Aan de Langelaan in Noordwijkerhout staat een groot hotel tussen de bollenvelden. Op de website heet het NH Noordwijk Conference Centre Leeuwenhorst. Er zijn meer dan vijfhonderd kamers en ruim honderd vergaderzalen, en de grootste zaal biedt plaats aan tweeduizend mensen. In het voorjaar kijken veel kamers uit over de tulpen. Mensen komen er voor een congres of voor een paar dagen aan zee.
Over de geschiedenis van het gebouw zegt de website niets. Er hangt, voor zover ik heb kunnen vinden, geen bord dat eraan herinnert. In dit gebouw werd in januari 1970 gestemd over een vraag die de rooms-katholieke kerk in Nederland jarenlang zou verdelen. Mag een priester trouwen?
Een ruime meerderheid van de vergadering zei ja. Een paar weken later schreef de paus dat hij de argumenten niet overtuigend vond. En in de jaren daarna kreeg de Nederlandse kerk bisschoppen die er anders over dachten dan de meerderheid in die zaal.
Om te begrijpen wat hier gebeurde, moet je eerst weten wat dit voor gebouw was.
EEN KLOOSTER OP EEN HOGE PLEK
De naam Leeuwenhorst is veel ouder dan het hotel. In 1261 werden hier gronden geschonken voor een klooster. Rond 1275 woonden er cisterciënzerinnen, kloosterzusters die leefden volgens de strenge regel van de orde van Cîteaux. Het was een klooster voor vrouwen uit de adel, het laatste dat in Holland werd gesticht. In de zestiende eeuw ging het ten onder, na branden en geweld van beeldenstormers. In 1573 of 1574, de bronnen verschillen een jaar, kwam er een einde aan.
Van de kloostergebouwen is boven de grond vrijwel niets over. Wel is de horst nog te herkennen, de iets hogere zandrug waarop het klooster stond. Ook de oude kloosterlanen en de blokvormige indeling van het land zijn er nog. Aan de Leeweg staan twee stenen hekpijlers uit de achttiende eeuw met het woord “Leeuwenhorst” erop. Ze zijn een rijksmonument.
Bijna vier eeuwen na het einde van de zusters kwam de kerk terug naar deze grond.
“HET MODERNSTE SEMINARIEGEBOUW VAN NEDERLAND”
Het jonge bisdom Rotterdam had een eigen kleinseminarie nodig. Een kleinseminarie was een kostschool voor jongens die priester wilden worden. Ze kregen er een gymnasiumopleiding en een kerkelijke vorming, en gingen daarna door naar het grootseminarie. Het kleinseminarie van het bisdom Haarlem zat vol, en de Rotterdamse jongens woonden voorlopig op kasteel Stoutenburg bij Amersfoort.
In 1958 kocht het bisdom grond bij Noordwijkerhout, op de plek van het oude klooster. Het nieuwe seminarie kreeg de naam Leeuwenhorst. De gelovigen in het bisdom gaven veel geld in een grote inzamelingsactie. In 1962 was het complex klaar. Het Katholiek Documentatiecentrum in Nijmegen schrijft dat het toen het modernste seminariegebouw van Nederland was, en een trots van het bisdom.
Die trots duurde kort. Een paar jaar na de opening liep het aantal leerlingen terug. Het gymnasium werd een scholengemeenschap, ook jongens die thuis woonden mochten komen. Het hielp niet. In 1971 besloot het bisdom het gebouw te verkopen. Eind jaren zestig werd het al gebruikt als congrescentrum.
Ik vind dat een veelzeggend beeld. Een gebouw dat gemaakt was voor toekomstige priesters, werd de plek waar de kerk vergaderde over de vraag wat een priester eigenlijk is.
EEN BOEK DAT IEDEREEN WILDE LEZEN
De jaren zestig waren voor katholiek Nederland een tijd van grote verandering. Van 1962 tot 1965 had in Rome het Tweede Vaticaans Concilie vergaderd. Een concilie is een grote vergadering van alle bisschoppen van de wereldkerk. Het opende ramen: de mis mocht in de eigen taal, er kwam meer ruimte voor leken en voor gesprek met andere kerken.
In Nederland ging het snel. In 1966 verscheen De Nieuwe Katechismus, met als ondertitel “geloofsverkondiging voor volwassenen”. Een katechismus is een boek dat het geloof uitlegt, vroeger vaak in vragen en antwoorden. Dit boek was anders: het vertelde, het gebruikte gewone taal en het was bedoeld voor volwassenen. Het werd gemaakt door het Hoger Katechetisch Instituut in Nijmegen, in opdracht van de bisschoppen.
