Abraham
Gezegend om tot zegen te zijn
Een woord bij Abraham
נָבִיא
navi
profeet: geroepene, woordvoerder. Abraham is de eerste die in de Bijbel zo genoemd wordt, als iemand die voor een ander bidt (Genesis 20:7).
Het verhaal
Het begint met een stem. God zegt tegen Abraham dat hij zijn land, zijn familie en het huis van zijn vader moet verlaten. Hij moet gaan naar een land dat God hem zal wijzen, en in hem zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden (Genesis 12:1-3). Abraham leidt geen volk, maar een huishouden en een clan. Met 318 getrainde mannen uit zijn eigen huis bevrijdt hij zijn neef Lot (Genesis 14). God zegt dat Hij Abraham gekend heeft, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou opdragen de weg van de HEERE te bewaren (Genesis 18:19). In Genesis 20:7 heet hij profeet, als iemand die voor een ander bidt. De Hethieten noemen hem een vorst van God (Genesis 23:6).
Wat je ervan leert
- Leiden begint met gaan. Abraham had geen plan, alleen een woord. Hij vertrok voordat hij het land had gezien. Soms is de eerste stap van leiden gewoon gehoorzaam op weg gaan.
- Geef een weg door. In Genesis 18:19 gaat het om wie na Abraham komen: zijn kinderen en zijn huis. Leiden is hier doorgeven. Wat jij voorleeft, nemen anderen mee.
- Gezag zonder titel. Abraham had geen ambt. Toch zagen zelfs buitenstaanders in hem een vorst van God. Zijn gezag kwam uit zijn verhouding met God, niet uit een functie.
Luisteren naar God
Abrahams verhaal begint met een spreken van God. Zijn leiderschap is in de eerste plaats een antwoord op wat hij hoorde.
Waar het schuurt
Twee keer geeft Abraham zijn vrouw uit voor zijn zus (Genesis 12 en 20). Niet alles wat een Bijbelse leider doet, is bedoeld als voorbeeld.
Vraag voor jou
Welke weg wil jij doorgeven aan wie na jou komen?