Tot het uiterstevan de aarde

Deel 2 · Tot het uiterste van de aarde · Hoofdstuk 5

Hendrik Kraemer

de weesjongen die nooit dominee werd

1888-1965Java en Bali

In december 1938 kwamen in Tambaram, vlak bij Madras in Zuid-India, bijna vijfhonderd christenen uit de hele wereld bijeen. Een Amerikaans blad telde in april 1939 precies 464 afgevaardigden uit zeventig landen. Het was de derde wereldconferentie van de Internationale Zendingsraad, een overleg van zendingsorganisaties en kerken. Eigenlijk had de bijeenkomst in China moeten plaatsvinden, maar daar was oorlog uitgebroken. De meerderheid van de deelnemers kwam uit de jonge kerken buiten Europa en Noord-Amerika. De grootste groepen kwamen uit China en India, en het waren geen zendelingen. Het waren christelijke leiders uit die landen zelf.

Voor die conferentie was één boek geschreven als studiestuk. De titel was The Christian Message in a Non-Christian World, de christelijke boodschap in een niet-christelijke wereld. De schrijver was een Nederlander van vijftig. Hij had nooit theologie gestudeerd en was nooit predikant geweest. Hij was als jongen in een Amsterdams weeshuis opgegroeid.

Zijn naam was Hendrik Kraemer. Na Tambaram werd hij een van de bekendste denkers over zending van de twintigste eeuw. Hij werd hoogleraar in Leiden en de eerste directeur van een oecumenisch instituut bij Genève. Maar wie zijn leven volgt, begint niet bij de boeken. Hij begint bij een jongen zonder ouders.

EEN WEESHUIS IN AMSTERDAM

Hendrik Kraemer werd geboren op 17 mei 1888 in Amsterdam. Over zijn ouders weten we weinig. Volgens het Indonesisch Bijbelgenootschap stierf zijn vader toen Hendrik zes was, en zijn moeder vijf jaar later. Andere bronnen zeggen het korter: rond zijn twaalfde had hij geen ouders meer. Over de precieze leeftijden lopen de bronnen iets uiteen.

Hij kwam terecht in het weeshuis van de diaconie van de Nederlandse Hervormde Kerk in Amsterdam. Een diaconie is het deel van de kerk dat voor armen, zieken en wezen zorgt.

In dat weeshuis viel een beslissing. Op zijn zestiende wist Hendrik dat hij zendeling wilde worden. Dat staat in meerdere biografieën over hem. Volgens het Indonesisch Bijbelgenootschap werd hij ook op die leeftijd gedoopt. Hoe dat besluit precies groeide, wie hem ertoe bracht en wat er in hem omging, is mij uit de bronnen niet bekend. Ik ga het daarom ook niet invullen.

Wat ik wel weet: een jongen zonder vader en moeder, zonder geld en zonder netwerk, koos voor een leven ver weg. Vraag je je weleens af wat God kan doen met iemand die niets mee lijkt te krijgen? Bij Hendrik Kraemer begon het met zo’n jongen.

KWEKELING IN ROTTERDAM

In 1905 ging hij naar het Zendingshuis in Rotterdam, de Nederlandse Zendingsschool. Hij werd er opgeleid als kwekeling van de Utrechtsche Zendingsvereeniging, een protestants zendingsgenootschap dat werkers uitzond naar Nederlands-Indië. Een kwekeling is een leerling die voor een vak wordt klaargestoomd, in dit geval voor het zendingsveld. Hij bleef er tot 1909 en studeerde af toen hij twintig was.

Hier zit een punt dat soms verwarring geeft. Engelse bronnen zeggen dat hij nooit een seminarie heeft bezocht. Ze bedoelen een theologische opleiding voor predikanten. Die heeft hij inderdaad nooit gevolgd. Kraemer bleef zijn hele leven een leek, een gelovige zonder ambt. Wat hij van de Bijbel wist, had hij voor een groot deel zelf geleerd. Maar een zendingsschool heeft hij wel doorlopen.

JAVAANS LEREN BIJ EEN GELEERDE

Na Rotterdam kwam er een wending. Kraemer ging naar de universiteit van Leiden om Indonesische talen te studeren. Volgens de Nederlandse Wikipedia deed hij dat op aanraden van Nicolaas Adriani, een bekende bijbelvertaler op Celebes, nu Sulawesi. Het Indonesisch Bijbelgenootschap noemt Adriani in elk geval iemand met wie hij nauw verbonden was.

