Aan de noordkant van de vaart in De Knipe, even ten oosten van Heerenveen, staat een eenvoudig kerkje. Het dorp heette vroeger Bovenknijpe. De huizen liggen in een lange rij langs het water, en tussen die huizen staat de doopsgezinde kerk, herkenbaar aan een rond venster in de gevel. In de buitenmuur zit sinds 2002 een plaquette. Er staat op dat hier op 5 november 1911 Anna Zernike als predikant werd bevestigd. In de meeste boeken heet ze Anne.
Wie de weg oversteekt, vindt op de hoek van de Dominee Veenweg en de Jan Jonkmanweg een zithoekje met twee bankjes. Plaatselijk Belang heeft ze genoemd naar Jan Mankes en Anna Zernike. Een klein bordje vertelt in een paar zinnen haar leven.
Het is een stille plek voor zo’n groot moment. In dit kerkje werd voor het eerst in Nederland een vrouw bevestigd als predikant. Dat gebeurde in geen enkele stadskerk en in geen enkele grote kerk. Het gebeurde in een Fries dorp, in een gemeente die haar zelf had gevraagd.
Hoe kwam die gemeente daartoe? En wat kostte het?
NEGENTIG LEDEN EN GEEN NOTULEN
De doopsgezinde kerk van Bovenknijpe is in 1751 gebouwd. Doopsgezinden, in Friesland ook menisten genoemd naar Menno Simons, dopen geen baby’s. Ze dopen mensen die zelf hun geloof belijden. Elke gemeente kiest haar eigen voorganger. Er is geen bisschop of synode die bepaalt wie er op de kansel staat. Die vrijheid is belangrijk voor dit verhaal.
In de negentiende eeuw kreeg de gemeente een predikant die er bijna een halve eeuw bleef. Pieter Hendriks Veen kwam op 18 november 1832. Hij trof volgens het doopsgezinde predikantenlexicon een verwaarloosde gemeente aan, met ongeveer negentig leden. Er was geen ledenregister en er waren geen notulen van de kerkenraad. Toen hij in 1877 vertrok, telde de gemeente 246 leden en lag het archief op orde.
Veen keek verder dan de kerkdeur. In 1835 richtte hij in het dorp een leesgezelschap op, “Tot nut en vermaak”, dat hij zo’n zestig jaar bestuurde. Hij zat ook in het bestuur van de Vredesbond. In 1856 kreeg de kerk een nieuwe voorgevel. De weg langs de kerk draagt nu zijn naam.
Zijn kleinzoon, ook Pieter Hendriks Veen, werd in 1893 predikant in hetzelfde dorp. Hij vertrok in 1907 naar Middelburg. Wie er tussen 1907 en 1911 op de kansel stond, heb ik niet kunnen vinden. Wel weten we dat de gemeente in 1911 op zoek was naar een nieuwe voorganger.
EEN BESLUIT UIT 1905
Dat een vrouw überhaupt in aanmerking kwam, had een voorgeschiedenis. Al in 1898 pleitte de godsdienstlerares Jacoba Mossel ervoor om vrouwen toe te laten tot de studie theologie en tot het ambt. Zij was de eerste vrouw met een diploma als godsdienstlerares. Een van haar leerlingen was een meisje uit een Amsterdams gezin: Anne Zernike, geboren op 30 april 1887.
In 1905 besloot de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, het landelijke verband van de doopsgezinde gemeenten, het predikambt open te stellen voor vrouwen. Het was het eerste kerkgenootschap in Nederland dat die stap zette. Anne Zernike ging in Amsterdam theologie studeren. Haar broer Frits zou later de Nobelprijs voor natuurkunde winnen.
Een besluit op papier is iets anders dan een vrouw op een kansel. Iemand moest haar beroepen. In de doopsgezinde traditie doet de plaatselijke gemeente dat zelf: de leden of de kerkenraad nodigen een predikant uit en vragen of die wil komen.
“ZIE, HIER BEN IK!”
Op 24 november 1910 stond Anne Zernike voor het eerst op een preekstoel, in de doopsgezinde kerk van Stadskanaal. Ze sprak daar nog als leerares, want haar opleiding was niet af. Volgens de historica Marjet Derks, die zich baseert op het werk van biograaf Froukje Pitstra, opende ze met de woorden “Zie, hier ben ik!” De kerken liepen vol.
