In Fort Zeelandia, aan de kust van het eiland dat we nu Taiwan noemen, nam een predikant afscheid van zijn twee dochters. Het was eind mei 1661. De Chinese legeraanvoerder die het fort belegerde, had de predikant met een brief naar binnen gestuurd: de Nederlanders moesten zich overgeven. Zijn vrouw en twee van zijn kinderen waren achtergebleven in het vijandelijke kamp, als onderpand.
Binnen de muren had hij het tegendeel gedaan van wat hem was opgedragen. Hij had de gouverneur aangeraden stand te houden. Nu stond hij op het punt terug te gaan naar de man die gedreigd had hem te doden als het antwoord hem niet beviel. Zijn getrouwde dochters smeekten hem te blijven. Volgens het dagregister van het fort, het dagboek dat de Nederlanders daar bijhielden, hingen ze om zijn hals, overmand door verdriet. Hij ging toch.
De man heette Antonius Hambroek. Hij was dertien jaar predikant geweest in Mattau, een dorp op de vlakte in het zuidwesten van het eiland, en daarvoor vijftien jaar dominee in Schipluiden, een dorp bij Delft. Een eeuw na zijn dood maakte een toneelschrijver van hem een Nederlandse held. Over zijn sterven weten we veel. Over zijn leven en zijn werk veel minder. In dit hoofdstuk wil ik die twee uit elkaar houden.
Het begon in Rotterdam.
EEN STUDENT OP KOSTEN VAN DE STATEN
Antonius Hambroek werd in Rotterdam geboren, ergens rond 1606. De naslagwerken zijn het over het jaar niet eens. Het Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland houdt het op 1605, andere bronnen op 1607. Ook zijn naam wordt op allerlei manieren geschreven: Hambroek, Hambroeck, Hambrouck.
Op 30 januari 1623 schreef hij zich in als student in Leiden. Hij werd opgenomen in het Staten-college. Dat was een opleiding voor aanstaande predikanten, betaald door de Staten van Holland, het bestuur van het gewest. Wie daar studeerde, werd voorganger in de gereformeerde kerk, de protestantse kerk die toen de officiële kerk van de Republiek was.
In Leiden leerde hij volgens latere beschrijvingen ook de vrouw kennen met wie hij zou trouwen, Anna Vincenten Moij. Haar naam staat niet in het oude woordenboek, en ik heb hem alleen in jongere beschrijvingen gevonden.
VIJFTIEN JAAR SCHIPLUIDEN
Op 4 april 1632 werd Hambroek bevestigd als predikant in Schipluiden. Bevestigen betekent hier: plechtig in het ambt zetten, in een kerkdienst. Op 1 juni van dat jaar trouwde hij met Anna, zo staat het in dezelfde jongere bronnen.
Schipluiden was een klein dorp tussen Den Haag en Rotterdam. De oude kerk staat er nog. Volgens een artikel in de Taipei Times uit 2018 zien de kerk en de kansel er nog net zo uit als toen Hambroek vertrok. Wie er vandaag binnenloopt, kijkt naar de preekstoel waarop hij vijftien jaar stond.
Eén keer in die jaren verliet hij het dorp voor een heel ander werk. Rond de jaarwisseling van 1637 op 1638 ging hij namens de Staten mee met de vloot van admiraal Maarten Harpertsz. Tromp. De vloot trok op tegen de Duinkerker kapers, zeerovers die de Nederlandse handelsschepen belaagden. Hambroek was er vlootpredikant, een dominee aan boord. Het duurde maar een paar maanden. Daarna was hij terug in Schipluiden.
In het dorp groeide zijn gezin. Hoeveel kinderen hij had, is niet helemaal zeker. Het oude woordenboek noemt een zoon en twee dochters. Jongere bronnen spreken van vier kinderen: drie dochters en een zoon. Hun namen zijn niet overgeleverd.
EEN ROEPING NAAR DE ANDERE KANT VAN DE WERELD
In 1647 was Hambroek ongeveer veertig. Hij had een vaste gemeente en een gezin. Dat jaar werd hij door de classis van Schieland uitgezonden naar Oost-Indië. Een classis is een regionale vergadering van predikanten en ouderlingen in de gereformeerde kerk. Zij nam het besluit, en de Verenigde Oost-Indische Compagnie betaalde.