In Leiden studeerde hij bij Christiaan Snouck Hurgronje, een kenner van de islam. Kraemer koos voor het Javaans. In 1921 promoveerde hij op een Javaanse primbon uit de zestiende eeuw. Een primbon is een Javaans handboek met wijsheid, gebeden, magie en religieuze kennis. Hij was toen drieëndertig.

Tussendoor trouwde hij. Op 28 januari 1919 werd Hyke van Gameren zijn vrouw, zo meldt het Indonesisch Bijbelgenootschap. Het jaar 1919 staat ook in andere bronnen. Over haar leven heb ik verder weinig kunnen vinden. Jammer, want ze ging met hem mee naar de andere kant van de wereld.

Voor hij naar Java vertrok, ging Kraemer naar Caïro. Hij wilde de moderne islam van dichtbij leren kennen. Volgens de Nederlandse Wikipedia was hij ook drie maanden in Parijs en vier maanden in Caïro. Voor die precieze duur heb ik geen tweede bron gevonden.

Die volgorde zegt iets over hem. Eerst luisteren, dan spreken. Eerst begrijpen wat een ander gelooft, voordat je je eigen geloof uitlegt. Het zou zijn hele leven zo blijven.

IN DIENST VAN HET BIJBELGENOOTSCHAP

In 1922 kwam hij aan in Nederlands-Indië, nu Indonesië. Hij werkte er vijftien jaar, tot 1937, voor het Nederlandsch Bijbelgenootschap. Hij was taalkundige en adviseur. Een van zijn eerste taken was het werk aan de Javaanse Bijbel. Hij gaf ook advies aan zendelingen en kerken over taal, vertaling en hun werk.

Volgens het Indonesisch Bijbelgenootschap kwam hij aan in Batavia, nu Jakarta, en trok hij daarna naar Yogyakarta. In 1925 verhuisde hij naar Malang in Oost-Java. Daar bestudeerde hij hoe de Javaanse samenleving veranderde.

Het was de tijd van de koloniale overheid. Nederland bestuurde de archipel, en het gouvernement bepaalde waar zendelingen mochten werken en waar niet. Zending was beperkt tot bepaalde gebieden. Volgens de Engelse Wikipedia pleitte Kraemer ervoor dat zending in de hele archipel moest worden toegestaan, ook buiten de gebieden die het bestuur had aangewezen.

EEN VRIEND DIE MOSLIM BLEEF

Het Indonesisch Bijbelgenootschap vertelt over een vriendschap die je misschien niet zou verwachten. Kraemer raakte bevriend met Ahmad Dahlan, de oprichter van Muhammadiyah. Dat was en is een grote islamitische beweging in Indonesië. De twee mannen respecteerden elkaar, terwijl ze allebei bij hun eigen geloof bleven.

Dezelfde bron schrijft dat Kraemer vanaf het begin een diepe kloof zag tussen Nederlanders en Indonesiërs. Hij koos ervoor die kloof niet groter te maken. Voor deze vriendschap en deze houding heb ik alleen deze ene bron, al is het wel de organisatie die zijn bijbelwerk heeft voortgezet.

Ik vind dit een van de mooiste dingen uit zijn leven. Hij was overtuigd dat Christus uniek is. Hij schreef daar later een heel boek over. Maar hij kon aan tafel zitten met een man die dat niet geloofde, en hem een vriend noemen.

Kun jij dat? Vasthouden aan wat je gelooft, en tegelijk de ander echt kennen?

KERKEN DIE OP EIGEN BENEN MOESTEN STAAN

In Malang werkte Kraemer samen met de zendeling B.M. Schuurman aan een theologische school, Balewiyoto. Daar werden Javaanse christenen opgeleid, met aandacht voor hun eigen cultuur. Dat meldt het Indonesisch Bijbelgenootschap. Het noemt Kraemer ook iemand die de geboorte van zelfstandige Javaanse kerken heeft helpen voorbereiden, in Oost- en West-Java.

Uit die berichten komt het beeld van een man die wilde dat een kerk op Java een Javaanse kerk werd, met eigen leiders. Later schreef hij er een boek over, From Mission Field to Independent Church, van zendingsveld naar zelfstandige kerk. In 1934 was hij betrokken bij de oprichting van de Hogere Theologische School in Buitenzorg, nu Bogor. Die school verhuisde later naar Jakarta.

Ondertussen schreef hij. In 1928 en 1933 verschenen de twee delen van zijn studie over de islam. Na de onafhankelijkheid verbood de Indonesische regering dat werk, zo meldt een Amerikaans naslagwerk over zendingsgeschiedenis. Waarom precies, staat er niet bij.

ELF DOPELINGEN OP BALI

Op Bali speelde iets anders. Het Nederlandse bestuur wilde het eiland met zijn hindoeïstische cultuur zo veel mogelijk bewaren zoals het was. Een Amerikaanse kerkelijke website gebruikt daarvoor het woord museum. Zendelingen van buiten waren er niet welkom.

Toch kwam het evangelie op het eiland. De Chinese evangelist Tsang To Hang mocht onder de Chinese bevolking van Denpasar werken. Op 12 november 1931 werden de eerste Balinezen gedoopt, Pan Loting en elf van zijn volgelingen. Ze werden gedoopt door R.A. Jaffray, de leider van de Christian and Missionary Alliance, een Amerikaanse zendingsorganisatie. Een andere bron spreekt van elf dopelingen in 1931. Het begin van de Balinese kerk ligt dus bij Balinezen zelf en bij een Chinese prediker.

Het bestuur greep in. In 1933 werd Tsang van het eiland gezet. De jonge christenen bleven achter in een omgeving waar zending niet mocht.

Kraemer raakte bij deze strijd betrokken. In 1933 schreef hij een boek met de titel De strijd over Bali en de zending. In 1934 schreef hij een rapport over de stand van het christendom op Bali, dat ook in het Duits werd vertaald en in het archief van de Bazelse Zending ligt. Volgens een Amerikaanse bron werd hij gestuurd om de jonge kerk op Bali bij te staan, en duurde die band tot de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Hoe vaak en hoe lang hij er was, heb ik niet kunnen vaststellen.

De kleine kerk groeide ondanks alles. Volgens dezelfde Amerikaanse bron werden er tot 1935 nog tweeëntachtig mensen gedoopt, en waren er in 1955 vijfhonderdnegenenzeventig christelijke gezinnen op Bali. Die getallen komen uit kerkelijke kring en ik heb ze niet verder kunnen nagaan. Het grootste christelijke dorp van het eiland is vandaag Blimbingsari.

TAMBARAM, DECEMBER 1938

In 1937 keerde Kraemer terug naar Nederland. Hij werd hoogleraar in Leiden, in de geschiedenis en de fenomenologie van de godsdienst. Dat laatste woord betekent: beschrijven hoe godsdiensten eruitzien en werken, van binnenuit gezien.

Ondertussen werkte hij aan het boek voor Tambaram. De Internationale Zendingsraad had hem gevraagd het studiestuk te schrijven. Wat stond erin? Ik probeer het in gewone woorden te zeggen.

Je kunt andere godsdiensten zien als een soort voorbereiding op het christendom. Christus is dan de bekroning van wat hindoes, boeddhisten en moslims al zochten. Kraemer zag dat anders. Hij had jaren tussen moslims geleefd en hun geloof grondig bestudeerd. Hij had er respect voor. Maar hij geloofde dat het evangelie geen verlengde is van een menselijke zoektocht naar God. Het is God die naar de mens toekomt, in Jezus Christus. Er liep volgens hem dus geen rechte lijn van de godsdiensten naar Christus. Een Amerikaanse terugblik uit 1988 noemt dat zijn kerngedachte: het evangelie staat in discontinuïteit met alle andere godsdiensten. Hij was daarin beïnvloed door de Zwitserse theoloog Karl Barth.

Niet iedereen was het met hem eens. T.C. Chao, een Chinese theoloog uit Peking, sprak hem tegen. Volgens Chao woonde God ook in de schepping, en waren de Chinese wijzen geïnspireerd door dezelfde God die zich in Jezus had laten kennen. Het debat dat in Tambaram begon, is nooit helemaal opgehouden.

Het boek ging ook over Europa zelf. Kraemer keek met dezelfde scherpe blik naar het Westen als naar Azië. Hij zag een cultuur waarin bijna alle vaste waarden waren vervangen door de gedachte dat alles betrekkelijk is. Hij schreef ook dat geen mens het Koninkrijk van God kan bouwen, en evenmin een ideale samenleving. Een jaar nadat het boek verscheen, brak in Europa de Tweede Wereldoorlog uit. Volgens hem moest de kerk tot op de bodem durven gaan in haar verzet tegen het kwaad in de wereld.

Wat in de discussie vaak wordt vergeten, staat ook in het boek. Kraemer schreef dat de kerk in de niet-christelijke wereld niet aan het eind van haar zendingswerk stond, “maar pas aan het begin” (vrij vertaald).

GIJZELAAR IN EIGEN LAND

In mei 1940 werd Nederland bezet. Kraemer werd door de Duitse bezetter geïnterneerd, van 1942 tot 1943. Dat staat in Engelstalige naslagwerken. Volgens de Nederlandse en Engelse Wikipedia zat hij in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel, waar de bezetter vanaf mei 1942 vooraanstaande Nederlanders vasthield. Als vergelding voor verzet konden gijzelaars worden doodgeschoten. In augustus 1942 gebeurde dat met vijf van hen. Volgens dezelfde Wikipedia ontmoette Kraemer er onder anderen de hervormde predikant Koeno Gravemeijer en de theoloog Willem Banning. Voor de plaats en die ontmoetingen heb ik buiten Wikipedia geen bron gevonden.

Hij overleefde de oorlog.

Volgens de Nederlandse Wikipedia werkte hij na de oorlog mee aan de nieuwe kerkorde van 1951, waarin het apostolaat, het uitgaan naar de wereld, een plek kreeg vóór het belijden. Ook dat heb ik niet buiten Wikipedia kunnen controleren.

In 1947 promoveerde zijn enige promovendus in Leiden, Arend Theodoor van Leeuwen. Twaalf jaar later schreef die zijn biografie: Hendrik Kraemer, dienaar der wereldkerk.

EEN KASTEEL BIJ GENÈVE

In 1946 werd in het kasteel van Bossey een oecumenisch instituut geopend, dat bij de Wereldraad van Kerken zou horen. Het ligt tussen de dorpen Bogis-Bossey en Céligny bij Genève. Kraemer werd de eerste directeur, volgens de meeste bronnen van 1948 tot 1955. De Nederlandse Wikipedia noemt 1947 als begin.

Hij was een leek, en hij bleef over leken nadenken: gewone gelovigen, zonder kerkelijk ambt. In 1958 schreef hij er een boek over, A Theology of the Laity, een theologie van de leek. Daarin staat het idee dat de kerk pas echt kerk wordt als ze er niet voor zichzelf is. Een kerk die alleen met zichzelf bezig is, vergeet waarvoor ze bestaat.

Voor een man die zelf nooit predikant was, voelt dat als een terugblik op zijn eigen leven. Hij had de Bijbel grotendeels zelf leren lezen. Hij had gewerkt als taalkundige, als adviseur, als docent. Niemand had hem een ambt gegeven.

LAATSTE JAREN

In 1955 nam hij afscheid van Bossey. Daarna was hij nog enige tijd gasthoogleraar aan Union Seminary in New York, volgens een Amerikaans naslagwerk van 1955 tot 1957. Hij bleef schrijven. In die jaren verschenen onder meer Religion and the Christian Faith (1956), het boek over de zelfstandige kerk (1958), World Cultures and World Religions (1960) en Why Christianity of All Religions? (1962). Die laatste titel vat de vraag van zijn leven samen: waarom juist Christus, tussen alle godsdiensten van de wereld?

Hij woonde zijn laatste jaren in Nederland. Op 11 november 1965 overleed hij in Driebergen, zevenenzeventig jaar oud.

Na zijn dood werd een instituut naar hem genoemd, het Hendrik Kraemer Instituut. Volgens de Nederlandse Wikipedia bestond het van 1971 tot 2012.

EXPECTAT RESURRECTIONEM

Ik heb lang gezocht naar woorden van Kraemer over zijn jeugd. Wat dacht de jongen in het Amsterdamse weeshuis toen hij besloot zendeling te worden? Ik heb ze niet gevonden. Misschien staan ze in de biografie van Van Leeuwen of in een archief. Voor dit hoofdstuk moest ik het doen met wat wel vaststaat.

