Tot het uiterstevan de aarde

Deel 2 · Tot het uiterste van de aarde · Hoofdstuk 7

Riek Luinenburg-Pelle

de bruid zonder bruidegom

1895-1943Java

Op 3 december 1921 trouwde Hendrika Johanna Pelle in Eibergen. Ze was zesentwintig. Haar bruidegom, Otto Luinenburg, was er niet bij. Hij zat aan de andere kant van de wereld, op Java. In de huwelijksakte staat hij als planter van tweeëntwintig, geboren in Modjowarno, zoon van een zendeling. Volgens het familiearchief van de Luinenburgs stond op die dag een ander in zijn plaats: Frans Demmenie, de man bij wie Otto in Rotterdam was opgegroeid. Hij had een volmacht. Een huwelijk met de handschoen, heette dat.

Daarna reisde Riek, zoals iedereen haar noemde, haar man achterna naar Nederlands-Indië. Op één verlof na zou ze daar de rest van haar leven wonen. Ze kreeg zeven kinderen en verloor er een. Vanaf 1928 woonde ze in Modjowarno in Oost-Java, waar haar man de administratie van het zendingsziekenhuis deed. En in 1943, tijdens de Japanse bezetting, werd ze gearresteerd en gedood.

Ik moet er meteen eerlijk bij zeggen hoe weinig we van haar weten. Er zijn geen brieven van haar bewaard die ik heb kunnen inzien. Geen dagboek, geen preek, geen getuigenis in haar eigen woorden. Bijna alles wat hier volgt komt uit een paar aktes, uit een zorgvuldig artikel op de website Gaasterland in WO2 dat steunt op het archief van haar schoonfamilie, en uit wat bekend is over de plaatsen waar ze leefde. Dit hoofdstuk is daarom korter dan de andere. Ik vul de gaten niet op.

Het begon in de Achterhoek.

EEN LANDBOUWERSDOCHTER UIT EIBERGEN

Hendrika Johanna Pelle werd geboren op 3 januari 1895 in Eibergen. De volgende dag deed haar vader aangifte. Hij heette Hendrik Flores Pelle, was drieënveertig jaar oud en landbouwer. Haar moeder, Hendrika Johanna Groters, had geen beroep. Het meisje kreeg de beide voornamen van haar moeder.

Het artikel van Gaasterland in WO2 noemt Riek een schippersdochter. De geboorteakte zegt iets anders: landbouwer. Misschien had haar vader in zijn leven meer dan één werk. Misschien klopt een van beide niet. Ik heb het niet kunnen uitzoeken, dus laat ik het hier open.

Over haar jeugd, haar school en haar kerk zwijgen de bronnen.

EEN PATIËNT IN REKKEN

Wat we wel weten, is dat Riek verpleegster werd. Waar ze haar opleiding volgde, staat nergens. Ze werkte in Rekken, een dorp vlak bij Eibergen, tegen de Duitse grens.

Daar werd, een paar jaar voor haar huwelijk, een jongeman opgenomen met een zwakke gezondheid. Otto Luinenburg was in 1899 geboren in Modjowarno, waar zijn vader Siebolt als zendeling werkte. Vanaf 1909 groeide hij op in Rotterdam, bij familie. In 1918 stierf zijn moeder, Johanna Geertruida Berg, aan de Spaanse griep. Otto had een tuinbouwopleiding gedaan. In Rekken kwam hij voor onderzoek en behandeling, zo vertelt het familiearchief. Zo leerde hij de verpleegster Riek Pelle kennen.

In 1920 vertrok Otto met zijn vader naar Java. Hij diende daar een tijd bij het KNIL, het koloniale leger van Nederlands-Indië, en volgde een cursus boekhouden. Riek bleef achter in Eibergen. Een jaar later trouwden ze, hij op Java en zij in de Achterhoek, met een volmacht als brug.

Opvallend detail: in de huwelijksakte van 1921 staat bij Riek geen beroep. Of ze toen gestopt was met verplegen, of dat het gewoon niet werd opgeschreven, weten we niet.

