Vijfhonderd emmers
Het is 1843, en midden op de Veluwe ligt een gehucht in de heide. Een gehucht is een heel klein dorpje, en dit heet Hoenderloo. De mensen wonen er in hutten van plaggen. Plaggen zijn stukken heidegrond, met de wortels er nog aan.
Er is geen school en geen kerk. Er is zelfs geen put. Wie water nodig heeft, haalt het uit een regenton.
Maar vandaag is het feest, want er is een put gegraven! Een dominee uit de Betuwe staat erbij en spreekt de mensen toe. Hij vertelt het verhaal uit de Bijbel over een vrouw bij een bron.
Dan halen de mensen water: binnen twee uur zijn het vijfhonderd emmers. En het water in de put zakt bijna niet. De dominee riep later uit wat een voorraad water dat was.
Die dominee heette Ottho Gerhard Heldring. Hoe kwam hij hier terecht?
Spade en bijl
Ottho werd geboren op 17 mei 1804 in Zevenaar. Dat ligt in Gelderland, vlak bij Duitsland. Zijn vader was dominee, en zijn moeder geloofde ook sterk in God. Ottho schreef later dat zij hem liet houden van de Bijbel.
Hij zei later ook iets anders over zijn jeugd. Als kind had hij het leven van arme mensen leren liefhebben. Waar dat precies gebeurde, weten we niet. Maar onthoud het, want het zegt veel over de rest van zijn leven.
Toen hij zestien was, ging Ottho studeren in Utrecht. Hij wilde dominee worden, net als zijn vader, maar het werd geen fijne tijd. Hij raakte zijn geloof bijna kwijt. Hij werkte te hard en werd moe en somber. Aan het eind van zijn studie zat hij helemaal vast.
Toen ging hij een half jaar naar zijn opa in Duitsland, waar hij buiten werkte tussen de arbeiders. Hij werkte met een spade, een bijl en een schaar. En weet je wat? Daar knapte hij van op. Hij leerde ook hoe gewone werkende mensen leefden.
Bij zijn opa las hij ergens een Duitse zin. Hij vergat die nooit meer. In het Nederlands betekent hij: De woestijn zal akker worden. Een akker is een stuk land waar iets groeit.
Een kerstpreek
In 1827 werd Ottho dominee in Hemmen, een dorpje in de Betuwe. Hij was pas 22. De kerk was klein, met maar ongeveer 25 gezinnen. Toch bleef hij er veertig jaar!
In zijn eerste jaar las hij met Kerst een preek van een Duitse dominee. Toen zag hij ineens iets over zichzelf. Hij schreef later dat zijn eigen hart niet zuiver was. Hij had geleerd dat God mensen vergeeft door het geloof. Nu werd dat voor hem echt.
Er was geen stem uit de hemel en geen droom, gewoon een jonge dominee die een preek las. Heb jij weleens iets gelezen dat ineens over jou leek te gaan?
Jenever en cholera
Ottho zag hoe arm veel mensen in de Betuwe waren. Hij ging schrijven voor gewone mensen. Hij schreef verhalen voor boeren en een boekje met verhalen dat elk jaar uitkwam.
In 1838 schreef hij een boekje met een rare titel: De jenever erger dan de cholera. Jenever is sterke drank. Cholera is een ziekte waar toen veel mensen aan doodgingen. Ottho vond drank nog erger! Hij zocht cijfers op uit 118 dorpen en steden in Gelderland. Zo liet hij zien hoeveel ellende drank gaf.
Ottho trouwde met Anna Deuffer Wiel en ze kregen acht kinderen.
Op een tocht over de Veluwe ontdekte Ottho Hoenderloo. Hij schreef over de arme mensen daar in zijn boekje. Mensen gaven geld, en zo kwam de put er. Daarna kwam er een school, een huis voor jongens die niemand had, en een kerk. Weet je die Duitse zin nog? De woestijn werd akker. Hoenderloo is nu een gewoon dorp.
