Wat betekenendeze stenen?

Deel 1 · Hoofdstuk 3

Egmond

de put bij het lege graf

922Adelbertusakker en Sint-Adelbertabdij

Aan de Sint Adelbertusweg in Egmond-Binnen, vlak bij de duinen, ligt een stuk grond met bomen en bankjes. Wie het betreedt, ziet lage muren van oude steen. Je kunt erop zitten. Ze tekenen de omtrek van een kerk die hier eeuwen heeft gestaan. Op de plek waar ooit het koor was, staat een put met een handpomp en een zinken emmer. Er is een klein kapelletje met een mozaïek van een heilige. Er staat een beeld van dezelfde man.

Mensen komen hier om stil te zijn. Het water uit de put kun je drinken. Volgens de overlevering is het goed voor wie slecht ziet.

Ongeveer twee kilometer verder naar het oosten, aan de rand van het dorp, staat een abdij van bruine baksteen met hoge rode daken. Daar wonen benedictijner monniken. Onder het altaar van hun kerk ligt in een doorzichtige schrijn een schedel, opgebouwd uit kleine fragmenten. Volgens onderzoek in Leiden is hij van een man die rond het jaar 700 leefde.

Tussen de put en de schedel ligt meer dan twaalfhonderd jaar geschiedenis. Het is het verhaal van het oudste klooster van Holland. Het begint met een graf in de duinen.

EEN DIAKEN UIT HET GEZELSCHAP VAN WILLIBRORD

Rond het jaar 700 kwamen er vanuit de Britse eilanden zendelingen naar de kust van de Lage Landen. De bekendste van hen was Willibrord, die later de eerste bisschop van Utrecht zou worden. Hij had helpers bij zich. Een van hen heette Adelbert.

Wat we over Adelbert weten, komt bijna helemaal uit één tekst: de Vita Sancti Adalberti, zijn levensbeschrijving uit de tiende eeuw. Volgens die tekst was hij een levita, een diaken. Een diaken is een dienaar in de kerk, die de priester helpt en voor armen zorgt. Een veel later handschrift, van rond 1514, noemt hem de zoon van een koning in Noord-Engeland. De abdij brengt dat vandaag als overlevering, en zo moet je het ook lezen.

Zijn levensbeschrijving vertelt dat hij met Willibrord overstak, het evangelie preekte en een wonder deed. Hij wordt er zachtmoedig en heel nederig genoemd. Rond 740 zou hij gestorven zijn. De mensen van Egmond begroeven hem, en boven zijn graf bouwden ze een houten kapel.

Meer weten we niet over zijn leven. Er is geen preek van hem bewaard, geen brief, geen datum die je kunt narekenen. Wat er wel is, is een graf waar mensen bleven komen.

WONDEREN BIJ EEN HOUTEN KAPEL

De Vita vertelt over wonderen bij dat graf. Een weduwe die tot de heilige bad, kreeg haar dagelijks brood met de vloed mee aangespoeld. Toen Vikingen Egmond wilden aanvallen, kwam er op wonderlijke wijze nevel op en ging de aanval niet door. Een dief die kaas stal die voor Adelbert was neergelegd, at volgens het verhaal zijn eigen vingers op.

Het zijn verhalen uit een heiligenleven, en ze zijn zo geschreven dat ze iets willen leren: deze heilige beschermt wie op hem vertrouwt, en wie van hem steelt, loopt slecht af. Of er iets van gebeurd is, kan niemand meer nagaan. Ze laten wel zien dat het graf voor de mensen aan de kust een plek van hoop was.

De Noormannen kwamen echt. Volgens de geschiedenis die de Stichting Adelbertusakker vertelt, staken zij in de negende of tiende eeuw de kapel in brand.

DRIE KEER DEZELFDE DROOM

Dan komt het verhaal dat de plek voorgoed veranderde. Zo vertelt zijn levensbeschrijving het: in de tiende eeuw, ruim twee eeuwen na zijn dood, verscheen Adelbert drie keer in een droom aan een vrouw die Wilfsit heette. Zij was een godgewijde maagd, een vrouw die haar leven aan God had gegeven. Adelbert vroeg haar zijn gebeente op te heffen, zodat het vereerd kon worden.

Wilfsit ging naar de graaf, Dirk I. Die gaf opdracht het graf te openen. Toen het gebeente uit de grond kwam, ontsprong er op die plek een bron. Het water zou genezend zijn. In hoofdstuk 21 van de Vita krijgt een blinde priester, Volmar, bij die bron zijn zicht terug.

Het gebeente werd naar een klein houten klooster gebracht in Hallem. Zo heette het latere Egmond-Binnen tot ongeveer 1025.

Wat moet je met zo’n droom? Ik vind het eerlijk om te zeggen dat ik het niet weet. Ik weet wel dat God in de Bijbel vaker door dromen spreekt, en ik weet ook dat heiligenlevens graag met dromen werken. Wat vaststaat, is dat er een bron is. Die stroomt nog steeds.

15 JUNI 922

Hier komen we op vastere grond. Op 15 juni 922 deed de West-Frankische koning Karel III een schenking aan een graaf die Dirk heette. Die oorkonde bestaat. Volgens de meeste lezingen hoorde de kerk van Egmond bij de gift. Sommige historici twijfelen of die kerk er echt in genoemd wordt.

De Egmondse traditie vierde de overbrenging van Adelberts gebeente altijd op 15 juni. Zo komen veel schrijvers ertoe de verheffing aan dit jaar te koppelen. Andere historici denken dat het iets later gebeurde, onder een andere Dirk die tussen 928 en 939 regeerde. Het jaartal 922 is dus een sterke traditie, geen zekerheid.

Wel staat vast dat Dirk I in Hallem een klooster voor nonnen stichtte. Daar baden zij voor de familie van de graaf. Zo begon, aan de rand van de duinen, het oudste klooster van Holland. Het land heette toen nog niet zo. De bronnen spreken over Friesland, en de graven zelf zouden pas later graven van Holland heten.

MONNIKEN UIT GENT

De zoon van Dirk I heette ook Dirk. Dirk II trouwde rond 950 met Hildegard, een vrouw uit Vlaanderen. Hij besloot het houten klooster van zijn vader te vervangen door een stenen kerk. De nonnen maakten plaats voor monniken uit Gent, benedictijnen.

Benedictijnen leven volgens de regel van Benedictus, een Italiaanse monnik uit de zesde eeuw. Die regel ordent de dag rond gebed, werk en lezen. Monniken beloven te blijven waar ze zijn, hun leven te laten vormen en te gehoorzamen. Een abdij is een klooster dat geleid wordt door een abt.

Wanneer de monniken precies kwamen, verschilt per bron. Sommige noemen 950, andere 975. Het jaar 975 heeft wel een opvallende getuige.

TWEE MENSEN OP HUN KNIEËN

In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag ligt een boek met de vier evangeliën in het Latijn. Het werd in de negende eeuw geschreven in Reims, in Noord-Frankrijk. Het heet het Evangeliarium van Egmond.

Dirk II en Hildegard schonken het aan de abdij. Om die gift vast te leggen, lieten ze in 975 achterin twee nieuwe afbeeldingen maken. Op de eerste leggen ze samen het boek op een altaar. Op de achtergrond staat de abdijkerk van Egmond. Volgens de KB is dat de oudste afbeelding van een gebouw in Nederland. Het Latijnse opschrift zegt dat dit boek door Dirk en zijn geliefde vrouw Hildegard werd gegeven aan de zalige vader Adalbert.

Op de tweede afbeelding knielen ze voor Adelbert. Ze vragen hem om voor hen te pleiten bij Christus. De KB noemt deze twee tekeningen de oudste bewaarde afbeeldingen van mensen uit Nederland.