VIER DAGEN

Hoe en wanneer Riek naar Java reisde, staat niet in de bronnen die ik vond. Otto werkte toen als planter en later als kantoorbediende op een theeplantage bij Bandoeng, in West-Java.

Het eerste wat het familiearchief over hun leven samen vertelt, is een verdriet. Riek kreeg malaria terwijl ze zwanger was. Het kindje werd geboren en stierf vier dagen later. Een naam of een datum staat er niet bij. Uit de volgorde van de kinderen kun je opmaken dat het tussen 1922 en 1924 gebeurde.

Daarna kwamen er twee zonen in Bandoeng: Siebolt Frans in 1924 en Johan Floris in 1926. Otto werd in die jaren ook administrateur van de Centrale Commissie voor Zendingsscholen. De zending kwam steeds dichterbij. Van 1 juli 1927 tot 1 mei 1928 was hij tijdelijk onderdirecteur van de landbouwschool in Klakah, in Oost-Java.

Op 1 mei 1928 werd hij administrateur van het zendingsziekenhuis in Modjowarno. Voor Otto was het een terugkeer naar zijn geboortedorp. Voor Riek was het een nieuwe plek.

EEN DORP DAT JAVANEN ZELF UIT HET BOS KAPTEN

Modjowarno, nu Mojowarno, ligt bij Jombang in Oost-Java. Nederlanders hebben het niet gesticht. Volgens The Jakarta Post begon het met Ditotruno, een volgeling van de Javaanse prins Diponegoro. Hij kapte met zijn mensen een stuk bos open en liet zich dopen. Als Kiai Abisai Ditotruno bouwde hij er een dorp. Ook Coenraad Laurens Coolen speelde een rol, een christen van Russische en Javaanse afkomst die bosopzichter was geweest en samen met Ditotruno bos ontgon.

De zendeling Jelle Eeltjes Jellesma begon een school om Javaanse evangelisten op te leiden. Paulus Tosari werd de eerste predikant uit eigen kring die er werd bevestigd, dat wil zeggen officieel in het ambt werd gezet. In 1879 werd de eerste steen gelegd voor een grote kerk. Christenen uit het dorp verkochten er hun rijstvelden voor, en er kwam ook geld van de gouverneur-generaal. In 1881 ging de kerk open, met een gamelan en Bijbelteksten in het Javaans.

Naast die kerk groeide een ziekenhuis. Indonesische historici die de geschiedenis van het zendingsziekenhuis van 1894 tot 1942 onderzochten, schrijven dat het Westerse geneeskunde naast de traditionele genezers bracht en dat er paramedisch personeel werd opgeleid. Van 1896 tot 1933 werkte er zendingsarts Hubertus Bervoets. In de jaren dat Riek er woonde, kwamen daar mensen bij als dokter Walter Dake en verpleegkundige Egbertje Brouwer, die van 1928 tot 1954 in Modjowarno werkte.

Het was ook een ziekenhuis in een kolonie, in een land dat door Nederland werd bestuurd. De artsen en leidinggevenden die het repertorium van zendingswerkers voor Modjowarno noemt, waren Nederlanders.

ROND 1935, EEN DOOPDIENST

Wat deed Riek in Modjowarno? Ik had gehoopt het te vinden. Op de lijst van de herbegrafenis in 1949 staat achter haar naam: verpleegster. Maar geen enkele bron die ik las, zegt dat ze in het ziekenhuis van Modjowarno meewerkte. Het kan zijn. Het kan ook zijn dat ze haar handen vol had aan een gezin dat steeds groter werd. Ik weet het niet.

Wel kwamen er drie kinderen bij in Modjowarno: Otto Marius in 1930, Johanna Margaretha in 1932 en Willem Floris in 1933.