Het boek werd een succes, ook in vertaling. Volgens een overzicht dat ik alleen op Wikipedia vond, waren er eind 1967 in Nederland al meer dan vierhonderdduizend exemplaren verkocht. In Rome kwamen er vragen. Censoren van het Vaticaan vonden er geen ketterij in, maar oordeelden dat sommige delen niet strookten met de leer van de kerk. Er kwam een aanhangsel. De bisschoppen aanvaardden dat, de schrijvers bleven het oneens.
De katechismus was een voorbode. Een paar jaar later zou in Noordwijkerhout opnieuw blijken hoe ver Nederland en Rome uit elkaar konden lopen.
EEN CONCILIE ZONDER SPELREGELS
In januari 1966 vroeg bisschop De Vet van Breda, namens alle Nederlandse bisschoppen, het Pastoraal Instituut van de Nederlandse Kerkprovincie om een eigen Nederlands concilie voor te bereiden. Het werd het Pastoraal Concilie. Het woord pastoraal komt van pastor, herder: het ging om de zorg voor gelovigen in het dagelijks leven, niet om nieuwe leerstellingen.
Het moest een open beraad worden. Er zaten bisschoppen aan tafel, maar ook priesters, religieuzen en gewone gelovigen. Zelfs andere kerkgenootschappen werden erbij betrokken. Er bestonden geen regels voor zo’n vergadering, dus de deelnemers maakten die gaandeweg zelf.
Het concilie werd in november 1966 geopend. Vijftien studiecommissies bereidden de onderwerpen voor. Van 1968 tot 1970 kwam de vergadering zes keer bijeen in het voormalige kleinseminarie van Noordwijkerhout. Elk bisdom stuurde tien gekozen vertegenwoordigers. Er waren tien religieuzen en vijftien mensen die de bisschoppen zelf aanwezen. Volgens Wikipedia ging het om ongeveer honderdvijftig stemgerechtigden.
Niet iedereen voelde zich vertegenwoordigd. De katholieke vakbond NKV wees erop dat er veel intellectuelen in zaten, vooral in de commissies, en geen arbeiders.
De man achter de organisatie was de franciscaan Walter Goddijn, directeur van het Pastoraal Instituut en secretaris van het concilie. Het Katholiek Documentatiecentrum noemt dat hij de bijnaam “de paus van Nederland” kreeg. Het zegt iets over de invloed die hij had.
EEN VIS IN HET WATER
Na de dood van bisschop De Vet in 1967 werd kardinaal Bernard Alfrink voorzitter van het Pastoraal Instituut. Alfrink was in 1900 geboren in Nijkerk, op de Veluwe. In december 1955 was hij geïnstalleerd als aartsbisschop van Utrecht. Hij was de leider van de Nederlandse katholieken in de jaren dat alles in beweging kwam.
Historicus Ton van Schaik schreef een biografie over hem. Een recensent vatte die samen: Alfrink was van nature conservatief en trouw aan Rome, en groeide toch mee met de vernieuwing. Op het Pastoraal Concilie was hij volgens die biografie “als een vis in het water”. Hij kon in een persoonlijk gesprek hartelijk zijn, maar zijn scherpe ironie kwetste soms. In Rome werd hij verguisd, in eigen land bewonderd.
Het initiatief voor het concilie kwam van de bisschoppen onder zijn leiding. Volgens het Katholiek Documentatiecentrum wilde hij verder gaan, en vernieuwing ook in de leiding van de kerk mogelijk maken. Dat maakte hem geliefd bij wie vernieuwing wilde. Het maakte hem verdacht bij wie vond dat Nederland zijn eigen weg ging.
EEN KAPELAAN ACHTER DE RIJ BISSCHOPPEN
Op een foto van een van de laatste zittingen zit een jonge priester achter een rij bisschoppen. Zijn opvolger in Utrecht zei er in 2017 over dat hij er wat ongemakkelijk bij zat. Het is kapelaan Ad Simonis.
Simonis was in 1931 geboren in Lisse, op een paar kilometer van Noordwijkerhout. Hij was de oudste van elf kinderen. In 1957 werd hij in Rotterdam tot priester gewijd. De bisschoppen wezen hem aan als lid van het concilie voor de derde, vierde en zesde zitting.
Hij hoorde bij de kleine groep die het niet eens was met de koers van de meerderheid. Die minderheid twijfelde of de vergadering wel de echte katholieken van Nederland vertegenwoordigde. Ze verweten secretaris Goddijn dat hij de publieke opinie via de media stuurde.
Ik heb geprobeerd beide kanten te lezen. Wat opvalt, is dat beide groepen geloofden dat ze de kerk trouw waren. De ene groep zocht trouw in vernieuwing, de andere in vasthouden aan wat de wereldkerk leerde. Aan welke kant zou jij gezeten hebben, als je in die zaal had gezeten?
ZEVEN JANUARI 1970
In januari 1970 kwam het Pastoraal Concilie bijeen voor zijn vijfde, voorlaatste zitting. Op de agenda stond het ambt van de priester, en daarmee het celibaat.
Het celibaat is de verplichting voor rooms-katholieke priesters in de westerse kerk om niet te trouwen. In de Bijbel noemt Paulus het ongehuwd blijven een gave, en hij schrijft er direct bij: maar ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze. (1 Korinthe 7:7). De vraag was of die gave voor elke priester verplicht moest zijn.
Het rapport over het ambt werd in de zaal verdedigd door de bekende dominicaan en theoloog Edward Schillebeeckx. In een bespreking van de herinneringen van Goddijn staat dat hij dat “niet erg sterk” deed. Het rapport werd begin januari aanvaard.
Volgens een Duits kerkblad viel het besluit op 7 januari 1970. De vergadering sprak zich uit voor het afschaffen van het verplichte celibaat, en voor de terugkeer van priesters die getrouwd waren. De uitslag noemde de aartsbisschop van Utrecht in 2017, bij het zestigjarig priesterjubileum van Simonis: negentig stemmen voor, zes tegen. De acht aanwezige bisschoppen onthielden zich van stemming. Simonis was een van de zes die tegen stemden.
Die cijfers heb ik maar in één bron gevonden. Dat de meerderheid overweldigend was, staat in alle bronnen die ik las.
DE LEGE STOEL VAN DE INTERNUNTIUS
Volgens het Katholiek Documentatiecentrum was dit de zitting met de meeste internationale belangstelling.
Eén man liet zien hoe Rome erover dacht. De internuntius Angelo Felici was de vertegenwoordiger van de paus in Nederland, een soort ambassadeur van het Vaticaan. Het Katholiek Documentatiecentrum schrijft dat hij de zitting over het celibaat boycotte. Volgens Wikipedia verliet hij de zaal uit protest toen het voorstel in stemming kwam. Vanaf dat moment was het conflict met Rome voor iedereen zichtbaar.
De bisschoppen stonden voor een moeilijke keuze. Zij hadden het concilie zelf gewild. Nu sprak de vergadering zich uit voor iets waarvoor de paus vooraf had gewaarschuwd. Volgens Wikipedia namen de bisschoppen het standpunt op 19 januari 1970 over. Die datum heb ik niet in een tweede bron gevonden. Wel blijkt uit de brief die de paus twee weken later schreef, dat er uit Nederland openbare verklaringen waren gekomen die hem zorgen baarden.
EEN BRIEF AAN KARDINAAL VILLOT
Op 2 februari 1970 schreef paus Paulus VI een brief aan zijn staatssecretaris, kardinaal Jean Villot. De brief staat nog altijd op de website van het Vaticaan. Hij ging over Nederland.
De paus noemde de Nederlandse kerk een zeer verdienstelijk deel van het lichaam van Christus. Hij vroeg zich af of hij zelf ergens tekort was geschoten. Maar over de zaak zelf was hij duidelijk. De band tussen priesterschap en celibaat noemde hij een uiterst kostbaar en onvervangbaar goed voor de Latijnse kerk. De argumenten uit Nederland vond hij niet overtuigend. Priesters die getrouwd waren, kon de kerk het ambt niet teruggeven. Over het wijden van oudere getrouwde mannen in gebieden met grote nood had hij ernstige bedenkingen. Hij vroeg de Nederlandse bisschoppen om de zaak samen met Rome opnieuw te bekijken, in gebed en in liefde.
Kardinaal Alfrink ging naar Rome. Hij moest proberen om voor Nederland de koppeling tussen ambt en celibaat los te maken. Het lukte niet. Een recensent van het grote boek dat Paul Hamans in 2018 over het concilie schreef, ziet in die mislukte reis en de benoemingen daarna het begin van een polarisatie die lang zou duren. Ook de goede band tussen Alfrink en paus Paulus VI raakte verloren.
In de loop van 1970 kwam de vergadering nog één keer bijeen. Daarna was het Pastoraal Concilie voorbij. Het Pastoraal Instituut sloot in 1972 zijn deuren.
