Naar de inhoud
Wim Kamphorst

Jozef

Van de put naar het paleis

Een woord bij Jozef

רוּחַ

ruach

adem, wind, geest. Farao ziet in Jozef een man in wie de Geest van God is (Genesis 41:38).

Het verhaal

Jozef komt via vernedering, slavernij en gevangenschap aan de top van Egypte (Genesis 37 tot en met 50). Als hij de dromen van Farao uitlegt, zegt Farao dat er niemand is zoals hij: een man in wie de Geest van God is (Genesis 41:38). Jozef wordt de tweede man van het land. In de zeven vette jaren legt hij voorraden aan, en in de hongersnood verdeelt hij die (Genesis 41:46-57). Het hoogtepunt komt later. Zijn broers, die hem verkochten, staan voor hem. Hij kan wraak nemen, maar doet het niet. Hij zegt dat zij kwaad tegen hem gedacht hadden, maar dat God het ten goede gedacht had, om een groot volk in leven te houden (Genesis 50:20).

Lees zelf: Genesis 37, Genesis 41:38-57, Genesis 50:15-21

Wat je ervan leert

  • De weg was niet recht. Jozef kwam via de put en de gevangenis in het paleis. Hij zag pas achteraf hoe het in elkaar paste. Wat je nu meemaakt, kan deel zijn van een weg die je nog niet overziet.
  • Denk vooruit. Jozef keek zeven jaar verder. Hij legde voorraad aan toen het goed ging. Geestelijk leiden en goed plannen gaan bij hem samen.
  • Macht zonder wraak. Jozef had alle macht om terug te slaan. Hij zag zijn verhaal in het licht van God en koos voor verzoening. Zijn macht diende om mensen in leven te houden.

Luisteren naar God

Farao noemt Jozef een man in wie de Geest van God is. Dezelfde woorden klinken later bij Jozua (Numeri 27:18): geschikt zijn om te leiden hangt samen met Gods Geest.

Vraag voor jou

Waar heb jij de macht om terug te slaan, en hoe zou verzoening daar eruitzien?

‹ AbrahamMozes ›Alle leiders