Aan de gevel van het huis op Peijerstraat 16 in Echt zit een tegel. Er staan twee namen op, Rosa en Edith Stein, met een datum en een tijd: 2 augustus 1942, 17.00 uur. Wie haast heeft, loopt er zo voorbij. Volgens de stichting die in Echt haar nagedachtenis bewaart, markeert de tegel de plek waar de twee zussen door de Duitse politie werden weggevoerd.
Een paar straten verder staat het klooster waar ze woonden, aan de Bovenste Straat. Een sober bakstenen gebouw met een kapel aan de straatkant, een groot venster met stenen traceringen en boven de deur een reliëf van Maria met het kind Jezus. Naast de ingang ligt een gedenksteen voor Edith Stein. Achter de muur ligt een tuin met een oud kloosterkerkhof en kleine kluizen.
Er is één week in de zomer van 1942 die deze twee plekken met elkaar verbindt. Op zondag 26 juli werd in alle katholieke kerken van Nederland een brief van de bisschoppen voorgelezen tegen het wegvoeren van joden. Een week later, ook op een zondag, werden overal in het land katholieken van joodse afkomst opgepakt. Twee van hen woonden aan de Bovenste Straat.
Wat hadden die twee zondagen met elkaar te maken? Die vraag is minder eenvoudig dan ze lijkt.
TWINTIG ZUSTERS UIT KEULEN
Het klooster in Echt bestond al ruim zestig jaar toen Edith Stein er aanklopte. En het was een klooster van vluchtelingen. In 1875 kwamen twintig karmelietessen uit Keulen naar Echt. In Duitsland was de Kulturkampf aan de gang, de strijd van de Pruisische staat tegen de macht van de Katholieke Kerk. Kloosters werden er gesloten en de zusters zochten een plek over de grens.
Karmelietessen leven in een slotklooster: ze bidden en werken achter de muren van hun huis. De orde gaat terug op de Spaanse kloosterhervormster Teresa van Avila. In 1879 en 1880 bouwde Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum, voor hen een nieuw klooster aan de Bovenste Straat. Plaats voor eenentwintig zusters, vier vleugels rond een binnenplaats met een kruisgang. Het gebouw is nu een rijksmonument.
Ruim zestig jaar later zou het opnieuw onderdak bieden aan een vrouw die uit Keulen kwam.
EEN FILOSOFE IN DE KARMEL
Edith Stein werd op 12 oktober 1891 geboren in Breslau, toen een Duitse stad. Ze was de jongste van elf kinderen in een joods gezin. Haar vader stierf toen ze nog geen twee was. Haar moeder, Auguste Stein-Courant, bleef met de kinderen achter.
Rond haar veertiende liet ze het geloof van haar ouders los en noemde ze zich atheïst. Ze studeerde in Breslau, Göttingen en Freiburg en promoveerde in 1916 op een proefschrift over inleving: hoe begrijp je wat een ander mens beleeft? Ze werd een leerling van de filosoof Edmund Husserl, een van de grote denkers van haar tijd.
Op nieuwjaarsdag 1922 liet ze zich dopen. Volgens de verklaring die de Nederlandse bisschoppen in 1998 over haar uitgaven, speelde de levensbeschrijving van Teresa van Avila daarbij een grote rol. Ze gaf les, tot de nationaalsocialisten in 1933 aan de macht kwamen. Als vrouw van joodse afkomst kon ze niet langer lesgeven. In datzelfde jaar trad ze in bij de karmelietessen in Keulen. Ze kreeg de kloosternaam Teresia Benedicta a Cruce, Teresia Benedicta van het Kruis.
Over haar jaren in Keulen valt veel meer te vertellen. Ik laat het hierbij, omdat dit hoofdstuk over een ander moment gaat.
OUDEJAARSAVOND 1938
Op 9 november 1938 was het de Kristallnacht, de nacht van het grote geweld tegen joden in Duitsland. Daarna besloot haar orde haar in veiligheid te brengen, buiten Duitsland.