EEN KAPELAAN WORDT BISSCHOP
Op 30 december 1970, bijna een jaar na de stemming, benoemde paus Paulus VI een nieuwe bisschop van Rotterdam. Het was Ad Simonis, de kapelaan die in Noordwijkerhout tegen had gestemd. Zijn opvolger noemde de benoeming later onverwacht.
Op 20 maart 1971 werd Simonis in Rotterdam tot bisschop gewijd. Kardinaal Alfrink was een van de bisschoppen die hem de handen oplegden. Dat beeld blijft bij me hangen: de voorzitter van het instituut dat het concilie had georganiseerd, die de man wijdde die er tegen had gestemd.
Een jaar later volgde een tweede benoeming. In 1972 werd Joannes Gijsen bisschop van Roermond. Volgens een levensschets op Wikipedia was ook hij een tegenstander geweest van de koers van het concilie. Dezelfde tekst vertelt dat Alfrink naar Rome reisde om bezwaar te maken, en te horen kreeg dat hij Gijsen zelf moest wijden. Dat verhaal heb ik in geen tweede bron kunnen controleren.
Beide benoemingen veroorzaakten volgens historicus Ton van Schaik “heel wat publiek rumoer”. Wie op vernieuwing had gehoopt, zag er een rem in. Wie het concilie te ver vond gaan, zag er herstel in. Het Katholiek Documentatiecentrum schrijft dat Rome na het concilie zijn standpunt verhardde en via bisschopsbenoemingen vernieuwing tegenhield. Een terugblik in het tijdschrift Ons Erfdeel zegt dat de aanpak van Noordwijkerhout in Rome als een provocatie werkte. Beide zinnen zijn waar, en ze laten zien hoe verschillend dezelfde jaren beleefd werden.
“EEN HEUSE GODSDIENSTOORLOG”
Simonis werd later aartsbisschop van Utrecht en in 1985 kardinaal. Zijn standpunt bracht hem veel kritiek en spot, ook binnen de kerk. Over de jaren na het concilie zei hij vaak dat het “een heuse godsdienstoorlog” was. Zo vertelde zijn opvolger het in 2017.
Het woord oorlog is groot, en het was zijn eigen woord. Priesters die waren getrouwd, kregen hun ambt niet terug. De meerderheid van Noordwijkerhout zag haar besluit nergens uitgevoerd. En de minderheid die tegen had gestemd, kreeg in de bisschoppen die nu kwamen een stem, maar ook de kritiek die daarbij hoorde.
In januari 1980 riep paus Johannes Paulus II de Nederlandse bisschoppen bijeen voor een bijzondere synode in Rome, onder zijn eigen voorzitterschap. Daar kozen de bisschoppen met meerderheid voor de lijn van de wereldkerk, ook op het punt van het celibaat. Een Duits kerkblad schreef in 2020 dat de besluiten van Noordwijkerhout daarmee dode letter werden.
Alfrink was toen al met emeritaat. Hij overleed in 1987.
WAT ER VAN LEEUWENHORST OVER IS
Het is moeilijk om over het Pastoraal Concilie te schrijven zonder partij te kiezen. Ik heb het geprobeerd. Wat ik zie, zijn mensen die allemaal van de kerk hielden en het pijnlijk oneens waren over wat die liefde vroeg. Een kardinaal die tussen zijn eigen gelovigen en zijn vriend in Rome stond. Een kapelaan die tegen de stroom in stemde en daar later een hoge prijs voor betaalde, in spot en kritiek. Priesters die wilden trouwen en hun roeping wilden houden.
Het Katholiek Documentatiecentrum schrijft dat het concilie geschiedenis is wat de concrete resultaten betreft. Als experiment, een kerk die met al haar leden tegelijk vergaderde, kan het er nog eens betekenis krijgen.
Als je vandaag over de Langelaan rijdt, zie je een hotel met een grote parkeerplaats tussen de bollenvelden. Achter de ramen wordt nog altijd vergaderd. In de buurt ligt onder de grond wat er over is van een klooster waar zusters drie eeuwen lang baden. En ergens op deze plek zaten in januari 1970 ruim honderd mensen bij elkaar, die voor of tegen stemden of zich onthielden.
GA ER ZELF HEEN
Het hotel en congrescentrum NH Noordwijk Conference Centre Leeuwenhorst ligt aan de Langelaan 3 in Noordwijkerhout, tussen de bollenvelden. Het is een gewoon hotel; je kunt er eten of iets drinken. Er is geen gedenkteken voor het Pastoraal Concilie en de website vertelt niets over de geschiedenis van het gebouw. Of het complex uit 1962 nog helemaal overeind staat, heb ik niet kunnen nagaan. Kijk voor bereikbaarheid en openingstijden op de website van NH Hotels.
Wie iets van het oude klooster wil zien, gaat naar de Leeweg. Bij nummer 19 staan twee stenen hekpijlers uit de achttiende eeuw met het opschrift “Leeuwenhorst”, een rijksmonument. De hoge zandrug van het klooster en de oude lanen zijn in het landschap nog te herkennen.
In de buurt ligt landgoed Nieuw Leeuwenhorst van Zuid-Hollands Landschap. De VVV van Noordwijk beschrijft er een boswandeling langs een vijver die ooit een Duitse tankgracht was, en langs plekken die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar kun je de reis combineren met de bloeiende bollenvelden.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de abdij Leeuwenhorst (13e tot 16e eeuw) op deze plek; de bouw van het kleinseminarie van het bisdom Rotterdam (grond gekocht 1958, klaar 1962) en het gebruik als congrescentrum vanaf eind jaren zestig; de opzet van het Pastoraal Concilie (geopend november 1966, zes plenaire zittingen 1968 tot 1970 in Noordwijkerhout); de rol van Walter Goddijn en kardinaal Alfrink; de overweldigende meerderheid tegen het verplichte celibaat in januari 1970; de boycot door internuntius Felici; de brief van Paulus VI van 2 februari 1970; de benoeming van Simonis op 30 december 1970 en zijn wijding op 20 maart 1971; het publieke rumoer rond de benoemingen van Simonis en Gijsen; de synode van 1980.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de exacte uitslag (90 voor, 6 tegen, acht bisschoppen onthielden zich) en de tegenstem van Simonis, verteld door zijn opvolger in 2017; de uitdrukking “een heuse godsdienstoorlog”, door Simonis zelf gebruikt.
Onbevestigd: de datum 7 januari 1970 (één bron); de datum 19 januari 1970 voor het standpunt van de bisschoppen (alleen Wikipedia); de reis van Alfrink naar Rome om de benoeming van Gijsen te betwisten (alleen Wikipedia); de verkoopcijfers van De Nieuwe Katechismus (alleen Wikipedia); of het seminariegebouw uit 1962 nog in zijn geheel bestaat.
Duiding: of Rome met de benoemingen de Nederlandse kerk redde of afremde, hangt af van wie je het vraagt. De bronnen van beide kanten zijn het erover eens dat de polarisatie daarna lang duurde.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Katholiek Documentatiecentrum, Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie
- Katholiek Documentatiecentrum, Pastoraal Instituut van de Nederlandse Kerkprovincie
- Katholiek Documentatiecentrum, Klein-seminarie Leeuwenhorst, Noordwijkerhout
- Ton H.M. van Schaik, recensie van W. Goddijn, Kardinale kwesties (BMGN, 2005)
- Simon Beentjes, recensie van P. Hamans, Het pastoraal concilie (Tijdschrift voor Theologie, 2020)
- Aartsbisdom Utrecht, toespraak bij 60 jaar priesterschap van kardinaal Simonis (2017)
- Aartsbisdom Utrecht, Biografie Adrianus kardinaal Simonis
- Paulus VI, brief aan kardinaal Villot over het kerkelijk celibaat, 2 februari 1970
- Larousse, Journal de l’année 1970, La vie religieuse
- Frans Oudejans over Van Schaik, Alfrink, een biografie (Ons Erfdeel, 1999)
- Ons Erfdeel, jaargang 49 (2006), “Toch vrij verschillend”
- Ton H.M. van Schaik, Kardinaal Bernard Alfrink (1900-1987) en Utrecht
- Polygoon, installatie van mgr. Alfrink tot aartsbisschop van Utrecht, 4 december 1955
- Konradsblatt, via IHU Unisinos, 5 februari 2020
- Maarten van den Bos, “Een doodgewoon Rooms boek?” (Trajecta, 2021)
- Katholiek Documentatiecentrum, archief Hoger Katechetisch Instituut
- Wikipedia, Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie
- Wikipedia, Joannes Gijsen
- Wikipedia, Dutch Catechism
- Gemeente Noordwijk, cultuurhistorisch onderzoek Oud Leeuwenhorst
- Monasteries Geoplaza (VU), Leeuwenhorst
- Rijksmonumentenregister, monument 30775
- Noordwijk.info, boswandeling Nieuw Leeuwenhorst
- NH Hotels, NH Noordwijk Conference Centre Leeuwenhorst