Echt gebeurd!

Naar de andere kant van de wereld · verhaal 7

Margot Alt

Moesje met de wezen

Ongeveer 8 minuten voorlezen

Twee dagen na haar verjaardag

Het is 24 augustus 1943. Op het eiland Java is het oorlog. Het Japanse leger is er de baas.

Twee dagen geleden werd Margot Alt zestig jaar. Nu wordt ze gearresteerd door de Japanners. Ze krijgt zelfs de doodstraf. Waarom, dat weten we niet.

Maar het vonnis wordt niet uitgevoerd. Ze moet wel de gevangenis in. Waarom krijgt ze geen doodstraf meer? Omdat ze net zestig is geworden. Haar leeftijd redt haar leven.

Op Java noemen veel mensen haar Moesje. Ze heeft tientallen kinderen opgevangen die geen ouders hadden. Hoe werd een meisje uit Den Haag de moeder van zoveel kinderen?

Een huis vol kinderen zonder moeder

Margot werd geboren op 22 augustus 1883, in Den Haag. Haar vader was meubelmaker. Ze had een oudere broer, Bram.

Toen Margot drie was, gingen haar ouders uit elkaar. Ongeveer een half jaar later stierf haar moeder aan tuberculose. Dat is een zware ziekte van de longen.

Margot en Bram gingen wonen bij hun opa en oma. Daar woonden ook twee neefjes die hun moeder kwijt waren. Een huis vol kinderen zonder moeder.

Rond haar twaalfde besloot Margot dat ze zendeling wilde worden. Een zendeling gaat naar een ver land om over Jezus te vertellen. Toch geloofde ze toen zelf nog niet echt.

Margot kreeg zangles op een muziekschool in Den Haag. Maar ze mocht daar niet verder met de opleiding. Onthoud dat maar even.

Naar Indië

In 1903 vertrok Margot naar Nederlands-Indië. Dat was een kolonie van Nederland: een land waar Nederland de baas was. Nu heet het Indonesië. Margot ging mee met een gezin, om op de kinderen te passen.

Bijna meteen kreeg ze malaria. Dat is een ziekte met hoge koorts. Ze zou er haar hele leven last van houden.

In 1906 ging ze naar Lawang, een plaats in de bergen. Daar werd ze verpleegster in een ziekenhuis voor mensen met psychische ziektes.

In die jaren deed geloof haar weinig. Ze vertelde later dat ze via haar broer in aanraking kwam met spiritisme. Dat is proberen contact te maken met de geesten van mensen die dood zijn.

De nacht dat ze weer knielde

Rond 1908 ging het mis. Margot werd heel bang. Ze dacht dat ze gek zou worden. Ze kon niet meer eten en niet meer slapen.

Later schreef ze zelf op wat er toen gebeurde. Ze zag alles wat ze fout had gedaan voorbijkomen, als in een film. Ze knielde, voor het eerst in jaren. Ze bad heel lang. Toen viel ze in slaap. Toen ze wakker werd, wist ze dat Jezus haar had vergeven.

Daarna stopte ze met het spiritisme. Ze koos een motto voor haar leven: “Jezus alleen”.

Heb jij weleens een nacht gehad waarin je niet meer verder wist? Wat hielp jou toen?

Margot was verloofd met haar jeugdliefde. Maar hij deelde haar geloof niet. In 1910 maakte ze het uit. Ze is nooit getrouwd. In maart 1910 liet ze zich dopen.

Moesje

Margot ging werken in een dorp voor arme Javanen die nergens anders terecht konden. In 1912 nam ze haar eerste pleegdochter in huis: Annie, een meisje van drie.

In 1914 kreeg ze een eigen plek: Gambang Waloeh. Het was een verlaten koffieplantage. Een plantage is een grote boerderij voor één soort gewas. De mensen in de omgeving waren bijna allemaal moslim.

Margot vertelde daar over Jezus. Ze begon een kerk en een school. Ze nam wezen in huis. Ook mensen met een verstandelijke beperking ving ze op, als er voor hen nergens anders plaats was. Soms zorgde ze voor wel dertig kinderen tegelijk! Ze kreeg een tweede pleegdochter, Dora. Die noemde ze Zusje.

