Echt gebeurd!

Stenen die vertellen · verhaal 6

Leiden

de dominee die achterbleef

Ongeveer 8 minuten voorlezen

Een poortje in een steegje

In Leiden, vlak achter de grote Pieterskerk, ligt een smal steegje. Het heet de Kloksteeg. Daar staat een stenen poort met een deur. Als je die openduwt, kom je op een stil pleintje met twaalf lage huisjes. Het heet het Hof van Jean Pesijn.

Tegen de muur van de poort zit een zonnewijzer. Dat is een klok die werkt met de schaduw van de zon. Er staat een jaartal op: 1683.

Maar dit verhaal begint eerder. Op deze plek stonden ooit andere huisjes. Ze waren kleiner en armer, en je hoorde er overal Engels. Hier woonde een dominee die John Robinson heette.

Op de kade

Het is de zomer van 1620. In Delfshaven, een haven bij Delft, ligt een klein schip klaar. Het heet de Speedwell. Een groep Engelse mensen gaat aan boord. Ze gaan heel ver weg, naar Amerika.

Hun vrienden uit Leiden zijn meegekomen om afscheid te nemen. De nacht ervoor hebben ze weinig geslapen. Ze hebben gepraat over hun geloof.

Dan is het tijd en de dominee, John Robinson, valt op zijn knieën. Iedereen knielt met hem mee. Hij bidt voor de mensen die vertrekken, met tranen op zijn wangen. Zo schreef een van hen het later op. Zijn naam was William Bradford.

Robinson zelf gaat niet mee. Hij blijft in Leiden. Waarom? En hoe kwamen al die Engelsen eigenlijk in Leiden terecht? Daarvoor gaan we terug in de tijd.

Weg uit Engeland

Rond het jaar 1600 had Engeland één kerk van de staat. Wie daar niet bij wilde horen, kon zijn werk kwijtraken of in de gevangenis komen.

Een groep mensen uit het dorpje Scrooby wilde toch een eigen gemeente. Ze vonden dat de kerk van de staat te veel leek op de oude katholieke kerk. Ze wilden zelf hun voorgangers kiezen. John Robinson was een van hun dominees.

In 1607 probeerden ze naar Holland te vluchten, maar ze werden verraden. Robinson kwam in de cel. Een jaar later lukte het wel. Eerst woonden ze in Amsterdam, maar daar ging het niet goed.

In 1609 vroegen ze aan het stadsbestuur van Leiden of ze daar mochten wonen. Het waren ongeveer honderd mensen. Het antwoord kwam op 12 februari 1609 en staat nog in het archief. De stad zou “geen eerlicke persoonen weygeren”. Dat betekent: eerlijke mensen zijn welkom.

Een stad vol vluchtelingen

Dat paste goed bij Leiden. In 1574 was de stad lang ingesloten geweest door Spaanse soldaten. Daarna kwamen er duizenden vluchtelingen wonen. Veel van hen maakten stof van wol. Leiden was een stad vol wevers.

Ook de Engelsen gingen aan het werk. Ze werden wever, drukker, hoedenmaker of verkochten tabak. Rijk werd bijna niemand. Bradford noemde Leiden later een mooie en schone stad.

De groep kocht grond vlak bij de Pieterskerk. Daar werden kleine huisjes gebouwd voor de armere gezinnen. Volgens de bronnen waren het er eenentwintig. De mensen in Leiden noemden het de Engelse Poort. Robinson woonde er ook.

Met de Pieterskerk hadden ze een lastige band. Volgens een krantenartikel hielden ze niet van het orgel en van de klokken. Toch begroeven ze hun doden in die kerk. Ze hadden geen eigen kerk met een begraafplaats.

Een dominee in de schoolbanken

In 1615 schreef Robinson zich in bij de universiteit van Leiden. Een universiteit is een school voor volwassenen die verder willen leren. Hij kreeg er een paar extraatjes bij, zoals een flinke hoeveelheid vrij bier en wijn! Maar hij kwam vooral voor de lessen.

Hij was niet de enige die leerde. Samuel Fuller kwam als wever naar Leiden. Elf jaar later vertrok hij als dokter.

Een andere man, William Brewster, begon in 1617 een drukkerij. Hij drukte boeken die in Engeland verboden waren. Dat bleef niet geheim. De Engelse ambassadeur greep in. Een man die meebetaalde, werd gevangengezet. De drukkerij werd in beslag genomen.

Waarom ze weggingen

De groep merkte: Leiden was ruim, maar niet onbeperkt. Er waren nog meer zorgen. Het werk was zwaar en de mensen bleven arm, en ook de kinderen hadden het zwaar.

Robinson maakte zich ook zorgen om iets anders. De kinderen werden steeds Hollandser en steeds minder Engels. Wat zou jij ervan vinden als je eigen taal langzaam verdween?

Er dreigde ook een nieuwe oorlog met Spanje. Daarom besloten ze: een deel van de gemeente gaat vooruit naar Amerika. De rest volgt later. Ook Robinson zou later komen.

Zo kwamen ze in 1620 op de kade in Delfshaven. Bradford schreef dat ze wisten dat ze pelgrims waren. Een pelgrim is iemand die op reis is naar een heilige plek. Zij keken naar de hemel, het land waar ze het meest naar verlangden. Daarom noemen we hen nu de Pilgrims.

Een lekkend schip

De reis begon slecht. De Speedwell lekte zo erg dat hij moest achterblijven in Engeland. In september 1620 vertrok de Mayflower alleen. Er zaten 102 mensen aan boord. De tocht over de oceaan duurde 66 dagen.

Meer dan de helft van de groep bleef in Leiden. Zij wachtten op een seintje om te komen. In de jaren daarna voeren er nog meer schepen.

Maar Robinson kwam nooit. Hij bleef de dominee van de mensen in Leiden. Hij schreef brieven naar Amerika. In 1623 hoorde hij dat de mensen daar zeven indianen hadden gedood. Hij schreef dat hij dat afkeurde, ook al zat hij aan de andere kant van de oceaan.

In 1625 stierf John Robinson in zijn kleine huis in Leiden. Hij werd begraven in de Pieterskerk. In dezelfde kerk ligt ook een professor met wie hij het grondig oneens was. Ze liggen nu onder één dak.

Dezelfde plek, nu

Van de eenentwintig Engelse huisjes is niets meer over. Het hofje met de zonnewijzer kwam later, in 1683. Maar het is wel dezelfde plek.

In de Pieterskerk hangt een stenen gedenkplaat voor Robinson uit 1928. Die kregen ze van Amerikanen die afstammen van de Pilgrims. In 1989 hield zelfs de Amerikaanse president George Bush er een toespraak. En in het oude kostershuis van de kerk zit nu een klein museum over de Pilgrims. Recht tegenover het hofje waar Robinson woonde.

Sta je op het pleintje, dan ligt achter je de kerk met zijn graf. En boven de poort schuift de schaduw van de zonnewijzer langzaam over de muur.

Echt gebeurd?

Ja. Dat de Pilgrims in 1609 naar Leiden kwamen, in 1620 vertrokken en dat Robinson in 1625 in Leiden stierf, staat in veel bronnen. Het knielende gebed op de kade en de woorden over pelgrims weten we alleen uit wat William Bradford later opschreef. Hij was een vriend van Robinson. Dat ze niet van het orgel en de klokken hielden, komt uit één krantenartikel.

Praat erover

  • Robinson bleef in Leiden, terwijl zijn vrienden naar Amerika gingen. Hoe zou het voelen om zo afscheid te nemen?
  • Leiden liet vluchtelingen toe als ze eerlijk waren. Hoe kun jij iemand welkom heten die nieuw is?

Uit de Bijbel

Deze allen zijn in het geloof gestorven. […] en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren. (Hebreeën 11:13)

Ga zelf kijken

De Pieterskerk staat midden in Leiden, aan het Pieterskerkhof. In de vroegere doopkapel is een kleine tentoonstelling over de Pilgrims en ligt de grafsteen van John Robinson. Het Leiden American Pilgrim Museum zit ernaast, aan de Kloksteeg 16. Recht tegenover de kerk ligt het Hof van Jean Pesijn, Kloksteeg 21. Je mag op de binnenplaats kijken, maar doe zacht, want er wonen mensen. In Rotterdam-Delfshaven staat de Oude of Pelgrimvaderskerk, vlak bij de kade waar ze vertrokken.