Deel 1 · Een stad op een berg
Nawoord
Acht gemeenten, van een weiland bij Hoorn in 1566 tot een kerkje in Friesland in 1911. Een veld waar niemand wegliep. Een dorp waar iedereen het woord mocht nemen. Vierhonderd kamertjes aan de Amstel. Een vluchtelingenkerk die zelf vluchtelingen opving. Een kleine gemeente die een land wilde leren lezen. Een parochie waar de werklieden zelf gingen vergaderen. Een monnik met een ploeg op de toren. En een dorp dat een vrouw op de kansel zette.
Wat ze gemeen hebben, is dat ze iets zagen wat anderen lieten liggen. Arme oude vrouwen zonder familie. Mensen die op de vlucht waren. Kinderen die niet konden lezen. Arbeiders met lange werkdagen in de textielfabrieken. Boeren die zagen dat de prijzen zakten en die moeilijk geld konden lenen.
Niet alles wat ze deden was goed. Wie dronk, vocht of vloekte, kon van de lijst van de diakenen worden gehaald. Een vereniging die zei open te staan voor iedereen, liet volgens één bron geen joden toe. Ook dat staat in dit boek, omdat het erbij hoort.
Bij het schrijven merkte ik hoe weinig we vaak weten van de gewone leden. We kennen de namen van predikanten, priesters en oprichters. Maar wie de soep kookte, de collecte rondbracht of op de eerste avond in een schoollokaal zat, staat zelden in een archief. Toch waren zij het die een gemeente zichtbaar maakten.
In het volgende deel gaan we verder, van het einde van de negentiende eeuw tot nu. Naar de eerste soldaten van het Leger des Heils, een dorp in de oorlog, een eiland in de watersnood, een kerk in Rotterdam die haar deuren openzette en een kapel in Den Haag waar de dienst niet mocht stoppen.
U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. (Mattheüs 5:14)