Echt gebeurd!

Kerken die hielpen · verhaal 9

Mozes en Aäronkerk

honderd matrassen tussen de zuilen

Ongeveer 8 minuten voorlezen

Niet eten

Het is november 1975. In een grote kerk aan het Waterlooplein in Amsterdam liggen matrassen op de vloer. Tussen de hoge zuilen liggen ongeveer honderd mannen. Ze komen uit Marokko.

Ze eten niet. Ze zijn in hongerstaking. Dat betekent: ze weigeren te eten, om te laten zien hoe belangrijk iets voor hen is. Ze wachten op een antwoord van de regering in Den Haag.

Waarom liggen deze mannen in een kerk? Daarvoor gaan we eerst heel ver terug in de tijd.

Een huis met Mozes in de gevel

In 1641 kochten franciscanen een huis in Amsterdam. Franciscanen zijn kloosterbroeders. Ze leven eenvoudig en werken tussen de mensen. Het huis heette Moyses. Er zat een steen in de gevel met Mozes erop.

In die tijd mochten katholieken in Amsterdam geen gewone kerk bouwen. Daarom kwamen ze samen in een schuilkerk. Een schuilkerk is een kerk die verstopt zit achter een gewone voorgevel. Iedereen wist dat hij er was. Maar officieel zag niemand hem.

Later kochten de broeders het huis ernaast. Dat heette Aäron. Zo kreeg de kerk haar naam: de Mozes en Aäronkerk.

Tussen 1837 en 1841 werd er een grote nieuwe kerk gebouwd, over de oude schuilkerk heen. Hij lijkt van buiten op een tempel, met zuilen en beelden. Binnen staan hoge zuilen. De oude altaren uit de schuilkerk verhuisden mee. Ze staan er nog steeds.

Een kerk in een arme buurt

De kerk stond in een buurt waar veel arme mensen woonden. Veel van hen waren Joods. Van 1866 tot 1895 werkte hier een franciscaan. Hij hielp arme mensen, wat hun geloof ook was. In 1891 werd hij door de Joodse buurt in het zonnetje gezet, vertelt een tijdschrift over Amsterdam.

Vanaf 1969 werd de kerk een plek voor veel nieuwe dingen. Naast de kerk kwam een nieuw gebouw: het Mozeshuis. Er kwamen een theehuis, cursussen en hulp voor mensen. Op de website van de kerk heet ze een “actiekerk”. Kunstenaars en actiegroepen kwamen er samen. Een actiegroep is een groep mensen die samen iets wil veranderen.

Geen papier

In 1975 kwam de regering met een nieuwe regel. Buitenlandse arbeiders die hier zonder vergunning woonden, konden alsnog een vergunning krijgen. Een vergunning is een papier waarop staat dat je hier mag wonen en werken. Ongeveer vijftienduizend mensen kwamen ervoor in aanmerking.

Maar je moest wel een paar dingen bewijzen. Je moest een geldig paspoort hebben. En je moest laten zien dat je hier al minstens een jaar woonde en werkte, zonder onderbreking.

Voor veel Marokkaanse mannen lukte dat niet. Sommigen kregen geen nieuw paspoort. En sommige bazen wilden niet tekenen dat de mannen bij hen werkten. Ze waren bang dat ze dan alsnog geld moesten betalen aan de overheid.

Zo konden deze mannen niet bewijzen wie ze waren en wat ze deden. Ook al woonden en werkten ze hier al jaren. Hoe zou jij je voelen als niemand wil zeggen dat jij er echt bent?

De deur gaat open

De mannen vonden hulp bij een nieuwe club van Marokkaanse arbeiders, het KMAN. Ook Nederlanders hielpen mee.

Op 7 november 1975 begon de hongerstaking. Het gebeurde in kerken in Amsterdam, Utrecht en Den Haag. In totaal deden 182 mannen mee. De grootste groep, ongeveer honderd mannen, lag in de Mozes en Aäronkerk.

Wie precies de deur van de kerk opendeed, weten we niet. Geen enkele bron noemt een naam. Maar de deur ging open.

En toen gebeurde er van alles in de kerk. Vrijwilligers brachten matrassen en dekens. Ze regelden medische hulp. ’s Avonds werden er films vertoond. Er hingen spandoeken. Mensen hielden de wacht.

Marokkaanse arbeiders en Nederlandse mensen werkten er samen. Vakbonden, kerkgroepen en politieke partijen steunden de actie. Groepen die eerst weinig met elkaar te maken hadden, gingen samenwerken. De kranten noemden de mannen de “kerk-Marokkanen”.

De mannen zeiden tegen elkaar dat ze samen begonnen waren. Ze wilden het ook samen tot het eind volhouden. Dat vertelde iemand die hen kende later aan een museum.

Drie jaar geduld

Na ruim een week sprak een staatssecretaris met de mannen en hun helpers. Een staatssecretaris is iemand die met een minister meeregeert. Hij beloofde dat de regel soepeler zou worden. Toen stopte de hongerstaking.

Maar het probleem was nog niet opgelost. De kerk bleef drie maanden lang de plek waar de mannen samenkwamen. Daarna bleef de zaak twee jaar liggen. Toen kwamen er handtekeningenacties en optochten in veel steden.

Niet iedereen vond de actie goed. De regering wilde minder mensen zonder papieren in het land. Veel Nederlanders vonden dat ook. Zij vroegen: waarom zouden juist deze 182 mannen mogen blijven? Daar wordt tot vandaag verschillend over gedacht.

In de zomer van 1978 gingen de mannen opnieuw in hongerstaking. Nu in een andere kerk in Amsterdam: De Duif. Op 17 oktober 1978 kwam het besluit. De mannen kregen een vergunning. Ze mochten blijven. Volgens de meeste bronnen gold dat voor alle 182. Volgens een andere bron waren het er 120, want een deel was al naar Marokko teruggegaan.

Een tafel voor iedereen

Na 1980 werden er in de kerk geen diensten meer gehouden. Het gebouw werd een zaal voor vergaderingen en concerten. In 2013 raakte het geld op.

Toen kreeg de kerk een nieuw begin. De bisschop vertrouwde haar toe aan de Gemeenschap van Sant’Egidio. Dat is een katholieke groep die werkt voor arme mensen en voor vrede. In 2014 werd er voor het eerst in 34 jaar weer een mis gevierd.

Sant’Egidio begon er een restaurant voor daklozen. Met Kerst schuiven er honderden gasten aan, ook mensen die op straat leven. En ergens in die ruimte, waar nu gebeden wordt, lagen in 1975 de matrassen.

Echt gebeurd?

Ja. De schuilkerk uit 1641, de nieuwe kerk uit 1841 en de hongerstaking vanaf 7 november 1975 staan in veel bronnen. Hoeveel stakers er precies in deze kerk lagen, verschilt per bron: de meeste zeggen honderd, sommige alle 182. Ook over het aantal mannen dat in 1978 mocht blijven, zijn de bronnen het niet eens. Wat de mannen tegen elkaar zeiden, weten we uit de herinnering van één verteller.

Praat erover

  • De mannen hadden geen papier om te bewijzen wie ze waren. Hoe belangrijk is het dat iemand zegt: jij hoort erbij?
  • Wie de deur van de kerk opendeed, weet niemand meer. Waarom is het toch belangrijk wat die mensen deden?

Uit de Bijbel

U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. (Leviticus 19:34)

Ga zelf kijken

De Mozes en Aäronkerk staat aan het Waterlooplein in Amsterdam. Op sommige middagen is de kerk open voor bezoekers. Binnen zie je de hoge zuilen en de oude altaren uit de schuilkerk. Aan de achterkant, in de Jodenbreestraat, zie je nog de oude beeldjes van Mozes en Aäron.