Drie schoten
Het is 8 oktober 1842, aan het eind van de dag. Een boot vaart over de rivier de Coppename, in Suriname. Dat is een land in Zuid-Amerika.
Dan klinken er drie schoten.
Op de oever begint een kerkklok te luiden. Mensen komen uit hun hutten naar het water. Ze zijn ziek, en ze wonen hier omdat ze nergens anders mogen wonen.
In de boot zit een jonge priester uit Nederland. Hij heet Petrus Donders, maar later noemt iedereen hem Peerke. Hij schreef in een brief dat hij zijn tranen niet kon tegenhouden toen hij die mensen zag.
Hoe kwam een arme jongen uit Tilburg hier terecht?
Een jongen achter het weefgetouw
Petrus werd geboren op 27 oktober 1809, in Tilburg. Zijn vader was wever. Een wever maakt stof van draad, op een groot houten apparaat: het weefgetouw. Het gezin was arm.
Petrus moest al jong meewerken. Eerst spon hij garen, later leerde hij zelf weven. Maar hij had een grote droom. Hij wilde priester worden.
Dat was niet makkelijk. Hij was arm, en hij was niet sterk. Toen hij 22 was, mocht hij naar een school voor priesters. Niet als leerling, maar als knecht. Hij hielp mee in het huis en mocht ondertussen leren.
Te oud
Petrus wilde graag in een klooster. Hij klopte aan bij de jezuïeten. Die zeiden: je bent te oud. Hij probeerde het bij twee andere kloosterorden. Ook daar kwam hij niet binnen.
Hoe zou jij je voelen als je drie keer nee hoort?
Petrus gaf niet op. Hij las in een blaadje verhalen over priesters die ver weg werkten, in andere landen. Daar wilde hij ook heen. In 1841 werd hij priester. Een jaar later stapte hij op een schip naar Suriname. Op 16 september 1842 kwam hij aan in Paramaribo, de hoofdstad.
Bij de slaven
Suriname was toen een kolonie van Nederland. Dat betekent dat Nederland er de baas was. Op grote boerderijen, plantages, werkten mensen die tot slaaf waren gemaakt. Ze waren niet vrij. Ze werden gekocht en verkocht. Ze moesten hard werken, en vaak kregen ze straf.
Peerke Donders werkte veertien jaar in Paramaribo. Hij voer met bootjes de rivieren af, langs de plantages. Hij bezocht vooral de slaven. Hij vertelde hun over Jezus en doopte mensen.
Wat hij zag, vond hij vreselijk. In 1846 schreef hij een lange brief naar Nederland. Hij klaagde over de harde straffen en over het te kleine beetje eten dat de slaven kregen. Hij schreef ook dat het geloof daar niet kon groeien zolang er slavernij was.
In 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. Toen was Peerke er nog steeds.
Batavia
In 1856 moest Peerke naar Batavia. Dat was de plek van de drie schoten en de kerkklok. Batavia was een oude plantage aan de rivier, waar mensen met lepra moesten wonen.
Lepra is een ziekte van de huid en de zenuwen. Je kunt er plekken van krijgen en je vingers of tenen kwijtraken. Mensen waren er toen heel bang voor. Daarom stuurde de regering de zieken weg, ver van de stad. Er waren bijna geen dokters. Nu kun je lepra genezen met medicijnen, maar die waren er toen nog niet.
Peerke ging er wonen. Ruim tien jaar was hij er de enige priester. Hij schreef later dat hij de enige gezonde was tussen al die zieken.
Wat deed hij? Hij verzorgde de zieken zelf, want er was nog geen verpleging. Hij vroeg de regering steeds weer om betere zorg. En hij hield kerkdiensten in het kerkje van planken.
Toch nog het klooster in
In 1866 kwamen er paters van een kloosterorde naar Suriname: de redemptoristen. Peerke vroeg of hij mocht meedoen. Weet je nog dat hij vroeger te oud was? Nu was hij 57. En nu mocht het wel.
Later ging hij ook op reis naar de inheemse volken in het binnenland. Dat zijn de volken die al in Suriname woonden voordat de Europeanen kwamen. Hij leerde hun talen.
Op 14 januari 1887 stierf Peerke Donders in Batavia, tussen de mensen voor wie hij al die jaren had gezorgd. Hij werd 77 jaar.
Een verrassing in 2017
Veel mensen dachten dat Peerke zelf ook lepra had gekregen. In 2017 onderzochten wetenschappers zijn botten. De uitslag: hij had geen lepra gehad.
In Tilburg staat een standbeeld van hem. Sommige mensen vinden dat beeld moeilijk, omdat het Peerke laat zien boven een geknielde zwarte man. Anderen wijzen erop dat Peerke zelf de slavernij juist verschrikkelijk vond. Wat vind jij als je het beeld ziet?
Echt gebeurd?
Ja. Dat Peerke Donders in Tilburg werd geboren, in Suriname bij de slaven en de lepralijders werkte en in 1887 in Batavia stierf, staat in veel bronnen. Over de drie schoten, de kerkklok en zijn tranen weten we omdat hij het zelf in een brief schreef. Dat hij de enige gezonde was tussen de zieken, schreef hij ook zelf. In 1982 werd hij door de paus zalig verklaard. Daarmee zegt de katholieke kerk dat hij een voorbeeld is voor gelovigen.
Praat erover
- Peerke hoorde drie keer nee, maar gaf niet op. Ken jij iets wat je heel graag wilt, ook als het moeilijk is?
- Mensen met lepra werden weggestuurd. Peerke ging juist naar ze toe. Wie zijn er nu mensen die vaak alleen staan?
Uit de Bijbel
Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht. (Mattheüs 25:36)
Ga zelf kijken
In Tilburg staat bij zijn geboortehuis een kapel ter ere van Peerke Donders, uit 1923. In het Wilhelminapark staat zijn standbeeld. Zijn graf is in Paramaribo, in Suriname.