Echt gebeurd!

Kerken die hielpen · verhaal 3

Amsterdam

vierhonderd kamertjes aan de Amstel

Ongeveer 7 minuten voorlezen

Een deur die niet opengaat

Aan de rivier de Amstel in Amsterdam staat een heel lang gebouw. De voorkant is 102 meter lang. Toen het werd gebouwd, had geen enkel gebouw in Amsterdam zo’n lange gevel. Een gevel is de voorkant van een huis.

In het midden zit een deur. Maar die deur gaat nooit open, want het is een nepdeur. Boven die deur staan oude woorden: “Diaconie Oude Vrouwen Huys anno 1681”.

Nu is het gebouw een museum. Mensen komen er schilderijen bekijken. Maar meer dan driehonderd jaar lang woonden hier oude mensen die arm waren. De kerk zorgde voor hen.

Hoe kwam een kerk aan zo’n enorm huis? Het begon met een zak. Een collectezak.

Mannen met een collectezak

In 1578 werd Amsterdam een protestantse stad. Vanaf toen was de gereformeerde kerk de belangrijkste kerk in de stad.

In die kerk waren diakenen. Dat woord betekent dienaar. Diakenen zorgden voor de armen in de gemeente. Elke zondag gingen ze met de collectezak rond. De mensen in de kerk gaven geld. Samen vormden de diakenen de diaconie. Zo heet de groep die in een kerk voor de armen zorgt.

Dat idee komt uit de Bijbel. In het boek Handelingen werden er weduwen vergeten bij het uitdelen van eten. Een weduwe is een vrouw van wie de man is gestorven. De eerste gemeente koos toen zeven mannen om het eten goed te verdelen.

In Amsterdam gaven gewone kerkgangers zondag na zondag. Iedereen gaf een beetje, en bij elkaar werd het heel veel geld.

Brood, turf en klompen

Hoe hielpen de diakenen in die tijd? In Holland gingen ze bij de armen op bezoek. Ze keken hoe iemand leefde. Dan brachten ze spullen langs, zoals brood en kaas. Of turf om de kachel mee te stoken. Ook linnen voor kleren, en schoenen of klompen.

Vaak brachten ze het stilletjes. Zo zagen de buren niet wie er hulp kreeg.

Er waren ook regels. Wie hulp kreeg, mocht niet bedelen. In sommige steden werd je van de lijst gehaald als je dronk, vocht of vloekte.

En de stad Amsterdam groeide en groeide. Rond 1500 woonden er ongeveer tienduizend mensen. In 1650 waren het er meer dan tweehonderdduizend. Er kwamen ook veel arme mensen bij. De diaconie kon dus niet iedereen helpen.

Een koopman geeft alles

Op 18 oktober 1680 stierf in Amsterdam een koopman. Hij heette Barent Helleman en hij liet al zijn geld na aan de diaconie. Dat was ongeveer 90.000 gulden. Een gulden was het geld van toen, en dit was een enorm bedrag.

Waarom deed hij dat? Dat weten we niet. Er is geen brief van hem bewaard en geen schilderij. We kennen alleen dit ene besluit.

De diakenen wisten wat ze ermee wilden doen. Tot dan toe woonden arme oude vrouwen bij andere mensen in huis. De diaconie betaalde die mensen daarvoor. Een eigen huis zou beter zijn.

De stad hielp ook mee. Amsterdam gaf de diaconie een stuk grond aan de Amstel. In 1681 begonnen de bouwers.

Vierhonderd kamertjes

Het werd een groot vierkant gebouw met een binnenplaats in het midden. Rondom lagen de kamertjes van de vrouwen. Er konden vierhonderd vrouwen wonen!

Aan de kant van de rivier kwam een grote zaal. Daar aten de bewoners samen. En op zondag werd diezelfde zaal een kerk. Het was zelfs de op één na grootste kerkzaal van de stad.

Maar niet iedereen mocht erin. Je moest minstens vijftig jaar oud zijn. Je moest al vijftien jaar in Amsterdam wonen. En je moest al tien jaar lidmaat zijn. Een lidmaat is een vast lid van de kerk, die daar openlijk zijn geloof heeft uitgesproken.

Dat betekent dat veel arme vrouwen buiten bleven staan. Bijvoorbeeld een vrouw die nog maar kort in de stad woonde. Of een vrouw die bij een andere kerk hoorde. De katholieken, de lutheranen en de Franstalige Waalse gemeente zorgden voor hun eigen mensen.

Er waren vierhonderd plekken, in een stad met meer dan tweehonderdduizend mensen. Hoe zou jij kiezen wie er mocht komen wonen?

Een penning voor een brood

De diaconie bleef ook de armen helpen die thuis woonden. In het Rijksmuseum liggen kleine metalen muntjes uit 1777. Het zijn armenpenningen. Een arme lidmaat kreeg zo’n penning. Daarmee kon hij bij de uitdeling een brood halen.

Waar kwam het geld vandaan? Rond 1770 kwam bijna de helft uit de collectezak. Ander geld kwam onder meer uit erfenissen, zoals die van Barent Helleman. Het huis aan de Amstel draaide dus op het geld van gewone kerkgangers.

In februari 1783 bestond het huis honderd jaar. Er kwam een feest, en er werd een zilveren penning gemaakt. In 1810 kreeg de kerkzaal een nieuw orgel. Dat staat er nog steeds! In 1817 mochten er ook oude mannen komen wonen.

Van tehuis naar museum

In 1953 kreeg het huis een nieuwe naam: het Amstelhof. Langzaam werd het een verpleeghuis voor oude mensen.

In 2007 vertrokken de laatste bewoners naar nieuwe huizen. Denk daar even over na. Van 1683 tot 2007 woonden hier zonder te stoppen oude mensen. Dat is meer dan driehonderd jaar.

Daarna werd het gebouw verbouwd tot museum. In 2009 ging het open. Nu heet het H’ART Museum. De gevel bleef staan, en ook de oude kerkzaal met het orgel.

In de buurt staan nog meer oude huizen van de diaconie. In een daarvan, het Amstelrank, zit nu Het Wereldhuis. Daar krijgen vluchtelingen hulp. Vroeger vroeg de diaconie of je hier al vijftien jaar woonde. Nu krijgen in een van haar oude huizen juist mensen hulp die net zijn aangekomen.

Echt gebeurd?

Ja. Dat Barent Helleman zijn geld aan de diaconie naliet, dat het huis voor vierhonderd vrouwen werd gebouwd en welke regels er waren, staat in meerdere bronnen. Of het huis in 1682 of 1683 openging, zeggen de bronnen niet hetzelfde. Dat de vrouwen eerst duur bij andere mensen woonden, weten we alleen uit wat het museum vertelt. Namen van de eerste bewoonsters zijn niet bewaard.

Praat erover

  • Het huis werd vooral betaald met kleine giften uit de collectezak. Wat kunnen veel mensen samen doen wat één mens niet kan?
  • Niet iedereen mocht in het huis wonen. Wat vind jij van die regels?

Uit de Bijbel

Het is zaliger te geven dan te ontvangen. (Handelingen 20:35)

Ga zelf kijken

Het Amstelhof staat aan de Amstel 51 in Amsterdam. Vanaf de overkant van de rivier zie je de lange gevel, met de woorden boven de deur die niet opengaat. Binnen zit het H’ART Museum, met een binnentuin met oude kastanjebomen. Langs de Nieuwe Herengracht en de Nieuwe Keizersgracht staan nog meer oude huizen van de diaconie, zoals het Corvershof en het Amstelrank.