Op 31 december 1938 kwam Edith Stein aan in Echt. Het klooster dat een halve eeuw eerder door Keulse zusters was gesticht, nam nu een Keulse zuster op.
Haar zus Rosa wilde haar volgen. Rosa was in 1883 geboren en had jarenlang voor de familie gezorgd. Op kerstavond 1936 was ook zij in Keulen gedoopt. In april 1939 reisde ze naar België, naar een vrouw die zich voordeed als lid van de derde orde van de Karmel en haar verder zou helpen. Die vrouw bleek een oplichtster. Rosa raakte bijna al haar bezittingen kwijt. Volgens de toelichting bij de uitgave van Ediths brieven kwam ze met vrijwel niets in Echt aan.
Rosa werd geen slotzuster. Ze sloot zich aan bij de derde orde, voor gelovigen die buiten het slot leven, en deed voor het klooster wat buiten de muren gedaan moest worden.
HET KRUIS ALS STUDIEONDERWERP
In Echt bleef Edith schrijven. In 1941 werkte ze aan een studie over de vroegchristelijke schrijver Dionysius. Daarna begon ze aan een boek over Johannes van het Kruis, de Spaanse dichter en mysticus die samen met Teresa van Avila de Karmel had hervormd. Het kreeg de titel Kreuzeswissenschaft, wetenschap van het kruis. Het verscheen pas in 1950, acht jaar na haar dood.
Intussen was ook Nederland bezet. In mei 1940 viel Duitsland het land binnen, en de maatregelen tegen joden die Edith uit Duitsland kende, kwamen nu ook hier. Voor de bezetter maakte het niet uit of iemand gedoopt was. Wie joodse ouders had, was jood.
Er werd gezocht naar een uitweg. Een klooster van karmelietessen in Le Pâquier, in Zwitserland, wilde haar opnemen. Op zondag 5 juli 1942 stemden de zusters daar met geheime stemming, en het besluit was unaniem. Ze mocht komen, voor onbepaalde tijd. Er kwam alleen geen visum. En voor Rosa moest nog een plek gezocht worden; Edith had een vriendin in Zwitserland daar al om gevraagd. Het antwoord van de Zwitserse instanties was negatief, en het kwam pas toen Edith Stein al dood was.
Volgens een verhaal dat over haar wordt verteld, stelde ze het vertrek ook zelf uit, uit zorg dat de priores in Echt anders zou worden opgepakt. Dat verhaal heb ik alleen gevonden in een Zwitserse reportage over nieuw onderzoek naar haar laatste maanden, en daar staat het voorzichtig.
EEN TELEGRAM OP ZATERDAG 11 JULI
In juli 1942 begonnen de grote deportaties uit Nederland. Op 15 juli vertrok de eerste trein uit Westerbork, met Auschwitz als bestemming.
De grote kerken overlegden in die jaren met elkaar in het Interkerkelijk Contact. Rooms-katholieken en protestanten zaten daar samen aan tafel, iets wat in Nederland lang niet vanzelf had gesproken. Op zaterdag 11 juli 1942 stuurden zij gezamenlijk een telegram aan rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, de hoogste Duitse bestuurder in Nederland. De rooms-katholieke bisschoppen tekenden, en met hen de meeste protestantse kerken, ook de doopsgezinden en de remonstranten. Ze protesteerden tegen het wegvoeren van joden en van Nederlanders die in Duitsland moesten werken. Het optreden tegen de joden, schreven ze, had hen al diep geschokt.
De Duitsers antwoordden met een aanbod. Dat staat zwart op wit in een brief die een Duitse diplomaat in Den Haag op 31 juli 1942 naar Berlijn stuurde. Joden die vóór 1 januari 1941 gedoopt waren, zouden niet worden weggevoerd. De kerken mochten opkomen voor hun eigen leden. Daar hoorde wel een voorwaarde bij: ze moesten zich niet langer inzetten voor de andere joden.
