Echt gebeurd!

Kerken die hielpen · verhaal 2

Amsterdam

de vluchtelingenkerk die zelf vluchtelingen opving

Ongeveer 8 minuten voorlezen

Kinderen leggen de eerste steen

Het is 29 oktober 1669. Aan de Vijzelgracht in Amsterdam wordt een groot huis gebouwd. Het wordt een huis voor wezen. Een wees is een kind van wie de vader en moeder zijn gestorven.

Wie leggen de eerste stenen? Geen burgemeester en geen dominee. Het zijn kinderen! De kinderen van Paul Godin en Sara van Raey.

Het huis is van een kerk. Maar in die kerk wordt geen Nederlands gesproken. Daar zingen en bidden de mensen in het Frans.

Hoe komt een Franstalige kerk in Amsterdam? En waarom bouwt die kerk een huis voor wezen? Daarvoor gaan we eerst terug in de tijd.

Een kapel voor vluchtelingen

Midden in Amsterdam staat een oude kerk. Vroeger was het de kapel van een klooster. In 1578 werd Amsterdam een protestantse stad. De stad nam de kloosters en kerken van de katholieken af. Voor de broeders van het klooster was dat het einde. Voor de katholieken in de stad was het een verlies.

In datzelfde jaar begon in Amsterdam een Waalse gemeente. Walen waren protestanten die Frans spraken. Ze kwamen uit het zuiden, uit wat nu België en het noorden van Frankrijk is. Daar werden ze vervolgd om hun geloof. Vervolgd betekent dat je gestraft of opgejaagd wordt.

In 1586 kregen de Walen de oude kloosterkapel. Ze zijn er nooit meer weggegaan. Nu heet de kerk de Waalse Kerk.

Na 1585 kwamen er steeds meer vluchtelingen uit het zuiden. Toen viel de grote stad Antwerpen in handen van het Spaanse leger. Veel protestanten vluchtten naar het noorden.

Geen bed voor hun kinderen

Amsterdam had een groot weeshuis. Maar dat was alleen voor kinderen van poorters. Een poorter was iemand met het burgerrecht van de stad. Veel Waalse gezinnen waren nieuw in de stad. Ze waren geen poorters. Als hun ouders stierven, had de stad geen plek voor de kinderen.

Wat zou jij doen als je zag dat kinderen nergens heen konden?

De Waalse gemeente besloot het zelf te doen. Op 16 februari 1631 vergaderden de dominees, de ouderlingen en de diakenen. Ouderlingen en diakenen zijn mensen die samen de kerk leiden en voor de armen zorgen. Ze besloten een eigen weeshuis te beginnen. Ze schreven erbij voor wie het was: voor de wezen van hun eigen volk en geloof.

Het ging snel. Op 1 juli 1631 gingen de eerste weeskinderen het huis in. Het stond in de Laurierstraat. Een familie had daar drie huizen voor gegeven. Een rijke koopman, Louis de Geer, gaf ook geld.

De beroemde dichter Joost van den Vondel schreef een gedicht voor het nieuwe weeshuis. Er staat een regel in die zegt dat zuivere godsdienst betekent: de wezen helpen in hun ellende.

Een huis vol wezen en opa’s en oma’s

Het weeshuis kreeg een bestuur van twee ouderlingen en twee diakenen. Later kwamen er ook drie vrouwen bij in het bestuur. In het huis woonden een vader en moeder die voor de kinderen zorgden.

De bestuurders lieten zich schilderen. Zo konden ze laten zien dat zij voor de wezen zorgden. Die schilderijen zijn er nog.

Na bijna veertig jaar was het huis te klein. De stad gaf gratis grond aan de Vijzelgracht. Daar legden de kinderen in 1669 de eerste stenen. In 1671 ging het nieuwe huis open.

Het huis groeide mee met de nood. In 1683 kwam er een vleugel bij voor oude vrouwen. In 1726 kwam er nog een vleugel voor oude mannen. Zo woonden wezen en oude mensen onder één dak.

Opnieuw vluchtelingen

Intussen werd het in Frankrijk steeds gevaarlijker voor protestanten. Daar werden ze Hugenoten genoemd. Koning Lodewijk XIV nam hun vrijheid af. Ze mochten hun geloof niet meer vrij beleven.

