Een sprong over de sloot
Het is 14 juli 1566. In een veld bij Hoorn staan heel veel mensen bij elkaar. Ze komen uit de stad en uit de dorpen eromheen. Ze staan in de open lucht, langs een weg en een sloot.
Voor hen staat een man die preekt. Hij is geen dominee en geen priester, maar een mandenmaker.
Achter hem, aan de overkant van de sloot, staat een klooster. Daar komen een paar mannen naar buiten. Een van hen is de schout. Dat is de man in de stad die moet zorgen dat de wet wordt gevolgd. En deze preek is tegen de wet.
Dan springt er een monnik met een luide kreet over de sloot. Hij hoopt dat de mensen schrikken en weglopen.
Maar niemand loopt weg.
Waarom bleven al die mensen staan? Daarvoor gaan we eerst terug in de tijd.
Een mandenmaker uit Alkmaar
De mandenmaker heette Jan Arentsz. Hij werkte als knecht in een werkplaats in Alkmaar, waar hij manden vlocht.
Volgens een boek over zijn leven ging Jan als jonge man luisteren naar een priester in Alkmaar. Die priester preekte op een nieuwe manier. Jan begon zelf de Bijbel te lezen. Later preekte hij ook, in kleine groepjes.
Dat was gevaarlijk. In die tijd had de koning strenge wetten. Je mocht alleen naar de rooms-katholieke kerk gaan. Wie op een andere manier samenkwam om te preken, kon in de gevangenis komen. Of erger.
Volgens hetzelfde boek zochten de bestuurders van Alkmaar naar Jan. In de nacht van 2 juli 1566 vluchtte hij op een kar naar Amsterdam. Zijn baas en een voerman hielpen hem.
In Amsterdam besloot Jan samen met andere voorgangers iets nieuws. Ze gingen preken in het open veld, buiten de steden. Zo’n preek in de buitenlucht heette later een hagenpreek. Een haag is een rij struiken, en de mensen kwamen samen langs hagen en sloten.
Twee kloosters bij de weg
Het veld dat ze kozen, lag in Westerblokker, net buiten Hoorn. Daar stonden twee kloosters vlak bij elkaar.
Het ene klooster heette Nieuwlicht. Daar woonden mannen die hun leven aan God gaven. Ze woonden en baden er samen, als monniken. Het andere klooster heette Bethlehem. Daar woonden vrouwen, kloosterzusters.
Het waren onrustige jaren. Er gingen nieuwe ideeën over het geloof rond. Veel mensen waren ontevreden over de geestelijken van de kerk. Anderen bleven trouw aan de oude kerk. Beide groepen geloofden in God, maar ze waren het niet met elkaar eens.
Een psalm in het veld
Op 14 juli 1566 kwamen de mensen naar het veld. Hoeveel het er waren, weten we niet. Een oude geschiedschrijver, Geeraerdt Brandt, schrijft alleen dat het er heel veel waren.
Jan liet hen eerst een psalm zingen. Een psalm is een lied uit de Bijbel. Daarna bad hij. En toen begon hij te preken.
Een lied zingen in een veld. Dat klinkt nu heel gewoon. Maar in 1566 kon het je je vrijheid kosten.
Precies op dat moment zaten de burgemeesters van Hoorn aan tafel in het klooster Nieuwlicht. Ze aten daar bij de monniken. De schout was er ook, met zijn helper, de onderschout. En er waren twee jonge edelen. Een edele is iemand uit een belangrijke, rijke familie.
Ze hoorden lawaai buiten. Ze stuurden iemand kijken. Die kwam terug en zei: daar wordt gepreekt! Ze waren verbaasd, schrijft Brandt.
Niemand ging weg
De schout, zijn helper, een monnik en de twee edelen liepen naar de sloot. Ze stonden vlak achter Jan. Misschien wilden ze hem bang maken. Maar Jan preekte gewoon door.
Toen sprong de monnik over de sloot. Hij riep hard, zodat de mensen zouden weglopen.
Probeer het je voor te stellen. Je staat in een veld. De schout van je eigen stad kijkt naar je. Een monnik springt schreeuwend over de sloot. Wat zou jij doen?