Wat vaststaat, is genoeg om stil van te worden. Een kind zonder ouders werd een man die vijftien jaar lang voor het Bijbelgenootschap werkte, onder meer aan de Javaanse Bijbel. Een leek zonder titel in de kerk schreef het boek waar christenen uit zeventig landen over in gesprek gingen. Een man die in de oorlog gevangen had gezeten, werd de eerste directeur van een oecumenisch instituut.

Misschien ben jij ook iemand zonder ambt of titel. Misschien denk je dat het werk in Gods koninkrijk vooral bij dominees en voorgangers ligt. Kraemer heeft zijn hele leven het tegendeel laten zien.

Volgens het Indonesisch Bijbelgenootschap staan op zijn grafsteen twee Latijnse woorden: Expectat resurrectionem. Hij verwacht de opstanding. Na het weeshuis, Java, Bali, het kamp en Bossey staan die woorden boven de weesjongen uit Amsterdam.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte op 17 mei 1888 in Amsterdam; jong wees en opgegroeid in een hervormd weeshuis in Amsterdam; op zijn zestiende het besluit zendeling te worden; opleiding aan het Zendingshuis in Rotterdam (1905-1909); studie Javaans in Leiden bij Snouck Hurgronje en promotie in 1921 op een Javaanse primbon; huwelijk in 1919; werk voor het Nederlandsch Bijbelgenootschap in Nederlands-Indië (1922-1937); betrokkenheid bij de Hogere Theologische School (1934); betrokkenheid bij de jonge kerk op Bali (boek 1933, rapport 1934); de eerste dopen op Bali in 1931 en de uitzetting van Tsang To Hang in 1933; hoogleraar in Leiden vanaf 1937; het studieboek voor Tambaram (december 1938, bijna vijfhonderd afgevaardigden); internering door de bezetter (1942-1943); eerste directeur van het Oecumenisch Instituut in Bossey; overlijden op 11 november 1965 in Driebergen.

Alleen uit de organisatie van zijn werk (Indonesisch Bijbelgenootschap): de leeftijden waarop zijn ouders stierven; de doop op zijn zestiende; de naam van zijn vrouw, Hyke van Gameren, en de huwelijksdatum; de woonplaatsen Yogyakarta en Malang; de vriendschap met Ahmad Dahlan; de school Balewiyoto met B.M. Schuurman; zijn rol bij de voorbereiding van de Javaanse kerken; de tekst op zijn grafsteen.

Onbevestigd: het advies van Adriani om in Leiden te gaan studeren; de maanden in Parijs; het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel als plaats van zijn internering en de ontmoetingen met Gravemeijer en Banning (alleen Wikipedia); zijn bijdrage aan de hervormde kerkorde van 1951; het bestaan van het Hendrik Kraemer Instituut van 1971 tot 2012; het verbod op zijn islamstudie na de onafhankelijkheid (één naslagwerk); de gegevens over het gasthoogleraarschap in New York (één naslagwerk); het precieze beginjaar in Bossey (1947 of 1948).

Duiding: of Kraemers kijk op de andere godsdiensten juist was, is een theologische vraag waar christenen sinds Tambaram verschillend over denken. Dit hoofdstuk beschrijft zijn standpunt en de kritiek erop, zonder daarover te beslissen.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Roxborogh, “Kraemer, Hendrik”
  2. Boston University School of Theology, History of Missiology, “Kraemer, Hendrik (1888-1965)” (naar J.A.B. Jongeneel)
  3. Lembaga Alkitab Indonesia, “Hendrik Kraemer, being a bridging and encouraging layperson”
  4. BiblicalTraining, “Hendrik Kraemer”
  5. Bassam Michael Madany, “Hendrik Kraemer: A Great Missions Scholar” (2023)
  6. S. Mark Helm, “Mission and Dialogue: 50 Years After Tambaram”, Christian Century 1988 (via Religion Online)
  7. Ministry Magazine, april 1939, “International Missionary Conference”
  8. Leben, “The Church in Bali” (2016)
  9. NOW! Bali, “A History of Christianity in Bali” (2023)
  10. Basel Mission Archives, H. Kraemer, “Über den Stand des Christentums auf Bali” (1934)
  11. Wikipedia (NL), “Hendrik Kraemer”
  12. Wikipedia (EN), “Hendrik Kraemer”
  13. Wikipedia (EN), “Kamp Sint-Michielsgestel”
  14. Wikipedia (EN), “Ecumenical Institute of Bossey”
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel