Aan de Dorpsstraat in Putten ligt een stil park. Wie er binnenloopt, ziet een vrouw van zandsteen. Ze heeft een zakdoek in haar hand en kijkt over de straat naar de Oude Kerk. Het beeld stelt een treurende weduwe voor. Het staat bekend als het Vrouwtje van Putten.
Aan de overkant, op nummer 127, staat de Gedachtenisruimte van Stichting Oktober 44. Binnen staan in de koepel de namen van de mannen die in oktober 1944 uit dit dorp werden weggevoerd. Het zijn er honderden.
De Oude Kerk zelf is nog altijd gewoon een kerk. Op zondag houdt de Hervormde Gemeente Putten er haar diensten. Hervormd verwijst naar de oude protestantse volkskerk van Nederland, de Nederlandse Hervormde Kerk. In dit gebouw kwamen de vrouwen van Putten op een zondag in oktober bij elkaar, onder dwang. En in dit gebouw hoorden ze zeven maanden later wie er niet meer thuis zou komen.
Wat betekent een kerk voor een dorp als bijna al zijn mannen in één keer verdwijnen?
EEN SCHOT BIJ DE OLDENALLERBRUG
Putten was in 1944 een streng gelovig dorp op de Veluwe, zo typeert de Defensiekrant het. Een georganiseerd verzet was er in de eerste oorlogsjaren nauwelijks. In 1944 ontstonden twee kleine groepjes. Op 22 september kwamen in een jeugdherberg ongeveer honderdtwintig jonge mannen bij elkaar, zo vertelt Stichting Oktober 44 in haar reconstructie.
Op de avond van zaterdag 30 september, kort voor middernacht, beschoten verzetsmensen bij de Oldenallerbrug, tussen Putten en Nijkerk, een Duitse auto met militairen. Een verzetsman, Frans Slotboom, raakte zwaargewond. Hij stierf de volgende ochtend. Een Duitse officier overleed ook. Een andere, gewonde officier werd door het verzet meegenomen en later achtergelaten op een plek waar de Duitsers hem konden vinden.
Over de naam van de gedode officier zijn de bronnen het niet eens. Over de hoofdlijn van wat volgde wel.
EEN WIT LAKEN UIT HET RAAM
Op zondagochtend 1 oktober om acht uur begon de omsingeling. Ruim duizend soldaten van het regiment Hermann Göring trokken een ring om het dorp. Het bevel kwam van generaal Friedrich Christiansen, de hoogste Duitse bevelhebber in Nederland. Na tien uur kwam er niemand meer door. Volgens een artikel in de Defensiekrant moesten ook de kerkklokken zwijgen. Het was zondag.
Iedereen moest naar het Kerkplein, zogenaamd voor een controle van het persoonsbewijs. Wie ziek was, wie een zuigeling had of wie oud was, mocht thuisblijven, als er een wit laken uit het raam hing. Wie zonder laken in huis werd gevonden, kon als partizaan worden doodgeschoten. Overal vielen schoten. Volgens de stichting kwamen die dag zeven mensen om het leven. Andere bronnen noemen een hoger getal.
Waar de mensen werden vastgehouden, vertellen de getuigen niet allemaal hetzelfde. In grote lijnen: de vrouwen en kinderen gingen de Oude Kerk in, de mannen de school ernaast. Ongeveer veertig mannen werden als gijzelaars apart gezet in de Eierhal achter de kerk, onder wie de gemeentesecretaris.
Niet iedereen ging gewillig. Een meisje uit het dorp vertelde later dat zij met haar familie eerst naar de rooms-katholieke kerk aan de overkant ging, waar bekenden zaten. Een Duitser en een politieman stuurden hen door naar de hervormde kerk. Een van de vrouwen weigerde. Ze bleven die nacht op de zolder van de pastorie, het huis bij de kerk waar de predikant woont.
EEN OFFICIER OP DE PREEKSTOEL
In de Oude Kerk was het vol. Een vrouw die erbij was, beschreef later grote paniek, huilen en schreeuwen. Volgens haar stond er op een gegeven moment een hoge Duitse officier op de preekstoel, de verhoogde plek vanwaar op zondag gepreekt wordt. Hij zei dat de kerk later die dag in brand zou worden gestoken. Dat gebeurde niet. Haar verhaal kennen we alleen uit haar eigen getuigenis.
Om vier uur ’s middags werd bekendgemaakt wat er bij de brug was gebeurd. De daders moesten zich melden. Niemand deed dat.
Om negen uur ’s avonds mochten de vrouwen en kinderen de kerk uit. Ze moesten beloven de volgende ochtend om tien uur eten te brengen. Mannen boven de vijftig en onder de achttien mochten met hen mee. Voor de anderen werd de kerk nu een cel. Jannes Priem, een van de weinigen die later terugkwam, beschreef het zo: eerst stonden ze tegen de kerkmuur, toen zaten ze in de school, toen in de kerk.
Ik heb lang naar die volgorde gekeken. Een gebouw waar je als kind gedoopt bent en waar je op zondag naast je vader in de bank zit. En dan moet je er een nacht doorbrengen met de vraag of je ooit nog thuiskomt.
PSALMEN VOOR HET VERTREK
Op maandagochtend 2 oktober moesten de mannen op het Kerkplein in een U gaan staan. Er stonden mitrailleurs op hen gericht. De vrouwen werden op afstand gehouden. Om één uur werden de mannen naar het station gebracht en in een bosje langs het spoor gezet.
Priem schreef later over die ochtend dat ze toen nog een paar psalmen hadden gezongen. Hij noemt niet welke. In Putten zongen ze in de kerk de berijmde psalmen, de honderdvijftig Bijbelpsalmen op rijm gezet om samen te zingen. Mannen die die liederen van kinds af kenden, hadden geen bundel nodig.
In latere verhalen over de razzia wordt Psalm 84 genoemd als het lied dat de mannen zongen bij hun vertrek. Die psalm gaat over verlangen naar het huis van God. Ik heb dat in de bronnen die ik kon lezen niet bevestigd gevonden bij een ooggetuige. Het kan waar zijn. Het staat hier als overlevering.
Om twee uur ’s middags werd in de kerk aan de vrouwen het vonnis voorgelezen. Putten zou met de grond gelijk worden gemaakt. Alleen de huizen van zieken, ouderen, moeders met kleine kinderen, gemeentepersoneel, politie, NSB’ers en Duitsers zouden blijven staan. Om vier uur moest het dorp leeg zijn.
Tegen die tijd werden de mannen in goederenwagons geladen, op weg naar Kamp Amersfoort. Om twintig over vijf gingen de eerste huizen in brand. Volgens de stichting werden er ongeveer honderdtien verwoest.
EEN KAMP BIJ DE DEENSE GRENS
In Amersfoort werden achtenvijftig mannen vrijgelaten, vooral ouderen en zieken. Volgens een lezing van historica Madelon de Keizer uit 1998 probeerde een katholieke Puttenaar, die SS-papieren had, in die dagen vaders van grote gezinnen vrij te krijgen. Op 11 oktober kwamen achttien mannen vrij. Na de oorlog werd hij verdacht van eigenbelang en van voortrekken van katholieken, en in 1945 werd hij uit Putten geweerd. Zijn verhaal is nog steeds omstreden. In het dorp is het grotendeels vergeten.
Op 11 oktober 1944 vertrokken 601 mannen naar Neuengamme, een concentratiekamp bij Hamburg. Dertien sprongen onderweg uit de trein. Vanuit Neuengamme werden de mannen verspreid over andere kampen. Veel van hen kwamen in Ladelund terecht, een buitenkamp vlak bij de Deense grens. Daar moesten ze werken in tankgrachten die vol water stonden.
Het kamp Ladelund bestond maar zes weken, van 1 november tot 16 december 1944. Er zaten ruim tweeduizend gevangenen. Ongeveer driehonderd stierven er. Honderdtien van hen kwamen uit Putten.
EEN LIJST BIJ PETROLEUMLICHT
Op 18 april 1945 bevrijdden Canadese soldaten Putten. Er werd gevierd. Van de mannen wist niemand iets.
Een Nederlandse verbindingsofficier bij het Britse leger, kapitein Van Praag, kreeg de vraag uit te zoeken wat er met hen gebeurd was. In Duitsland vond hij enkele Puttenaren die het overleefd hadden. Hij kwam terug met een lange lijst namen.
Op Hemelvaartsdag, 10 mei 1945, kwamen de mensen van Putten in de Oude Kerk bij elkaar. Hemelvaartsdag is de feestdag waarop christenen gedenken dat Jezus naar de hemel ging. Die avond las de oude predikant, ds. C.B. Holland, op de preekstoel de namen voor. Het waren er ongeveer honderdtachtig. Hij deed het bij walmend petroleumlicht; een ander verslag spreekt van een kaars. Later zei hij erover: “Ik moest mij hard houden om het te doen.”
Een ooggetuige noteerde wat er in de kerk gebeurde: verbijstering, en dat ze allemaal dood waren. Er was een vrouw die haar man en twee zoons verloor. Er was een familie met vier namen op die ene lijst.
Wat doe je als predikant op zo’n avond? Er was geen uitvaart, geen kist, geen graf in de buurt. Er was een lijst, een preekstoel en een kerk vol mensen die luisterden of de naam van hun man of zoon voorbij kwam.
HET DORP VAN DE WEDUWEN EN WEZEN
Van de 659 mannen die volgens Stichting Oktober 44 waren weggevoerd, kwamen er 48 terug. Vijf van hen stierven kort na hun thuiskomst aan de gevolgen van de kampen. De stichting komt op 552 doden in totaal, de mensen die op 1 oktober werden doodgeschoten meegerekend. Andere tellingen wijken een paar getallen af. Achter elk van die getallen zit een naam.
Putten kreeg een bijnaam die bleef: het dorp van de weduwen en wezen.
Op 4 juli 1945 kwam koningin Wilhelmina. Ze sprak met mannen die teruggekeerd waren en bezocht een weduwe die met drie kleine kinderen in een schuur woonde, het enige wat van hun bezit gespaard was. De koningin vroeg uitgebreid hoe ze leefden.
Er kwam hulp uit het hele land en uit het buitenland. Inwoners van het Engelse Stroud zamelden geld in voor de weduwen en kinderen. Een ontmoetingscentrum in Putten draagt nog altijd de naam Stroud. Daar komt een groep nabestaanden, die zichzelf Lotgenoten noemt, elke twee maanden bij elkaar.
Een zoon die in 1941 geboren werd, vertelde decennia later op de site van de stichting hoe het was om zonder vader op te groeien. Zijn moeder hertrouwde nooit. Ze werd ziek, en de kinderen moesten een tijd bij haar weg. Hij herinnert zich dat ze vroeg waarom haar man was meegenomen, terwijl hij niets had gedaan. Dat zijn vader in Neuengamme was verbrand, kon ze moeilijk dragen. Hij kijkt dankbaar terug op haar zorg.
Een dochter die in 1944 negen was, vertelde de NOS tachtig jaar later dat oktober nog altijd een moeilijke maand voor haar is. Haar vader heeft geen eigen graf. Toen haar moeder overleed, liet ze zijn naam op het familiegraf zetten.
“IK VERZOEK THANS DE GEMEENTE OP TE STAAN”
Op 2 oktober 1945, een jaar na de razzia, hield de nieuwe predikant, ds. L. Kievit, de eerste herdenkingsdienst. Hij was de opvolger van Holland. Zijn preek werd later afgedrukt in de kerkbode, het blad van de gemeente. Op een moment in die dienst vroeg hij de mensen om te gaan staan: “Ik verzoek thans de gemeente op te staan van haar zitplaatsen.” Zo gedachten ze hun doden.
Hier ligt misschien het belangrijkste wat deze kerk voor het dorp deed. Het is moeilijk te meten. De gemeente had geen antwoorden op het waarom. Wel had ze een plek, een vaste dag en een vorm. De mensen die hun man niet konden begraven, konden in de kerk staan waar hij de laatste nacht had gezeten, en daar samen stil zijn.
In de jaren daarna kwam er in Putten een vraag die niet hardop gesteld mocht worden en die er toch was. Was de overval bij de brug verstandig geweest? Had het verzet het dorp dit aangedaan? Madelon de Keizer beschrijft die vragen in haar lezing, naast de naam die Putten had als zwartekousengemeente, een gemeente van behoudende, strenge protestanten. Er waren mensen die de schuld bij de Duitsers legden en bij niemand anders. Er waren mensen die er anders over dachten. Ik kies daarin geen kant. Beide gedachten hebben in hetzelfde dorp, soms in hetzelfde gezin, naast elkaar bestaan.
EEN VROUW DIE NAAR DE KERK KIJKT
Op 1 oktober 1949 onthulde koningin Juliana het monument. Professor Jan Bijhouwer ontwierp de herdenkingshof, beeldhouwer Mari Andriessen maakte het beeld.
Hij maakte een weduwe met een zakdoek, die kijkt naar de kerk waaruit de mannen werden weggehaald. Haar blik ligt op de plek waar de gemeente samenkwam, in de dagen zelf en in alle jaren daarna.
Een jaar eerder waren de verantwoordelijke Duitsers berecht. Generaal Christiansen werd in 1948 veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. In 1951 was hij vrij. De officier die de opdracht kreeg om Putten plat te branden, kreeg tweeënhalf jaar. Hoe de weduwen over die straffen dachten, staat niet in de bronnen die ik las.
EEN PASTOR MET EEN PARTIJKAART
In Ladelund, een dorp in Sleeswijk-Holstein, was een lutherse predikant, pastor Johannes Meyer. Lutherse kerken zijn de protestantse kerken die teruggaan op Maarten Luther. Meyer begroef in de winter van 1944 de doden van het kamp op het kerkhof van zijn dorp, in negen lange graven. Volgens de beschrijving van de graven op TracesOfWar deed hij dat met christelijke waardigheid.
Kort na de oorlog schreef hij brieven aan de families van de doden. Er kwamen veel antwoorden, de meeste uit Putten. Een vader die twee zoons van twintig en eenentwintig in Ladelund verloor. Een moeder die vier zoons verloor, twee in Ladelund en twee in andere kampen.
Het verhaal over Meyer is mooi en het is ingewikkeld. Hij was lid van de NSDAP, de partij van Hitler, en eerder schreef hij enthousiast over het regime in de kroniek van zijn gemeente. Eind 1944 stuurde hij anoniem een klachtbrief over de toestand in het kamp naar het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. Na de oorlog stelde een commissie van zijn eigen kerk voor hem te ontslaan. De Britten draaiden dat in 1948 terug, mede vanwege zijn zorg voor de graven.
Lange tijd werd verteld dat Meyer de SS na een felle woordenwisseling de namen van de doden had afgedwongen, zodat ze geen nummers bleven. De Duitse historicus Leppien twijfelde daar in 2014 aan. Volgens hem lieten ook andere kampen de namen gewoon doorgeven, en is de kroniektekst van Meyer waarschijnlijk later geschreven dan de datum die erboven staat. Andere Duitse onderzoekers houden vast aan het belang van zijn werk met de namen, ook als het verhaal eromheen te mooi is gemaakt. Wat je er ook van vindt: de namen lagen vast. Families in Putten konden weten waar hun man of zoon lag.
EEN KELK MET TWEE KERKEN
In 1950 reisden ongeveer honderddertig mensen uit Putten naar Ladelund, voor de inwijding van de gedenkplaats bij de graven. Ze sliepen niet in Duitsland. Ze overnachtten over de grens, in het Deense Tønder. Dat detail zegt veel. Ze wilden de graven zien. Een nacht in het land van de daders was te veel.
Een jaar later, in 1951, kwam Meyer op uitnodiging naar Putten. Burgemeester Van Ufford gaf hem een kristallen kelk. Daarop staan de Oude Kerk van Putten, de St. Petrikerk van Ladelund, het monument en de graven. Er staat ook een Latijnse tekst op uit het laatste Bijbelboek. In het Nederlands luidt die: En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn (Openbaring 21:4).
De Duitse bron spreekt van een eerste stap naar een prachtige verzoening. Wat de Puttenaren zelf bij die kelk voelden, weet ik niet. De kelk staat nog altijd op het altaar in Ladelund op Volkstrauertag, de Duitse dag voor de oorlogsdoden, en bij andere bezoeken uit Putten.
Meyers opvolger, Harald Richter, was er van 1958 tot 1992 predikant. Hij begon een jongerenuitwisseling tussen de kerkelijke gemeenten van beide dorpen. Groepen jongeren gaan sindsdien om beurten naar elkaar toe en bekijken daar het Vrouwtje en de graven. Gasten slapen nu bij gastgezinnen. In het voorjaar van 2015 liepen ruim zeventig Puttenaren in vijf dagen een estafette van meer dan zevenhonderd kilometer naar Ladelund. In juni 2016 kwamen ongeveer veertig Ladelunders naar Putten om samen te sporten.
Het is verleidelijk om hier te stoppen, bij een mooi verhaal van verzoening. Dat zou oneerlijk zijn.
De bronnen die ik las, vertellen vooral over de mensen die wel gingen. Over wie thuisbleef en waarom, zwijgen ze. De nacht in Denemarken laat zien hoe dichtbij de pijn nog was, ook voor wie wel ging. Jannes Priem, die zes weken in Ladelund in de modder had gewerkt, ging er in 1993 opnieuw heen. Daarna kon hij er eindelijk over praten. Na vijftig jaar voelde hij zich, zoals hij het zelf schreef, “bevrijd.” Vijftig jaar.
In 1982 richtten Puttenaren Stichting Oktober 44 op, om de geschiedenis te bewaren en contact te houden met nabestaanden en met de plaatsen in Europa waar de mannen stierven. De stichting wil dat doen in een geest van verzoening, zoals de Bijbel die leert, zo staat het in haar doelstelling. Ze hielp in 2017 mee aan een nieuwe tentoonstelling in Ladelund. Verzoening is in Putten dus geen gebeurtenis van één dag geweest. Het was een weg, waar sommigen een eind op liepen en anderen niet.
Dat ook dit geheugen kwetsbaar is, bleek rond de jaarwisseling van 2023 op 2024. Iemand bekladde de Gedachtenisruimte met de datum van de aanval van Hamas op Israël en een Davidster. De stichting deed aangifte.
ELK JAAR OP 2 OKTOBER
Elk jaar op 2 oktober komen honderden mensen naar het monument aan de Dorpsstraat. Er worden kransen gelegd door de gemeente, door de stichting, door schoolkinderen. Tot 2013 kwamen er ook nog mannen die zelf waren teruggekomen. Een Engelstalige beschrijving van de herdenking vertelt dat er geen toespraken worden gehouden, en dat een koor verzen uit Psalm 84 zingt, zoals de mannen bij hun vertrek. Rond die dag krijgen de leerlingen van groep 8 een lesprogramma over wat er in hun dorp gebeurde.
Hoe zou jij herdenken als je vader geen graf had?
In Putten kwam het dorp elk jaar terug naar dezelfde plek, op dezelfde dag.
Wie op een gewone dag in het park staat, ziet de vrouw van zandsteen met haar zakdoek. Ze kijkt nog steeds naar de kerk aan de overkant. Op zondagochtend gaan daar de deuren open.
GA ER ZELF HEEN
Het Vrouwtje van Putten staat in het Gedenkpark aan de Dorpsstraat in Putten, op de Veluwe. Het beeld kijkt naar de Oude Kerk, op de hoek van Dorpsstraat en Kerkstraat. Het park met de herdenkingshof is van Jan Bijhouwer, het beeld van Mari Andriessen.
Tegenover het beeld, aan de Dorpsstraat 127, ligt de Gedachtenisruimte van Stichting Oktober 44, met een tentoonstelling over 1 en 2 oktober 1944 en de namen van de weggevoerde mannen in de koepel. Kijk voor openingstijden op de website van Stichting Oktober 44.
De Oude Kerk is in gebruik bij de Hervormde Gemeente Putten. Je kunt er een kerkdienst bijwonen; kijk voor de diensten op de website van de Hervormde Gemeente Putten. Wie verder wil, kan in Duitsland de graven en de gedenkplaats op het kerkhof van Ladelund bezoeken, vlak bij de Deense grens.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de overval bij de Oldenallerbrug in de nacht van 30 september op 1 oktober 1944; de omsingeling op zondag 1 oktober op bevel van Christiansen; het samenbrengen op het Kerkplein; vrouwen en kinderen in de Oude Kerk, mannen in de school en daarna ook in de kerk; het voorlezen van het vonnis aan de vrouwen in de kerk op 2 oktober; het afvoeren naar Amersfoort en het verbranden van ruim honderd huizen; het transport van 11 oktober naar Neuengamme; de honderdtien Puttense doden in Ladelund; het voorlezen van de dodenlijst door ds. Holland op 10 mei 1945; 48 teruggekeerden en ruim 550 doden; de onthulling van het monument op 1 oktober 1949; het bezoek uit Putten aan Ladelund in 1950 en het bezoek van Meyer met de kelk in 1951; de jaarlijkse herdenking op 2 oktober.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de Duitse officier op de preekstoel; het zingen van psalmen voor het vertrek (Priem); de reddingspoging van een katholieke Puttenaar en de verdenkingen daarna (één lezing); de vragen in het dorp over de rol van het verzet (één lezing); de verhalen van nabestaanden over hun jeugd.
Onbevestigd: dat het Psalm 84 was die de mannen zongen, en dat er bij de herdenking geen toespraken zijn (alleen een Engelstalige samenvatting); het verhaal dat Meyer de namen op de SS bevocht (door Duitse historici betwist); de precieze aantallen doden op 1 oktober, weggevoerden en verwoeste huizen, die per bron verschillen; de naam van de gedode Duitse officier.
Duiding: wat de verzoening met Ladelund betekende, verschilde per familie. De bronnen beschrijven de stappen, niet wat ieder er bij voelde.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Stichting Oktober 44, “Razzia”
- Stichting Oktober 44, “Het bevrijdingsjaar 1945 in Putten”
- Stichting Oktober 44, “Monument”
- Stichting Oktober 44, “Gedachtenisruimte”
- Stichting Oktober 44, “Doelstelling”
- Stichting Oktober 44, “Het verhaal van Jannes Priem”
- Stichting Oktober 44, “Ooggetuigen razzia”
- Stichting Oktober 44, “We gaan niet naar de kerk”
- Stichting Oktober 44, “Opgroeien zonder vader”
- Stichting Oktober 44, lezing Madelon de Keizer, 20 mei 1998
- NOS, “Lot Puttenaren bekend: Er is geen familie zonder rouw”
- NOS, 1 oktober 2024, tachtig jaar na de razzia
- Defensiekrant, editie 36, 2026, “Terugkijker”
- Liberation Route Europe, “The raid”
- Liberation Route Europe, “A village of widows”
- Wikipedia, “Putten raid” (startpunt)
- Amicale Internationale Neuengamme, “Putten”
- Nordkirche nach 45, “Ladelund, lokales Fenster”
- Arne Hansen, over pastor Meyer en Ladelund (AKENS)
- TracesOfWar, “Graves victims camp Ladelund”
- TracesOfWar, “Herdenkingsruimte razzia van Putten beklad”
- Fietsnetwerk, “Gedachtenisruimte oktober 1944”
- Hervormde Gemeente Putten