Die kant van het verhaal wil ik niet overslaan. De predikanten in Azië waren in dienst van de VOC, een handelsbedrijf met eigen soldaten, forten en rechtspraak. Ze preekten voor de Nederlanders in de forten en ze werkten onder de inheemse bevolking, maar hun salaris en hun standplaats kwamen van de Compagnie.
Waarom ging een man van veertig met vrouw en kinderen naar de andere kant van de wereld? Hambroek heeft het ons niet nagelaten. Eén schrijfster oppert dat Robertus Junius er een rol in speelde. Junius had veertien jaar op Formosa gewerkt en was in die jaren predikant in Delft, op een paar kilometer van Schipluiden. Het is een aantrekkelijke gedachte, maar een bron ervoor heb ik niet gevonden.
Volgens de Taipei Times duurde de reis bijna een jaar. Hambroek kwam aan in Batavia, nu Jakarta, het hoofdkwartier van de VOC. Over de datum zijn de woordenboeken het weer niet eens: 11 oktober of 14 november 1647. In april 1648 werd hij beroepen naar Formosa.
MATTAU
Formosa, nu Taiwan, was sinds 1624 gedeeltelijk in Nederlandse handen. Bij de baai van Tayouan, nu Anping in de stad Tainan, stond Fort Zeelandia. Op de vlakte daarachter lagen de dorpen van de Siraya, een van de inheemse volken van het eiland.
Hambroek werd predikant van het district Mattau, nu Madou in Tainan. Hij zou er dertien jaar blijven. Wie het hoofdstuk over Robertus Junius in deel 1 las, kent die naam. Mattau was ooit het machtigste dorp van de vlakte, en het had zich tegen de Nederlanders gekeerd. In 1635 trokken VOC-soldaten, met Junius in hun midden, erheen en staken het dorp in brand. Dertien jaar later kwam er een nieuwe dominee wonen. Wat de mensen van Mattau van hem dachten, weten we niet. We hebben geen enkele stem uit het dorp zelf over hem.
Wel schrijft het negentiende-eeuwse woordenboek van Van der Aa dat hij bij zijn gemeente grote genegenheid en achting genoot. Waar die schrijver dat vandaan had, zegt hij niet.
ZEER ZWAK EN UITERMATE ZIEKELIJK
Hambroek was geen sterke man. In 1655 schreef de Raad van Formosa, het bestuur van de VOC op het eiland, dat hij “zeer zwak en uitermate ziekelijk” was. Hij had aangeboden de kerkvisitaties voort te zetten, de bezoeken waarbij een predikant de gemeenten in andere dorpen controleerde. Batavia wees dat aanbod af.
Het is een klein zinnetje in een oud woordenboek. Maar het zegt iets over de jaren in Mattau. Hij bleef nog zes jaar.
Over zijn dagelijkse werk zijn de bronnen mager. Ik vertel wat ik heb kunnen vinden, en ik zeg erbij waar het vandaan komt.
EEN SCHOOL VOOR EIGEN ONDERWIJZERS
Op Formosa had de zending een eigen werkwijze, die in het hoofdstuk over Junius beschreven staat: inheemse schoolmeesters gaven les in de dorpen. Volgens een artikel van H. Kern in De Gids uit 1914 zaten er in 1643 al honderdvijfenveertig leerlingen op de school voor jongens en mannen in Mattau. Dat was vijf jaar voor Hambroek kwam. Hij bouwde voort op wat er lag.
In 1657 werd besloten een school te beginnen om Formosaanse mannen op te leiden tot onderwijzers. Hambroek kreeg het toezicht. Dat staat in het oude woordenboek, en het Biographical Dictionary of Christian Missions noemt diezelfde opleiding uit 1657. Het was een stap verder dan losse schoolmeesters: een plek waar het eigen volk werd klaargemaakt om het eigen volk te onderwijzen.
Volgens het artikel in de Taipei Times gaf hij ook lessen aan meisjes en vrouwen, in de middag, en speelde hij een rol bij het vastleggen van de Siraya-taal in letters. Andere bronnen schrijven hem een aandeel toe in de vertaling van de evangeliën naar Mattheüs en Johannes in die taal. Zijn collega Daniël Gravius zou de vertaling hebben bewerkt, en in 1661 verscheen ze in Amsterdam. Dat het boek in dat jaar gedrukt werd, staat vast. Hoe groot het aandeel van Hambroek was, heb ik niet in een eerste bron kunnen nagaan.
