Op 30 juni 1863 werden op Curaçao twee namen ingeschreven in een register van vrijmakingen. Martina Gregoria, geboren rond 1825. Maria Magdalena, geboren rond 1850, een meisje van een jaar of dertien. De bewijzen werden afgegeven door districtscommissaris J.H. Dam. Achter beide namen stond dezelfde aantekening: ze hadden “toebehoord hebbende aan wijlen M.J. Niewindt”. Ze kregen een bewijs van inschrijving volgens de wet van 8 augustus 1862, die de slavernij in de kolonie afschafte. En ze kregen een familienaam. Allebei heetten ze voortaan Holly.
De volgende dag, op 1 juli 1863, was de slavernij op Curaçao voorbij. Wie op de eilanden tot slaaf was gemaakt, was in één keer vrij. De tien jaar staatstoezicht die in Suriname gold, gold hier niet.
De man aan wie deze twee mensen hadden “toebehoord”, was toen al drie jaar dood. Hij was de eerste katholieke bisschop van Curaçao geweest. Hij kwam in 1824 naar een eiland met één katholieke kerk, en liet er bij zijn dood zes achter, elk met een eigen school. Hij schreef boekjes in het Papiaments, de taal van de gewone mensen op het eiland. Hij vroeg de regering keer op keer om onderwijs, ook voor slaven. Hij werd geridderd. Op Curaçao staat een standbeeld van hem.
En hij bezat mensen.
In dit boek staan mensen die ik bewonder, en het is verleidelijk om alleen hun mooie kant te laten zien. Bij Martinus Niewindt kan dat niet. Zijn leven is van twee kanten tegelijk te lezen, en de bronnen geven beide kanten. Ik zet ze naast elkaar en laat het oordelen aan jou.
EEN PRIESTER UIT AMSTERDAM
Martinus Johannes Niewindt werd geboren op 17 mei 1796 in Amsterdam. Over zijn ouders, zijn jeugd en zijn opleiding heb ik in de bronnen die ik kon openen niets gevonden. Er bestaat een levensschets uit 1924 van de hand van G.J.M. Dahlhaus, en pater W. Brada schreef in 1957 en 1958 twee boekjes over zijn jaren als bisschop. Die boeken zijn gedigitaliseerd op Curaçao en in Leiden, maar ik kon ze niet inzien. Wat over zijn jonge jaren in die boeken staat, ontbreekt dus in dit hoofdstuk.
Wat wel vaststaat: hij was een wereldheer. Zo heet een rooms-katholieke priester die niet bij een kloosterorde hoort, maar rechtstreeks onder een bisschop valt. Hij was dus geen pater of monnik. Hij was een gewone priester uit Nederland, die naar de West werd gestuurd.
Een man speelde daarbij een grote rol: baron Cornelis Ludovicus van Wijkerslooth. In het katholieke tijdschrift Lux schreef een auteur in 1944 dat Van Wijkerslooth de leermeester van Niewindt was geweest, en altijd zijn “trouwste vriend” bleef. Van Wijkerslooth zorgde ervoor dat Curaçao pastoor Niewindt kreeg, samen met een kapelaan die Eijsenbeil heette. Een kapelaan is een hulppriester naast de pastoor. Volgens dezelfde schrijver had Niewindt veel van zijn steun en succes aan deze vriend in Nederland te danken.
27 AUGUSTUS 1824
Volgens de naslagwerken werd Niewindt al in 1823 benoemd tot prefect van Curaçao, al staat er bij dat jaartal een vraagteken. Een prefect apostolisch is de leider van een missiegebied waar de kerk nog geen gewoon bisdom heeft. Hij heeft gezag over de priesters en de kerken daar, maar is zelf meestal geen bisschop.
Zijn werk op het eiland begon op 27 augustus 1824. Die datum staat in de ondertitel van de levensschets van Dahlhaus, naast de dag van zijn dood.
