Een stadop een berg

Deel 1 · Hoofdstuk 6

Enschede

de parochie waar de werklieden zelf gingen vergaderen

1889Oude Markt en Sint-Jacobuskerk

Midden op de Oude Markt in Enschede staat de Grote Kerk, een oude kerk van zandsteen met een spitse toren. Ze is protestants. Aan de noordoostkant van het plein staat een gebouw met een theater en filmzalen. Het heet Concordia. Naast de ingang zit een steen met de naam Ariëns. Schuin ertegenover staat het Brandmonument uit 1912, dat de stadsbrand van 1862 herdenkt. En op nummer 1 staat een katholieke kerk met twee koperen koepels, de Sint-Jacobuskerk.

Aan de gevels rond het plein zie je weinig meer van de fabrieksstad die Enschede ooit was. Hier begon iets wat tot ver in de twintigste eeuw door heel Nederland voelbaar bleef.

Op zondag 24 november 1889 kwamen katholieke arbeiders bijeen in een lokaal van de lagere school aan de Markt. Ze richtten er een vereniging op, de R.K. Werkliedenvereniging. Het was de eerste in haar soort in Nederland. Op die plek zou later Concordia verrijzen.

EEN STAD DIE NA DE BRAND OPNIEUW BEGON

Enschede was in de negentiende eeuw een textielstad. Al in de achttiende eeuw weefden de mensen er bombazijn, een stevige stof. Na 1830, toen België zich had afgescheiden, wees de regering Twente aan als gebied waar de katoenindustrie moest groeien. De fabrieken kwamen, en met de fabrieken de arbeiders.

In 1862 brandde een groot deel van de stad af. De Grote Kerk op de Oude Markt werd zwaar beschadigd en daarna hersteld. Deze kerk had in de middeleeuwen Sint Jacobus de Meerdere als beschermheilige gehad, een van de twaalf apostelen. Na de Reformatie was ze in protestantse handen gekomen. De katholieken hadden vlakbij hun eigen kerk, uit 1841. Ook die ging in 1862 in vlammen op. Een jaar later stond er een nieuwe, een neogotische kerk met spitsbogen naar het ontwerp van architect Van den Brink. Ze was gewijd aan dezelfde Jacobus.

Twee kerken met dezelfde heilige, aan hetzelfde plein. De ene protestants, de andere katholiek. Die kaart bepaalde het leven in de stad. Je ging naar je eigen kerk, je eigen school, en later ook naar je eigen vereniging.

“LANGZAME KINDERMOORD”

Hoe zwaar was het leven in de fabriek? De bronnen die ik vond, beschrijven het in grote lijnen. De lonen waren te laag. Gezinnen waren groot en woonden in veel te kleine huizen. Wie werkloos werd, kwam in diepe armoede terecht. Veel arbeiders dronken, en sommigen raakten verslaafd aan jenever. In de stad lagen beruchte krotwijken, buurten met slechte en overvolle huizen. Precieze werktijden of aantallen werkende kinderen voor Enschede heb ik niet in een betrouwbare bron gevonden. Ik noem ze daarom niet.

Wel weten we wat er in Den Haag over gezegd werd. In 1874 was de Kinderwet van Van Houten aangenomen, die kinderarbeid in fabrieken aan banden moest leggen. In 1886 en 1887 hield de Tweede Kamer een groot onderzoek naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen. Daar kwamen kinderarbeid, lange werkdagen en slechte omstandigheden aan het licht. Een nieuwe wet volgde, die de arbeid van kinderen en vrouwen beperkte en een Arbeidsinspectie in het leven riep.

In Twente zelf groeide het verzet. In 1885 kreeg Enschede een afdeling van de Sociaal-Democratische Bond. In 1888 legden arbeiders in Almelo het werk neer, onder leiding van de socialist Gerrit Bennink. In maart 1889 nam Bennink een dertienjarig fabrieksmeisje mee naar Den Haag. Hij wilde laten zien wat hij de “langzame kindermoord” in Twente noemde.

EEN KAPELAAN UIT ROME

In oktober 1886 kwam er een jonge priester naar de parochie Sint Jacobus de Meerdere. Hij heette Alphons Ariëns, was zesentwintig en kwam net terug van zijn studie in Rome. Aartsbisschop Snickers van Utrecht had hem benoemd tot kapelaan. Een kapelaan is een hulppriester in een parochie: hij werkt onder de pastoor, de vaste geestelijke leider, en doet veel van het gewone werk. Hij geeft catechese, bezoekt zieken, hoort de biecht.