En er is een foto. Hij werd rond 1935 gemaakt bij een doopdienst van de kerk in Modjowarno. Dokter J. Lodder staat erop met zijn twee dochtertjes. Otto heeft de kleine Willem Floris op zijn arm. Riek staat ernaast, met Johanna Margaretha die al zelf kan staan.

Het is het enige beeld dat ik van haar heb. Een moeder van veertig bij een doopdienst in een Javaanse kerk, met een kind aan haar hand. Meer zegt de foto niet. Wie er die dag gedoopt werd, staat er niet bij.

VERLOF, EN TWEE JONGENS DIE ACHTERBLEVEN

In mei 1936 vertrok Riek met de kinderen met verlof naar Nederland. Otto kwam in oktober. Hij deed in die tijd promotiewerk voor de zending. Hij schreef een boek, Onze Zendingsvelden, met tekeningen van oud-zendeling Albert de Neef.

Op 13 augustus 1937 werd in Voorschoten hun jongste geboren, Rudolf.

In juni 1938 ging het gezin terug naar Java. Niet allemaal. Siebolt en John, toen ongeveer veertien en twaalf, bleven achter in Nederland om verder te leren. Ze gingen naar een jongensinternaat in Utrecht. Riek nam vier kinderen mee terug. Voor zover bekend heeft ze haar oudste zonen niet meer gezien.

Heb jij ooit een kind uitgezwaaid, en geweten dat het jaren zou duren voor je het terugzag? Riek deed het in 1938. Niemand kon toen weten dat het voorgoed was.

22 JULI 2602

In maart 1942 gaf het Nederlandse leger op Java zich over aan Japan. De bezetter begon de Europeanen op te sluiten in kampen. Otto bleef eerst in Modjowarno. Hij hoorde bij de laatste groep Europese mannen die nog vrij waren.

Op 22 juli 1942 werd hij weggehaald. Die dag schreven ds. Hildering en dokter Dake een brief. De Japanners gebruikten hun eigen jaartelling, en zo staat de brief gedateerd: 22 juli 2602. Ze wezen erop dat Otto administrateur van het ziekenhuis was en secretaris van de zendingsconferentie, en dat zijn internering het zendingswerk ernstig zou schaden. Het hielp niet.

Otto ging naar Kesilir. Dat was een kamp aan de zuidkust van Oost-Java, bijna op de oostpunt van het eiland. Volgens de documentatie over de Japanse burgerkampen wilde de Japanse legerleiding er een grote landbouwkolonie maken. Zo’n drieduizend mannen werkten er vijftien maanden op een terrein van veertig vierkante kilometer, omheind met prikkeldraad. Het project mislukte.

Riek bleef met de vier kinderen achter. Wat ze in die maanden deed, staat nergens.

EEN KAART MET TWEE NAMEN

Hier wordt het verhaal moeilijk, en ik wil voorzichtig zijn.

De familie vermoedde later dat Otto al vóór zijn internering bij het verzet betrokken was. Thuis werd daar nooit over gepraat. Het artikel van Gaasterland in WO2 toont een kaart van Java met verzetsgroepen. Bij Bondowoso staat een guerrillagroep met twee namen: Luinenburg en zuster Klusman. Waar die kaart vandaan komt, wordt niet vermeld.

Zuster Klusman was Leonora Henriëtte Klusman, geboren op 2 maart 1901 in Semarang. Ze was verpleegster. In het artikel heet ze ook zendingszuster Noortje Klusman.

In Kesilir werd een verzetsgroep verraden, zo staat het in het familiearchief. In april 1943 werden volgens de kampdocumentatie achtendertig mannen uit Kesilir overgebracht naar de Kempeitai in Bondowoso. De Kempeitai was de Japanse militaire politie, gevreesd om haar verhoren. Die mannen werden later geëxecuteerd.

Of Otto werkelijk in het verzet zat, en wat Riek daarvan wist of deed, kan ik niet vaststellen. Er is geen proces bekend, geen vonnis, geen verklaring van haarzelf. Wat vaststaat, is wat er daarna met hen gebeurde.

