Echt gebeurd!

Naar de andere kant van de wereld · verhaal 5

Pieter Jansz

de schoolmeester die de Bijbel liet klinken als Javaans

Ongeveer 7 minuten voorlezen

Vijf op Paasmorgen

Het is Pasen, 16 april 1854. In Jepara, een havenstad op het eiland Java, worden vijf mensen gedoopt. Ze zijn Javaans. Bijna iedereen in hun streek is moslim.

De man die hen doopt, komt uit Nederland. Hij heet Pieter Jansz. Hij woont nog maar tweeënhalf jaar op Java.

Het is een kleine dienst. Hoe de vijf heetten, weten we niet meer. Maar met hen begint een kerk die er nu nog steeds is.

Hoe kwam een schoolmeester uit Delft hier terecht?

Een meester die kinderboeken schreef

Pieter Jansz werd geboren op 25 september 1820, in Amsterdam. Hij werd onderwijzer in Delft. Hij schreef ook een schoolboek over de geschiedenis van Nederland. Het was voor kinderen van acht tot elf jaar. Misschien wel net zo oud als jij!

Pieter wilde dat kinderen begrepen wat er stond. Dat zou later nog heel belangrijk worden.

Hij was doopsgezind. De doopsgezinden zijn een groep protestantse christenen. Ze dopen geen baby’s. Ze dopen alleen mensen die zelf zeggen dat ze in Jezus geloven.

Een verdrietig jaar

In 1848 stierf de vader van Pieter. In datzelfde jaar stierf ook zijn vrouw. Ze waren nog maar kort getrouwd.

Een jaar eerder hadden de doopsgezinden in Nederland een zendingsclub opgericht. Ze wilden iemand naar een ver land sturen om over Jezus te vertellen. Maar ze hadden nog niemand.

Na dat verdrietige jaar meldde Pieter zich aan. Hij werd de eerste zendeling die zij uitstuurden. Hij leerde eerst de Javaanse taal.

In 1851 trouwde hij opnieuw, met Wilhelmina Schmilau. Twee maanden later vertrokken ze. Op 15 november 1851 kwamen ze aan op Java. Ze zijn nooit meer teruggegaan naar Nederland.

Meester in plaats van zendeling

Java was toen een kolonie van Nederland. Een kolonie is een land waar een ander land de baas is. Het Nederlandse bestuur was bang voor onrust. Zendelingen hadden toestemming nodig. Voor onderwijzers waren er minder regels.

Daarom zocht Pieter eerst werk als leraar. Hij gaf les bij een rijke landeigenaar in de buurt van Jepara. Maar dat ging mis. Pieter wilde iets anders dan zijn baas. Volgens één bron wilde die baas het geloof gebruiken om zijn arbeiders rustig te houden. Pieter vertrok.

Op Java moesten boeren toen een deel van hun grond en werk geven aan het Nederlandse bestuur. Ze moesten dan bijvoorbeeld suiker en koffie verbouwen. Die gingen per schip naar Europa. Pieter zag van dichtbij wat dat met de Javanen deed.

Langzaam

Na die eerste doop groeide de kerk heel langzaam. In vier jaar kwamen er ongeveer zevenentwintig leden bij elkaar, met hun kinderen.

Waarom ging het zo langzaam? De streek was bijna helemaal islamitisch. En Pieter doopte alleen mensen die zelf tot geloof waren gekomen.

Wat zou jij doen als je hard werkt en er gebeurt bijna niets?

Pieter bleef. Hij gaf les en hij schreef.

In dezelfde tijd ontmoette hij een Javaanse leraar, Tunggul Wulung. Die vertelde ook over Jezus. Maar hun eerste ontmoeting ging slecht. Pieter vond dat Tunggul Wulung het geloof mengde met andere godsdiensten. Tunggul Wulung vond Pieter een trotse westerling. Ze gingen ieder hun eigen weg. De groepen van Tunggul Wulung groeiden sneller. Toch zijn de groepen van allebei nu een deel van dezelfde kerk.

Een stem uit Japara

Pieter hield zijn mond niet over wat hij zag. In 1863 schreef hij een boekje met een opvallende titel: De koloniën Nederland ten vloek of ten zegen? In 1870 kwam er nog een: Een stem uit Japara.

Hij vond dat Nederland het anders moest doen. Hij bedacht een plan. Javaanse christenen moesten eigen dorpen krijgen, op nieuwe grond. Daar konden ze zelf hun land bewerken. Niemand kon hen dan dwingen.

In 1881 werd Pieter te zwak om het werk te blijven doen. Zijn zoon nam het over. Een jaar later stichtte die zoon zo’n christelijk dorp, naar het idee van zijn vader. Het heette Margorejo.

Klinkt het als Javaans?

Pieter had nog een grote klus. Hij vertaalde de Bijbel in het Javaans.

Er bestond al een oudere vertaling. Die volgde de woorden heel precies, woord voor woord. Pieter wilde iets anders. Hij schreef dat het erom gaat dat mensen de gedachten leren kennen, niet de woorden.

In 1887 verhuisden Pieter en Wilhelmina naar de stad Solo. Daar werkte Pieter samen met een Javaanse geleerde, Djojo Soepono. Die las de vertaling hardop voor aan Javaanse luisteraars. Zo hoorden ze of het klonk als echt Javaans.

Wat een slimme manier om een vertaling te testen!

Eind 1888 was het Nieuwe Testament klaar. Later volgde het Oude Testament. In 1895 kwam de hele Bijbel uit, in vijftien delen. Veel mensen vonden zijn vertaling fijner dan de oude. Hij schreef ook Javaanse psalmen, op melodieën die Javanen kenden.

Voor al dat taalwerk werd Pieter door de Nederlandse regering geridderd.

Aan de voet van de berg

Pieter Jansz stierf op 6 juni 1904. Hij was 83 jaar. Ruim vijftig jaar had hij op Java gewoond. Wilhelmina stierf vijf jaar later. Ze liggen samen begraven op Java.

De kerk die met die vijf dopelingen begon, bestaat nog steeds. Volgens de kerk zelf heeft ze nu tussen de veertig- en vijfenveertigduizend leden.

Echt gebeurd?

Ja. Dat Pieter Jansz onderwijzer in Delft was, naar Java ging, op Pasen 1854 vijf Javanen doopte en de Bijbel in het Javaans vertaalde, staat in veel bronnen. Wat hij over zijn eerste baas en over het koloniale bestuur dacht, weten we uit zijn eigen dagboek en verslagen. De eerste ontmoeting met Tunggul Wulung staat maar in één artikel. Hoe de vijf dopelingen heetten, weet niemand meer.

Praat erover

  • Pieter liet de Bijbel hardop voorlezen om te horen of het als echt Javaans klonk. Waarom is het fijn om de Bijbel in je eigen taal te lezen?
  • Pieter en Tunggul Wulung wilden allebei over Jezus vertellen, maar ze konden niet samenwerken. Hoe kan dat, denk je?

Uit de Bijbel

Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. (Mattheüs 13:31)

Ga zelf kijken

Het graf van Pieter Jansz en zijn vrouw ligt in Kayu Apu, bij de stad Kudus op Java. Het ligt aan de voet van de berg Muria.