Ariëns deed meer. Volgens wat het aartsbisdom later over hem schreef, ging hij bij de mensen thuis langs, bezocht hij ze op hun werk en zocht hij ze op in de kroeg. Hij vroeg naar hun werk en hun omstandigheden en maakte aantekeningen. Hij leerde arbeiders lezen en schrijven. Die verhalen komen uit herdenkingsartikelen van zijn eigen kerk. Andere bronnen bevestigen dat hij diep betrokken raakte bij wat hij in de stad zag.

Zijn biograaf L.J. Rogier, die in 1979 het lemma over hem schreef in het Biografisch Woordenboek van Nederland, ziet een ontwikkeling. Ariëns begon zijn werk als bescherming tegen het socialisme. Hij wilde voorkomen dat katholieke arbeiders hun geloof achter zich lieten. Gaandeweg werd het een strijd voor de rechten van de arbeiders zelf.

Die twee drijfveren lopen door dit hele verhaal heen. Het is goed ze allebei te zien.

ZONDAG 24 NOVEMBER 1889

De vereniging die in november 1889 in het schoollokaal aan de Markt werd opgericht, had een eenvoudig doel. Volgens een beschrijving van de gemeente Enschede wilde ze het drankmisbruik onder arbeiders terugdringen. Dat deed ze door hun iets anders te bieden dan de kroeg: een plek om samen te komen, te leren en te ontspannen. Ariëns gaf er later cursussen, zodat arbeiders zich konden ontwikkelen.

Wie er die zondag aanwezig waren, hoeveel mannen er kwamen en wat er gezegd werd, heb ik niet kunnen vinden. In een stuk uit 1890 in zijn archief wordt Ariëns adviseur en directeur van de vereniging genoemd. De kapelaan stond erachter, maar het was een vereniging van werklieden.

Daar zat voor Ariëns de kern. In Amsterdam bestond een katholieke Volksbond, opgezet door Passtoors, waarin werkgevers mee de leiding hadden. Die Volksbond werd beschermd door de behoudende bisschop Bottemanne. Ariëns wilde dat model niet. Hij vond, zo schrijft Rogier, dat de arbeiders zelf de leiding moesten hebben. Met dat idee ging hij verder dan veel collega’s.

Het is een kleine gebeurtenis om een hoofdstuk mee te beginnen: een vereniging in een schoollokaal. Uit dat lokaal zou een beweging groeien die over het hele land ging.

VIERDUIZEND MENSEN OP STRAAT

Een half jaar later kwam de eerste beproeving. In 1890 brak er een staking uit bij Ter Kuile & Morsman, een van de textielfabrieken in Enschede. Volgens een folder van de Stichting Vakbondshistorie stonden er ongeveer vierduizend arbeiders op straat, en werd het leger ingezet. Ariëns ging tussen de partijen in staan en wist de situatie met zijn gezag te bezweren. Dat aantal en de inzet van het leger heb ik in die ene bron gevonden. Andere bronnen spreken van een stakingsgolf en van de bemiddeling van Ariëns, zonder getallen.

In zijn archief ligt een ontwerp van een verzoekschrift, een brief die Ariëns aan de fabrikanten wilde sturen. Hij vroeg hun daarin om arbeiders na een staking weer in dienst te nemen. De datum op dat stuk is onzeker. Het laat wel zien waar hij stond: hij pleitte bij de werkgevers voor de mensen die hun baan kwijt waren.

De staking werd verloren.

“STAKINGSBREKER”

Hoe je naar die dagen kijkt, hangt af van waar je stond. Voor veel katholieken was Ariëns de man die een bloedbad had voorkomen. Voor de socialisten lag het anders. Zij noemden hem een stakingsbreker.

Op 15 mei 1890 schreef het socialistische blad Recht voor Allen dat de geestelijkheid net zolang had gestookt tot de eenheid onder de arbeiders gebroken was. Volgens historicus Egon Wevers, die het socialisme in Twente onderzocht, had Ariëns het na deze staking bij de socialisten voorgoed verspeeld. Wat hij daarna voor arbeiders deed, werd door hen afgewezen.

Ik ga hier geen kant kiezen. Een priester die tussen soldaten en stakers in gaat staan, kan levens redden. Hij kan ook, bedoeld of onbedoeld, een staking breken. Allebei kan waar zijn op dezelfde dag. Wat wel vaststaat: na 1890 liepen de wegen van katholieke en socialistische arbeiders in Twente steeds verder uiteen. Elk kreeg zijn eigen bond, zijn eigen blad en zijn eigen gebouw.