Hoe zou jij hebben gekozen? Voor een kerkbestuur in 1942 was dit geen vraag op papier. Aan de ene kant stonden namen van gemeenteleden die je mogelijk kon redden. Aan de andere kant stond de vraag of je mocht zwijgen over alle anderen.
VRIJDAG 24 JULI: EEN VERBOD
De kerken wilden de tekst van het telegram op zondag 26 juli in de diensten laten voorlezen, zodat de gelovigen wisten wat hun leiders hadden gedaan. De bezetter verbood dat. Volgens de Duitse brief van 31 juli kwam dat verbod op 24 juli.
Hier gingen de wegen uiteen. De synode van de Nederlandse Hervormde Kerk besloot het telegram niet voor te lezen. Uit de Duitse brief blijkt dat niet iedere predikant zich daaraan hield. Ook in een aantal kleinere kerken werd het telegram wel voorgelezen. De kleine lutherse kerk had volgens dezelfde brief vanaf het begin geweigerd om mee te doen.
De katholieke bisschoppen hielden vast aan hun plan. Hun herderlijke brief, gedateerd 20 juli, gaf de volledige tekst van het telegram. Een herderlijke brief is een brief van de bisschoppen aan alle gelovigen, die in de mis van de kansel wordt voorgelezen. Volgens de levensbeschrijving van Edith Stein die haar Keulse priores na de oorlog schreef, weigerde aartsbisschop Johannes de Jong van Utrecht op 24 juli om de tekst van het telegram te schrappen.
Ik wil eerlijk zijn over wat dit betekent. Het is makkelijk om achteraf te zeggen wie moedig was en wie niet. De hervormde synode probeerde mensen te redden die nog te redden waren. De bisschoppen kozen ervoor de stilte te breken. Beide keuzes werden gemaakt door mensen die niet wisten hoe het zou aflopen.
ZONDAG 26 JULI: DE BRIEF VAN DE KANSEL
Op zondag 26 juli 1942 werd de brief in elke katholieke kerk in Nederland voorgelezen, in elke mis. Dus ook in Echt. Het stuk begon met de vaststelling dat het een tijd van grote nood was, geestelijk en stoffelijk. Daarna noemden de bisschoppen twee vormen van die nood: de vervolging van de joden en het lot van de mensen die in het buitenland moesten werken.
Een Amerikaans katholiek tijdschrift dat in 1998 de Duitse stukken over deze weken besprak, schrijft dat de bisschoppen in hun brief ook de woorden van Jezus over Jeruzalem uit het evangelie van Lukas aanhaalden. Ik heb de volledige brief zelf niet kunnen inzien, dus ik geef dat door zoals het daar staat.
In de kerken bleef het daarna een week stil. Aan Duitse kant niet.
In geheime verslagen uit de laatste dagen van juli, in 1980 gepubliceerd uit de collectie van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, staat de reactie van Seyss-Inquart. Omdat de katholieke bisschoppen zich hadden bemoeid met iets wat hen niet aanging, zouden nu ook de katholieke joden worden weggevoerd. Tussenkomst werd niet meer toegestaan.
Op zondag 2 augustus zei generaal-commissaris Schmidt, een van de hoogste Duitse bestuurders, het in een toespraak hardop. Volgens de levensbeschrijving van Edith Stein noemde hij de arrestaties een vergelding voor de brief van de bisschoppen.
ZONDAG 2 AUGUSTUS
Diezelfde dag werden in heel Nederland katholieken van joodse afkomst opgepakt. In Berkel-Enschot haalde de politie twee zussen Löb uit het klooster Koningsoord en daarna drie van hun broers uit de abdij Koningshoeven. In Limburg ging het volgens de historici Annelies en Herman van Rens om dertig mensen. De meesten van hen werden later weer vrijgelaten.