Vanaf 1681 vluchtten er steeds meer Hugenoten naar Amsterdam. Veel van hen vonden hun weg naar de Waalse Kerk, want daar werd hun eigen taal gesproken.

De gemeente groeide enorm. Tussen 1681 en 1685 had de kerk ongeveer 3.480 leden. Tussen 1686 en 1690 waren het er meer dan zesduizend. In een paar jaar werd de gemeente bijna twee keer zo groot!

Wat deed de kerk met al die nieuwe mensen? Ze ging namens hen praten met het stadsbestuur. Ze zamelde geld in voor wie niets had. Ze zocht huizen en gebouwen. En ze gaf de nieuwkomers een plek om bij te horen.

Er waren wel regels. Wie hulp wilde, moest lid zijn van de kerk en zich goed gedragen.

Een koopman en een tekenleraar

Uit al die duizenden mensen kennen we er een paar bij naam. Josias Duhamel was koopman in Dieppe, een havenstad in Frankrijk. In 1689 vluchtte hij. Op 4 juli kwam hij aan in Amsterdam. Hij werd lid van de Waalse kerk en huurde een huis aan de Prinsengracht. Nog geen jaar later kreeg hij gratis het burgerrecht van de stad.

Een andere vluchteling heette Lucas Bouyssavy. Hij kwam uit Bergerac in Frankrijk. In Amsterdam ging hij zich Boissevain noemen. Volgens een oud familieverhaal zat hij dagenlang zonder eten verstopt tussen de wijnvaten op een schip. Zijn vrouw zou in een hooimand over de grens zijn gesmokkeld. Of dat echt zo ging, weet niemand zeker.

Wat wel in de kerkboeken staat: Lucas gaf les in tekenen en Frans. Zijn zoon Jérémie werd in 1702 gedoopt in de Waalse Kerk. In 1753 werden Jérémie en zijn vrouw vader en moeder van het huis aan de Vijzelgracht. Dat staat in het archief van de familie. De zoon van een vluchteling zorgde zo zelf voor de wezen van de gemeente.

De deur gaat nog open

Niet iedereen in Amsterdam was blij met de vluchtelingen. Winkeliers en vakmensen klaagden. Vanaf 1690 werd de stad strenger. Herken je dat? Het gebeurde ruim driehonderd jaar geleden al.

In 1955 vertrok de laatste wees uit het huis aan de Vijzelgracht. Later verhuisden ook de oude mensen naar een nieuw tehuis. Een deel van het geld kwam uit een testament uit 1741. Een vrouw, Agneta de Ruüsscher-de le Becq, had haar geld toen aan de diaconie gegeven. Ruim tweehonderd jaar later hielp het nog steeds.

De Waalse gemeente is nu klein. Maar om de week is er op zondag nog een kerkdienst in het Frans. De diaconie helpt nu vooral organisaties die mensen in nood helpen.

Echt gebeurd?

Ja. Het weeshuis van 1631, het huis aan de Vijzelgracht en de groei van de gemeente staan in meerdere bronnen. Het verhaal over de wijnvaten en de hooimand is een familieverhaal. De familie schrijft er zelf bij dat het niet zeker is. Dat Jérémie Boissevain vader van het huis werd, staat alleen in het archief van de familie.

Praat erover

  • De Walen waren zelf vluchtelingen en hielpen later andere vluchtelingen. Hoe zou het zijn om in een land te komen waar je de taal niet spreekt?
  • Kinderen legden de eerste stenen van het weeshuis. Wat zou jij kunnen doen voor een kind dat nieuw is in je klas?

Uit de Bijbel

De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld. (Jakobus 1:27)

Ga zelf kijken

De Waalse Kerk staat aan het Walenpleintje 157-159 in Amsterdam, aan de Oudezijds Achterburgwal. Binnen hangt een bordje met de woorden “Fondée en 1409”, en je ziet oude grafstenen in de vloer. Het oude weeshuis staat aan de Vijzelgracht 2, op de hoek met de Prinsengracht. Je kunt het alleen van buiten bekijken. Let op de twee lage vleugels voor de oude vrouwen en de oude mannen.