Een huis voor meisjes
In 1847 ging Ottho naar een gevangenis voor vrouwen in Gouda. Wat hij daar zag, liet hem niet meer los. Veel vrouwen en meisjes waren op het verkeerde pad geraakt. Ze wilden opnieuw beginnen, maar waar moesten ze heen?
Ottho had een plan: een eigen huis buiten de stad, waar ze konden wonen, werken en leren. Hij reisde door het hele land om geld op te halen. Overal preekte hij over een stuk uit de Bijbel. Daarin zegt God dat de herders het verloren schaap moeten zoeken.
In het dorp Zetten kocht hij een oude bierbrouwerij die Steenbeek heette. Op 1 januari 1848 kwam Petronella Voûte er de baas. Ze bleef er bijna dertig jaar.
Al snel woonden er twintig meisjes. Ze stonden om vijf uur op. Ze leerden naaien, wassen, koken en matten vlechten. Na twee jaar konden ze ergens in een huis gaan werken. Wie weg wilde, mocht altijd gaan.
Eerlijk tellen
Na tien jaar telden ze hoe het met de meisjes ging. Er waren er 277 geweest. Met 128 ging het goed: ze waren getrouwd of hadden werk. Maar 49 meisjes waren teruggegaan naar hun oude leven.
Dat schreven ze gewoon op, en er werd niets mooier gemaakt. Andere huizen in Europa zeiden vaak dat het bijna altijd lukte. Ottho was eerlijker. Voor hem ging het om één vraag. Zocht hij het ene verloren schaap, zoals God vroeg?
Wat vind jij: is het mislukt als het niet bij iedereen lukt?
Er kwamen nog meer huizen in Zetten. Eén huis was voor meisjes van twaalf tot zestien. Ottho noemde het Talitha Kumi. Dat zei Jezus tegen een meisje dat gestorven was, en het betekent: Meisje, sta op.
Een kerk op een heuvel
In 1867 nam Ottho afscheid van Hemmen en ging hij in Zetten wonen, tussen zijn huizen.
In de Betuwe kon het water van de rivieren heel hoog komen. Dan liepen de dorpen onder, en daarom werd er in Zetten een heuvel gemaakt. Daarop kwam een kerk met een grote zolder. Bij hoog water konden mensen daar schuilen. Deze Vluchtheuvelkerk werd in 1870 geopend.
Ottho was geen heilige, en dat wist hij zelf. Hij schreef dat hij soms trots en ijdel was.
In 1876 werd hij ziek. Hij reisde naar een kuuroord in het buitenland om beter te worden. Een kuuroord is een plek waar zieken gingen uitrusten. Daar stierf hij op 11 juli 1876, toen hij 72 was. Hij werd begraven in Zetten, aan de voet van de heuvel. Naast hem liggen zijn vrouw Anna en Petronella Voûte.
Het werk in Zetten ging nog heel lang door, tot 2020.
Echt gebeurd?
Ja. Dat Heldring veertig jaar dominee was in Hemmen, de put in Hoenderloo liet graven, het huis Steenbeek in Zetten begon en de Vluchtheuvelkerk liet bouwen, staat in veel bronnen. Over de kerstpreek en zijn eigen hart weten we alleen wat hij zelf schreef. De vijfhonderd emmers en de cijfers over de 277 meisjes komen elk uit één bron. In welk jaar hij Hoenderloo ontdekte, zeggen de bronnen verschillend.
Praat erover
- Ottho schreef ook op wat er misging. Waarom is eerlijk zijn belangrijk, denk je?
- In Hoenderloo was geen water. Wat zou jij het meest missen zonder kraan?
Uit de Bijbel
Talitha, koemi! Dat is vertaald: Meisje (Ik zeg je), sta op. (Marcus 5:41)
Ga zelf kijken
In Zetten staat de Vluchtheuvelkerk nog altijd op haar heuvel. Aan de voet liggen de graven van Ottho Heldring, zijn vrouw Anna en Petronella Voûte. Hoenderloo op de Veluwe is nu een dorp.