Het naslagwerk over zendingsgeschiedenis maakt nog een opmerking. Het onderwijs op Formosa was volgens die schrijver gericht op bekering en kerkelijk leven, minder op de rest van het bestaan van de mensen. Het noemt ook de oorlogen tussen de dorpen onderling. Hambroek zou Batavia gewaarschuwd hebben voor komende onrust en om militaire hulp hebben gevraagd, zonder antwoord. Ook dat ken ik uit één bron.
Wat blijft er over als je alles weglaat wat niet zeker is? Een ziekelijke predikant die dertien jaar in hetzelfde district bleef, die het toezicht kreeg over de opleiding van inheemse onderwijzers, en die werkte in een taal die niet de zijne was. Ik vind dat al veel.
TWEE BRUILOFTEN IN 1659
In januari 1659 trouwde een dochter van Hambroek in Mattau met Johannes van der Burch. In mei van dat jaar trouwde een andere dochter met Dominicus van Vorster. Zo staat het in het oude woordenboek. Het zijn kleine feiten, maar ze laten iets zien. Het gezin van de dominee hoorde bij de Nederlandse gemeenschap op het eiland. De kinderen werden daar volwassen, ze trouwden daar en ze bouwden daar een eigen leven op.
De twee getrouwde dochters woonden twee jaar later in of bij Fort Zeelandia. Dat zou het verschil maken tussen leven en dood.
APRIL 1661: DE VLOOT VAN KOXINGA
Aan de overkant van de zee, in China, had een nieuw keizershuis de macht gegrepen. Zheng Chenggong, in Europa bekend als Koxinga, bleef trouw aan de oude Ming-dynastie en vocht met een eigen leger en een eigen vloot.
In april 1661 landde hij op Formosa. Volgens de Taipei Times namen zijn mannen ongeveer vijfhonderd Nederlanders gevangen. Hambroek verliet volgens het oude woordenboek haastig het dorp Soulang, in de buurt van Mattau. Het hielp niet. Hij viel in handen van Koxinga, en met hem zijn vrouw, zijn zoon en een dochter. Zijn twee getrouwde dochters waren in het fort.
Fort Zeelandia werd belegerd. Binnen zat gouverneur Frederik Coyett met zijn soldaten en de vluchtelingen.
EEN BRIEF NAAR HET FORT
Op 24 of 25 mei 1661 stuurde Koxinga Hambroek naar Fort Zeelandia. Hij droeg een brief bij zich met de eis dat de Nederlanders het fort zouden overgeven en het eiland zouden verlaten. Volgens latere beschrijvingen dreigde Koxinga hem te doden als het antwoord hem niet zou bevallen. Zijn vrouw en kinderen bleven als gijzelaars achter.
Binnen het fort deed Hambroek iets wat zijn eigen leven kon kosten. Hij spoorde de bezetting aan om stand te houden. Zo staat het al in het woordenboek van Van der Aa. Volgens latere schrijvers gaf hij ook redenen. Koxinga’s voorraden raakten op, Batavia had versterking beloofd, en hij betwijfelde of Koxinga de Nederlanders na een overgave zou sparen. Coyett en zijn raad weigerden de eis.
Toen kwam het afscheid uit de opening van dit hoofdstuk. Zijn dochters smeekten hem te blijven. Hij had alle reden om dat te doen. In het fort was hij voorlopig veilig. Buiten wachtte de man die hem met de dood had gedreigd. Volgens een moderne beschrijving ging hij terug omdat hij zijn woord had gegeven, en omdat hij vreesde dat Koxinga anders wraak zou nemen op zijn vrouw en kinderen. Hambroek zelf heeft geen verklaring nagelaten. Wat vaststaat, is dat hij ging.
Ik heb lang bij dat moment stilgestaan. Wat zou jij doen, met je kinderen aan je hals en je vrouw aan de andere kant van de muur? Er is geen goed antwoord. Hij koos voor de mensen die in het vijandelijke kamp op hem wachtten.
EEN DATUM DIE NIEMAND ZEKER WEET
Hambroek keerde met de weigering terug naar Koxinga en werd opnieuw gevangengezet. Daarna werd hij onthoofd, samen met andere gevangenen. Ook zijn zoon werd volgens meerdere beschrijvingen gedood.
