Een gewoon huis aan de gracht
In het oude centrum van Amsterdam staat een smal grachtenhuis. Het heeft een puntgevel en een houten winkelpui, net als veel huizen in de straat. Er zit geen toren op. Wie langsloopt, ziet niets bijzonders.
Maar ga je naar binnen, dan klim je smalle trappen op. Je komt langs een kamer met een bedstee in de muur. Een bedstee is een bed in een kast, met deurtjes ervoor. Je komt langs een keuken. En dan gaan de trappen nog verder omhoog.
Helemaal bovenin, op zolder, staat ineens een kerk. Met banken, een orgel en een altaar met twee engeltjes. Er is plaats voor ongeveer honderdvijftig mensen.
Hoe komt een kerk nou op een zolder terecht? Daarvoor gaan we terug naar een ochtend in mei, heel lang geleden.
In schuitjes de stad uit
Het is 26 mei 1578, vroeg in de ochtend. Op het stadhuis van Amsterdam worden de katholieke burgemeesters afgezet. Ze worden samen met een paar priesters en veel monniken in schuitjes gezet. Zo varen ze de stad uit.
Volgens de verhalen vielen er die dag geen doden. Maar voor de katholieken in de stad veranderde alles.
Hun grote kerk was gewijd aan Sint Nicolaas. Dat is de heilige die de beschermer van de stad was. Die kerk ging nu naar de protestanten. Vanaf toen heette ze de Oude Kerk. In andere kerken werden de beelden en altaren weggehaald.
In 1580 kwam er een verbod. Katholieke kerkdiensten waren niet meer toegestaan. Je mocht in je hart nog wel katholiek zijn. Maar je mocht het niet samen vieren.
Verboden, maar toch
Wat doe je als je kerk wordt afgepakt? De katholieken in Amsterdam bleven gewoon samenkomen. In huiskamers, in werkplaatsen en in pakhuizen.
Het stadsbestuur wist dat best. Vaak lieten ze het gebeuren, als je het vanaf de straat maar niet kon zien. Daar hebben we in Nederland een woord voor: gedogen. Iets is verboden, maar de overheid doet er niets tegen.
Zo’n kerk wordt vaak een schuilkerk genoemd. Toch was ze niet echt geheim. Iedereen in de buurt wist waar de katholieken op zondag naartoe gingen. De regel was alleen: je mag het van buiten niet zien. Een toren was dus echt uitgesloten.
En het waren er veel! In 1656 telde iemand tweeënzestig huizen waar katholieken geregeld bij elkaar kwamen.
Helemaal veilig was het niet. Op een katholieke feestdag in 1641 viel de schout binnen bij twee missen. De schout was een soort hoofd van de politie. Er waren meer dan vijfhonderd mensen. De boetes waren samen 6200 gulden. Dat was heel veel geld.
Een bakkersjongen wordt rijk
Nu komt Jan Hartman in het verhaal. Hij kwam uit een stadje in Duitsland. In Amsterdam begon hij als bakkersgezel, een jonge knecht bij een bakker. Hij werkte zich op en werd een rijke koopman.
Hartman was katholiek. Hij mocht in Amsterdam geld verdienen en een huis kopen. Maar zijn kerk mocht geen gebouw aan de straat hebben.
Op 10 mei 1661 kocht hij het huis aan de gracht. Er hoorden ook twee huisjes achter bij, aan een steegje. Hij betaalde er zestienduizend gulden voor.
Toen liet hij iets bijzonders doen. Hij liet de zolders van de drie huizen met elkaar verbinden. Zo ontstond er boven één grote ruimte. Groot genoeg voor een kerk! In 1663 werd de kerk in gebruik genomen.
Wie naar de kerk ging, liep door het steegje naar binnen en dan de trap op. Onderweg hangt nog steeds een wijwaterbakje aan de muur. Katholieken dopen daar hun vingers in als ze een kerk binnengaan.
Het Hart
De kerk kreeg een naam: Het Hart, naar Jan Hartman. Ze werd gewijd aan Sint Nicolaas. Weet je nog? Dat was dezelfde heilige als van de grote kerk die de katholieken in 1578 kwijt waren geraakt.
De eerste priester heette Petrus Parmentier. Hij kwam uit Gent, in België. Er waren ook twee vrouwen die hielpen: Maria van Eck en Margaretha van Loon. Ze waren klopjes. Zo noemde men vrouwen die niet trouwden en hun leven aan de kerk gaven. Ze woonden niet in een klooster. Klopjes deden het huishouden, zongen in het koor en gaven les over het geloof. Van deze twee vrouwen weten we verder alleen hun namen.
Jan Hartman zag zijn kerk maar een paar jaar. In 1668 werd hij begraven, in de Oude Kerk. De man die een nieuwe Sint-Nicolaaskerk bouwde, ligt dus in de oude Sint-Nicolaaskerk. Hij liet wel veel schulden achter. Zijn familie moest de huizen verkopen.
Ruim tweehonderd jaar op zolder
Toch bleef de kerk op zolder in gebruik. In 1716 kwam er een groot schilderij boven het altaar. Het laat zien hoe Jezus gedoopt wordt in de rivier de Jordaan. In 1794 kreeg de kerk het orgel dat er nog steeds staat.
Stel je voor dat je elke zondag naar een zolder klimt om naar de kerk te gaan. Hoe zou jij dat vinden?
Pas na 1795 mochten alle geloven openlijk een kerk bouwen. Maar het duurde nog lang voordat het ook gebeurde. In 1887 was er eindelijk een grote nieuwe kerk, vlak bij het station. De mensen van Het Hart verhuisden van de zolder naar een kerk aan de straat.
Het oude huis dreigde te worden afgebroken. Maar een katholieke vereniging kocht het. Op 28 april 1888 ging het open als museum. Het huis heet nu Ons’ Lieve Heer op Solder. Die naam kreeg de zolderkerk pas in de negentiende eeuw.
Nog steeds op zolder
Het huis is nu een museum. Maar soms is het ook weer even een kerk. Sinds 1951 wordt er weer elke maand een mis gehouden op de zolder.
Ga je er naar boven, kijk dan goed naar de twee gemarmerde zuilen naast het altaar. In de linker zuil zit een preekstoel verstopt die je kunt uitklappen. Als niemand hem gebruikte, verdween hij gewoon in de zuil.
En als je weer buiten op de gracht staat, kijk dan nog eens omhoog. Van een kerk zie je helemaal niets.
Echt gebeurd?
Ja. Dat Jan Hartman het huis in 1661 kocht, de zolders liet verbinden en dat hier van 1663 tot 1887 een kerk was, staat in veel bronnen. Ook het museum van 1888 is zeker. De inval van 1641 en de lijst van tweeënzestig huizen komen uit één onderzoek. De namen van Maria van Eck en Margaretha van Loon weten we van het museum. Dat er in 1578 geen doden vielen, staat maar in één beschrijving.
Praat erover
- De katholieken mochten samenkomen, als niemand het van de straat kon zien. Vind jij dat eerlijk?
- Wat heb je nodig om samen met anderen te bidden of te zingen voor God?
Uit de Bijbel
Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden. (Mattheüs 18:20)
Ga zelf kijken
Museum Ons’ Lieve Heer op Solder staat aan de Oudezijds Voorburgwal 38-40 in Amsterdam, ongeveer vijf minuten lopen van het Centraal Station. Je komt binnen via het nieuwe gebouw naast het grachtenhuis. Je ziet de bedstee, de keukens, de smalle trappen en bovenin de zolderkerk met de uitklapbare preekstoel. Er is ook een audiotour voor kinderen. In de buurt staat de Oude Kerk, waar Jan Hartman begraven ligt.