Op 29 juni 1911 werd ze proponent: iemand die de opleiding heeft afgerond en beroepen mag worden. Die zomer reisde ze langs dorpen en steden om te preken. Volgens Pitstra stond er elke week wel een bericht over haar in de krant. In Utrecht moest de politie eraan te pas komen om de mensen die haar wilden zien in toom te houden.
Er waren ook twijfels. Kon een vrouw lichamelijk een gemeente leiden? Had ze wel genoeg stem om een kerk te vullen? Zulke vragen werden openlijk gesteld. Tegenstanders verwezen naar een vermeende vrouwelijke aard, schrijft Derks. Ze haalden het boek Psychologie der vrouwen van de Groningse hoogleraar Gerard Heymans aan, dat in 1911 verscheen. En ze wezen op de woorden van de apostel Paulus: Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. (1 Korinthe 14:34)
Volgens Pitstra verdwenen veel bezwaren zodra mensen haar hoorden preken.
TWEE KEER GEVRAAGD
In die zomer van 1911 kwamen er beroepen. Het Digitaal Vrouwenlexicon noemt de doopsgezinde gemeenten van Baard in Friesland en Mensingewier in Groningen. Ze wees ze af. Ook Bovenknijpe vroeg haar, en ook daar zei ze eerst nee.
Toen gebeurde iets wat ik het mooiste detail van dit verhaal vind. Bovenknijpe gaf het niet op. De gemeente zocht opnieuw contact. Bij die tweede vraag zei Anne Zernike ja.
Waarom wilden de leden van Bovenknijpe juist haar? Ik had het graag geweten. Wie stelde haar naam voor? Werd er gestemd, en hoe liep die stemming af? Waren er leden die tegen waren en wegbleven? In de bronnen die ik heb kunnen lezen, staat het niet. Het staat mogelijk in de biografie van Pitstra uit 2014, of in een geschiedenis van de gemeente van de hand van P. Veen. Wat vaststaat, is dit: een kleine plattelandsgemeente nam het initiatief, kreeg nee en vroeg het nog een keer. Volgens een verslag uit de Groene Amsterdammer preekte ze in juli 1911 voor het eerst in Boven-Knijpe.
Wat zou jij gedaan hebben, als lid van zo’n gemeente? Het kerkgenootschap stond het toe, maar niemand had het nog gedaan. Iemand moest de eerste zijn, met de kranten op de stoep.
ZONDAG 5 NOVEMBER 1911
Op zondag 5 november 1911 werd Anne Zernike in het kerkje aan de vaart bevestigd als predikant. Bevestigen betekent dat een predikant officieel in het ambt wordt gesteld en aan de gemeente wordt verbonden. Ze was vierentwintig.
De bevestiging werd gedaan door Sjoerd Wartena, een oudere doopsgezinde predikant die zelf ooit in Bovenknijpe had gestaan. Hij had later onder meer in Workum, Akkrum en Hallum gediend. Wartena was een van de eerste predikanten die in het Fries preekten. Zijn bijnaam was “lange Sjoerd”. Het was een oud-predikant van het dorp zelf die haar in het ambt zette.
Volgens de Engelstalige Wikipedia, die zich op Pitstra baseert, preekte Zernike die dag over Jeremia 31, het hoofdstuk over een nieuw verbond dat God in het hart van Zijn volk zal schrijven. Welke verzen ze koos en wat ze zei, heb ik niet kunnen nagaan.
De bevestiging trok landelijke belangstelling. Een verslaggever van de Leeuwarder Courant noemde haar volgens de Groene Amsterdammer “eene waardige voorgangster en baanbreekster”. Hij prees haar rustige, waardige voordracht. Het oorspronkelijke krantenbericht heb ik zelf niet gezien.
WAT DE KERKEN ZEIDEN
Buiten Bovenknijpe kwam er een gesprek op gang. Volgens de bundel Honderd jaar vrouwen op de kansel uit 2011 bracht haar aanstelling in protestantse kringen een discussie op gang die “een niet al te soepel verloop” had. Zo noemt recensent Willy Fransen het.
