Een kerk op een heuvel
In het noorden van Groningen ligt het dorp Ulrum. Het is gebouwd op twee wierden. Een wierde is een heuvel waarop mensen vroeger hun huizen bouwden. Op een van die heuvels staat een oude kerk met een dikke toren. Er staat een muur omheen, rond het oude kerkhof.
Naast de kerk staat een groot wit huis met vier schoorstenen. Dat is de pastorie, het huis van de dominee. De straat heet de H. de Cockstraat. Die naam is niet zomaar gekozen.
Want in dit stille dorp gebeurde in 1834 iets wat de kerken in heel Nederland veranderde. Het begon met een kerk die op slot ging.
De deur op slot
Het is zondag 12 oktober 1834. De kerk van Ulrum zit vol mensen. Er is een gast in het dorp: dominee Hendrik Scholte uit Brabant.
Maar er is een andere dominee aangewezen om te preken. Scholte vraagt of hij het mag doen. Die andere dominee zegt nee.
Dan roept een vrouw iets door de kerk. Zij heet Frouwe, en ze is de vrouw van de eigen dominee van Ulrum. Volgens een historica riep ze: “Hier is het tijd, hier moet het gebeuren!”
Daarna doet de man die over het kerkgebouw gaat de kerk op slot. ’s Middags preekt Scholte dan maar buiten, in het weiland bij de pastorie. Hij staat op een boerenkar.
Wat was er aan de hand? Daarvoor gaan we een paar jaar terug.
Een dominee die anders ging preken
In 1829 kwam er een jonge dominee in de witte pastorie wonen. Hij heette Hendrik de Cock.
In het begin preekte hij vrijer dan veel mensen in zijn dorp gewend waren. Hij had het vooral over goed leven en over je verstand gebruiken. Maar er woonden in Ulrum mensen die de oude leer van de kerk goed kenden. Volgens een oud verhaal sprak een boer hem daarover aan. Hij zei ongeveer: als ik zelf ook maar één zucht aan mijn redding moet bijdragen, ben ik verloren. Hij bedoelde dat alleen God kan redden.
De Cock ging anders preken. Hij ging terug naar de oude leer van de kerk. De kerk liep vol, ook met mensen uit andere dorpen. Ouders kwamen hun kinderen bij hem laten dopen, omdat ze hun eigen dominee niet vertrouwden. Dat mocht niet volgens de regels van de kerk. Ook schreef hij een boekje tegen twee andere dominees.
Toen greep het kerkbestuur in. In december 1833 werd De Cock geschorst. Dat betekent: hij mocht niet meer preken in zijn eigen kerk.
Twee kanten
Waarom was er zoveel ruzie? Bijna iedereen in Nederland hoorde toen bij dezelfde grote kerk, de Hervormde Kerk. Daar werd verschillend gedacht over wat je moest geloven.
De Cock en zijn mensen vonden dat de kerk de oude leer had losgelaten. Die leer was op papier gezet in oude boekjes van de kerk, de belijdenis. Zij wilden daar weer naar terug.
Het kerkbestuur vond dat De Cock zich aan de regels moest houden. Hij had kinderen van andere gemeenten gedoopt en collega’s aangevallen. Dus moest hij stoppen.
Ook in Ulrum zelf waren niet alle mensen het met De Cock eens. Een boer en schrijver uit het dorp, Marten Douwes Teenstra, schreef er fel tegen. Hij schreef ook tegen de slavernij.
Zo kwamen buren tegenover elkaar te staan. Ze bleven elkaar wel elke dag op straat tegenkomen.
Een papier in de kuiperij
Begin oktober 1834 sprak De Cock nog één keer met het kerkbestuur in Groningen. Ze kwamen er niet uit. Een paar dagen later stierf zijn dochtertje Jantje. Ze was drie jaar oud. Ze werd begraven aan de voet van de kerkmuur, onder de preekstoel.
Toen kwam die zondag met de deur op slot.
De volgende dag schreef De Cock een tekst. Die heette de Acte van Afscheiding of Wederkeer. Afscheiding betekent: je gaat ergens uit weg. Wederkeer betekent: je keert terug. Zo zagen de schrijvers het zelf. Ze vonden dat ze teruggingen naar de kerk van vroeger.
In de tekst stond dat de Hervormde Kerk volgens hen niet meer de ware kerk was. Daarom stapten ze eruit. Wel stond erbij: totdat de kerk terugkeert. De deur bleef dus op een kier.
Op dinsdag 14 oktober lag het papier klaar in een herberg. Het was een kuiperij, een werkplaats waar tonnen en vaten werden gemaakt. Daar zetten 137 mannen en vrouwen hun naam eronder.
Wat zou jij gedaan hebben? Je woont in een dorp waar iedereen elkaar kent. Een deel van je buren tekent wel, een ander deel niet.
Soldaten aan tafel
De zondag daarop kwam er een andere dominee preken. Volgens een verhaal liepen er zeven veldwachters met hem mee. Een veldwachter is een soort dorpsagent. De Cock las de Acte voor vanaf een bank in de kerk. Er werd geroepen en gescholden.
Daarna stuurde de baas van de provincie soldaten. Op 25 oktober 1834 marcheerden er ruim honderd soldaten Ulrum binnen. Ze moesten de orde bewaren. Ze gingen vooral wonen bij de gezinnen die getekend hadden. Die gezinnen moesten de soldaten een bed en eten geven. Of ze wilden of niet.
In de pastorie kwamen er twaalf. Twaalf soldaten aan tafel! De boeken en papieren van De Cock werden meegenomen. Pas na ongeveer een half jaar gingen de soldaten weer weg.
De gemeente kwam nu samen waar het kon. In schuren, op een boerderij of buiten in het veld. Maar ook dat was strafbaar. Er was een oude wet: je mocht niet met meer dan twintig mensen samenkomen zonder toestemming. De dominee kreeg dan een boete, en de eigenaar van de schuur vaak ook.
De Cock kreeg zelfs drie maanden cel. Zijn vrouw en kinderen moesten de pastorie uit.
Wat er daarna gebeurde
In veel andere dorpen in Nederland gebeurde hetzelfde. Binnen vijf jaar waren er ruim honderdvijftig afgescheiden gemeenten. Pas na 1840 kregen ze toestemming van de koning. In 1848 kwam er godsdienstvrijheid voor iedereen.
Sommige mensen gingen weg naar Amerika. Ook Scholte, de dominee van de boerenkar. Met bijna achthonderd mensen stichtte hij in 1847 een stad in Amerika. Die heet Pella. Op het zegel van die stad staat: in God is onze hoop en onze toevlucht.
De kerk staat er nog
De herberg waar 137 mensen tekenden, is allang afgebroken. Maar de oude kerk op de heuvel staat er nog. In die kerk wordt nu de geschiedenis van 1834 verteld. Juist in de kerk die de afgescheidenen toen verlieten.
Ulrum had in 1834 één kerk. Nu zijn het er meer. En soms speelt het hele dorp het jaar 1834 na, met oude rijtuigen en toneel op straat. Dan lopen er weer soldaten door het dorp. Maar dit keer zijn het gewoon dorpsgenoten in uniform.
Loop je over het kerkhof, kijk dan naar de kerkmuur. Daar, onder de preekstoel, werd in 1834 een meisje van drie begraven. De herberg is weg. De kerkmuur staat er nog.
Echt gebeurd?
Ja. Dat de kerk op slot ging, dat Scholte op een boerenkar preekte, dat mensen in de herberg tekenden en dat er soldaten kwamen, staat in veel bronnen. Hoeveel mensen precies tekenden, is niet zeker: de ene bron zegt 137, een andere 144. Het verhaal over de boer en de veldwachters komt uit één bron of uit wat mensen elkaar later vertelden. Dat Jantje onder de preekstoel werd begraven, weten we uit één onderzoek. Of de Hervormde Kerk toen echt niet meer de ware kerk was, daar denken christenen verschillend over.
Praat erover
- Buren kwamen tegenover elkaar te staan, maar zagen elkaar elke dag. Hoe ga jij om met iemand met wie je het oneens bent?
- De mensen uit Ulrum tekenden, ook al kostte het hun veel. Waarom zouden ze dat gedaan hebben?
Uit de Bijbel
God is ons een toevlucht en kracht; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden. (Psalm 46:2)
Ga zelf kijken
De oude Hervormde kerk staat aan de H. de Cockstraat 5 in Ulrum, op de heuvel met de muur rond het kerkhof. Binnen zie je de preekstoel uit 1745 en een orgel uit 1806. Kijk op de website van de Stichting Oude Groninger Kerken wanneer je naar binnen kunt. Naast de kerk staat de witte pastorie, waar De Cock woonde. Stichting Ulrum 1834 heeft een wandelroute door het dorp langs plekken uit die tijd.