Wanneer dat gebeurde, is onzeker. Het oude woordenboek noemt 5 mei 1661, maar dat kan niet kloppen: toen was hij nog niet eens naar het fort gestuurd. Wikipedia en andere sites noemen 21 juli 1661. Een moderne christelijke schrijfster noemt 16 september. De Nederlanders in het fort hoorden het pas later. Volgens Caeuw, de commandant van een hulpvloot uit Batavia, kwamen in oktober twee inheemse jongens het fort binnen. Zij vertelden dat Koxinga de maand ervoor in woede had bevolen alle mannelijke Nederlandse gevangenen te onthoofden, Hambroek inbegrepen.
Wat er die zomer op het eiland gebeurde, was groter dan het lot van één dominee. Volgens Nederlandse verslagen liet Koxinga in augustus 1661 gevangen Nederlanders uit het binnenland doden. Hij verdacht hen ervan de inheemse dorpen tegen de Chinezen op te zetten. Er wordt gesproken van ongeveer vijfhonderd mannen. Vrouwen werden aan bevelhebbers gegeven of aan soldaten verkocht. Die getallen komen uit Nederlandse bronnen, uit een oorlog waarin de Nederlanders zelf partij waren.
Het beleg duurde ongeveer negen maanden. In februari 1662 gaf Coyett het fort over. De Nederlanders mochten vertrekken. In Batavia werd Coyett later schuldig bevonden aan het verlies en verbannen naar de Banda-eilanden. Koxinga stierf nog datzelfde jaar.
In Taiwan wordt Koxinga in schoolboeken geëerd als de man die het eiland op een Europese macht heroverde. In Nederland werd Hambroek de martelaar van dat verhaal. Het is goed om te weten dat er twee kanten zijn, en dat de inheemse volken van de vlakte in geen van beide verhalen veel stem kregen.
DE DOCHTER VAN DE DOMINEE
Rond de dochter die met haar moeder in gevangenschap bleef, gaat een verhaal. Koxinga zou haar, een meisje in haar tienerjaren, tot bijvrouw hebben genomen. Volgens latere boeken zou Caeuw over haar hebben geschreven als een zeer lief en innemend meisje.
Dit verhaal wordt veel herhaald, in Engelse en Nederlandse boeken en op internet. Ik heb het niet in een eerste bron kunnen vinden, en ook een recente christelijke schrijfster noemt het onbevestigd. Het is overlevering. Wat met Hambroeks vrouw en deze dochter gebeurde, weten we niet zeker. Over de twee getrouwde dochters schrijft één moderne bron dat ze na de overgave naar Colombo vertrokken, op Ceylon, het huidige Sri Lanka. Ook dat heb ik niet verder kunnen nagaan.
WAT DE TONEELSCHRIJVER ERVAN MAAKTE
Meer dan een eeuw later, in 1774, schreef de toneelschrijver Joannes Nomsz een treurspel in vijf bedrijven: Anthonius Hambroek, of de belegering van Formoza. Het verscheen in 1775 bij Izaak Duim in Amsterdam. Een exemplaar ligt in de bibliotheek van het Rijksmuseum.
Het stuk is literatuur. Nomsz liet het spelen in 1662, na de val van het fort, terwijl Hambroek in 1661 stierf. Hij gaf zijn personages woorden en gevoelens die nergens in de archieven staan. Wat de toneelspelers zeiden, moet je dus lezen als de stem van een achttiende-eeuwse schrijver, niet als die van Hambroek. Dit stuk maakte hem in Nederland beroemd. Het werd ook ver daarbuiten gespeeld, tot in Zuid-Afrika, waar het in 1867 in Paarl op de planken stond.
In 1810 schilderde Jan Willem Pieneman het afscheid in het fort. Het doek hoort bij de collectie van het Rijksmuseum, onder een titel die spreekt van de vrijwillige zelfopoffering van dominee Hambroek. Ook de dichter Helmers bezong zijn dood. In de Laurenskerk in Rotterdam, de stad waar hij geboren werd, hangen volgens een Taiwanees persbureau twee grote zwart-witte muurschilderingen over zijn verhaal.
Een kunstwerk maakt een mens groter en eenvoudiger dan hij was. Ik heb geprobeerd hier de kleinere man te laten zien: een dorpsdominee met een zwakke gezondheid, een vader van getrouwde dochters, een toezichthouder over een schooltje voor onderwijzers. Kern sprak in 1914 over “het heldhaftig gedrag van Hambroek”. Dat gedrag paste in een paar dagen. De jaren ervoor waren gewoon werk.