De socialisten bleven de concurrentie voelen. In 1899 waarschuwde hun Twentse weekblad Recht door Zee dat verdeeldheid onder de arbeiders alleen de confessionele arbeidersbeweging of de fabrikanten zou helpen. Hetzelfde blad schreef dat socialisten niets tegen het christendom als leer hadden. Hun bezwaar ging over wat de kerk in de praktijk deed. Zo probeerden ze ook gelovige arbeiders voor zich te winnen. Uit die waarschuwing blijkt dat de christelijke arbeidersverenigingen in Twente toen meetelden.

EEN BOND, EEN KRANT EN EEN HARMONIE

Op 1 maart 1891 werd de R.K. Twentsche Fabrieksarbeidersbond opgericht, op initiatief van Ariëns. Waar de werkliedenvereniging een plaatselijke club was, wilde de bond arbeiders in heel Twente verenigen. In datzelfde jaar verscheen in Rome Rerum novarum, een rondschrijven van paus Leo XIII over de arbeidersvraag. Volgens het aartsbisdom betaalde Ariëns zelf voor de vertaling en liet hij die verspreiden onder de textielarbeiders in Enschede en Twente.

In 1891 kreeg de werkliedenvereniging haar eerste eigen gebouw, Tivoli, aan de Oldenzaalsestraat. Architect Jos Cuypers ontwierp het. Het lag alleen te ver van het centrum, en later zocht de vereniging een plek dichter bij de Oude Markt.

In 1893 richtte Ariëns een weekblad op, De Katholieke Werkman. Hij wilde arbeiders leren schrijven en zo leiders vormen uit hun eigen kring. Datzelfde jaar ontstond de Leo Harmonie, een muziekvereniging voor arbeiders. Ze leeft voort in de Stadsharmonie Enschede, die in 2024 nog een aubade speelde bij zijn standbeeld.

Rond de vereniging groeiden ook spaar- en ziekenfondsen en coöperaties voor woningbouw. Rogier schrijft dat Ariëns het initiatief nam tot de bouw van arbeiderswoningen. Die hielpen de krotwijken van Enschede te laten verdwijnen.

Je ziet het patroon. Waar de fabriek ophield, begon de parochie: met een gebouw, een krant, een fonds voor ziekte, een huis, muziek.

DE JENEVERFLES

Ariëns zocht de arbeiders ook op in de kroeg, en drank was een van de grote zorgen in zijn parochie. In een folder van de Stichting Vakbondshistorie staat een uitspraak van hem: het gaf niets “als wij de jeneverfles niet stuk sloegen.”

In 1895 begon in Enschede een katholieke beweging tegen drankmisbruik. Volgens dezelfde folder ging het zo: bij zijn priesterjubileum boden drie arbeiders hem als geschenk aan dat ze voortaan geen druppel meer zouden drinken. Uit dat begin groeide het Kruisverbond, een vereniging van geheelonthouders. Er kwamen afdelingen voor vrouwen en voor gezinnen bij. Het verhaal van de drie arbeiders heb ik in één bron gevonden. Het jaartal 1895 en de oprichting zelf staan ook bij Rogier en in een artikel van de Radboud Universiteit.

De beweging verspreidde zich over het land en ging later verder als Sobriëtas. Volgens de Radboud Universiteit had ze in 1921 ruim honderdzeventigduizend leden.

Hoe meet je wat zoiets betekent voor een gezin? Cijfers over minder honger of minder ruzie bestaan niet. Je weet alleen dat meer dan honderdzeventigduizend mensen een belofte deden.

TE ROOD VOOR DE FABRIKANTEN

Niet iedereen in de parochie was blij met de kapelaan. Rogier schrijft dat veel notabele katholieken, vooral fabrikanten en middenstanders, zijn optreden afkeurden. Een deel van zijn collega-priesters dacht er net zo over. Ze vonden hem te “rood”, te veel een man van de arbeiders. Aartsbisschop Snickers steunde hem wel, met begrip en aanmoediging.

Ariëns gaf veel. Volgens een herdenkingsartikel van het aartsbisdom ging hij zo ver in zijn hulp aan arme arbeiders dat hij grote schulden kreeg. Om ze te betalen verkocht hij de kelk die hij van zijn familie bij zijn priesterwijding had gekregen. Dat verhaal heb ik alleen in die ene bron gevonden.