Wie die afbeeldingen bekijkt, ziet een graaf en een gravin die zich klein maken. Ze hadden macht, land en een kasteel, en ze lieten zichzelf tekenen op hun knieën. Je mag daar de politiek in zien die er zeker ook in zat: een graaf die een heilige aan zijn kant heeft, staat sterk. Maar het gebed op dat blad is ook gewoon een gebed.

Hun zoon Egbert werd aartsbisschop van Trier. Hij gaf opdracht om de verhalen over Adelbert op te schrijven. Een monnik uit Mettlach, Ruopert, ging naar Egmond en schreef tussen ongeveer 977 en 993 de Vita. Het is dezelfde tekst waar dit hoofdstuk mee begon. In de twintigste eeuw noemde een Duitse historicus haar een vervalsing. Latere onderzoekers, zoals Meilink en Vis, maakten aannemelijk dat ze grotendeels echt uit de tiende eeuw stamt. Daarmee is ze de oudste verhalende bron over de eerste graven van Holland.

EEN BOEKENKAST AAN DE DUINRAND

Dirk II stierf op 6 mei 988. Hij werd in de abdij begraven, net als zijn vader en latere graven.

In de elfde eeuw leidde abt Steven de abdij bijna vijftig jaar. De bibliotheek groeide. Egbert van Trier schonk volgens de abdij ongeveer tachtig boeken. De abdij diende ook als kanselarij van de graaf. Hier werden zijn stukken geschreven.

In Egmond werd ook geschiedenis geschreven. De Egmondse annalen zijn een lijst van jaren met korte berichten over wat er gebeurde. Ze lopen van het jaar 640 tot het eind van de twaalfde eeuw. Het middeleeuwse handschrift ligt nu in de British Library in Londen. Wanneer de annalen precies zijn begonnen, is onder geleerden nog een vraag. Tussen 1322 en 1332 verwerkte de Egmondse monnik Willem Procurator ze in zijn eigen kroniek.

Zo werd een klooster in de duinen een geheugen. Veel van wat we over de eerste graven van Holland weten, komt uit wat hier werd opgeschreven.

In de twaalfde eeuw liet gravin Petronilla, die regeerde voor haar jonge zoon Dirk VI, een grotere kerk bouwen. Een stenen timpaan van de voorgevel, het halfronde veld boven de deur, hangt nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Ook op de akker werd gebouwd. Volgens de Stichting Adelbertusakker kwam er in 1113 opnieuw een kerkje boven de put. Later stond er een kerk van tufsteen.

EEN KASTEEL NAAST HET KLOOSTER

In 1129 bouwde ridder Berwout van Egmond vlak bij de abdij een kasteel. De graaf had hem aangesteld als voogd. Hij moest de abdij beschermen en de pacht innen. Dat werd het begin van het geslacht Van Egmond, en van een strijd die eeuwen duurde. Heren en abten twistten over geld, land en macht. Volgens de abdij kwamen hun ruzies tot in Rome.

In de vijftiende eeuw riepen abten op tot strengere tucht en armoede, zoals Benedictus het bedoeld had. In de zestiende eeuw liet abt Meinard Man de gebouwen grondig herstellen. In 1561 werd de abdij het tafelgoed van de nieuwe bisschop van Haarlem. Dat betekent dat de inkomsten van de abdij naar de bisschop gingen, die ook abt van Egmond werd.

Het was een abdij met een lange adem. Ze zou nog twaalf jaar bestaan.

1 MEI 1567

In de Nederlanden groeide het verzet. Protestanten werden vervolgd, en de onvrede over de Spaanse regering onder koning Filips II nam toe. In 1566 trok de Beeldenstorm door het land. Een jaar later kwam de hertog van Alva met een leger om de orde te herstellen.

Op 1 mei 1567 kwamen protestantse opstandelingen naar Egmond. Volgens de abdij waren ze uit Amsterdam verdreven. De Stichting Adelbertusakker noemt het geuzen uit de groep van Hendrik van Brederode. Ze beroofden de abdij van haar kostbaarheden.

In 1568 werd Lamoraal van Egmont, uit het geslacht van het kasteel naast de abdij, in Brussel onthoofd in opdracht van Alva. Zijn dood hoort bij de onrust die uitliep op de Tachtigjarige Oorlog.

In 1572 koos Holland de kant van Willem van Oranje. Dirk Sonoy werd gouverneur van het Noorderkwartier, het gebied boven het IJ. Volgens de Stichting Adelbertusakker bezette en plunderde hij met zijn geuzen dat jaar de abdij.

ROOK BOVEN HALLEM OP 7 JUNI 1573

Op 7 juni 1573 kwam het einde. Sonoy liet de klokken uit de toren halen en het lood van de daken. Daarna werden de gebouwen in brand gestoken. Ook het kasteel en de kerkjes in de omgeving gingen die dag in vlammen op, de kerk op de akker inbegrepen.

Waarom? Het Spaanse leger trok op naar Alkmaar. Volgens Christi Klinkert van het Stedelijk Museum Alkmaar wilde Sonoy voorkomen dat de soldaten zich in de stevige gebouwen zouden vestigen. Puin van de abdij werd gebruikt om de wallen van Alkmaar aan te vullen. Op 21 en 22 augustus 1573 werd Alkmaar omsingeld. De stad hield stand.

Zesenhalve eeuw gebed eindigde in één dag. Voor de protestanten in Alkmaar was het een daad van overleven in oorlogstijd. Voor de katholieken in Kennemerland was het het verlies van hun heiligdom, en voor de monniken van hun huis. Beide kanten hebben in die jaren geleden, en beide kanten hebben anderen laten lijden. Ik hoef hier niet te kiezen. Ik wil alleen niet vergeten wat het mensen kostte.

Er werd ook iets gered. Het evangelieboek van Dirk en Hildegard dook in 1583 op in Keulen. De houten band met goud en edelstenen was verdwenen. In 1688 lag het boek in de Geertekerk in Utrecht. In 1830 kocht koning Willem I het voor 800 gulden, en zo kwam het in de Koninklijke Bibliotheek.

Wat er met het gebeente van Adelbert gebeurde, is minder duidelijk. Er wordt verteld dat het na de Reformatie in Haarlem werd bewaard. Een goede bron heb ik daarvoor niet gevonden.

RUÏNES VOOR SCHILDERS

De muren bleven nog lang staan. Tussen 1655 en 1660 schilderde Jacob van Ruisdael de ruïnes. Ook andere schilders kwamen naar Egmond om ze vast te leggen. In de negentiende eeuw liet de heer van Egmond de laatste resten opruimen.

Van de oude abdij is boven de grond bijna niets over. Alleen een stuk muur. De rest zit in de grond, en die grond is beschermd als provinciaal monument. In 2019 liep een geofysicus met een grondradar over het terrein, in opdracht van de provincie Noord-Holland, op zoek naar de muren van de oudste abdij van Holland.

Bij de put op de akker bleven mensen komen. In 1857 tekende professor J.A. de Rijk de put ter plekke. In de achttiende eeuw werd het water volgens de overlevering gebruikt om zieke koeien te genezen. Het geloof van de streek liet zich niet zomaar wegbranden.

In de negentiende eeuw kwamen er plannen om de abdij te herbouwen. Die stuitten op veel verzet. Volgens de abdij werden de oude gronden, met de akker, in stilte opgekocht.

TERUG NA 362 JAAR

In 1933 begon de herbouw. Het initiatief kwam van de benedictijnen van de Sint-Paulusabdij in Oosterhout, in Brabant. Architect A.J. Kropholler maakte dat jaar een ontwerp, naast de plek waar de oude abdij had gestaan. In 1934 en 1935 werden de eerste vleugel en de poort gebouwd.

In 1935 kwamen de eerste broeders en priesters uit Oosterhout in Egmond wonen. Na 362 jaar leefden er weer monniken volgens de regel van Benedictus.

Het bleef niet rustig. Van 1942 tot 1945 vorderde het Duitse leger het klooster. Volgens de abdij bleven één broeder en twee priesters achter. Na de oorlog ging het bouwen verder. Tussen 1947 en 1950 werden de abdij en de kloostergang voltooid. In 1954 kwam de kerk, ontworpen door B.J. Koldewey, een leerling uit de school van Kropholler. In de jaren vijftig woonden er meer dan veertig monniken.

Het motto van de gemeenschap is Deo vacare: vrij zijn voor God.

Er is een vers in het boek Jozua dat de titel van dit boek draagt. De Israëlieten richtten stenen op bij de Jordaan, zodat hun kinderen later zouden vragen: Wat betekenen deze stenen voor u? (Jozua 4:6). In Egmond stonden geen stenen meer. Er was een put, een veld en een herinnering. In 1935 kwamen monniken uit Brabant op die plek wonen, en ze bouwden opnieuw.

EEN SCHEDEL VAN FRAGMENTEN

In 1983 werd in de parochiekerk van Egmond-Binnen een smal strookje perkament gevonden. Het stamt uit de tweede helft van de tiende eeuw. Er staat in het Latijn op: “Hier rusten de ledematen van Sint Adalbert, belijder van Christus.”

Het strookje hoorde bij de relieken. Onderzoekers bestudeerden de botten en bepaalden de ouderdom van de schedel. Die bleek van een man die rond 700 leefde. Of het ook echt Adelbert is, kan geen laboratorium zeggen. Het jaartal past wel bij het verhaal.

Op 26 juni 1984 trok een processie met de relieken van de akker naar de abdij. Zo maakte het gebeente van Adelbert voor de tweede keer dezelfde tocht, van het graf in de duinen naar het klooster in Hallem. Sindsdien rust de gereconstrueerde schedel in een doorzichtige schrijn onder het hoogaltaar, samen met het strookje perkament.

Elk jaar, op de zondag rond 25 juni, de feestdag van Adelbert, wordt er op de akker een mis gevierd.

Wat zou jij zien als je daar staat? Een stukje bijgeloof, of een plek waar mensen twaalfhonderd jaar lang God zochten? Misschien allebei. De bron stelt geen vragen.

Aan de Sint Adelbertusweg staat de put tussen de lage muren. Wie de hendel naar beneden duwt, krijgt water uit de grond waar ooit een graf lag. Achter de akker beginnen de duinen.

GA ER ZELF HEEN

De Sint-Adelbertabdij ligt aan de Abdijlaan in Egmond-Binnen, aan de rand van het dorp, in de gemeente Bergen in Noord-Holland. De abdij zelf is niet toegankelijk voor bezoekers, maar de abdijkerk wel: je kunt er de gebeden van de monniken bijwonen of in stilte zitten. Onder het altaar ligt de schrijn met de relieken van Adelbert. Er is een abdijmuseum over de middeleeuwse abdij, met vondsten uit de grond en een oud reliekschrijntje, en een mausoleum met het graf van een graaf van Holland. In de abdijwinkel aan de Vennewatersweg worden onder meer kaarsen uit de eigen kaarsenmakerij verkocht. Kijk voor openingstijden op de website van de Abdij van Egmond.

Het complex van Kropholler, met de poort, de kloosterboerderij en de moestuin, is sinds 2001 rijksmonument. Het terrein van de oude abdij ligt ernaast en is beschermd. Graven en schatzoeken is er verboden.

De Adelbertusakker ligt ongeveer twee kilometer westelijker, aan de Sint Adelbertusweg naast nummer 31, tegen de duinen. Je ziet er de put met handpomp, de muurresten van de middeleeuwse kerk, het kapelletje met mozaïek en beelden, onder meer van Adelbert. De akker wordt onderhouden door de Stichting Adelbertusakker en is het begin- en eindpunt van het Monnikenpad, een wandeling rond Egmond-Binnen.

Het evangelieboek van Dirk en Hildegard is eigendom van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De twee afbeeldingen kun je online bekijken in de digitale collectie van de KB.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de oorkonde van koning Karel III van 15 juni 922 voor graaf Dirk; de stichting van een nonnenklooster in Hallem door Dirk I en de overgang naar benedictijner monniken uit Gent onder Dirk II; het Evangeliarium van Egmond met de afbeeldingen van Dirk II en Hildegard uit 975; het ontstaan van de Vita Sancti Adalberti in de jaren tussen ongeveer 977 en 993 in opdracht van Egbert van Trier; de Egmondse annalen (640 tot eind twaalfde eeuw); de bouw van het kasteel in 1129; de plundering van 1 mei 1567; de verwoesting door Sonoy op 7 juni 1573; de redding en latere lotgevallen van het evangelieboek; de herbouw vanaf 1933 en de komst van monniken uit Oosterhout in 1935; de vordering van 1942 tot 1945; de kerk van 1954; het perkamenten strookje van 1983 en de overbrenging van de relieken op 26 juni 1984; wat er vandaag op de akker en bij de abdij te zien is.

Alleen uit overlevering of het heiligenleven: dat Adelbert een metgezel van Willibrord en een diaken was; zijn koninklijke afkomst (alleen uit een handschrift van rond 1514); zijn sterfjaar rond 740; de wonderen van de weduwe, de nevel en de dief; de drievoudige droom van Wilfsit; het ontspringen van de bron bij de opgraving; de genezing van de blinde Volmar; de genezende kracht van het water.

Onbevestigd: of de opheffing van het gebeente echt in 922 plaatsvond of later onder een andere graaf Dirk; het precieze jaar waarin de monniken kwamen (950 of 975); waar de relieken tussen 1573 en de twintigste eeuw bewaard werden (Haarlem wordt genoemd, maar een goede bron ontbreekt); de juiste beginjaren van de Egmondse annalen.

Duiding: dat de schedel van een man uit de tijd rond 700 is, sluit aan bij het verhaal, maar bewijst niet dat het Adelbert is. Of de verwoesting van 1573 een noodzakelijke daad in oorlogstijd was of een verlies dat had kunnen worden voorkomen, wordt door katholieken en protestanten verschillend gewogen.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Abdij van Egmond, Geschiedenis (Abdijmuseum)
  2. Abdij van Egmond, Sint Adelbert, patroon
  3. Abdij van Egmond, The Origins of Egmond Abbey
  4. Abdij van Egmond, Egmond Abbey, a Provincial Monument
  5. Abdij van Egmond, History
  6. G.N.M. Vis, De Vita Sancti Adalberti Confessoris (Nederlandse historische bronnen 7, 1987), via DBNL
  7. Koninklijke Bibliotheek, The Egmond Gospels
  8. Rijksmonumentenregister, complex St. Adelbertusabdij
  9. Stichting Adelbertusakker, Historie
  10. Stichting Adelbertusakker, home
  11. Meertens Instituut, Bedevaartplaatsen in Nederland, Egmond-Binnen
  12. Michel Bakker, Van Mirakelput tot Jeruzalemvaarders (bisdom Haarlem-Amsterdam, 2018)
  13. Thijs Porck, Adelbertusakker (2015)
  14. Rodi, Rust en bezinning op Adelbertusakker
  15. NH Nieuws, Met een grondradar op zoek naar resten van de oudste abdij van Holland (24 oktober 2019)
  16. Christi M. Klinkert, Het beleg van Alkmaar in 1573 (3 Oktoberlezing)
  17. Det Kongelige Bibliotek, GKS 624 2°: Annales Egmundenses
  18. Marjoke de Roos, recensie van Heiligenlevens, annalen en kronieken (BMGN)
  19. EgmondOnline, Egmond Abbey and the candle factory
  20. Noord-Hollands Archief, Op reis door Noord-Holland (fragment, 2025)
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel