Echt gebeurd!

Naar de andere kant van de wereld · verhaal 2

Antonius Hambroek

de dominee die terugging

Ongeveer 7 minuten voorlezen

Twee dochters om zijn hals

Het is eind mei 1661. In Fort Zeelandia, op het eiland Formosa, neemt een dominee afscheid van zijn twee dochters. Ze zijn allebei getrouwd. Ze hangen om zijn hals en huilen. Ze smeken hem om te blijven.

Dat staat in het dagboek dat de Nederlanders in het fort bijhielden.

De dominee heet Antonius Hambroek. Buiten het fort ligt een groot Chinees leger. Daar zitten zijn vrouw en twee andere kinderen gevangen. De legeraanvoerder heeft gezegd dat hij Hambroek zal doden als het antwoord hem niet bevalt. En het antwoord van het fort is nee.

Toch gaat hij terug. Hoe kwam een dorpsdominee uit Holland in zo’n moeilijke situatie?

Een dominee in Schipluiden

Antonius werd rond 1606 geboren in Rotterdam. Hoe oud hij precies was, weten we niet. Ook zijn naam werd op allerlei manieren geschreven: Hambroek, Hambroeck, Hambrouck.

Hij studeerde in Leiden voor dominee. In 1632 werd hij dominee in Schipluiden. Dat is een klein dorp tussen Den Haag en Rotterdam. Hij bleef er vijftien jaar. Hij trouwde en kreeg kinderen. Of het er drie of vier waren, weten we niet zeker. Hun namen zijn niet bewaard.

Eén keer ging hij een paar maanden van huis. Hij voer mee met de oorlogsvloot van admiraal Tromp, als dominee aan boord. De vloot jaagde op zeerovers. Daarna kwam hij weer gewoon terug naar Schipluiden.

Naar de andere kant van de wereld

In 1647 was Hambroek ongeveer veertig. Hij had een kerk, een huis en een gezin. Toch vertrok hij dat jaar naar Azië. De kerk stuurde hem, en de VOC betaalde.

De VOC was een groot Nederlands handelsbedrijf. Het had schepen, soldaten en forten. De dominees in Azië kregen hun loon van de VOC. Zij bepaalde ook waar ze moesten werken.

Waarom ging Hambroek zo ver weg? Dat heeft hij nergens opgeschreven. De reis duurde bijna een jaar. In 1648 kwam hij op Formosa. Dat eiland heet nu Taiwan.

Dertien jaar in Mattau

Hambroek werd dominee in Mattau. Dat was een dorp van de Siraya, het volk dat daar al lang woonde. Dertien jaar eerder waren soldaten van de VOC naar Mattau gegaan en hadden het dorp in brand gestoken. Nu kwam er een dominee wonen. Wat de mensen van Mattau van hem vonden, weten we niet. Niemand uit het dorp heeft over hem geschreven.

Hambroek was geen sterke man. In 1655 schreef het bestuur op het eiland dat hij heel zwak en vaak ziek was. Toch bleef hij nog zes jaar.

In 1657 begon er een school om mannen van het eiland op te leiden tot schoolmeester. Hambroek moest erop letten dat het goed ging. Zo konden de Siraya hun eigen volk lesgeven. Hij werkte in een taal die niet de zijne was.

In 1659 trouwden twee van zijn dochters op het eiland, met Nederlandse mannen. Die twee dochters woonden later in of vlak bij Fort Zeelandia.

Het leger van Koxinga

In China was toen een nieuwe keizer aan de macht. Een legeraanvoerder, Koxinga, bleef trouw aan de oude keizersfamilie. Hij had een eigen leger en een eigen vloot.

In april 1661 kwam Koxinga met zijn leger naar Formosa. Zijn mannen namen ongeveer vijfhonderd Nederlanders gevangen. Hambroek vluchtte, maar het lukte niet. Hij werd gevangen genomen, samen met zijn vrouw, zijn zoon en een dochter.

De twee getrouwde dochters zaten in Fort Zeelandia. Het leger van Koxinga lag om het fort heen.

Een brief en een keuze

Koxinga stuurde Hambroek met een brief naar het fort. In de brief stond: geef je over en ga weg van het eiland. Zijn vrouw en kinderen moesten achterblijven bij Koxinga.

Binnen het fort deed Hambroek iets heel moedigs. Hij raadde de baas van het fort aan om vol te houden en zich niet over te geven. Zo staat het in een oud boek over zijn leven. De Nederlanders zeiden nee tegen Koxinga.

Toen kwam het afscheid. Zijn dochters smeekten hem te blijven. In het fort was hij voorlopig veilig. Maar hij ging terug, met het antwoord nee.

Waarom? Hambroek heeft het zelf niet opgeschreven. Latere schrijvers denken dat hij zijn woord had gegeven. En dat hij bang was dat Koxinga anders zijn vrouw en kinderen zou straffen.

Wat zou jij doen, met je kinderen aan je hals en je vrouw aan de andere kant van de muur?

Twee kanten

Terug bij Koxinga werd Hambroek weer opgesloten. Later in 1661 werd hij gedood, samen met andere gevangenen. Ook zijn zoon werd gedood. Op welke dag het gebeurde, weet niemand zeker.

Het fort hield het ongeveer negen maanden vol. In februari 1662 gaven de Nederlanders zich over. Ze mochten vertrekken.

In Nederland werd Hambroek later een held. Een schrijver maakte er een toneelstuk over en een schilder maakte een groot schilderij van het afscheid. In Taiwan is Koxinga juist de held. Daar leren kinderen dat hij het eiland terugpakte van de Europeanen. En de Siraya, die er al woonden? Over hen werd in allebei de verhalen weinig verteld.

Een plein in Schipluiden

In de oude kerk van Schipluiden staat nog dezelfde preekstoel waarop Hambroek vijftien jaar preekte. In 2018 kwam er bij de kerk een gedenkteken voor hem. Daarop staat een tekst uit het evangelie van Mattheüs. Die staat er in oud Nederlands en in het Siraya, de taal van Mattau. Het plein voor de kerk heet sindsdien het Hambrouckplein.

Echt gebeurd?

Ja. Dat Hambroek dominee was in Schipluiden en in Mattau, met een brief naar Fort Zeelandia werd gestuurd, de Nederlanders aanraadde vol te houden en toch terugging, staat in meerdere bronnen. Dat hij in 1661 werd gedood, is ook zeker, maar de precieze dag niet. Over het afscheid van zijn dochters weten we iets uit het dagboek van het fort. Waarom hij terugging, heeft hij zelf nooit verteld. Het toneelstuk en het schilderij van later zijn kunst: daarin staan ook dingen die niet echt zo gebeurd zijn.

Praat erover

  • Hambroek had in het fort kunnen blijven. Waarom ging hij toch terug, denk je?
  • In Nederland is Hambroek de held, in Taiwan is Koxinga de held. Hoe kan dat?

Uit de Bijbel

Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden. (Johannes 15:13)

Ga zelf kijken

Bij de oude kerk van Schipluiden ligt het Hambrouckplein met het gedenkteken. In de Laurenskerk in Rotterdam, de stad waar hij geboren werd, hangen twee grote muurschilderingen over zijn verhaal. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft het schilderij van het afscheid, gemaakt in 1810.