Er waren ook mislukkingen. Met ongeveer veertig arbeiders die volgens Rogier onterecht waren ontslagen, begon Ariëns in Haaksbergen een eigen textielfabriek, De Eendracht. Het was een coöperatie. De fabriek bestond van 1894 tot 1901 en ging ten onder aan haar schulden.

En de protestanten? Enschede was geen katholieke stad alleen. De oudste kerk op de markt was protestants. Ariëns zocht over die grens heen samenwerking. In 1895 ontstond op zijn initiatief Unitas, een bond waarin katholieke en protestantse arbeidersverenigingen samenwerkten. Rogier schrijft dat hij streefde naar vreedzame samenwerking met niet-katholieken. Over het werk van protestantse arbeidersverenigingen in Enschede zelf heb ik voor dit hoofdstuk te weinig betrouwbare bronnen gevonden. Dat deel van het verhaal verdient een eigen onderzoek.

EEN AFGELEGEN GELDERS DORP

In 1901 werd Ariëns benoemd tot pastoor van Steenderen, een dorp in de Achterhoek. Hij was eenenveertig en had vijftien jaar in Enschede gewerkt. De parochie hield een afscheidshuldiging, waar stukken van in zijn archief bewaard zijn.

Waarom hij wegging, staat nergens zwart op wit. Volgens een kroniek in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren zagen velen de overplaatsing als een poging om de arbeidersbeweging aan zijn invloed te onttrekken. Of dat de bedoeling van de bisschop was, weet ik niet. Het blijft een vermoeden van tijdgenoten.

De beweging bleef in Enschede. In 1902 kreeg de werkliedenvereniging een gebouw aan de Oude Markt, ontworpen door A.L. Clemens, op de plek waar alles begonnen was. Op kerstavond 1909 brandde het af. De Sint-Jacobusparochie gaf opdracht voor een nieuw gebouw, naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Jacques van Straaten. In 1911 ging het open. Het heette Concordia, eendracht.

EEN STEEN NAAST DE INGANG

Wat is er van al dit werk gebleven, buiten de kerk? Uit de plaatselijke verenigingen groeide het landelijke Rooms-Katholiek Werkliedenverbond van 1925. Daaruit kwam de Katholieke Arbeidersbeweging voort, de KAB, en later het Nederlands Katholiek Vakverbond. Rogier noemt de vereniging van november 1889 het begin van die latere organisaties.

Ariëns stierf op 7 augustus 1928. Hij werd begraven in Maarssen, waar hij van 1908 tot 1926 pastoor was geweest. Een paar weken later richtten vooraanstaande katholieken een comité op om hem te eren. Op 16 juni 1934 werd in Enschede een bronzen beeld van hem onthuld, ongeveer drie meter hoog, gemaakt door beeldhouwer Hein Maessen in het atelier van August Falise. In 1954 kwam er in de stad een Ariënsgedachteniskerk, aan de Hogelandsingel.

In de parochie zelf is hij niet vergeten. In 2015 kreeg de parochie Sint Jacobus de Meerdere een beeld van hem geschonken, dat een plek kreeg in de Maria-Ariënskapel. Op 16 juni 2024, negentig jaar na de onthulling van het standbeeld, speelde de Stadsharmonie een aubade bij het beeld. ’s Middags hield het Ariëns-Comité een symposium in De Museumfabriek in Enschede, waar ook de mislukte fabriek De Eendracht ter sprake kwam.

Concordia bleef ongeveer veertig jaar een gemeenschapshuis. In de jaren vijftig raakte het in onbruik. In 1962 kocht de gemeente het gebouw, en in 1977 kwam er een filmzaal. Nu draaien er films en spelen er voorstellingen.

De oude Sint-Jacobuskerk van 1863 was in de jaren twintig versleten. In 1932 werd de eerste steen gelegd voor de kerk die er nu staat, en op 29 juni 1933 werd ze ingewijd. In die kerk wordt zijn zilveren adviseursketen bewaard.

Zijn lijfspreuk wordt nog altijd aangehaald: “Als de Christus maar gepredikt wordt.” De woorden lijken op wat Paulus aan de gemeente in Filippi schreef, dat Christus op allerlei wijze verkondigd wordt (Filippenzen 1:18). Ariëns deed het met een krant, een harmonie en een schoollokaal vol werklieden.

Als je vandaag over de Oude Markt loopt, kom je langs de twee kerken van Jacobus, de protestantse in het midden en de katholieke met de koepels aan de rand. Daartussen staat Concordia, met de steen naast de deur. De mensen die er nu naar binnen gaan, komen voor een film. In 1889 zochten werklieden op die plek een ander onderdak dan de kroeg.

GA ER ZELF HEEN

De Oude Markt ligt in het centrum van Enschede. Midden op het plein staat de Grote Kerk, de middeleeuwse kerk die nu protestants is. De Sint-Jacobuskerk staat aan de Oude Markt 1, een rijksmonument met twee koperen koepels. Kijk voor vieringen en openstelling op de website van de parochie Sint Jacobus de Meerdere.

Concordia staat aan de Oude Markt 15, aan de noordoostkant van het plein. Naast de ingang zit de steen met de naam van Ariëns. Het gebouw is nu een film- en theaterhuis met horeca. Kijk voor openingstijden op de website van Concordia. Schuin tegenover Concordia staat het Brandmonument uit 1912.

Het bronzen standbeeld van Ariëns uit 1934 staat in Enschede, maar de precieze plek heb ik niet uit een betrouwbare bron kunnen halen. Vraag het in de stad na als je het wilt zien.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): Ariëns werd in oktober 1886 kapelaan in de parochie Sint Jacobus de Meerdere in Enschede; de R.K. Werkliedenvereniging werd in november 1889 opgericht (24 november, in een schoollokaal aan de Markt); Ariëns bemiddelde in de stakingsgolf van 1890 en werd daarna door socialisten fel bekritiseerd; de R.K. Twentsche Fabrieksarbeidersbond werd in 1891 opgericht; De Katholieke Werkman (1893); de drankbestrijding vanaf 1895; Unitas als samenwerking met protestantse verenigingen; de fabriek De Eendracht (1894 tot 1901); kritiek van fabrikanten en collega’s dat hij te “rood” was; vertrek naar Steenderen in 1901; de bouw van Concordia (1910 tot 1911) in opdracht van de parochie; de nieuwe Sint-Jacobuskerk (1932 tot 1933); het standbeeld van 1934.

Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: de huisbezoeken en kroegbezoeken van Ariëns en het verspreiden van Rerum novarum (herdenkingsliteratuur van het aartsbisdom); de verkoop van zijn kelk om schulden te betalen (één bron); de drie arbeiders die bij zijn priesterjubileum geheelonthouding beloofden (één bron); zijn uitspraak over de jeneverfles.

Onbevestigd: het aantal van ongeveer vierduizend stakers en de inzet van het leger in 1890 (één bron); de reden van zijn overplaatsing in 1901 (vermoeden van tijdgenoten); de precieze huidige plek van het standbeeld.

Duiding: of Ariëns in 1890 een bloedbad voorkwam of een staking brak, hangt af van wie het vertelt. Katholieke en socialistische bronnen zien hetzelfde moment heel verschillend.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. L.J. Rogier, “Ariëns, Alphonsus Maria”, Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 1 (Huygens)
  2. Katholiek Documentatiecentrum, inventaris archief A.M.A. Ariëns
  3. Stichting Vakbondshistorie, folder “Door het stof” over Ariëns
  4. Egon Wevers, “Voorwaarts in de strijd”, socialisme in Twente (IISG, 2006)
  5. Gemeente Enschede, raadsstuk met beschrijving van Concordia
  6. Rijksmonumentenregister, Sint-Jacobuskerk Enschede (nr. 510596)
  7. Archimon, St. Jacobuskerk Enschede
  8. Archimon, Grote of St. Jacobskerk Enschede
  9. Aartsbisdom Utrecht, Op Tocht juli 2024, herdenking bij het Ariënsbeeld in Enschede
  10. Aartsbisdom Utrecht, Op Tocht oktober 2022, Ariëns priester met een missie
  11. Aartsbisdom Utrecht, Op Tocht maart 2025, Ariëns als catecheet en apostel
  12. Aartsbisdom Utrecht, Op Tocht januari 2024, het Ariënsbeeld
  13. Preek bij de herdenking van Ariëns, Maarssen, 31 augustus 2025
  14. Radboud Universiteit, “Ariëns herdenken en verbeelden”
  15. DBNL, kroniek: kapelaan Ariëns overgeplaatst naar Steenderen
  16. Parlement.com, parlementaire enquête naar de toestand in fabrieken (1886-1887)
  17. MAX Vandaag, Enschede, de voormalige textielstad, bestaat 700 jaar
  18. U-Today, “Alphons Ariëns” (2011)
  19. Visit Enschede, Concordia Film en Theater
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel