Op 26 juli 2023 brandden er honderdzes fakkels op een heuvel bij Rantepao, in het hoogland van Sulawesi. De plek heet Buntu Ria, in de wijk Karassik. Er ligt een graf, al meer dan honderd jaar goed verzorgd. Jongeren van de Gereja Toraja, de protestantse kerk van het Torajavolk, hielden er een samenkomst. Ze praatten, deelden ervaringen en staken voor elk jaar sinds zijn dood een fakkel aan. Op hetzelfde moment kwamen in Bori’ ongeveer duizend kerkleden samen. Ze luisterden naar zijn levensverhaal, bij een huis van bamboe op palen dat inmiddels is opgeknapt.
De kerk herdenkt zijn sterfdag elk jaar, schreef de lokale nieuwssite Kareba Toraja.
De man in dat graf kwam uit Veenendaal. Hij werkte nog geen vier jaar in Toraja. Hij was de eerste zendeling die de Gereformeerde Zendingsbond naar dit gebied stuurde. Op 26 juli 1917 werd hij in Bori’ gedood met een speer. In Toraja noemen ze hem een martelaar, en zijn aankomst in 1913 geldt als het begin van een kerk die nu honderdduizenden leden telt.
Zijn verhaal begint in 1885.
EEN JONGEN UIT VEENENDAAL
Antonie Aris van de Loosdrecht werd in 1885 geboren in Veenendaal. Over de precieze dag zijn de bronnen het niet eens. De Engelse Wikipedia noemt 1 maart, Indonesische bronnen noemen 21 maart. Ik heb het niet kunnen controleren in een Nederlands archief.
Over zijn jeugd weten we weinig zeker. Op de Indonesische Wikipedia staat een verhaal over zijn afkomst en over een studie theologie in Heidelberg en aan de zendingsschool in Rotterdam. Die pagina beroept zich op Indonesische kerkgeschiedenissen die ik zelf niet heb kunnen inzien. Andere bronnen heb ik er niet voor gevonden. Zolang dat zo is, blijven die details onbevestigd.
Wat wel vaststaat: hij koos voor de Gereformeerde Zendingsbond, de GZB. Die zendingsorganisatie was op 6 februari 1901 in Utrecht opgericht. Het blad van de bond heette Alle den Volcke. De GZB had een nieuw werkveld op het oog: het bergland van Zuid-Celebes, nu Zuid-Sulawesi in Indonesië. Daar woonden de Toraja. De GZB zocht iemand om er te beginnen. Antonie, die Anton werd genoemd, meldde zich.
EEN BRUILOFT IN AUGUSTUS, EEN TREIN IN SEPTEMBER
Op 7 augustus 1913 trouwde Anton met Alida Petronella Sizoo, die Ida werd genoemd. Een maand later, op 5 september, stapten ze in Rotterdam in de trein. De reis ging naar Genua, en daar aan boord van het stoomschip Vondel. Op 4 oktober 1913 kwamen ze aan in Tanjung Priok, de haven van Batavia, nu Jakarta.
Veel van wat we over hun leven weten, komt uit hun eigen brieven aan de familie in Nederland. Hun kinderen gaven die brieven later uit. In 2005 verscheen in Toraja een Indonesische uitgave, onder een titel die vertaald luidt: Uit het kleinste zaadje groeit een boom. Het verhaal van Anton en Alida van de Loosdrecht. Het is een boek van de Gereja Toraja zelf. Wat volgt, leunt er voor een deel op. Waar dat zo is, zeg ik het erbij.
In Batavia ontmoette Anton dokter Nicolaus Adriani, een taalkundige die sinds 1895 in Poso werkte, in Midden-Celebes. Via Surabaya, Makassar en de havenplaats Palopo reisde het jonge echtpaar het bergland in.
Anton ging het laatste stuk alleen vooruit. Volgens de brieven kwamen er Toraja-mannen om hem te begeleiden, gestuurd door de controleur in Rantepao. Een controleur was een Nederlandse bestuursambtenaar die een gebied namens het gouvernement beheerde. In november 1913 kwam Anton in Rantepao aan. Over de dag verschillen de bronnen weer: 7, 8 of 10 november. De kerk in Toraja houdt het op 7 november. Hij vertelde de controleur en de dorpshoofden wat hij kwam doen: preken en een school beginnen. Volgens zijn brieven werd hij welkom geheten.
EEN LAND ZONDER SCHEPPER, SCHREEF HIJ
In een van zijn eerste brieven beschreef Anton een tocht langs de rivier de Sa’dan, ten noorden van Rantepao. Ze liepen langs de sawahs, de natte rijstvelden, en genoten van het uitzicht. Hij vond het een prachtig land. Maar het deed hem pijn dat hij in heel dat landschap niemand vond die de Schepper kende of eerde. In dezelfde brief vroeg hij in gebed hoe lang het nog zou duren voor de zon der gerechtigheid ook hier zou opgaan.
Zo dacht een zendeling uit de GZB-hoek in 1913. Hij noemde het land een land van heidendom. De Toraja zelf hadden een eigen godsdienst, Aluk Todolo, met eigen priesters en rituelen. Anton zag in die verering vooral bijgeloof. Een Indonesisch artikel over zijn brieven bracht beide kanten naar voren: zijn liefde voor het land en zijn harde oordeel over de godsdienst van de mensen.
Wat zou jij gezien hebben, als je in 1913 die vallei in liep? De schoonheid, de vreemdheid, of de mensen?
TAALLES BIJ ADRIANI
Een school beginnen zonder de taal te spreken gaat niet. In december 1913 reisde Anton met Ida naar Poso, waar ze in Tentena enkele maanden bij Adriani bleven. Volgens de Indonesische Wikipedia namen ze drie Toraja-jongens mee. Anton leerde er de taal, en van ervaren zendelingen als Adriani en Albert Kruyt hoorde hij over de gewoonten en de adat, het gewoonterecht, van het binnenland.
In het voorjaar van 1914 waren ze terug in Rantepao. Over de datum verschillen de bronnen ook hier: begin april of 9 mei.
Volgens de Indonesische Wikipedia maakte Anton samen met Adriani het eerste leesboekje in het Toraja. Later volgde een tweede. Dat hij leerboeken in het Toraja schreef voor de scholen, staat in meer bronnen. Van de titels heb ik geen origineel gezien.
SCHOLEN LANGS DE SA'DAN
Anton bouwde zijn werk op rond scholen. In korte tijd ontstonden er tientallen, met honderden leerlingen. De Indonesische Wikipedia noemt de eerste drie: Balusu, Nanggala en Sa’dan, elk met rond de tachtig kinderen, en spreekt van negenhonderd ingeschreven leerlingen in 1914. Die getallen komen uit de zendingsverslagen en zijn later in de Indonesische kerkgeschiedenis overgenomen. Ik heb ze niet zelf in een archief kunnen nakijken.
De leraren kwamen van elders: uit Ambon, de Sangihe-eilanden en Manado. Het waren christenen uit andere delen van de archipel, die de taal moesten leren en ver van huis werkten. Een van hen, volgens de Indonesische Wikipedia Manemblu, reisde al vanaf Makassar met Anton mee. Hun namen raken in de meeste verslagen achter de zendeling verstopt. In het verhaal van zijn dood zal er nog een opduiken.
Ida schreef aan de familie dat Anton werkte van half zes ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. Naast het onderwijs gaven ze medische hulp. Gezondheid en hygiëne waren slecht, schreven ze. Ida was geen toeschouwer. Haar dochter zou later zeggen dat haar vader en moeder er samen als zendelingen hadden gewerkt.
Met dopen was Anton voorzichtig. Hij wilde dat mensen eerst grondig onderwijs kregen. Volgens de Indonesische verhalen over hem waren de eerste vrucht vier jonge mannen uit de kring van de parengnge, de adathoofden. Ze werden pas gedoopt na lange catechisatie. De Indonesische Wikipedia noemt een groter getal, negenentwintig dopelingen op een Pinksterdag. Hoe die cijfers zich tot elkaar verhouden, weet ik niet.
EEN LAND ONDER NIEUW GEZAG
Anton kwam niet in een leeg land aan. Met de zendeling kwamen ook ambtenaren, belastingen en nieuwe regels van het Nederlands-Indische gouvernement.
Een van die regels betrof de slavernij. Het gouvernement verbood de slavenhandel, en dat wekte vooral bij de adel van Toraja woede. De Engelse Wikipedia schrijft dat de belastingen hoog werden gehouden en dat dit de rijkdom van de elite ondermijnde. Volgens dezelfde pagina stuitten de eerste zendelingen vooral bij die elite op sterk verzet.