In Echt kwam de politie aan de Bovenste Straat voor Edith en Rosa. Wat er bij de deur gebeurde, kennen we vooral uit wat zusters later vertelden. Het bekendste zinnetje is dat Edith haar doodsbange zus vastpakte en zei: “Kom, wij gaan voor ons volk.” De Nederlandse bisschoppen namen die woorden in 1998 op in hun verklaring bij haar heiligverklaring. Een Zwitserse reportage over nieuw onderzoek wijst erop dat het zinnetje van één zuster komt, en dat zij het bij een andere gelegenheid niet bevestigde. Het kan zo gezegd zijn. Het is niet zeker.
Wat vaststaat, is de tegel in de Peijerstraat. Vijf uur ’s middags.
AMERSFOORT, WESTERBORK, EN DAN HET OOSTEN
De zussen werden naar kamp Amersfoort gebracht en van daaruit naar Westerbork, het doorgangskamp in Drenthe. Ze waren daar maar een paar dagen, ongeveer van 4 tot 7 augustus. Op 7 augustus vertrok een trein naar Auschwitz.
Volgens de officiële gegevens werden Edith en Rosa Stein op 9 augustus 1942 in de gaskamer vermoord. Edith was vijftig. Volgens het onderzoek van Van Rens stierven die dag tweeënnegentig katholieken van joodse afkomst uit Nederland in Auschwitz, onder wie ongeveer tien Limburgers. Onderzoeker Rainer Schmidt van het Edith Stein Jahrbuch heeft bij die datum vragen gesteld. In de verwarring van Auschwitz in 1942 kloppen de registers niet altijd, en hij houdt het voor mogelijk dat ze langer leefde. Zeker weten doen we alleen dat ze uit Westerbork vertrok en niet terugkwam.
Hoeveel mensen er op 2 augustus in totaal werden opgepakt, is minder zeker dan je zou verwachten. Volgens politieverslagen ging het om ongeveer 244 mensen. Een regionale bron noemt 245. Andere publicaties komen uit op ruim vierhonderd of zelfs zevenhonderd. Ook de dodentallen lopen uiteen. Ik noem de laagste getallen, omdat die het best onderbouwd zijn, en ik zeg erbij dat de discussie niet gesloten is.
HEEFT DE BRIEF HEN HET LEVEN GEKOST?
Hier moet ik voorzichtig zijn. In katholieke boeken over Edith Stein wordt vaak gezegd dat ze stierf omdat de bisschoppen spraken. Ook het Vaticaan noemde haar arrestatie bij de heiligverklaring een daad van vergelding voor de brief.
Er is veel dat in die richting wijst. De Duitse stukken leggen zelf het verband, en Schmidt zei het in het openbaar. De tijdsvolgorde is duidelijk: eerst de brief, een week later de arrestaties. En het waren juist de katholieken van joodse afkomst die werden opgepakt.
Maar er zijn ook andere feiten. De Duitse toezegging was voorwaardelijk en, zo blijkt uit dezelfde brief van 31 juli, voorlopig. De ongeveer vierduizend christenen van joodse afkomst zouden tijdelijk in een kamp in Nederland worden vastgehouden. Volgens de historicus Kelvin Crombie zei Seyss-Inquart onder vier ogen dat hij gedoopte joden zou wegvoeren op een moment dat hem politiek uitkwam. Dat zou betekenen dat de brief vooral bepaalde wanneer de katholieken aan de beurt waren, en minder of het gebeurde. Wat er zonder de brief met Edith en Rosa gebeurd zou zijn, kan niemand zeggen. Ze hadden ook vóór de brief een visum nodig om weg te komen, en dat kwam niet.
Er gaat ook een verhaal rond dat paus Pius XII door wat er in Nederland gebeurde voorzichtiger werd met openlijk protest. Een katholiek theoloog die er in 2012 over schreef, brengt het als iets wat gezegd wordt, niet als vastgesteld feit. Ik laat het daar ook bij.
En wat er later met de protestants gedoopte joden gebeurde, heb ik voor dit hoofdstuk niet met een betrouwbare bron kunnen vaststellen. Ik vel daarom geen oordeel over welke keuze in juli 1942 meer levens redde. Wat ik wel weet: de bisschoppen spraken, en ze wisten dat dat een prijs kon hebben. De hervormde synode zweeg over het telegram, en ook dat was een keuze met een prijs.
