Wat betekenendeze stenen?

Deel 3 · Hoofdstuk 7

Utrecht

eenenvijftig stemmen in de Jacobikerk

2004Jacobikerk aan de Sint Jacobsstraat

Wie door de Sint Jacobsstraat in Utrecht loopt, ziet op nummer 171 een middeleeuwse kerk met een toren die half in het gebouw lijkt te zitten. Op de windwijzer staat een schelp. Ook op andere plekken aan de kerk kom je die schelp tegen, het teken van de pelgrims die naar Santiago de Compostela lopen. Voor veel Nederlandse pelgrims begint die tocht hier, bij de Jacobikerk. Om de hoek, aan het Sint Jacobskerkhof, zit het genootschap dat hen op weg helpt.

Binnen zie je drie beuken die even hoog zijn, een preekstoel van rond 1600 en een middeleeuws koorhek dat over de volle breedte van de kerk loopt. Onder het orgel ligt de grafsteen van Hubert Duyfhuys. Hij was de eerste predikant die hier preekte nadat de kerk rond 1580 protestants was geworden. Daarvoor was de Jacobikerk eeuwenlang een katholieke parochiekerk.

Op zondag komt hier een wijkgemeente van de Protestantse Kerk samen. Er zijn concerten en bruiloften. Niets in het gebouw herinnert aan wat er op vrijdag 12 december 2003 gebeurde. Toch zaten hier die dag vijfenzeventig mannen en vrouwen bij elkaar die moesten beslissen of de Nederlandse Hervormde Kerk zou blijven bestaan.

Aan het eind van de middag lag de uitslag er. Eenenvijftig stemden voor, vierentwintig tegen. Voor een besluit van deze orde was tweederde nodig. Dat betekende dat er niet meer dan vierentwintig tegenstemmen mochten zijn. Het besluit haalde de grens net.

Het verhaal begint ruim veertig jaar eerder, in dezelfde stad.

ACHTTIEN HANDTEKENINGEN OP PINKSTEREN

Om te snappen waarom er in 2003 gestemd moest worden, moet je weten dat protestants Nederland al heel lang verdeeld was. In 1834 trok een groep onder leiding van ds. Hendrik de Cock in Ulrum weg uit de Hervormde Kerk. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw volgde een tweede groep, onder Abraham Kuyper. Op 17 juli 1892 gingen die twee groepen samen in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Sindsdien stonden er twee grote protestantse kerken naast elkaar, die allebei teruggingen op dezelfde Reformatie.

Met Pinksteren 1961 kwam er een oproep om daar een eind aan te maken. Hij was ondertekend door negen hervormde en negen gereformeerde predikanten. Ze werkten allemaal in de evangelisatie, het werk onder mensen die buiten de kerk stonden. Het plan was ontstaan rond twee evangelisatiebladen, De Open Deur en Onderweg. Van de zevenentwintig predikanten die waren uitgenodigd, tekenden er achttien. Zo kregen ze hun naam: De Achttien.

Onder hen waren ds. H.M. Kuitert, ds. T. Poot en ds. F.J. Pop, die later voorzitter van de groep werd. Hun boodschap was kort. De scheiding tussen beide kerken, schreven ze, kon “niet langer geduld” worden.

Niet iedereen was blij. Aan gereformeerde kant waren de reacties vooral voorzichtig. Prof. J. Waterink noemde de actie een “uitermate ernstige deraillement”. Ook de theologen Hendrikus Berkhof en Herman Ridderbos hadden hun twijfels. Bij jongere gereformeerden lag dat anders. Het boekje dat bij de oproep hoorde, ging meer dan tienduizend keer over de toonbank.

ZATERDAG 26 MEI 1962, DE JAARBEURS

Een jaar later kwamen De Achttien bijeen in de Jaarbeurs in Utrecht. Op zaterdag 26 mei 1962 kwamen er ruim vierduizend vijfhonderd mensen naar hun congres. Prinses Irene was erbij. Berkhof, die eerder nog twijfelde, hield een toespraak, net als prof. W.F. de Gaay Fortman. De dag eindigde met een oproep aan de gemeenten in het land: begin plaatselijk met samenwerken.

Ik had graag geweten in welke hal ze zaten. In 1962 had de Jaarbeurs gebouwen aan het Vredenburg, midden in de stad, en een terrein aan de Croeselaan. De gebouwen aan het Vredenburg zijn verdwenen. Waar die vierduizend vijfhonderd mensen precies zaten, heb ik niet kunnen vinden.