ZONDAG 4 APRIL 1943

Otto werd door de Kempeitai verhoord en gemarteld. Hij stierf op zondag 4 april 1943 in het ziekenhuis van Bondowoso.

Het familiearchief bewaart wat er kort voor zijn dood gebeurde. Een Javaanse verpleger hoorde hem iets zeggen, in het Javaans. Hij zou nu gauw in het huis van zijn Vader zijn, zei Otto. De verpleger waarschuwde een Ambonese predikant. De namen van die twee mannen zijn niet bewaard gebleven. Dankzij hen zijn zijn laatste woorden doorgegeven.

Of Riek wist dat haar man stervende was, staat nergens. Kort daarna was ze zelf gevangene.

JEMBER

Over de datum van haar arrestatie geeft het artikel twee versies. Volgens de ene werden Riek en Leonora Klusman op 8 april 1943 opgepakt. Volgens de andere gebeurde het eind april, toen in de streek zesentachtig mensen werden gearresteerd en naar de Kempeitai in Jember gebracht. De verdenking was sabotage, in verband met een geallieerde landing op Java die de Japanners verwachtten.

Getuigen vertelden na de oorlog dat Riek eerst vastzat in het politiebureau aan de Djalan Sekolahan in Jember. Op 13 mei 1943 werd ze overgebracht naar het Birnie-kamp. Ds. Siebold van der Linden zat in diezelfde tijd in Jember gevangen. Hij vertelde later over de mishandelingen die hij daar hoorde. Wat er met Riek zelf gebeurde in die weken, weten we niet. Ik schrijf er niet meer over dan dat.

Haar vier kinderen thuis werden opgevangen door het gezin van ds. Hildering, de predikant die in juli 1942 nog voor haar man had gepleit.

DRIE DATA OP EEN GRAF

Riek werd gedood. Over het hoe en wanneer zijn de bronnen het niet eens.

Volgens het familiearchief werden zij en Leonora Klusman op 23 mei 1943 onthoofd, samen met veertig mannen uit Kesilir, in de djatibossen bij Banjoewangi, nu Banyuwangi, op de oostpunt van Java. Djati is teak.

Op het eerste grafteken stond iets anders: geëxecuteerd te Tasnan, juli 1943. Later is de datum op haar graf veranderd in 23 mei 1943. Voor Leonora Klusman geeft de registratie van de Oorlogsgravenstichting, zoals overgenomen door TracesOfWar, weer een andere datum: 6 juni 1943, te Tasnan.

Drie data dus, en twee plaatsnamen. De kampdocumentatie spreekt van achtendertig mannen, het familiearchief van veertig. Ik kan het verschil niet oplossen. Wat overeind blijft: in het voorjaar van 1943 werden in Oost-Java twee verpleegsters samen met tientallen mannen door de Japanse bezetter gedood, zonder dat er een proces bekend is. Riek was achtenveertig.

VIER WEZEN LUINENBURG

De oorlog duurde nog ruim twee jaar. De vier jongste kinderen bleven bij de familie Hildering. In november 1945 waren ze in het Irenekamp in Singapore.

Op 22 november 1945 stuurde ds. Hildering een telegram naar het zendingsbureau in Oegstgeest. Het bericht was in het Engels: “Family complete with four orphans Luinenburg save Irenekamp Singapore.” Het eindigde met de vraag om de familie in te lichten.

Een volledig gezin, met vier wezen erbij. Zo vatte een predikant in een paar woorden samen wat zijn gezin sinds 1943 had gedragen. Otto Marius, Johanna Margaretha, Willem Floris en Rudolf waren toen ongeveer vijftien, dertien, twaalf en acht.

In Nederland zaten hun broers Siebolt en John.

Ik zocht naar wat Riek zelf geloofde. Ik vond het niet. Haar woorden zijn verloren gegaan. Wat er is, zijn haar daden, voor zover die bekend zijn: ze trouwde een zendelingszoon zonder dat hij erbij kon zijn, ze volgde hem naar Java, ze begroef daar een kind, ze bracht er zes groot, en ze liet er twee achter in Nederland om zelf terug te gaan naar Modjowarno. Misschien is dat genoeg om iets te zeggen. Wat ze in de cel in Jember bad, als ze bad, weet alleen God.

ANTJOL, 15 OKTOBER 1949

Zes jaar na haar dood werd Riek opnieuw begraven. Op 15 oktober 1949 kreeg ze met militaire eer een graf op het Ereveld Antjol in Jakarta, toen nog Batavia. Leonora Klusman werd die dag ook daar begraven. Op de lijst van die herbegrafenis staat achter haar naam het beroep waarmee het verhaal in Rekken begon: verpleegster.

Antjol ligt aan de kust van Jakarta. Daar staat een graf met een datum die later is veranderd, voor een vrouw uit Eibergen die in 1921 met de handschoen trouwde en in 1943 niet meer thuiskwam.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 3 januari 1895 in Eibergen als dochter van Hendrik Flores Pelle en Hendrika Johanna Groters (geboorteakte); huwelijk op 3 december 1921 in Eibergen met Otto Luinenburg, geboren in Modjowarno, zoon van zendeling Siebolt Luinenburg (huwelijksakte en familiearchief); de geschiedenis van het christelijke dorp Modjowarno en zijn ziekenhuis; de artsen en verpleegkundigen die er werkten; het kamp Kesilir en de overbrenging van mannen uit Kesilir naar de Kempeitai in april 1943; de dood van Leonora Klusman in 1943 en haar graf op Antjol.

Alleen uit het familiearchief (via Gaasterland in WO2): Rieks werk als verpleegster in Rekken en de kennismaking met Otto daar; het huwelijk met volmacht; het eerste kind dat aan malaria stierf; de geboortejaren en plaatsen van de zes andere kinderen; het verlof van 1936 tot 1938; Otto’s internering op 22 juli 1942 en de brief van Hildering en Dake; Otto’s dood op 4 april 1943 en zijn laatste woorden; Rieks arrestatie, haar gevangenschap in Jember en het Birnie-kamp; de executie op 23 mei 1943 bij Banjoewangi; het telegram van november 1945; de herbegrafenis op 15 oktober 1949.

Onbevestigd: of Riek een schippersdochter was (de geboorteakte noemt haar vader landbouwer); of ze in het ziekenhuis van Modjowarno als verpleegster werkte; of Otto en Riek werkelijk bij het verzet hoorden (de verzetskaart heeft geen bronvermelding); de datum van haar arrestatie (8 april of eind april 1943); de datum en plaats van haar dood (23 mei 1943 bij Banjoewangi, juli 1943 te Tasnan, of de datum 6 juni 1943 die voor Leonora Klusman geregistreerd staat); het aantal mannen dat met hen stierf (38 of 40).

Duiding: over Rieks eigen geloof en haar betrokkenheid bij het zendingswerk zijn geen bronnen in haar eigen woorden gevonden. Wie meer wil weten, kan zoeken in het archief van de Raad voor de Zending (Het Utrechts Archief), in het familiearchief Luinenburg en bij de Oorlogsgravenstichting.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Gaasterland in WO2, “Otto Luinenburg en Hendrika J. Luinenburg-Pelle”
  2. Open Archieven, Gelders Archief, geboorteakte Hendrika Johanna Pelle, Eibergen 1895
  3. Open Archieven, Gelders Archief, huwelijksakte Luinenburg en Pelle, Eibergen 1921
  4. Huygens Instituut, Repertorium zending en missie, bijlage 2
  5. TracesOfWar, Leonora Henriëtte Klusman
  6. Japanse burgerkampen, Kesilir
  7. Kusuma en Hudiyanto, “Rumah sakit Zending Mojowarno di Jombang 1894-1942” (2024)
  8. The Jakarta Post, 19 december 2014, “In santri country, a long-standing church thrives”
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel