond om te preken. Het klooster in Gorinchem telde in die jaren twaalf priesters en zes lekenbroeders, broeders zonder priesterwijding. Hun overste had de titel gardiaan. Dat was Nicolaas Pieck.
Pieck was in 1534 in Gorinchem geboren. In 1558 werd hij priester gewijd. Ongeveer tien jaar later werd hij gardiaan in zijn eigen geboortestad. Hij en zijn broeders hielpen de pastoors door te preken en bijeenkomsten te leiden.
De pastoor van de stad was Leonardus van Veghel. In sommige bronnen staat zijn naam als Vechel. Hij was in 1527 geboren en had in Leuven gestudeerd, samen met onder anderen Nicolaas Pieck. Op zijn negenentwintigste werd hij pastoor van Gorinchem. Zijn levensbeschrijving noemt hem oprecht, geleerd en welbespraakt. In het jaar voor zijn dood, toen de spanning in de stad opliep, kreeg hij een pastoraat in Gouda aangeboden. Hij bleef.
Van Veghel en Pieck werden in de gevangenschap de leiders van de groep.
BIJNA TWEE WEKEN
Wat er de volgende dagen in Gorinchem gebeurde, kennen we vooral uit katholieke verslagen. Alle bronnen zijn het over de hoofdlijn eens. Bijna twee weken lang werden de gevangenen mishandeld, vernederd en onder druk gezet om hun geloof af te zweren.
Over Nicolaas Pieck gaan twee verhalen rond. In het eerste werd hij aan het koord om zijn middel opgehangen, tot het koord brak en hij bewusteloos neerviel. In het tweede probeerden zijn twee broers hem vrij te krijgen. Hij zou geweigerd hebben zonder de anderen te gaan. Beide verhalen staan in heiligenlevens en in de Catholic Encyclopedia van het begin van de twintigste eeuw. Een onafhankelijke bron ervoor heb ik niet gevonden.
Hoe weten we dan zoveel? Door een jongen uit Gorinchem. Willem Hessels van Est, later bekend als Estius, werd in 1542 in de stad geboren. Hij was een neef van Nicolaas Pieck. Hij werd hoogleraar aan het seminarie in Douai, in het noorden van Frankrijk, en een gezaghebbend Bijbeluitlegger. In 1603 publiceerde hij een geschiedenis van de martelaren, een jaar later ook in het Nederlands. Volgens het heiligdom in Brielle verzamelde hij getuigenissen van mensen die erbij waren geweest. Daardoor zijn van de meeste martelaren de naam, de herkomst, het werk en de leeftijd bekend.
Je moet dat boek lezen voor wat het is. Het is geschreven door een familielid, door een katholiek, om de martelaren te eren. Het is ook vrijwel alles wat we hebben. Historici gebruiken het, en zo doe ik het ook. Waar een detail alleen uit die traditie komt, zeg ik het.
EEN SCHUIT NAAR DEN BRIEL
In de nacht van 5 op 6 juli werden de gevangenen per schuit naar Den Briel gebracht. Onderweg, bij Dordrecht, werden ze volgens de katholieke verslagen aan nieuwsgierigen getoond, tegen betaling.
In Brielle sloten nog vier priesters van elders zich bij de groep aan. Een van hen was Jan van Hoornaar, een dominicaan die volgens de Catholic Encyclopedia de sacramenten was komen bedienen. Twee anderen waren norbertijnen, kanunniken van een orde die in de Nederlanden veel parochies bediende: Jacobus Lacops en Adrianus Janssen, pastoor in Monster. De vierde was Andreas Wouters, pastoor van Heinenoord. Met hen erbij waren het drieëntwintig mannen.
Op 7 juli liet Lumey hen verhoren. Hij liet ook een soort dispuut houden, een twistgesprek over het geloof. De eis was helder. Ze moesten twee dingen afzweren. Het eerste was hun geloof dat Christus werkelijk aanwezig is in het brood en de wijn van de eucharistie, de mis. Het tweede was het gezag van de paus.
Het waren precies de punten waarover katholieken en calvinisten het meest verdeeld waren. Voor de geuzen hoorden ze bij de macht waartegen ze in opstand waren. Voor de gevangenen waren het geen bijzaken. Ze waren het hart van hun kerk.
Van de drieëntwintig gaven er twee toe tijdens de verhoren. Bij de terechtstelling vielen er nog twee af. Een van hen was volgens de heiligenkenner Louis Goosen de priester Pontus de Heuter. Wat er met deze vier verder gebeurde, vertellen de bronnen die ik las niet. Ik oordeel er niet over. Wie zelf nooit voor zo’n keus heeft gestaan, weet niet wat hij zou doen.
Negentien weigerden.
EEN BRIEF VAN DE PRINS
Hier komt Willem van Oranje in het verhaal. Er gaat een eenvoudige versie rond: de prins vroeg om de vrijlating van de gevangenen, en Lumey luisterde niet. Dat klopt in de kern, maar het is iets ingewikkelder.
Meerdere bronnen bevestigen dat Oranje had bevolen priesters en kloosterlingen met rust te laten. Louis Goosen schrijft dat de prins godsdienstvrijheid had beloofd en het onverdraagzame element in de opstand afkeurde. De oude Catholic Encyclopedia vermeldt dat er tijdens de verhoren in Brielle een brief van Oranje kwam, met het bevel aan alle gezagsdragers om priesters en religieuzen ongemoeid te laten.
De scriptie over Lumey uit 2013 voegt een detail toe, op basis van het boek van Estius. De brief, waarin de prins eiste dat de gevangenen werden vrijgelaten, kwam terecht bij kapitein Marinus Brandt. Brandt stuurde Lumey een kopie. Lumey voelde zich gekrenkt dat hij geen origineel kreeg, en liet dezelfde nacht de gevangenen ophangen.
Of het zo gegaan is, kan ik niet controleren. Het detail van de kopie komt uit de katholieke overlevering. De datum van de brief en aan wie hij precies gericht was, vond ik nergens. Vast staat wel dat de prins de geestelijken wilde sparen, en dat zijn admiraal het anders deed.
DE NACHT VAN 9 JULI
In de nacht werden de negentien naar Rugge gebracht. Het klooster van Sint-Elisabeth stond er leeg en geplunderd. De bronnen verschillen een paar uur in hun tijdsaanduiding: het bisdom Rotterdam spreekt van de nacht van 8 op 9 juli, andere bronnen van de nacht van 9 juli.
In de turfschuur werden ze opgehangen aan de balken. Daarna werden de lichamen verminkt en in een kuil begraven, zo vermelden Goosen en de Catholic Encyclopedia.
Wie waren ze? Elf franciscanen, onder wie Nicolaas Pieck, zijn plaatsvervanger Hieronymus van Weert, en Willehad, een Deen die in 1482 geboren was. Een dominicaan, Jan van Hoornaar. Twee norbertijnen. Een augustijner kanunnik, Jan van Oisterwijk, die in Gorinchem kapelaan van het begijnhof was. En vier wereldheren, priesters die niet in een klooster leefden, onder wie pastoor Leonardus van Veghel en Godfried van Duynen, geboren in 1502. De jongste, de lekenbroeder Cornelis van Wijk bij Duurstede, was in 1548 geboren.
Er is een getuigenis die de plek vastlegt. Op 18 november 1619 verklaarde een vrouw, Anna Centen, dat de martelaren in de turfschuur van het klooster van Rugge waren opgehangen. Ze was er ongeveer vier maanden na de moord komen wonen. Ze vertelde dat ze als kind op de balk had gespeeld waaraan ze hadden gehangen, en dat veel mensen de plek kwamen vereren. Het is een kleine, menselijke zin in een verhaal vol geweld. Een kind op een balk, zonder te weten wat daar gebeurd was.
WAT VAN LUMEY OVERBLEEF
Wat gebeurde er met de man die het bevel gaf?
De prins keurde het optreden van zijn admiraal af. Na de zaak van Musius in Leiden eiste Oranje dat Lumey de wapens neerlegde en zijn manschappen ontsloeg. Op 24 januari 1573 trok de prins zijn aanstellingen in. Lumey werd in Gouda gevangengezet, kwam vrij, werd opnieuw gegrepen en opgesloten op slot Honingen. Hij ontsnapte, liet in Rotterdam een protest voorlezen en vertrok in mei 1574 naar Aken.
Op 1 mei 1578 stierf hij in Luik, zeven dagen nadat hij na een maaltijd ziek was geworden. Bij de lijkschouwing werd vergiftiging vermoed. Hij was ongetrouwd en had geen kinderen.
Ik vertel dit niet als afrekening. Wel laat het zien dat de opstand zelf niet één stem had. De leider van de opstand wilde dit geweld niet. Zijn admiraal deed het toch.
VAN BRUSSEL NAAR ROME
In 1615 groeven twee franciscanen de stoffelijke resten op en brachten ze naar Brussel. Daar werden ze bijgezet in de kerk van de franciscanen.
Op 14 november 1675 werden de negentien in Rome zalig verklaard door paus Clemens X. Een zaligverklaring betekent in de katholieke kerk dat iemand openlijk vereerd mag worden, vaak in een bepaalde streek. Op 29 juni 1867 volgde de heiligverklaring door paus Pius IX. Het was een van zeven heiligverklaringen op die dag. Een heilige mag in de hele wereldkerk vereerd worden. Op 9 juli 1867 vierde Brielle het feest.
Die heiligverklaring viel in Nederland niet in een vacuüm. In 1853 had de paus de katholieke bisdommen in Nederland hersteld. Dat leidde tot de Aprilbeweging, een golf van protestants protest. Volgens de scriptie uit 2013 hielden de Nederlandse bisschoppen de pauselijke bul van de heiligverklaring daarom bewust uit de publiciteit. Na 1867 laaide de strijd tussen katholieke en protestantse schrijvers over de geuzen en Lumey toch weer op. Een gebeurtenis van driehonderd jaar eerder was opnieuw een twistpunt.
Hoe kijk jij naar zo’n verhaal, als je zelf protestant bent? Of als je katholiek bent? Het is verleidelijk om alleen de martelaren van je eigen kant te tellen. Beide kerken hebben ze.
EEN KAPEL VAN HOUT
Op 20 mei 1867 kwam het grasland waar de schuur had gestaan in handen van het bisdom Haarlem. Over de precieze plek bestond lang onzekerheid. Onderzoek van J.W.L. Smit, hoogleraar aan het seminarie in Warmond, nam die weg: de schuur had gestaan aan het oosteinde van een visvijver die de Heilige Put heette.
In 1877 kwam er een houten omgang rond het veld. Tussen 1878 en 1880 bouwde architect E.J. Margry er een houten kapel met twee torens. Hout, omdat Brielle toen nog een militaire functie had. Het was het eerste katholieke bedevaartscomplex van dit soort in Nederland. De omgang kreeg een kruisweg die in 1870 in België was gemaakt. Na een storm werd hij in 1912 vervangen door de betonnen gang die er nu nog staat.
In 1921 ontwierp Jan Stuyt het ciborium op de plek van de schuur. Beeldhouwer Jan Oosterman maakte de reliëfs en beelden van de martelaren. In 1922 kwam er een bronzen reliekschrijn, een kist voor de resten van de heiligen.
Tussen 1929 en 1931 werd de grote bakstenen kerk gebouwd, naar een ontwerp van de Rotterdamse architect H.P.J. de Vries. Hij werd op 29 april 1932 geopend en staat op de plek waar tot 1572 de kloosterkerk had gestaan. De houten kapel ging in 1948 tegen de vlakte.
Er gaat ook een legende rond. Op de plek van de terechtstelling zou een struik zijn opgekomen met negentien witte bloemen. Dat verhaal hoort bij de verering. Een historische bron noemt het niet.
EEN KRUIS UIT GORINCHEM
In Gorinchem zelf stond een kerk die naar de martelaren genoemd was, aan de Haarstraat. Het gebouw is van 1838. Het dient al lang niet meer als kerk en is verbouwd tot appartementen. De neoclassicistische voorgevel staat er nog.
Uit die kerk kwamen in 1985 het grote bronzen kruis, de koorbank en de katheders naar Brielle. Zo staan de spullen van de kerk uit de stad waar de mannen woonden, nu op de plek waar ze stierven. De katholieke parochie in Gorinchem draagt hun naam nog: parochie Heilige Martelaren van Gorcum.
ELK JAAR IN JULI
Rond 9 juli is er in Brielle de Nationale Bedevaart, met een processie, een kruisweg in de omgang en een zegen bij het ciborium. In 2017 kwamen er volgens het bisdom Rotterdam ongeveer duizend pelgrims. In 2022 werd herdacht dat het 450 jaar geleden was.
In de kerk staat bij het hoogaltaar een groot kruis met passiebloemen eromheen. Die bloem is genoemd naar het lijden van Jezus: haar krans lijkt op de doornenkroon, haar drie stampers op de drie spijkers. Het zijn er negentien, met elkaar verbonden, voor de negentien mannen die elkaar in de gevangenschap moed inspraken. Voor de reliekschrijn brandt een kaars voor ieder van hen.
Voor wie protestants is, is dit geen comfortabel verhaal. Hier hingen protestanten mensen op om wat ze geloofden over brood en wijn en over Rome. Ik wil dat niet kleiner maken dan het is. De mannen in de schuur waren gewone priesters en broeders uit een rivierstad. Ze kregen de kans om vrij te komen als ze twee zinnen afzwoeren. Ze deden het niet.
In het boek Openbaring schrijft Johannes aan een gemeente die vervolging te wachten staat: Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven. (Openbaring 2:10).
Op het grasveld achter de kerk is de schuur verdwenen. De balk is weg, de turf is weg. Wat er ligt, is een lijn van steen in het gras. Je kunt erlangs lopen. Je kunt binnen die lijn gaan staan, waar Anna Centen als kind speelde.
GA ER ZELF HEEN
Het heiligdom van de Martelaren van Gorcum ligt aan De Rik 5, op de hoek met de Kloosterweg, net buiten de oude vestingstad Brielle. Je vindt er de bedevaartkerk uit 1929-1931, de betonnen omgang met de kruisweg en, op het martelveld, het ciborium van Jan Stuyt met in het gras de omtrek van de turfschuur. In de kerk staan het reliekschrijn, het kruis uit Gorinchem en de negentien passiebloemen. Kerk, omgang en ciborium zijn rijksmonument.
De kerk is alleen open tijdens het bedevaartseizoen, van eind mei tot begin september. Kijk voor openingstijden en voor de datum van de Nationale Bedevaart op de website van het heiligdom.
Het heiligdom heeft een wandelroute, de Geuzen- en Martelarenroute, die loopt van de plek waar de watergeuzen in 1572 de stad binnenkwamen naar de bedevaartkerk. Zo loop je beide kanten van het verhaal in één middag. In de stad zelf vertelt het Historisch Museum Den Briel over de inname van 1 april 1572; kijk voor openingstijden op de website van het museum.
In Gorinchem staat aan de Haarstraat nog de gevel van de voormalige kerk van de Martelaren van Gorcum. Het is nu een woongebouw. De gevel kun je vanaf de straat zien.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de inname van Den Briel door de watergeuzen op 1 april 1572; de inname van Gorinchem op 26 en 27 juni 1572 en de gevangenneming van de geestelijken; de overbrenging naar Brielle begin juli; het verhoor onder Lumey en de eis om de eucharistieleer en het gezag van de paus af te zweren; de ophanging van negentien mannen in de turfschuur van het klooster in Rugge op 9 juli 1572; Oranjes bevel om geestelijken te sparen; de zaligverklaring in 1675 en de heiligverklaring op 29 juni 1867; de bouw van omgang (1877 en 1912), houten kapel (1878-1880), ciborium (1921) en kerk (1929-1931); de Nationale Bedevaart in juli.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de mishandelingen in detail, waaronder Pieck aan zijn koord; de weigering van Pieck om zonder de anderen vrij te komen; het tentoonstellen van de gevangenen bij Dordrecht; dat Lumey een kopie van Oranjes brief kreeg en zich daardoor gekrenkt voelde (Estius-traditie, via de scriptie van 2013); de getuigenis van Anna Centen uit 1619; het aantal van drieëntwintig gevangenen en vier afvalligen.
Onbevestigd: de datum en de geadresseerde van Oranjes brief; het precieze uur van de ophanging (de bronnen spreken van de nacht van 8 op 9 juli en van de nacht van 9 juli); de struik met negentien witte bloemen (legende); de betrokkenheid van Lumey bij de doden in Schoonhoven (alleen Van der Aa).
Duiding: of de negentien martelaren zijn in kerkelijke zin, is een oordeel van de katholieke kerk. Vast staat dat ze stierven omdat ze weigerden hun geloof af te zweren. De opstand had ook andere kanten: de vervolging van protestanten door Karel V, Filips II en de Raad van Beroerten ging eraan vooraf.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Heiligdom Martelaren van Gorcum, hoofdpagina
- Heiligdom Martelaren van Gorcum, “De geschiedenis”
- Heiligdom Martelaren van Gorcum, “Historie”
- Heiligdom Martelaren van Gorcum, “Het verhaal van de bloemen”
- Heiligdom Martelaren van Gorcum, “Plan uw bedevaart”
- Louis Goosen, Van Afra tot de Zevenslapers (DBNL)
- “De ware plaats der marteling” (DBNL)
- Van der Aa, Biografisch Woordenboek, “Willem van der Marck (Lumey)” (DBNL)
- Van der Aa, Biografisch Woordenboek, “Hendrik Voes” (DBNL)
- Mirjam Zeilmaker, Willem II van der Marck, Vrijheer van Lumey, masterscriptie Universiteit Leiden (2013)
- Bisdom Rotterdam, “Wie zijn de martelaren?”
- Bisdom Rotterdam, themanummer Martelaren van Gorcum (2017)
- Rijksmonumentenregister 518183, bedevaartkerk Brielle
- Rijksmonumentenregister 518184, omgang
- Rijksmonumentenregister 518186, ciborium
- Archimon, bedevaartkerk Brielle
- Archimon, Brielle
- Archimon, Gorinchem
- Historisch Museum Den Briel, thema Watergeuzen
- Historisch Museum Den Briel, Executie van de martelaren van Gorinchem
- Catholic Encyclopedia, “Martyrs of Gorkum”
- Catholic Encyclopedia, “Willem Hessels van Est” (New Advent)
- RKkerk.nl, Nationale Bedevaart Brielle
- GCatholic, Sint-Martinuskerk Gorinchem
- Wikipedia, “Martyrs of Gorkum”
- Wikipedia, “Nicholas Pieck”
- Wikipedia, “Council of Troubles”