Ds. Henriette Hutabarat Lebang, een Indonesische predikant voor wie de Gereja Toraja haar thuiskerk is, legde het in 2022 uit in een interview met evangelisch.de. In het begin, zei ze, was er sterk verzet van de bevolking tegen de zendelingen. Ze werden makkelijk in verband gebracht met de Nederlandse koloniale macht.
Was die verbinding terecht? Anton werkte met de controleur samen. Zijn eerste begeleiders waren door het bestuur gestuurd. Aan de andere kant zou hij volgens de Indonesische Wikipedia in een brief in Alle den Volcke van januari 1914 kritiek hebben geuit op de overhaaste maatregelen van de regering tegen de oude godsdienst en de slavernij. Hij wilde liever langzaam werken, via de scholen. Die brief heb ik niet zelf gezien.
Er zat ook een oude spanning tussen zending en de traditionele feesten. De Indonesische Wikipedia vertelt dat Anton zijn leerlingen zingend naar de markt liet trekken, waar ze spelletjes deden om de volwassenen weg te lokken bij de buffelgevechten. Er zouden zo’n vijfhonderd mensen zijn komen luisteren, vooral vrouwen. Ook dit verhaal heb ik alleen daar gevonden.
DE VRIEND DIE OM IDA VROEG
In de Indonesische overlevering over Anton komt een man voor die Pong Maramba heette. Hij was een parengnge, een adathoofd. Volgens die verhalen werd hij eerst een goede vriend van Anton. Daarna vroeg hij Anton om zijn vrouw aan hem te verkopen. Anton weigerde. In het christelijk geloof, zei hij, is een vrouw een medewerker en geen bezit. Pong Maramba werd later gearresteerd en gevangengezet. Waarom, vertellen de bronnen niet.
Ik vertel dit omdat het in Toraja over hem verteld wordt. Het staat op Indonesische christelijke websites en blogs, die het voor een deel ontlenen aan de brieven van het echtpaar. Een wetenschappelijke bron heb ik er niet voor gevonden. We horen het verhaal ook maar van één kant. Hoe Pong Maramba er zelf naar keek, is niet overgeleverd.
EEN VERTALER VOOR DE TORAJA
Anton begreep dat scholen en preken niet genoeg waren. De Toraja hadden een Bijbel in hun eigen taal nodig, en dat vroeg om een geschoolde taalkundige. Al in 1914 vroeg hij de GZB om de taalkundige Hendrik van der Veen te sturen.
Het verzoek werd ingewilligd. Op 11 september 1916 kwam Van der Veen aan in Rantepao. Het gezin Van de Loosdrecht en zendeling Johannes Belksma heetten hem welkom. Van der Veen begon met het evangelie van Lukas. Het zou zijn levenswerk worden: in 1960 verscheen de hele Bijbel in het Toraja. Hij bleef ruim veertig jaar in Indonesië.
Anton zou het begin van die vertaling nog zien, het einde niet.
DE AVOND VAN 26 JULI 1917
Wat er die dag gebeurde, is in Toraja door de jaren heen vaak verteld. De kern staat in veel bronnen: Anton werd op 26 juli 1917 in Bori’ met een speer gedood. De details komen uit de Indonesische overlevering, die teruggaat op het verslag van zijn weduwe, van de politiecommandant en op de bekentenissen van de daders.
Anton had die dag naar Nanggala willen gaan. Hij veranderde zijn plan en ging eerst naar Bori’, waar een school werd gebouwd. Hij kwam er rond vijf uur ’s middags aan. Hij waste zich en ging zitten met de onderwijzer van het dorp. Ze bespraken welke Bijbelverhalen ze in het Toraja zouden vertalen. Volgens Kareba Toraja was het het huis van een leraar die Manumpil heette, in het gehucht Rantedengen.
Toen kwamen er mannen. Een van hen, met een gezicht dat zwart gemaakt was met houtskool, sprong de veranda op en stak een speer in Antons borst.
Een leerling wilde Ida gaan halen. Anton hield hem tegen. Volgens de overlevering zei hij dat het niet hoefde, dat hij zou sterven, en vroeg hij de jongen zijn vrouw te groeten, de vrouw van wie hij veel hield. Toen vroeg hij om alleen gelaten te worden om te bidden. Binnen ongeveer een kwartier stierf hij, al biddend. Hij was tweeëndertig jaar.
Die laatste woorden staan niet in een document dat ik heb kunnen inzien. Ze worden in Toraja doorverteld, en op verschillende plaatsen een beetje anders. Een lezer onder een van de blogs merkte op dat veel ervan op horen zeggen berust. Dat mag gezegd worden. Dat hij met een speer werd gedood en snel stierf, staat in alle bronnen.
Op zaterdag 28 juli, twee dagen later, werd hij volgens de Indonesische Wikipedia met een grote stoet in Rantepao begraven. Hij ligt nog altijd op Buntu Ria in Karassik.
WAAROM?
Over het motief bestaat geen eenduidig antwoord, en ik ga er ook geen maken.
De Indonesische christelijke verhalen leggen het verband met een besluit van het gouvernement over gokken. Het bestuur had eerst twaalf dagen toegestaan waarop gegokt mocht worden, en bracht dat later terug tot vier. Een groep fervente gokkers zou daarop hebben gezworen de controleur te doden. Volgens deze verhalen was de moord bedoeld om een opstand tegen het Nederlands-Indische gezag uit te lokken. Anton kwam die avond toevallig langs en werd het doelwit. De dader zou hem goed gekend hebben. Zijn kind ging naar de school.
De Indonesische Wikipedia noemt vier mannen die werden opgepakt: Bujang, Ne’ Malandong, Tandi Bua en Pong Masangka. Wat er met hen gebeurde, staat er niet bij. Ik heb hun namen niet in een andere bron teruggevonden.
Ds. Lebang zei het in 2022 korter. De eerste zendeling, vertelde ze, werd gedood door lokale leiders die op verschillende plaatsen tegen de Nederlandse koloniale macht vochten.
Er wordt ook verteld dat hanengevechten of andere rituelen de aanleiding waren. In de bronnen die ik heb kunnen lezen, gaat het om gokken. Of daar hanengevechten mee bedoeld zijn, zeggen ze niet. De historicus Terance Bigalke beschrijft deze jaren uitvoerig in zijn sociale geschiedenis van Tana Toraja. Zijn boek heb ik niet kunnen inzien.
Wat overblijft, is dit: een zendeling die zelf kritiek had op de haast van het gouvernement, stierf in een conflict tussen dat gouvernement en de mensen die het bestuurde. Of zijn moordenaars hem zagen als dienaar van God of als een van de Nederlanders, weten we niet. Misschien maakten zij dat onderscheid niet. Misschien kon dat in 1917 ook nauwelijks.
EEN DOCHTER DIE ZIJN NAAM DROEG
Ida bleef achter met twee kleine kinderen. Ze was zwanger van een derde. Ongeveer een half jaar na Antons dood werd in Palopo een dochter geboren. Ze kreeg zijn naam: Anthonia Arisa van de Loosdrecht.
In 1989 ging zij terug naar Toraja. Het was niet haar eerste reis. Ongeveer twaalf jaar eerder was ze er met haar man geweest. Stichting Oorlogsverhalen bewaart een deel van wat ze toen zei. Ze vertelde dat haar ouders er samen als zendelingen hadden gewerkt, en dat ze nu zag hoe hun werk was uitgegroeid “tot zoveel bloeiende gemeenten”. Ze vergeleek het met het mosterdzaadje uit de gelijkenis van Jezus, dat een grote boom wordt. Dat is wel het kleinste van al de zaden, maar als het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen (Mattheüs 13:32).
Datzelfde beeld kreeg later het boek met de brieven van haar ouders als titel.
WAT TORAJA ERVAN MAAKTE
De kerk die uit dit begin groeide, werd geen Nederlandse kerk. Op 25 maart 1947 kwamen de gemeenten in Rantepao bijeen in een eerste synode en vormden ze de Gereja Toraja. Volgens ds. Lebang ontwikkelde de kerk daarna een eigen theologie en kerkorde. Ze ging nadenken over de verhouding tussen evangelie en cultuur en maakte zich geleidelijk los van de sterke invloed van de GZB. Theologisch en financieel is ze nu volledig zelfstandig, zei ze.
Hoe groot de kerk is, hangt af van wie je het vraagt. De Wereldraad van Kerken noemt ongeveer 350.000 leden, Stichting Oorlogsverhalen spreekt van ongeveer een half miljoen. Beide getallen komen uit kerkelijke opgave.
In Bori’ staat een levensgroot beeld van Anton. Het huis waar hij stierf, is opgeknapt en de plek is een tuin voor bezinning geworden, met beelden en reliëfs van martelaren van de Gereja Toraja. Er is een museum over zijn leven gepland. Anton is niet de enige martelaar die de kerk gedenkt. Volgens de Wereldraad van Kerken vielen er eind jaren vijftig en begin jaren zestig doden bij aanvallen van de opstandbeweging Darul Islam op christelijke dorpen. Boby Sangka, voorzitter van de herdenking in 2023, is een kleinzoon van een martelaar van de Gereja Toraja, ds. Pieter Sangka’ Palisungan. Hij zei bij die gelegenheid dat Toraja geen toevallige keuze was geweest als zendingsveld. “Toraja is echt door God uitgekozen,” zei hij.
Ik merk dat ik bij dit hoofdstuk voorzichtiger schrijf dan bij andere. Er is veel wat ik niet zeker weet, en wat ik wel weet, komt deels van de kant van de zending. Maar de mensen die nu elk jaar naar Bori’ gaan, zijn Toraja. Zij hebben het verhaal opgepakt en tot het hunne gemaakt. Zij noemen hem syahid Injil, martelaar van het evangelie.
Op de heuvel bij Karassik ligt de man uit Veenendaal. In juli 2023 stonden er jongeren om zijn graf met honderdzes fakkels, één voor elk jaar dat hij er ligt.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): geboorte in 1885 in Veenendaal; uitzending door de Gereformeerde Zendingsbond als eerste zendeling in Toraja; huwelijk met Alida (Ida) op 7 augustus 1913 en vertrek in september 1913; aankomst in Rantepao in november 1913; taalvoorbereiding bij N. Adriani in Poso (1913-1914); oprichting van scholen en leerboeken in het Toraja; zijn verzoek om Hendrik van der Veen en diens aankomst in Rantepao op 11 september 1916; zijn dood door een speer in Bori’ op 26 juli 1917; zijn graf in Karassik, Rantepao; de geboorte van een dochter na zijn dood; de verbinding van de zending met het koloniale gezag in de ogen van veel Toraja; de zelfstandigheid van de Gereja Toraja in 1947; de jaarlijkse herdenking op 26 juli en het eeuwfeest in 2013.
Alleen uit eigen getuigenis of overlevering van de familie en de kerk: zijn eerste indrukken en gebed bij de Sa’dan; de werkdagen van half zes tot elf uur; de vier eerste dopelingen; het verloop van de laatste avond in Bori’ en zijn laatste woorden; de toespraak van zijn dochter in 1989.
Onbevestigd: de precieze geboortedatum (1 of 21 maart 1885) en aankomstdatum (7, 8 of 10 november 1913); zijn afkomst en studie in Heidelberg en Rotterdam; de leerlingenaantallen, het getal van negenentwintig dopelingen en de marktbijeenkomsten bij de buffelgevechten; zijn kritische brief in Alle den Volcke; het verhaal over Pong Maramba; de namen van de vier gearresteerde mannen; de gokbeperking als aanleiding; een rol van hanengevechten (in de geraadpleegde bronnen niet genoemd).
Duiding: de Gereja Toraja ziet hem als martelaar. Torajase stemmen leggen er tegelijk de nadruk op dat de zending door veel Toraja als deel van het koloniale gezag werd ervaren, en dat de kerk later een eigen weg is gegaan. Beide horen bij dit verhaal.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Wikipedia (Engels), “Antonie Aris van de Loosdrecht”
- Wikipedia (Indonesisch), “Antonie Aris van de Loosdrecht”
- Kareba Toraja, “Mengenang 106 Tahun Wafatnya Misionaris A.A Van de Loosdrecht” (2023)
- Christian Conference of Asia, “Gereja Toraja Centenary Celebrations 1913-2013”
- evangelisch.de, “Erster Missionar auf Sulawesi wurde getötet” (31 augustus 2022)
- Stichting Oorlogsverhalen, “Antonie van de Loosdrecht”
- Sangulele (UKI Toraja), artikel over de brieven van Van de Loosdrecht
- Budi Prayetno, “Dari Benih Terkecil Tumbuh Menjadi Pohon Besar” (2009)
- Bartholomeus Luden, “Sejarah injil masuk Toraja dan kisah martir Pdt. Aris van de Loosdrecht” (2012)
- Jawaban.com, “Kisah Misionaris Toraja yang Mati Martir” (2025)
- Wikipedia (Engels), “Hendrik van der Veen”
- Wikipedia (Engels), “Toraja Church”
- Wikipedia (Indonesisch), “Gereja Toraja”
- Wikipedia (Engels), “Torajan people”
- Wereldraad van Kerken, “Toraja Church”