Curaçao was in 1824 een Nederlandse kolonie in de Caribische Zee, voor de kust van Venezuela. Tegenwoordig is het een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het eiland had een gouverneur, plantages en tot slaaf gemaakte mensen. Op het hele eiland stond één katholieke kerk.
Niewindt bleef. Hij zou er de rest van zijn leven werken, ruim vijfendertig jaar lang. Een Nederlands tijdschrift schreef in 1906 dat hij bijna veertig jaar had gewerkt voor wat het de “inheemse bevolking” noemde, de mensen die op het eiland geboren waren.
RUST EN KALMTE
Hoe keek deze priester naar de mensen die op de plantages werkten? Daar hebben we zijn eigen brieven voor, en die zijn niet makkelijk om te lezen.
In 1828, vier jaar na zijn aankomst, schreef hij dat de invloed van de kerk het beste middel was om de slaafgemaakten rustig te houden. Dat staat in een artikel uit 2025 over de rol van kerken in de slavernij, dat zich op zijn brieven baseert. Later zou hij die gedachte nog scherper verwoorden. In een brief aan de regering, enkele jaren voor de afschaffing, schreef hij dat de invloed van de kerk meer zou doen “om rust en kalmte in deze kolonie te handhaven” dan een groot garnizoen soldaten.
Voor de mensen op de plantages had die gedachte twee kanten. De kerk bood hun doop, onderwijs in het geloof en een gemeenschap. Maar diezelfde kerk leerde hun ook om trouw te zijn aan hun meesters en hun lot te aanvaarden.
Historicus M. Groenewoud vatte het in een proefschrift uit 2017 zo samen: Niewindt richtte zich op een christelijke leefwijze in het persoonlijke leven, en via het onderwijs op een houding van onderdanigheid tegenover het gezag. De theoloog Armando Lampe schreef een boek met de veelzeggende titel Mission or Submission?, Zending of onderwerping? Zijn conclusie was dat zowel de katholieke priesters als de Duitse hernhutters het koloniale beleid steunden, en dat dat beleid de bevrijding van de slaven ophield.
Er gaat op Curaçao een verhaal rond dat hier past. Volgens een populaire website over het eiland hield Niewindt op een stuk grond bij Barber, dat tot vandaag Hòfi Pastor heet, de tuin van de pastoor, elke zondag een mis in het Papiaments. Er zouden meer dan vijfhonderd slaafgemaakten op af zijn gekomen. Plantage-eigenaren vreesden een opstand, en in 1829 zou de gouverneur de bijeenkomsten hebben verboden. Ik heb voor dit verhaal geen tweede bron gevonden. Vast staat wel dat het gebied Hòfi Pastor heet, en Wikipedia meldt dat er in 1827 op plantage Barber een kerk werd gebouwd en dat de plantage in 1832 aan de katholieke kerk werd verkocht. Ook dat heb ik niet kunnen controleren in een onafhankelijke bron.
EEN CATECHISMUS IN HET PAPIAMENTS
Een ding deed Niewindt wel dat veel tijdgenoten niet deden. Hij schreef in de taal van het volk.
Het Papiaments is de taal die op Curaçao in het dagelijks leven gesproken wordt. De woordenschat komt vooral uit het Spaans en Portugees. In de slaventijd was het de taal van de slaafgemaakten, en de katholieke kerk sloot zich daarbij aan.
In 1833 verscheen van Niewindt een tekst met de titel Prefecto Apostolico di Curacao na Cristian di su mision, een boodschap van de prefect aan de christenen van zijn missie. In 1837 volgde de Catecismo corticu, een korte catechismus. Een catechismus is een leerboekje met vragen en antwoorden over het geloof. Het zijn twee van de vroegste teksten in het Papiaments. In 2001 kwamen er nieuwe uitgaven van.
Taalkundige Gabriel Antunes de Araujo gaf er in 2021 een lezing over aan de Cornell University in de Verenigde Staten. Hij liet zien dat Niewindt zijn eigen spelling bedacht, gebaseerd op het Spaans. Een andere Nederlandse missionaris, J.J. Putman, schreef een paar jaar later een eigen boek met een spelling die meer op het Nederlands leunde. Hun systemen botsten, maar samen vormden ze de basis voor de spelling die eind twintigste eeuw officieel werd.
Dit raakt mij, omdat ik zelf schrijf over het verstaan van Gods stem. Wie wil dat mensen God leren kennen, moet met hen praten in hun eigen taal. Niewindt deed dat lang voordat er een officiële spelling voor die taal bestond.
LEZEN EN SCHRIJVEN OP ZONDAG
Op 14 november 1834 schreef Niewindt een brief aan de minister van Koloniën in Den Haag. Hij was toen ongeveer tien jaar op het eiland. Hij klaagde over de grote onwetendheid onder de lagere klassen. Hij vroeg de regering om onderwijzers te betalen die lezen en schrijven konden leren, eventueel ook aan slaven, ’s avonds of op zondag.
Volgens historicus W. Renkema botste de bisschop geregeld met het bestuur van Curaçao, ook over onderwijs aan slaafgemaakten.
Wat hij precies voor ogen had, maakte hij zelf duidelijk. In een van zijn brieven over onderwijs schreef hij: “Ik bedoel hier zeker geen uitgebreid onderwijs”. Het ging hem om eenvoudig lezen en schrijven.
In de jaren daarna stichtte hij drie scholen waar arme kinderen gratis les kregen. De regering betaalde er niets aan mee. Volgens het tijdschrift Neerlandia nam hij in 1842 ook een onderwijzer in dienst, B. Huijke, wiens school hij later in een brief prees.
VIJF ZUSTERS OP DE MARIA EN JACOBA
Op 12 januari 1842 kwam het schip Maria en Jacoba aan op Curaçao. Aan boord waren vijf liefdezusters. Zo werden vrouwen genoemd die in een katholieke congregatie hun leven gaven aan onderwijs en zorg voor armen en zieken. Ze kwamen uit de congregatie van Roosendaal, in Noord-Brabant. Volgens het artikel in Lux had Van Wijkerslooth zich er in 1841 voor ingezet om hen naar het eiland te krijgen. Niewindt ontving hen.
Een maand later, op 14 februari 1842, openden de zusters hun eerste school.
Niewindt wilde meer. In 1857 vroeg hij aartsbisschop Zwijsen van Utrecht om fraters voor jongensscholen in de parochies. Fraters zijn mannelijke religieuzen die geen priester zijn en vaak in het onderwijs werken. Dat verzoek liep op niets uit. Latere verzoeken aan andere bisschoppen evenmin. Tijdens zijn leven kwamen er geen fraters.
BISSCHOP VAN EEN VERDWENEN STAD
Op 20 september 1842 werd het missiegebied Curaçao verheven tot apostolisch vicariaat. Niewindt werd de eerste apostolisch vicaris. Een vicaris staat een stap boven een prefect: een vicaris apostolisch is een bisschop die namens de paus een gebied leidt waar nog geen gewoon bisdom is.
Omdat hij bisschop moest worden zonder een bisdom met die naam, kreeg hij de titel van titulair bisschop van Chytri. Een titulair bisschop draagt de naam van een oud bisdom dat niet meer bestaat. Op 24 augustus 1843 werd hij tot bisschop gewijd. Sindsdien werd hij monseigneur genoemd, kortweg Mgr. Niewindt.
Wikipedia vermeldt dat hij al in 1836 de andere eilanden bezocht: Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. Volgens die pagina kwam hij op Saba samen met de Venezolaanse priester Manuel Romero, en werd daar op 21 juni 1836 de eerste katholieke mis gevierd. Voor dat verhaal heb ik geen andere bron gevonden.
De regering waardeerde zijn werk. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het jaar daarvan noemen mijn bronnen niet.
JUNI 1848
In 1848 schafte Frankrijk de slavernij in zijn koloniën af. Op Sint Maarten en Sint Eustatius kwam het dat jaar tot onrust.
Ook op Curaçao gistte het. In juni 1848 eisten slaafgemaakten onmiddellijke vrijheid, en er dreigde een opstand. Volgens het artikel uit 2025 gebruikte Niewindt toen zijn gezag om die opstand te voorkomen. Hoe hij dat precies deed, met preken, bezoeken of brieven, staat niet in de bron die ik las.
Over zijn houding in die tijd is hetzelfde artikel helder. Vanaf 1848 zag hij de emancipatie als iets wat niet meer tegen te houden was. Maar een onmiddellijke, algemene vrijlating vond hij een ramp voor de kolonie. Hij wilde dat de vrijheid voorbereid werd.
Wat zou jij gedaan hebben, als priester tussen een gouverneur die rust wilde en een gemeente die vrijheid eiste? Ik stel die vraag zonder dat ik zelf het antwoord weet. Wie achteraf leest, weet hoe het afliep. Wie er middenin stond, wist dat niet.
DRIE SCHOLEN EN EEN AANBOD
Een maand later, op 17 juli 1848, schreef Niewindt opnieuw aan de regering. We kennen deze brief doordat een schrijver in Neerlandia hem in 1906 uitgebreid citeerde.
Bijna alle slaven op Curaçao waren katholiek gedoopt, schreef hij, op ongeveer vijfentwintig na. Ze kregen al godsdienstonderwijs. Maar dat was niet genoeg. Hij vond dat de slaven door onderwijs moesten worden voorbereid op de emancipatie die eraan kwam. “Onkunde of liever domheid is niet slechts het kenmerk van onbeschaafdheid”, schreef hij. Volgens hem was onwetendheid ook vaak de bron van ondeugd en wanorde.
Hij deed een concreet aanbod. Als de emancipatie kwam, zou hij de kinderen van vrijgemaakte slaven toelaten op de drie scholen die hij had opgericht, voor zover de ruimte dat toeliet. Die scholen waren gratis, zonder geld van de overheid.
In hetzelfde jaar vroeg hij om meer. Op 11 februari 1848 had hij al gevraagd om een armenschool op de Cabrietenberg in Barber. Op 11 december vroeg hij om een school van de zusters op Bonaire. Volgens een schrijver in Neerlandia herhaalde de bisschop zijn aanbod daar met aandrang, maar kwam er geen enkele slaaf naar de school. Waarom niet, zegt de bron niet. In 1849 weigerde de regering een zustersschool op Sint Maarten, met een beroep op een besluit uit 1819 dat zei dat de gouverneur toestemming moest geven voor elke bijzondere school.
Je ziet in deze brieven een man die vooruitkeek. Hij wist dat de slavernij zou eindigen en wilde mensen klaarmaken voor een leven in vrijheid. Je ziet ook een man die die vrijheid wilde temmen. Beide dingen staan in dezelfde brieven.
DRIEËNTWINTIG MENSEN
In een brief van 8 januari 1850 zette Niewindt zijn gedachten nog een keer op papier. Stel dat de slaven niet worden vrijgelaten, schreef hij. Wat houdt hen dan gehoorzaam? Zijn antwoord kwam in de vorm van een vraag: “Zal het niet de godsdienst zijn?” De geestelijken, schreef hij, spoorden de slaafgemaakten aan om trouw te zijn en hun situatie te aanvaarden.
Voor een lezer van nu is het moeilijk om dit te lezen. Het geloof waar Niewindt zijn leven voor gaf, gebruikte hij hier als een middel om mensen onder het juk te houden.
En er is meer. De bisschop was zelf eigenaar van een plantage. Historicus Armando Lampe noemt het in een artikel uit 2025 een van de grote plantages met veel slaven. In 1859, een jaar voor zijn dood, werkten er drieëntwintig tot slaaf gemaakte mensen. Om welke plantage het ging, vermeldt de bron niet.
Hoe verhoudt dat zich tot de man die keer op keer om onderwijs voor slaven vroeg? Ik weet het niet goed. Het laat in elk geval zien hoe diep de slavernij in die samenleving zat, tot in het huis van de bisschop.
Een van die drieëntwintig was misschien Martina Gregoria. Een ander misschien Maria Magdalena, die in 1850 werd geboren, het jaar van die brief over gehoorzaamheid. Of ze op de plantage woonden, staat niet in het register. We weten alleen dat ze aan hem hadden toebehoord.
TWAALF JANUARI 1860
In 1858 stichtte Niewindt nog een weeshuis voor meisjes. Het was een van zijn laatste grote werken.
Op 12 januari 1860 overleed hij, drieënzestig jaar oud. Waar hij stierf en waar hij begraven werd, heb ik in de geopende bronnen niet gevonden. Neerlandia schreef in 1906 dat hij die dag zijn vermoeide hoofd voorgoed te ruste legde, na bijna veertig jaar werk voor het geestelijk welzijn van de bevolking.
Wat liet hij achter? Zes katholieke kerken, waar hij er één had aangetroffen. Bij elke kerk een school. Zusters die er scholen leidden. Boekjes in het Papiaments. Een weeshuis. Een kerk waartoe bijna alle slaafgemaakten op het eiland behoorden.
En een plantage met mensen erop.
Drie jaar na zijn dood, op 1 juli 1863, werd de slavernij afgeschaft. Niewindt maakte het niet meer mee. De vrijlating kwam in één keer, zonder de lange overgang waar hij op had gehoopt.
TWEE BEELDEN VAN ÉÉN MAN
Na zijn dood groeide er een beeld van Niewindt als bevrijder. Een populaire website over Curaçao noemt hem een onvermoeibare strijder voor mensenrechten, die een cruciale rol zou hebben gespeeld bij de afschaffing van de slavernij. Dat laatste kan niet kloppen zoals het er staat: hij was al drie jaar dood toen die afschaffing kwam, en historici zien de kerk niet als de beslissende kracht in het debat over emancipatie.
De historicus Valdemar Marcha schreef in 2003 dat veel mensen Niewindt als emancipator zagen, mede omdat hij een van de weinigen was die zich inzette voor slaafgemaakten. Maar Marcha schreef ook dat de bisschop op hen neerkeek, en dat de vorming die de kerk gaf erop gericht was hen ondergeschikt te houden. Hij erkende in hetzelfde stuk wel dat Niewindt zich inzette voor de katholieken, en daarmee voor de slaafgemaakten.
Ik denk dat beide beelden waar zijn, en dat het eerlijkste is om ze niet tegen elkaar weg te strepen. Niewindt bouwde scholen voor kinderen die nergens anders terecht konden. Hij schreef in hun taal. Hij botste met het bestuur om hen te mogen onderwijzen. En hij zag in het geloof een middel om hen rustig te houden, en volgens historicus Armando Lampe bezat hij in 1859 zelf drieëntwintig mensen.
Op Curaçao staat zijn standbeeld.
In een register uit 1863 staan een vrouw en een meisje die ooit bij zijn bezit werden gerekend. Achter hun namen staat nu een eigen achternaam. Ze heetten vanaf die dag Holly.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 17 mei 1796 in Amsterdam; begin van zijn werk op Curaçao in 1824 (volgens Dahlhaus op 27 augustus); de rol van Van Wijkerslooth als leermeester en vriend; zijn Papiamentse teksten van 1833 en 1837; de brief van 14 november 1834 over onderwijs; de aankomst van vijf zusters op 12 januari 1842 en hun eerste school op 14 februari 1842; benoeming tot apostolisch vicaris op 20 september 1842 en bisschopswijding op 24 augustus 1843; de brief van 17 juli 1848 met het aanbod van zijn drie scholen; de verzoeken voor Barber en Bonaire; zijn mislukte verzoek om fraters in 1857; het weeshuis van 1858; de ridderorde; zijn overlijden op 12 januari 1860; de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863; de inschrijving van Martina Gregoria en Maria Magdalena Holly op 30 juni 1863.
Uit zijn eigen brieven (zoals geciteerd door latere schrijvers): zijn opvatting uit 1828 en 1850 dat godsdienst de slaafgemaakten rustig en gehoorzaam hield; zijn optreden in juni 1848 om een opstand te voorkomen; zijn oordeel dat een onmiddellijke emancipatie een ramp zou zijn. Deze punten komen uit één recent artikel dat zijn brieven aanhaalt; het bezit van een plantage met drieëntwintig slaafgemaakten in 1859 komt uit dezelfde bron.
Onbevestigd: de zondagsmissen in het Papiaments bij Hòfi Pastor voor meer dan vijfhonderd slaafgemaakten en het verbod van de gouverneur in 1829 (één populaire website); de kerk op Barber in 1827 en de verkoop van de plantage in 1832 (alleen Wikipedia); de reis naar Saba en de eerste mis daar op 21 juni 1836 (alleen Wikipedia); zijn opleiding, priesterwijding, sterfplaats en begrafenis (niet gevonden).
Duiding: het beeld van Niewindt als bevrijder van de slaven is betwist. Hij overleed voor de afschaffing. Historici als Marcha, Lampe en Groenewoud wijzen erop dat zijn kerk het koloniale gezag steunde, terwijl hij zich tegelijk inzette voor onderwijs aan arme en tot slaaf gemaakte mensen. De uitgebreide levensbeschrijvingen van Dahlhaus (1924) en Brada (1957 en 1958) zijn voor dit hoofdstuk niet ingezien.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Lux, jaargang 4 (1946), “Manumissiebrieven” (DBNL)
- Lux (1944), over C.L. van Wijkerslooth en de Curaçaose missie (DBNL)
- Catholic-Hierarchy, “Bishop Martinus Johannes Niewindt”
- Heraldry of the World, “Martinus Johannes Niewindt”
- Curaçao History, “1824: First Apostolic Vicar of Curaçao”
- De Linkerwang, maart 2025, over kerken en slavernij
- M. Victor Zwijsen, “Het R.-C. Bijzonder Onderwijs op Curaçao”, Neerlandia 1905 (DBNL)
- Neerlandia 1906, over de brief van Mgr. Niewindt van 1848 (DBNL)
- Neerlandia 1906, over onderwijs en emancipatie op Curaçao (DBNL)
- Cornell University, lezing Gabriel Antunes de Araujo over Papiamentse spelling (2021)
- M. Groenewoud, ‘Nou koest, nou kalm’ (proefschrift Leiden, 2017)
- G.J.M. Dahlhaus, Monseigneur Martinus Joannes Niewindt: een levensschets (1924), catalogus Universiteit Leiden
- W. Brada O.P., Bisschop Niewindt 1842-1852 (1957), catalogus University of Curaçao
- W. Brada O.P., Laatste jaren van Mgr. Niewindt 1852-1860 (1958), catalogus University of Curaçao
- Hofland, masterscriptie Erasmus Universiteit, over emancipatie op Curaçao
- A. Lampe, Mission or Submission? (boekbeschrijving)
- NOS, “1863 of 1873? Wanneer werd de slavernij nou (echt) afgeschaft?”
- 1000 Awesome Things about Curaçao, “Curaçao’s Oldest Tree”
- 1000 Awesome Things about Curaçao, “Catholic Churches of Curaçao”
- Wikipedia, “Catholic Church in the Dutch Caribbean”
- Wikipedia, “Barber, Curaçao”