Zelf kreeg Margot daar een bijnaam: Moes, of Moesje.

Nederland was toen de baas op Java. Een Nederlandse vrouw die zo’n plek leidde, had daardoor macht, ook al woonde ze tussen arme mensen. Wat de Javanen zelf van haar vonden, weten we niet. Hun stemmen zijn niet bewaard.

Liedjes voor een hele beweging

In 1921 kwamen er pinksterzendelingen naar Indië. Pinkstergelovigen vinden het heel belangrijk dat de Heilige Geest kracht geeft. Soms gaan mensen dan bidden in een taal die ze niet hebben geleerd.

In 1926 beleefde Margot dat zelf. Later vertelde ze dat ze sprak en zong in klanken die ze niet kende. Ze riep haar “gezin” bij elkaar: zesenveertig kinderen! Ze vertelde wat er gebeurd was. Daarna beleefden veel mensen in Gambang Waloeh hetzelfde.

Margot werd evangelist. Ze reisde rond om te preken. Ze maakte een tijdschrift, en een dagboekje met een Bijbeltekst voor elke dag. In 1930 kwam haar liedbundel uit: Glorieklokken. Het werd de bundel waaruit pinkstergemeenten in Nederland zongen.

Weet je nog? Het meisje dat niet verder mocht op de muziekschool, bepaalde nu wat een hele beweging zong.

Van 1932 tot 1936 leidde ze een kerk in de stad Kediri. Ze woonde er met haar wezen. Maar in 1934 brak ze met haar kerkgenootschap. Een belangrijke reden was dat sommige leiders het moeilijk vonden dat een vrouw de leiding had.

Toen begon Margot met anderen een eigen zendingsclub. Zij werd de voorzitter. Rond 1940 hoorden er ongeveer zestig kerken bij.

Het vonnis

In 1942 viel Japan Nederlands-Indië binnen. In 1943 werd Margot gearresteerd en kreeg ze de doodstraf, die niet werd uitgevoerd. Ze moest naar Japanse kampen voor vrouwen. In de gevangenschap schreef ze haar levensverhaal.

In 1945 was de Japanse oorlog voorbij. Maar Indonesië wilde nu zelf de baas zijn, en Nederland wilde het land terug. Er was nieuwe strijd. Margot bleef in kampen tot juni 1947.

Opnieuw beginnen

In 1951 ging Margot naar Nieuw-Guinea, een groot eiland dat nog bij Nederland hoorde. Ze werd dat jaar 68. Toch begon ze helemaal opnieuw, bij de stad Manokwari. De kerk daar groeide tot een paar honderd mensen.

In 1961 moest ze weg, door spanning tussen Nederland en Indonesië over het eiland. Op 23 oktober 1961 kwam ze terug in Nederland. Ze was achtenvijftig jaar weggeweest!

Ze ging in Arnhem wonen en preekte nog in kerken. Op 22 maart 1962 stierf ze onverwacht. Ze was 78 jaar.

Op haar grafsteen staan maar twee woorden. Het zijn dezelfde woorden die ze als jonge verpleegster koos: “Jezus alleen”.

In 2016 ging er in Gambang Waloeh een museum open met haar naam.

Echt gebeurd?

Ja. Dat Margot Alt wezen opving op Java, Glorieklokken maakte, in 1943 een doodvonnis kreeg dat niet werd uitgevoerd en in 1962 in Arnhem stierf, is zeker. Veel van wat we weten komt wel van één onderzoeker, die haar papieren heeft bestudeerd. Wat er in de nacht van haar bekering gebeurde en wat ze in 1926 beleefde, weten we alleen omdat ze het zelf vertelde. Waarom de Japanners haar arresteerden, weet niemand meer.

Praat erover

  • Margot verloor als kind haar moeder. Later werd ze zelf een soort moeder voor heel veel kinderen. Wat vind je daarvan?
  • Margot begon op haar 68e nog helemaal opnieuw. Ben je ooit te oud om iets nieuws te beginnen?

Uit de Bijbel

Vader van de wezen en Rechter van de weduwen: dát is God in Zijn heilige woning. (Psalm 68:6)

Ga zelf kijken

In Gambang Waloeh, op het eiland Java in Indonesië, staat sinds 2016 een museum dat haar naam draagt.