EEN PLEIN IN SCHIPLUIDEN
In 2018 werd bij de oude kerk van Schipluiden een gedenkteken voor Hambroek onthuld. De Taiwanese vertegenwoordiger in Nederland was erbij. Op de plaquette staat een tekst uit het evangelie naar Mattheüs, in oud Nederlands en in het Siraya, de taal van de mensen in Mattau. Het plein voor de kerk heet sindsdien het Hambrouckplein.
Volgens hetzelfde artikel uit de Taipei Times wordt het Siraya nu weer tot leven gebracht.
Binnen in de kerk staat nog dezelfde kansel. Buiten, op een plaquette aan het plein, staan woorden uit een evangelie in de taal van Mattau, het dorp aan de andere kant van de wereld waar de dominee van Schipluiden heenging en van waar hij nooit meer thuiskwam.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in Rotterdam; studie in Leiden; predikant in Schipluiden van 1632 tot 1647; korte tijd vlootpredikant onder Tromp rond 1637-1638; uitzending in 1647 en aankomst in Batavia in dat jaar; beroeping naar Formosa in 1648 en predikantschap in Mattau tot 1661; toezicht op de opleiding van Formosaanse onderwijzers vanaf 1657; huwelijken van twee dochters in 1659; gevangenneming door Koxinga in 1661; de missie naar Fort Zeelandia eind mei 1661, zijn advies om stand te houden en zijn terugkeer; onthoofding in 1661 op bevel van Koxinga; het treurspel van Nomsz (1775) en het schilderij van Pieneman (1810); het gedenkteken in Schipluiden (2018).
Alleen uit eigen getuigenis: niets. Hambroek liet voor zover ik kon nagaan geen eigen verslag na; ook zijn motief om terug te gaan kennen we alleen uit latere beschrijvingen.
Onbevestigd (uit één bron of latere beschrijvingen): de naam van zijn vrouw en de trouwdatum 1 juni 1632; het oordeel van de Raad van Formosa in 1655 en het afgewezen aanbod van kerkvisitaties; de lessen voor meisjes en vrouwen; zijn rol bij het vastleggen van het Siraya en zijn aandeel in de vertaling van Mattheüs en Johannes; zijn waarschuwingen aan Batavia; zijn motief om terug te gaan (zijn gegeven woord en de zorg om zijn gezin); de genegenheid van zijn gemeente; de mogelijke rol van Junius bij zijn beroep; het vertrek van zijn dochters naar Colombo; zijn precieze geboortejaar (1605, 1606 of 1607); het aantal kinderen (drie of vier); de precieze sterfdatum (bronnen noemen 5 mei, wat onmogelijk is, 21 juli of september 1661); het lot van zijn vrouw. Overlevering: het verhaal dat Koxinga zijn tienerdochter tot bijvrouw nam is overlevering, zonder eerste bron die ik kon controleren. Literatuur: het treurspel van Nomsz en het schilderij van Pieneman zijn kunstwerken; de woorden, gevoelens en tonelen daarin zijn niet als historisch te lezen.
Duiding: de cijfers over gevangenen en doden komen uit Nederlandse verslagen van één partij in een oorlog. In Taiwan wordt Koxinga als bevrijder van het eiland herdacht.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland, deel 3, lemma Hambroek (DBNL)
- A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, lemma Hambroeck (DBNL)
- Gerrit van der Wees, “Formosan past in a modern Dutch village”, Taipei Times, 12 september 2018
- Biographical Dictionary of Christian Missions, “Hambroeck, Antonius” (via BDCC)
- Simonetta Carr, “Antonius Hambroeck’s Sacrifice”, Place for Truth, 8 februari 2022
- Executed Today, “1661: Antonius Hambroek, defying Koxinga”, 21 juli 2018
- H. Kern, “De Hollanders op Formosa”, De Gids 1914 (DBNL)
- Rijksmuseum, Nomsz, Anthonius Hambroek, of de belegering van Formoza (1775)
- ESAT, “Anthonius Hambroek, of De Belegering van Formoza”
- PubHist, Jan Willem Pieneman, Hambroeck op Taiwan (1810), Rijksmuseum
- CNA, 24 november 2024, muurschilderingen in de Laurenskerk
- Wikipedia, “Antonius Hambroek”
- Wikipedia, “Daniel Gravius”