De mensen in het veld bleven staan. Allemaal. Ze bleven samen luisteren.
De schout riep dat hij hun het tiende hoofdstuk van Johannes wel zou leren. Johannes is een boek uit de Bijbel. Wat hij precies bedoelde, weten we niet. Daarna liep hij terug naar het klooster.
En nu komt iets verrassends. De helper van de schout en de twee edelen bleven staan. Ze luisterden de hele preek uit. Na afloop zeiden ze tegen de monniken dat het hun eigenlijk wel goed was bevallen.
Een historicus denkt dat het geen toeval was dat die mannen er die dag waren. Hij denkt dat sommigen in het stadsbestuur het van tevoren wisten. Zo konden ze er “toevallig” bij zijn.
Een gemeente groeit
Over de gewone mensen in het veld weten we bijna niets. We kennen geen namen. Maar we weten wel wat ze samen deden. Ze kwamen, ze zongen, ze luisterden en ze bleven, samen.
Die zomer gebeurde hetzelfde op veel andere plekken. In Hoorn ging een priester, Clement Maertsz., ook openlijk preken. Hij doopte kinderen en trouwde mensen. Zo begon er een nieuwe gemeente. Niet met een kerkgebouw, maar met mensen die samenkwamen.
Het bleef niet rustig. In 1567 werd het preken weer verboden. Jan moest opnieuw vluchten, naar Emden, net over de grens met Duitsland. Wie kon, vertrok, en wie bleef, hield zich stil.
In 1572 koos Hoorn de kant van Willem van Oranje. Hij leidde de opstand tegen de koning. Nu draaide alles om. Jan Arentsz. kwam terug en werd dominee in Alkmaar, de stad waar hij ooit ’s nachts uit was gevlucht. Hij stierf in 1573.
Een zuster van steen
Voor de monniken en de zusters was 1572 juist het einde. De monniken vluchtten. De zusters moesten hun klooster uit. De gebouwen werden afgebroken. Ongeveer vijftig zusters werden met een schip naar Amsterdam gebracht. Anderen gingen wonen in een klooster in Hoorn. Ze verloren hun huis en hun plek om samen te bidden.
Lang daarna, tussen 2003 en 2008, groeven archeologen het klooster Bethlehem op. Archeologen zoeken in de grond naar dingen van vroeger. Ze vonden muren, waterputten, bruggen en het kerkhof van de zusters. Mensen uit Blokker maakten de oude bakstenen schoon. Daar bouwden ze samen een poort van.
In 2010 werden de zusters opnieuw begraven. Op het kerkhof van de kerk van Westerblokker. Vroeger was dat een katholieke kerk, nu is het een protestantse kerk. Op hun graf staat een beeld van een zuster die op haar knieën bidt.
En het veld waar Jan preekte? Dat kun je niet meer aanwijzen. Er staat geen bord en geen steen die eraan herinnert.
Echt gebeurd?
Ja. Dat Jan Arentsz. op 14 juli 1566 bij het klooster bij Hoorn preekte, staat in meerdere bronnen. De sprong van de monnik, de woorden van de schout en de maaltijd in het klooster komen uit één oud geschiedenisboek, uit 1671. Zijn vlucht op een kar en zijn jeugd bij de priester in Alkmaar staan in één boek over zijn leven. Of dit echt de allereerste hagenpreek van Holland was, weten we niet zeker.
Praat erover
- De mensen bleven staan toen de schout en de monnik kwamen. Waarom is het makkelijker om moedig te zijn als je met anderen samen bent?
- Voor de een was 1572 een bevrijding, voor de zusters was het verdrietig. Hoe kun je goed zijn voor mensen die anders geloven dan jij?
Uit de Bijbel
Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. (Johannes 10:27)
Ga zelf kijken
De Protestantse Kerk Westerblokker staat op de hoek van de Westerblokker en de Kolenbergstraat in Blokker, bij Hoorn. Op het kerkhof staat het graf met de knielende zuster. Aan de Bangert, bij de nummers 36 en 38, staat de poort die bewoners van de oude kloosterstenen bouwden.