Wat wel vaststaat: deze dag wordt vaak gezien als het begin van wat later Samen op Weg ging heten. Die naam bleef veertig jaar aan het proces hangen.

EEN TUSSENORDE VOOR GEMEENTEN DIE NIET WILDEN WACHTEN

Het ging langzaam. In 1969 vroegen jongeren in een rapport om de kerken uiterlijk in 1980 te verenigen. Dat werd het niet. In 1973 kwamen de synodes van beide kerken voor het eerst samen. Een synode is de landelijke vergadering van een kerk, met afgevaardigden uit het hele land, die besluiten neemt over leer en orde. Zo’n gezamenlijke vergadering heette in de wandeling een combi-synode.

Op sommige plaatsen liep de plaatselijke gemeente voor op de landelijke kerk. Hervormde en gereformeerde gemeenten gingen samen diensten houden en soms ook samen een kerkenraad vormen, het bestuur van een plaatselijke gemeente. Voor zulke gefedereerde gemeenten kwam er een tijdelijke regeling, de Tussenorde.

In november 1986 spraken de twee synodes uit dat hun kerken zich “in staat van hereniging” bevonden. Vanaf datzelfde jaar keek de Evangelisch-Lutherse Kerk mee, op eigen verzoek. In 1990 werd zij volledig partner. De gezamenlijke vergadering heette vanaf toen de Triosynode. Vanaf 1988 keken ook de Remonstranten mee, een vrijzinnige protestantse kerk. Zij haakten in 1993 af.

PUTTEN: “ONAANVAARDBAAR”

Het moeilijkste stuk was de kerkorde, het reglement dat vastlegt hoe een kerk bestuurd wordt en waar zij voor staat. Begin jaren negentig lag er een concept. In Putten kwamen ruim zestienhonderd ambtsdragers bijeen uit de kring van de Gereformeerde Bond, de behoudende stroming binnen de Hervormde Kerk. Ze noemden het concept onaanvaardbaar.

De Triosynode nam het in 1993 toch in eerste lezing aan, met 123 stemmen voor en 41 tegen. In 1996 ontstond het Comité voor behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk. Een jaar later bracht het opnieuw in Putten achttienhonderd ambtsdragers bij elkaar.

Wat wilden de critici? Een deel van hen had niets tegen samenwerken. Ze wilden een federatie of een unie, een verband waarin de kerken naast elkaar bleven bestaan. De synodes kozen voor een volledige fusie. Over die keuze zou het tot het einde blijven gaan.

Misschien heb je die jaren zelf meegemaakt in een hervormde of gereformeerde gemeente, of hoorde je je ouders erover praten. Dan weet je dat het om meer ging dan reglementen.

EEN KLEIN VERSCHIL IN DE REGELS

In 2003 deed de Triosynode een toezegging aan de gereformeerde kerken die twijfelden. Zij mochten tot tien jaar na de fusie uit het nieuwe kerkverband stappen zonder hun gebouwen en bezittingen te verliezen.

Die toezegging gold voor gereformeerde gemeenten. Voor hervormde gemeenten die niet mee wilden, stond zo’n regel niet klaar. Wat er met hun gebouwen en bezittingen gebeurde, moest later geregeld worden. Ik kom daar nog op terug.

Bij de gereformeerden werd gepeild wat de kerkenraden wilden. Van de 414 kerken antwoordden er 326 met ja en 31 met ja, mits. Acht zeiden nee, tenzij. Negenenveertig zeiden nee.

VRIJDAG 12 DECEMBER 2003

Op die vrijdag vergaderden de drie synodes elk in een eigen Utrechtse kerk. De gereformeerden zaten in de Nicolaïkerk, de lutheranen in hun eigen Evangelisch-Lutherse Kerk. De hervormde synode zat in de Jacobikerk.

Er waren die dag ongeveer driehonderd bezoekers en veel pers. Een jaar later vertelde de toenmalige beheerder van de kerk aan het Reformatorisch Dagblad dat er die dag “echt enorme hoeveelheden koffie” waren gedronken. Er werd de hele dag gedebatteerd. Pas aan het eind van de middag werd er gestemd. De beheerder herinnerde zich spanning, en bij het voorlezen van de uitslag even verwarring.

De gereformeerde synode stemde met 67 van de 73 stemmen voor. De lutherse synode had driekwart nodig en haalde dat ruim, met 30 van de 36. Bij de hervormden was het krap: 51 van de 75. Drie kerken hadden ja gezegd.