EEN MONUMENT OP HET KERKPLEIN
Op 1 mei 1987 werd Edith Stein in Keulen zalig verklaard. Op 11 oktober 1998 verklaarde paus Johannes Paulus II haar in Rome heilig, als martelares. Twee weken later, op 24 oktober 1998, werd voor de Sint-Landricuskerk in Echt een nieuw monument voor haar onthuld. De volgende dag was er een feestelijke dienst in de kerk en daarna een stille tocht door het stadje.
Niet iedereen was blij met die heiligverklaring. Joodse critici vreesden dat de Kerk er stilzwijgend een oproep tot bekering van joden mee uitdroeg. Edith Stein werd vermoord omdat ze joods was, en dat maakt haar eren als christelijke martelares voor velen gevoelig. De Nederlandse bisschoppen schreven in 1998 dat ze bij het eren van Edith Stein respect en bescheidenheid vroegen tegenover de vele joden die trouw bleven aan het geloof van hun voorouders. Ze noemden haar een dochter van Israël.
Ze schreven er ook over Gods blijvende trouw aan het joodse volk. Paulus zegt het in zijn brief aan de Romeinen zo: Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk. (Romeinen 11:29)
DE TEGEL EN DE KAPEL
In 1999 werd in de kerk een Edith Steinaltaar ingezegend. Tegenwoordig heet de parochie officieel naar de heilige Landricus en de heilige Edith Stein. Het is de eerste parochie in Limburg die haar naam draagt.
Ik ben benieuwd wat je ervaart als je in Echt staat. Een klein Limburgs stadje, een stille straat, een kloostermuur. Je kunt er weinig zien van wat er in 1942 gebeurde. Er is geen kamp, geen spoorlijn, geen gebouw dat iets uitlegt. Er is een kloosterkapel, een monument op een kerkplein en een tegel aan een gevel.
Ga in de Peijerstraat even voor nummer 16 staan. Twee namen, een datum, een tijd. Vijf uur ’s middags, op een zondag in augustus, een week nadat de bisschoppen hadden gesproken.
GA ER ZELF HEEN
Het karmelietessenklooster staat aan de Bovenste Straat 48 in Echt, in Midden-Limburg. Het gebouw van Pierre Cuypers is een rijksmonument. Naast de ingang staat de gedenksteen voor Edith Stein. Volgens Stichting Dr. Edith Stein Echt is de kapel elke dag open en kun je er een kleine kamer zien die met haar verbonden is. Volgens het monumentenregister wonen er sinds 1987 karmelietessen uit Maastricht. Het is een klooster, geen museum.
Op het plein voor de Sint-Landricuskerk staat het Edith Steinmonument uit 1998. In de kerk, die nu bedevaartkerk voor de heilige Edith Stein is, vind je twee glas-in-loodramen en een drieluik over haar leven, het Edith Steinaltaar en volgens de stichting haar originele koormantel. De tegel hangt aan het huis Peijerstraat 16. Bij het stadhuis staat het oorlogsmonument van Echt, waarop ook de namen van Edith en Rosa Stein staan. Achter het klooster ligt de Edith Steinstraat.
De stichting heeft een Edith Steinroute uitgezet langs vijf punten, die eindigt bij het Cultuurhuis Edith Stein. Daar zijn een bibliotheek, een vaste fototentoonstelling en een film over haar leven. Het cultuurhuis is maar beperkt open. Kijk voor openingstijden en rondleidingen op de website van Stichting Dr. Edith Stein Echt; ook Hart van Limburg biedt een rondleiding aan.
