Echt gebeurd!

Kerken die hielpen · verhaal 6

Heeswijk

een monnik met een ploeg op de toren

Ongeveer 8 minuten voorlezen

Als een stil schaap

Het is januari 1892. In een krant in Brabant staat een artikel met de titel “De geduldige landman”. Een landman is een boer.

De schrijver vertelt over een boer die alles over zich heen laat komen. Hij zwijgt. Hij laat zich “scheren en villen als het stomme schaap”, schrijft hij. Dat betekent ongeveer: de boer laat alles van zich afpakken en zegt niets terug.

Dan stelt de schrijver een vraag. Is er dan niemand die hulp en redding kan bieden?

Wie schreef dat artikel? Geen boer en geen politicus. Het was een monnik uit een klooster in Heeswijk. Hij heette Gerlacus van den Elsen.

Uit zijn vraag groeide iets wat je nu nog overal in Nederland ziet: de Rabobank. Maar het was niet het werk van één man. Het was het werk van heel veel boeren samen.

Een boerenjongen in het klooster

Gerlacus werd geboren op 13 april 1853 in Gemert, in Brabant. Zijn ouders waren boeren. Hij groeide op in een lange boerderij.

Toen hij zestien was, ging hij naar de abdij van Berne in Heeswijk. Een abdij is een groot klooster. Daar wonen priesters samen. Ze heten norbertijnen. Ze bidden samen en helpen in de kerken in de buurt.

De abdij van Berne is heel oud. Ze werd al in 1134 gesticht. Ze noemt zichzelf de oudste kloostergemeenschap van Nederland die nog bestaat.

Gerlacus werd priester. Hij was een geleerde man. Hij gaf in de abdij les in de Bijbel en in geschiedenis. In 1886 begon hij een school, een gymnasium. Die begon heel klein, in één kamer.

Zo had zijn leven kunnen blijven. Een leraar in een klooster. Maar buiten de muren van de abdij ging het slecht met de boeren.

Graan uit Amerika

Rond 1880 kwam er veel goedkoop graan uit Amerika naar Europa. Daardoor kregen de boeren hier minder geld voor hun eigen graan. Ze werden armer.

In Brabant was het extra zwaar. Veel boeren hadden een klein stuk arme zandgrond. Ze konden geen knecht meer betalen. Daardoor hadden veel landarbeiders geen werk. De regering hielp bijna niet.

Wilde een boer zijn boerderij beter maken? Dan had hij geld nodig. Maar een lening krijgen was moeilijk. Een lening is geld dat je leent en later terugbetaalt. Er waren ook woekeraars. Dat zijn mensen die geld uitlenen en veel te veel terugvragen. Gerlacus wilde zijn boeren daartegen beschermen.

Samen een bond

In augustus 1896 werd in ’s-Hertogenbosch de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond opgericht. Een bond is een club van mensen die samen voor iets opkomen. In deze bond werkten boeren samen.

Gerlacus hield in het begin wat afstand van de andere mannen die de bond begonnen. Maar een paar maanden later ging hij volop aan de slag. Hij hield lezingen in de dorpen. Hij hielp mee om plaatselijke boerenclubs te beginnen.

Hoe ging dat in een dorp? Neem Duizel, een dorp in Brabant. Daar woonde een jonge onderwijzer, Jozef Wintermans. Hij hoorde een lezing van Gerlacus. Daarna begon hij in november 1896 een boerenbond in zijn eigen dorp. Hij werd er secretaris. Hij was negentien jaar!

Zo werkte het overal. Een pater gaf een lezing. Iemand in het dorp pakte het werk op. En de besturen bestonden bijna helemaal uit boeren zelf.

Wat zou jij doen als je hoorde dat je dorp samen iets kon veranderen?

Een bank van het dorp

De boeren begonnen ook eigen banken: boerenleenbanken. Zo’n bank was van de leden samen. Dat heet een coöperatie. De bank werkte in het eigen dorp. De leden konden er geld lenen, en ze hoefden niet te veel extra terug te betalen.

Die kleine dorpsbanken hadden hulp nodig van een grote bank. In 1898 kwamen er twee grote banken, een in Utrecht en een in Eindhoven. Gerlacus hielp de bank in Eindhoven op te richten. In 1900 hoorden er al 67 dorpsbanken bij.

De boeren kochten en verkochten ook samen. Zo kregen ze betere prijzen. Ze schaften samen nieuwe technieken aan. En als het misging, droegen ze de pech samen.

Tien jaar na het begin hadden de katholieke boerenbonden al meer dan vijftigduizend leden.

In 1972 gingen de twee grote banken samen. Zo ontstond de Rabobank.

Vier paters

Gerlacus was niet de enige in de abdij die mensen hielp. Er waren nog drie andere paters uit Berne. Twee van hen hielpen winkeliers en ambachtslieden om samen te werken. Een ander hielp werkgevers.

Ondertussen bleven ze gewoon monniken. Ze baden samen, preekten en zorgden voor de mensen in de kerk.

Gerlacus schreef ook een weekblad voor de boeren. Hij durfde ruzie te maken. Een keer zette hij de namen van boterhandelaren in de krant. Die gaven de boeren te weinig geld voor hun boter. Hij riep de boeren op om niet meer met hen te handelen. De boeren wonnen.

Een kerk betaald door boeren

In april 1925 stierf Gerlacus in de abdij. Hij was tweeënzeventig. Hij werd begraven in de tuin van het klooster.

Toen deden de boeren iets bijzonders. Boerenfamilies uit heel Brabant brachten samen geld bij elkaar. Daarmee werd de kerk van de abdij groter gemaakt. In 1927 was het nieuwe deel klaar.

In de toren kwam een beeld van zandsteen, ongeveer vier meter hoog. Het is een monnik met een rozenkrans. Naast hem zie je een ploeg met een kruis erop. Een ploeg is een werktuig waarmee een boer de grond omwoelt. De ploeg met het kruis was het teken van de boerenbond.

Er kwam ook een dorp naar hem genoemd: Elsendorp. En in ongeveer vijftig dorpen in Brabant is er een straat met zijn naam. Er is zelfs een appelras naar hem vernoemd!

In 1892 vroeg een monnik in de krant of er niemand was die kon helpen. In 1927 hadden de dorpen hun eigen bonden en banken. En de boeren zaten zelf in het bestuur.

Echt gebeurd?

Ja. Het artikel uit 1892, de boerenbond van 1896, de banken van 1898 en de kerk die de boeren in 1927 betaalden, staan in meerdere bronnen. De verhalen over de boter en over de bond in Duizel staan elk maar in één bron. Op welke dag in april 1925 Gerlacus stierf, zeggen de bronnen niet hetzelfde. Hoe groot zijn eigen rol was, zien historici ook verschillend.

Praat erover

  • De boeren konden alleen weinig doen, maar samen konden ze een bank beginnen. Wanneer heb jij met anderen samen iets gedaan wat alleen niet lukte?
  • Jozef Wintermans was pas negentien toen hij secretaris werd. Kun je ook jong iets betekenen voor je dorp of je stad?

Uit de Bijbel

Twee zijn beter dan één, want samen krijgen zij een goede beloning voor hun zwoegen. (Prediker 4:9)

Ga zelf kijken

De Abdij van Berne staat aan de Abdijstraat 49 in Heeswijk-Dinther. Het beeld van Gerlacus zit aan de buitenkant van de toren, met de ploeg en het kruis ernaast. De abdij vraagt bezoekers om het gebouw alleen aan de voorkant te bekijken. In Gemert, bij het huis waar Gerlacus werd geboren, staat het Boerenbondsmuseum. Daar zie je hoe een Brabants dorp er rond 1900 uitzag, met boerderijen, een dorpsschool en een zuivelfabriek.