De hervormde voorzitter, Arie van der Plas, zei tegen de NOS dat de behoudende leden de vereniging met grote zorg tegemoet zagen. Maar, zo vatte een Amerikaanse christelijke nieuwssite zijn woorden samen, de eenheid van de kerk woog zwaarder. De vierentwintig tegenstemmers zagen een kerkscheuring aankomen. Ze kregen gelijk. Op de vraag hoe hij de stemming had beleefd, antwoordde de beheerder later met twee woorden: “Gemengde gevoelens.” Hij was blij dat er muurtjes afgebroken werden. Hij zag ook de pijn van de mensen die tegen hadden gestemd.

EEN KONINGIN IN DE DOMKERK

Dezelfde avond was er een dienst in de Domkerk. Koningin Beatrix was er. Ook minister Piet Hein Donner en de katholieke kardinaal Adrianus Simonis zaten in de kerk. De voorzitters van de drie synodes zetten hun handtekening onder de Verklaring van Vereniging.

In de Jacobikerk ligt de grafsteen van de man die er in de zestiende eeuw als eerste protestantse predikant preekte. Ruim vier eeuwen later zat een kardinaal van de katholieke kerk als gast bij de geboorte van een nieuwe protestantse kerk.

Voor de mensen die tegen hadden gestemd, was die avond geen feest.

“DE KERK DER VADEREN”

Wat hadden ze tegen? Hun bezwaren gingen over de grondslag van de nieuwe kerk. De Protestantse Kerk nam de belijdenisgeschriften van de drie kerken samen over. Belijdenisgeschriften zijn de oude teksten waarin een kerk vastlegt wat zij gelooft, zoals de Heidelbergse Catechismus. Bij de gereformeerde teksten kwamen nu de lutherse belijdenissen, de Concordie van Leuenberg, een akkoord uit 1973 tussen Europese lutherse en gereformeerde kerken, en de Theologische Verklaring van Barmen uit 1934, waarin Duitse christenen zich uitspraken tegen de invloed van het nationaalsocialisme op de kerk.

Voor de bezwaarden betekende dat: teksten die op punten met elkaar en, naar hun overtuiging, met de Bijbel botsen, kregen een plek in het fundament. Ze noemden de nieuwe kerk plureel in plaats van gereformeerd. Zij zagen de fusie als een breuk met “de kerk der vaderen”. Ze vonden dat ze niet met een goed geweten mee konden gaan.

Ook een kleine groep gereformeerden bleef buiten de nieuwe kerk. Hun bezwaar was van een andere soort. Ze hadden niets tegen samengaan zelf. Ze misten echte eenheid over de doop, het huwelijk en de kern van het evangelie. En ze vreesden dat de plaatselijke gemeente haar vrijheid zou verliezen aan regels van bovenaf.

De voorstanders zagen het anders. Voor hen ging het om een scheiding die, zoals De Achttien al in 1961 schreven, niet langer te verdragen was. De nieuwe kerk liet ruimte aan gemeenten met een eigen kleur. Ook gemeenten van de Gereformeerde Bond konden erin blijven, en de Bond zelf bleef bestaan als beweging binnen de Protestantse Kerk.

Hier kies ik geen kant. Beide groepen beriepen zich op trouw: de een aan de eenheid van de kerk, de ander aan haar belijdenis. Allebei kostte het iets.

ZATERDAG 1 MEI 2004

Op 1 mei 2004 trad de nieuwe kerkorde in werking. Vanaf die dag bestonden de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk niet meer als afzonderlijke kerken. Ze heetten samen de Protestantse Kerk in Nederland. De eerste preses, de voorzitter van de synode, werd ds. Jan-Gerd Heetderks, die de gereformeerde synode had voorgezeten. De eerste scriba, de secretaris, werd ds. Bas Plaisier, die dat ambt bij de hervormden had gehad.

Op dezelfde zaterdag zaten elders kerkenraden in noodvergaderingen. In ’s-Grevelduin-Capelle had de hervormde kerkenraad unaniem besloten niet mee te gaan. Op 1 mei kwam hij bijeen in een noodclassis, een tijdelijke regionale vergadering van gemeenten die buiten de nieuwe kerk bleven. De predikant zei later tegen het Reformatorisch Dagblad: “Het besluit van 12 december 2003 werd op 1 mei werkelijkheid.”

Een week later, op 8 mei, hielden zes gereformeerde kerken in Garderen hun eerste synode. Zij gingen verder als de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland.