Hier moet ik eerlijk zijn over iets wat ook mijn lezers verdeelt. Christenen lezen de Bijbel op dit punt verschillend. Voor een deel van de kerken is het ambt van predikant of priester voorbehouden aan mannen. Zij lezen woorden als die uit 1 Korinthe 14 als een opdracht voor alle tijden, of ze zien het als een orde die God in de schepping heeft gelegd. Andere kerken lezen dezelfde teksten als gericht op de situatie in de eerste gemeenten, en zien in de gaven die God aan vrouwen geeft een roeping om ook te preken. Beide groepen nemen de Bijbel serieus. Ik ga hier niet voor je beslissen wie gelijk heeft. Ik vertel wat er in Bovenknijpe gebeurde.
Anne Zernike zelf wilde er geen strijdpunt van maken. Ze wilde dat mensen naar haar preek luisterden, niet naar haar geslacht. In een bericht over het onderzoek van Pitstra staat haar zin: “Je hoeft er absoluut geen aandacht aan te besteden.” Ze liet zich niet voor het feministische karretje spannen. Haar biograaf ziet daarin een bewuste keuze, vergelijkbaar met die van de eerste vrouwelijke hoogleraren.
EENZAMER DAN OOIT
Hoe ging het daarna, in de gemeente zelf? Hier zijn de bronnen het meest eerlijk, en het minst feestelijk.
Anne Zernike was een stadsmens uit Amsterdam. Ze vond het dorpsleven fijn, schrijft het Digitaal Vrouwenlexicon, maar het was wennen. Contact maken met de dorpsbewoners viel haar zwaar. Ze sprak geen Fries. Bij de andere Friese predikanten vond ze geen aansluiting, en er was niemand die haar kon helpen met het proefschrift waar ze aan werkte. Ze had heimwee naar het culturele leven van de stad.
Er speelde meer. Anne Zernike was pacifist en vrijzinnig. Haar ideeën gingen volgens de Groene voor veel Friese menisten te ver. Later zou ze over die tijd schrijven dat ze zich er eenzamer voelde dan ooit. Dat weten we uit haar eigen herinneringen, die ze in 1956 publiceerde onder de titel Een vrouw in het wondere ambt.
Hoe de leden het beleefden, weten we veel minder goed. Hun stem is in de bronnen die ik las bijna niet te horen. Ik vind dat jammer, want het verhaal heeft twee kanten. Wat zij van hun jonge predikant uit de stad vonden, en of de afstand ook vanuit de banken werd gevoeld, vertellen de bronnen niet.
Wel staat vast dat ze bleef. Bijna vier jaar was ze de predikant van het kerkje aan de vaart.
“MIJN MEISJE IS DE DOMINEE VAN BOVEN-KNIJPE”
In die eenzame jaren leerde ze de schilder Jan Mankes kennen, die niet ver weg woonde. Hij was twee jaar jonger dan zij en zou later meerdere portretten van haar schilderen. Ze verloofden zich na korte tijd. Mankes schreef toen een zin die in bijna elke bron over haar terugkomt: “Mijn meisje is de dominee van Boven-Knijpe.”
Ik lees die zin graag hardop. Er zit trots in, en verwondering. In die jaren was het voor bijna niemand in Nederland gewoon dat een vrouw dominee was.
Op 30 september 1915 trouwden ze. Daarmee kwam er een einde aan haar werk in Bovenknijpe. Een getrouwde vrouw hoorde in die tijd haar beroep op te geven, en dat deed zij ook. Haar predikantschap eindigde op 1 oktober 1915. Het jonge paar verhuisde naar Den Haag.
De gemeente van Bovenknijpe was haar predikant weer kwijt. Hoe de kerkenraad haar vertrek opving, vertellen de bronnen niet.
NA HET DORP
Jan Mankes had tuberculose. Het paar verhuisde voor zijn gezondheid naar Eerbeek op de Veluwe. Daar werd in 1918 hun zoon geboren, en in datzelfde jaar promoveerde Anne Zernike op een proefschrift over ethiek en socialisme. Op 23 april 1920 overleed Jan Mankes. Hij was dertig.
Anne Zernike stelde zich daarna opnieuw beroepbaar bij de doopsgezinden. Er kwam geen beroep. Het Digitaal Vrouwenlexicon zegt het droog: de Broederschap hield zich stil. Volgens meerdere bronnen vonden veel doopsgezinden haar te vrijzinnig. Een gemeente als Bovenknijpe, die haar in 1911 tot twee keer toe had gevraagd, zou er geen tweede komen. Het deed haar veel verdriet, schrijft de Rijksuniversiteit Groningen bij de promotie van haar biograaf.
In 1921 werd ze voorganger van de Nederlandse Protestantenbond in Rotterdam, een vrijzinnige vereniging. Ze bleef er tot 1948. Haar gemeente groeide er tot bijna vijfhonderd leden. Volgens de Groene Amsterdammer haalde ze kunst, muziek en toneel de gemeente binnen. Het Rijksmuseum, dat portretten van haar door Mankes bezit, vertelt dat ze een kerkkoor en een toneelgroep oprichtte en met gemeenteleden naar musea ging. Ze preekte over verdraagzaamheid en keerde zich tegen militarisme. Ze schreef boeken en stukken in de Nieuwe Rotterdamsche Courant en De Groene Amsterdammer. Op 6 maart 1972 overleed ze in Amersfoort. Ze werd in Eerbeek begraven, bij haar man.
WAT ER BUITEN DE KERK VERANDERDE
Wat betekende die ene zondag in Bovenknijpe voor de rest van het land? De bundel Honderd jaar vrouwen op de kansel beschrijft het als een beweging in golven. Eerst openden vooral kleine, vrijzinnige kerken het ambt voor vrouwen. In de jaren zestig volgden de grote protestantse kerken. Sinds de jaren negentig zetten ook kerken als de Unie van Baptistengemeenten en de Nederlandse Gereformeerde Kerken die stap. Een deel van de kerken deed het niet, en doet het tot vandaag niet. Ook dat hoort bij het eerlijke beeld.
Een gemeente in Bovenknijpe heeft niet bepaald wat de Hervormde Kerk of de baptisten later besloten. Ieder kerkgenootschap had zijn eigen redenen en zijn eigen gesprekken. Wel was er vanaf 5 november 1911 iets wat er eerder niet was: een voorbeeld. Een vrouw was in Nederland bevestigd als predikant, en een gemeente had haar daarvoor zelf gekozen. De vraag of een vrouw genoeg stem had om een kerk te vullen, was in Bovenknijpe beantwoord.
Ook buiten de kerk betekende het iets. De kranten berichtten erover in het hele land, en een Friese krant noemde haar een baanbreekster. Een vrouw droeg hier een publiek ambt, in een tijd waarin dat bijna nergens gebeurde. Anne Zernike wilde zelf geen boegbeeld zijn. Ze werd het evengoed.
In 2014 hield het Bijbels Museum in Amsterdam een tentoonstelling over haar, met de titel De eerste predikante. Datzelfde jaar verscheen de biografie van Froukje Pitstra, Ontelbare enkelvouden. Volgens de uitgever bewoog Anne Zernike zich over alle verzuilde grenzen heen, in politieke en maatschappelijke stromingen van allerlei kleur. Ze werd een bekende stem in kranten en tijdschriften, ver buiten haar eigen kerk.
De wereldwijde doopsgezinde kerk is haar niet vergeten. Op 6 november 2011, honderd jaar en één dag na de bevestiging, werd het Anne Zernike Fonds opgericht. Het steunt vrouwelijke doopsgezinde predikanten overal ter wereld, en beloont gemeenten die voor het eerst een vrouw als voorganger bevestigen. Een vrouwelijke doopsgezinde predikant uit Friesland, Korneel Roosma-de Vries, schreef in datzelfde jaar een toneelstuk over haar en speelde het in kerken in de provincie.
KOFFIE EN KOEK BIJ HET RONDE VENSTER
In 2011 kwam een groep doopsgezinden uit het buitenland naar De Knipe. De Canadese schrijfster Dora Dueck was een van hen. Ze schreef erover op haar blog, en beschreef het dorp als een rij huizen langs een vaart, met een kerk die je herkent aan het ronde venster. In de kerk hing een tentoonstelling over Anne Zernike. De predikant vertaalde de panelen voor de bezoekers, en leden van de gemeente serveerden koffie en koek.
Ik vind dat een mooi beeld om mee te eindigen. Honderd jaar eerder hadden andere leden van diezelfde gemeente een jonge vrouw uit Amsterdam twee keer gevraagd om hun predikant te worden. Ze kreeg het er niet makkelijk. De gemeente bewaarde het verhaal toch, met een plaquette in de muur en een tentoonstelling in de kerk. Aan de overkant van de weg staan twee bankjes aan het water, met haar naam en die van de schilder die haar zijn meisje noemde.
GA ER ZELF HEEN
De doopsgezinde kerk staat in De Knipe, het vroegere Bovenknijpe, een paar kilometer ten oosten van Heerenveen. Ze ligt aan de noordkant van de vaart, langs de Dominee Veenweg. In de buitenmuur zit de plaquette uit 2002 over de bevestiging van Anne Zernike.
Op de kruising van de Dominee Veenweg en de Jan Jonkmanweg, aan de overkant van de kerk, staat het zithoekje van Plaatselijk Belang met de bankjes voor Jan Mankes en Anna Zernike en een klein informatiebord.
Wil je de kerk ook van binnen zien? Kijk voor informatie op de dorpswebsite van De Knipe of neem contact op met de doopsgezinde gemeente. Een eind verderop in Benedenknijpe staat de witte hervormde kerk uit 1661, een rijksmonument aan de Meyerweg.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de doopsgezinde broederschap stelde in 1905 als eerste kerkgenootschap het ambt open voor vrouwen; Anne Zernike werd in 1911 proponent, wees eerst beroepen af (ook van Bovenknijpe) en aanvaardde een tweede beroep van Bovenknijpe; op 5 november 1911 werd ze daar bevestigd door Sjoerd Wartena, als eerste vrouwelijke predikant in Nederland; ze bleef tot 1915 en legde het ambt neer bij haar huwelijk met Jan Mankes; ze vond moeilijk aansluiting in dorp en predikantenkring; na 1920 kreeg ze geen doopsgezind beroep meer; de plaquette uit 2002 aan de kerk.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: haar gevoel van eenzaamheid en heimwee (uit haar eigen herinneringen, via haar biograaf); de openingswoorden in Stadskanaal; het bezoek van 2011 met tentoonstelling en koffie (blog van een bezoeker).
Onbevestigd: dat ze op 5 november over Jeremia 31 preekte (één bron); het citaat uit de Leeuwarder Courant (alleen via de Groene Amsterdammer, het krantenbericht zelf niet gezien); dat ze in juli 1911 voor het eerst in Bovenknijpe preekte (één bron).
Niet gevonden: waarom de gemeente juist haar beriep, hoe de stemming verliep en wat de leden zeiden. Dat staat mogelijk in de biografie van Froukje Pitstra (2014) of in de oude gemeentegeschiedenis van P. Veen.
Duiding: of vrouwen predikant mogen zijn, is een vraag waarop kerken verschillende antwoorden geven vanuit hun lezing van de Bijbel. Dit hoofdstuk beschrijft wat er gebeurde, en laat dat oordeel aan de lezer.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Dorpswebsite De Knipe, “Doopsgezinde kerk”
- Doopsgezinde predikanten (dhkonline), Anne Zernike
- Doopsgezinde predikanten (dhkonline), Sjoerd Wartena
- Doopsgezinde predikanten (dhkonline), Pieter Hendriks Veen sr.
- Doopsgezinde predikanten (dhkonline), Pieter Hendriks Veen jr.
- Historiek / Digitaal Vrouwenlexicon, “Anne Zernike: de eerste vrouwelijke dominee in Nederland”
- Marjet Derks, “Een glas-in-lood plafond?”, BMGN 130-2 (2015)
- Rijksuniversiteit Groningen, over het onderzoek van Froukje Pitstra (2011)
- Rijksuniversiteit Groningen, “Famous, but forgotten” (2014)
- Rijksuniversiteit Groningen, “Dominee (v/m): honderd jaar vrouwen op de kansel” (2011)
- Willy Fransen, recensie van Honderd jaar vrouwen op de kansel, Religie & Samenleving
- De Groene Amsterdammer, over Jan Mankes en Anne Zernike
- Verenigde Protestantse Kerk in België, “Anne Zernike, eerste predikante in Nederland”
- Wikipedia (Engels), Anne Zernike
- Mennonite World Conference, Anne Zernike Fund (2012)
- Dora Dueck, “if only i were younger” (2011)
- Wiep Koehoorn, “Anne Zernike in Leeuwarden” (2011)
- Rijksmonumentenregister, hervormde kerk De Knipe (21174)
- Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten, deel IX Friesland (DBNL)
- Rijksmuseum, Anne Zernike
- Hoeksteen Boekhandel, Ontelbare enkelvouden (Pitstra 2014)
- Rijksuniversiteit Groningen, tentoonstelling De eerste predikante (2014)
- Ons Amsterdam, “De vier bijzondere dochters van Fritz Zernike en Antje Diepering”