Wie verder wil, kan naar Herinneringscentrum Kamp Westerbork in Drenthe of naar Kamp Amersfoort, de twee plekken waar Edith en Rosa hun laatste dagen in Nederland doorbrachten.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de vestiging van Keulse karmelietessen in Echt in 1875 en de bouw van het klooster door Cuypers in 1879 en 1880; Edith Steins geboorte op 12 oktober 1891 in Breslau, haar doop in 1922 en haar intrede in Keulen in 1933; haar komst naar Echt op 31 december 1938; Rosa’s omweg via België; de unanieme opname door de Karmel van Le Pâquier op 5 juli 1942; het telegram van de kerken van 11 juli 1942; de Duitse toezegging voor joden gedoopt vóór 1 januari 1941; het verbod van 24 juli; het voorlezen van de herderlijke brief in alle katholieke kerken op 26 juli 1942; het besluit van de hervormde synode om het telegram niet voor te lezen; de arrestaties van katholieken van joodse afkomst op 2 augustus 1942 en de Duitse verklaring dat dit vergelding was; het transport via Amersfoort en Westerbork naar Auschwitz; zalig- en heiligverklaring in 1987 en 1998; de gedenktekens in Echt.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de woorden “Kom, wij gaan voor ons volk”; dat Edith haar vertrek naar Zwitserland uitstelde uit zorg voor de priores; dat aartsbisschop De Jong weigerde de telegramtekst te schrappen (uit de levensbeschrijving door haar Keulse priores).
Onbevestigd: de sterfdatum 9 augustus 1942 (officieel, maar door Rainer Schmidt betwijfeld); het totale aantal gearresteerden (ongeveer 244 volgens politieverslagen, hogere getallen elders); dat Seyss-Inquart van plan was gedoopte joden later toch weg te voeren (alleen uit een lezing van Kelvin Crombie); dat de brief paus Pius XII beïnvloedde; het precieze jaar waarin Rosa in Echt aankwam.
Duiding: dat de Duitsers de arrestaties als vergelding voor de kanselbrief presenteerden, staat vast. Of de katholieke joden zonder die brief gespaard zouden zijn gebleven, is niet te bewijzen. De toezegging was voorwaardelijk en voorlopig.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Rijksmonumentenregister, monument 525532: Karmelitessenklooster Echt
- Stichting Dr. Edith Stein Echt
- Meertens Instituut, Bedevaartplaatsen in Nederland: Edith Stein, Echt
- TracesOfWar, Monument Edith en Rosa Stein Echt
- Joods Monument, Edith Teresia Hedwig Stein
- Hanna-Barbara Gerl-Falkovitz, “Stein, Edith”, Neue Deutsche Biographie 25 (2013)
- Nederlandse Bisschoppenconferentie, verklaring bij de heiligverklaring van Edith Stein (1998)
- EHRI, Duitse brief uit Den Haag van 31 juli 1942 over de reactie van de Nederlandse kerken (Engelse vertaling)
- Inside the Vatican (1998) via CatholicCulture, “Secret Nazi Accounts of Events of July, 1942”
- Carmelite Quotes, uit T.R. Posselt, Edith Stein: The Life of a Philosopher and Carmelite, over de herderlijke brief
- Carmelite Quotes, over de herderlijke brief van 1942
- Carmelite Quotes, over Rosa Stein, met brieven van Edith Stein
- Carmelite Quotes, het besluit van de Karmel van Le Pâquier (5 juli 1942)
- RSI, “Edith Stein, i dubbi sugli ultimi mesi”
- Annelies en Herman van Rens, over de jodendeportaties uit Limburg (PSHAL, 2008)
- Brabant Remembers, “Dood in habijt”
- Kelvin Crombie, “Jewish Christians in the Netherlands during the Holocaust” (2022)
- Joseph A. Komonchak, “An anniversary”, Commonweal (2012)
- Vatican News Service, Teresia Benedicta a Cruce
- Bisdom Roermond, Clavis: parochie Echt draagt naam van Edith Stein
- Hart van Limburg, rondleiding Echt: Edith Stein
- Wikipedia (Engels), Edith Stein
- Rose Pacatte, “Catholic Jews and the Holocaust”, National Catholic Reporter (2010)
- Wikipedia (Engels), Carmelite Monastery, Echt