ZONDAG 2 MEI: LEGE PLAATSEN

De eerste zondag kwamen de bezwaarde hervormden in veel plaatsen in eigen diensten samen. Vaak was dat een noodlocatie, zoals een sportzaal of een buurthuis.

In ’s-Grevelduin-Capelle had de predikant een preek over Psalm 79 klaargelegd, een klaagpsalm. Hij hield hem niet. Het werd een dienst over de apostel Thomas, die de opgestane Jezus ziet en Hem zijn Heere en zijn God noemt.

In Emst preekte de hervormde predikant over een vers uit Exodus. Het volk Israël staat aan de oever van de Rode Zee, met het water voor zich en het leger van Egypte achter zich. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Wat roept u tot Mij? Spreek tot de Israëlieten en zeg dat zij opbreken. (Exodus 14:15). Hij keek uit over een kerk met veel lege plaatsen, in de consistorie en in de banken. Een scheuring in zijn gemeente, zei hij later, was niet meer tegen te houden geweest.

Hoe zou jij op die zondag gezeten hebben? In een halfvolle kerk die je kende, of in een sporthal met mensen die hetzelfde voelden als jij?

ACHTENDERTIGDUIZEND NAMEN

De nieuwe kerk stelde een Commissie van Bijzondere Zorg in. Die begon in januari 2004 en schreef in 2011 haar eindverslag. Eerst probeerde de commissie bezwaarde gemeenten binnen te houden. Toen dat niet lukte, ging het om het verdelen van wat er was.

In meer dan honderd hervormde gemeenten wilden leden niet mee. Voor 61 gemeenten trof de commissie een regeling, omdat daar een flink deel van de leden overstapte. Uit die 61 gemeenten gingen ongeveer 38.000 mensen naar de nieuwe Hersteld Hervormde Kerk. In totaal sloten zich ruim 40.000 hervormden bij haar aan. Er ging ruim veertig miljoen euro over, negen kerkgebouwen kwamen in eigendom van hersteld hervormde gemeenten en tien monumentale kerken werden in erfpacht gegeven. Er waren negentien rechtszaken. Eenenvijftig predikanten en 553 kerkenraadsleden werden ontheven van hun ambt in de Protestantse Kerk.

Over de naam werd ook geprocedeerd. Op 31 augustus 2004 spraken beide kerken af dat de bezwaarden zich Hersteld Hervormde Kerk zouden noemen. In 2006 bevestigde de rechter in Arnhem dat die afspraak bindend was.

De voorzitter van de commissie schreef in het eindverslag dat een kerkscheuring “een dramatisch gebeuren voor alle betrokkenen” is. Hij voegde eraan toe: “aan welke kant je ook staat.” De commissie legde meer dan negenhonderd bezoeken af. De emoties waren soms heftig, schreef ze. Ze hoopte bij te dragen aan het begin van heling.

Alles bij elkaar kozen bijna honderdduizend leden van de drie kerken niet voor de Protestantse Kerk. De grootste groep ging naar de Hersteld Hervormde Kerk. Een groep op Urk sloot zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. Anderen vonden een plek bij de Nederlands Gereformeerde Kerken.

De Hersteld Hervormde Kerk bouwde een eigen kerkverband op, met ds. Dirk Heemskerk als eerste preses en vanaf 1 september 2005 een eigen opleiding voor predikanten aan de Vrije Universiteit. Eind 2022 telde zij ongeveer zestigduizend leden in 117 gemeenten in Nederland. De Protestantse Kerk telde begin 2024 bijna 1,3 miljoen leden.

EEN TEKST AAN DE TOREN

Ga nog eens terug naar de Sint Jacobsstraat. Aan de zuidkant van de toren van de Jacobikerk staat een oude tekst. Hij herinnert aan de beschietingen van 1576, toen er een kanon in de toren stond dat gericht was op het kasteel Vredenburg, waar Spaanse soldaten zaten. De tekst luidt: “Godt versacht dat ik bleef staen.”

Ik kan die zin niet lezen zonder aan 2003 te denken. Hij past bij de mensen die in de Jacobikerk hun kerk zagen opgaan in iets nieuws, en bij de mensen die met hun kerkenraad een sporthal in liepen omdat ze vonden dat ze moesten blijven staan waar hun vaders stonden. Allebei hoopten ze dat God hen zou dragen.

De toren staat er nog. Boven op de windwijzer zit de schelp van de pelgrims. Hier beginnen mensen aan hun tocht naar Santiago, een lange weg die ze niet in één keer overzien. Onder het orgel ligt de steen van Duyfhuys, en ergens in dit schip werden op een vrijdagmiddag in december eenenvijftig stemmen geteld.

GA ER ZELF HEEN

De Jacobikerk staat aan de Sint Jacobsstraat 171 in de binnenstad van Utrecht. De kerk wordt op zondag gebruikt door een wijkgemeente van de Protestantse Kerk en is geregeld open voor concerten en andere activiteiten. Let binnen op het koorhek, de preekstoel en de grafsteen van Hubert Duyfhuys onder het orgel. Buiten zie je de schelpen en, aan de zuidkant van de toren, de tekst over 1576. Kijk voor diensten en openstelling op de website van de Jacobikerk.

Wandel daarna door de binnenstad naar de Domkerk aan het Domplein, waar op de avond van 12 december 2003 de Verklaring van Vereniging werd getekend. Volgens de eigen website van de Domkerk is de kerk dagelijks open voor bezoekers, met rondleidingen en een audiotour. Kijk voor openingstijden op de website van de Domkerk.

De Nicolaïkerk, waar de gereformeerde synode stemde, staat ook in Utrecht. De Jaarbeurs van het congres in 1962 bestaat nog, maar de hal van toen is niet meer met zekerheid aan te wijzen.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de oproep van De Achttien met Pinksteren 1961; het congres in de Utrechtse Jaarbeurs met ruim 4500 bezoekers in 1962; de eerste gezamenlijke synode in 1973; de verklaring “in staat van hereniging” in 1986; de lutherse deelname vanaf 1986 en 1990; de stemmingen van 12 december 2003 (hervormd 51 van 75 in de Jacobikerk, gereformeerd 67 van 73, luthers 30 van 36); de dienst in de Domkerk met koningin Beatrix en kardinaal Simonis; het ontstaan van de Protestantse Kerk op 1 mei 2004; de bezwaren van de Hersteld Hervormde Kerk tegen de grondslag; de cijfers van de Commissie van Bijzondere Zorg; de naamsovereenkomst van 31 augustus 2004.

Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de sfeer in de Jacobikerk op 12 december 2003 (herinnering van de beheerder, een jaar later); de preken en lege plaatsen op 2 mei 2004 (verteld door de predikanten zelf); de bezwaren van de voortgezette Gereformeerde Kerken (eigen beschrijving van die kerken).

Onbevestigd: in welke hal van de Jaarbeurs het congres van 1962 werd gehouden; of er op 1 mei 2004 in de Jaarbeurs iets plaatsvond (geen bron gevonden); de tekst aan de toren heb ik in één bron gevonden. De datum van de rechterlijke uitspraak over de naam (15 mei 2006) staat in twee bronnen, die verschillen over welke rechter het was.

Duiding: of de fusie trouw was aan de eenheid van de kerk of een breuk met haar belijdenis, is een geloofsvraag waarover protestanten in Nederland tot vandaag verschillend denken.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Protestantse Kerk, “Geschiedenis ontstaan Protestantse Kerk in Nederland”
  2. Reformatorisch Dagblad, 18 januari 1996, over De Achttien (via Digibron)
  3. Wim Kalmijn, “Samen op weg”, jaarboek Historische Vereniging Vlaardingen 1999
  4. Tijdschrift Oud-Utrecht 2017, over het Vredenburg en de Jaarbeurs
  5. Reformatorisch Dagblad, 8 december 2004, “Het greep me meer aan dan ik verwachtte” (via Digibron)
  6. Reformatorisch Dagblad, 24 december 2004, “De pijn van de kerkscheuring” (via Digibron)
  7. Commissie van Bijzondere Zorg, Eindverslag (2011)
  8. Christian Post, 13 december 2003, “Three Dutch denominations merge”
  9. Hersteld Hervormde Kerk, “Historie”
  10. Gereformeerdekerken.info, “Het ontstaan van de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland”
  11. Wikipedia, “Protestantse Kerk in Nederland”
  12. Wikipedia, “Hersteld Hervormde Kerk”
  13. Wikipedia, “Gereformeerde Kerken in Nederland”
  14. Wikipedia (Engels), “Reformed Association in the Protestant Church in the Netherlands”
  15. Cultuurschatten, “Utrecht (Jacobikerk)”
  16. Discover Utrecht, “Jacobikerk”
  17. Wikipedia (Engels), “Jacobikerk”
  18. Domkerk Utrecht
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel