Een hokje in de collegezaal
Het is de zeventiende eeuw, in Utrecht. De stad heeft net een universiteit gekregen. In een grote zaal zitten jongemannen te luisteren naar een hoogleraar. Een hoogleraar is een leraar aan de universiteit.
Maar er luistert nog iemand. In de zaal staat een soort hokje met een gordijn ervoor. Daarin zit een vrouw. Zij kan de hoogleraar horen. De jongens in de zaal kunnen haar niet zien.
Haar naam is Anna Maria van Schurman. De Universiteit Utrecht noemt haar nu de eerste vrouwelijke student van Nederland. Misschien was ze zelfs de eerste van heel Europa.
Waarom zat ze achter dat gordijn? En hoe kwam ze daar? Daarvoor gaan we terug naar haar eerste jaren.
Bij het beekje
Anna Maria werd geboren op 5 november 1607 in Keulen, een stad in Duitsland. Haar familie kwam uit Antwerpen. Ze waren daar weggegaan omdat ze protestant waren. Anna Maria had drie broers. Zij was het enige meisje.
Toen ze heel oud was, schreef ze iets op uit haar vroegste jaren. Ze was nog geen vier jaar. Ze zat met een dienstmeisje bij een beekje om kruiden te plukken. Het meisje vroeg haar een vraag uit de catechismus op te zeggen. Een catechismus is een boekje met vragen en antwoorden over het geloof.
De vraag was: wat is je enige troost in leven en sterven? Anna Maria zei het antwoord op. Het antwoord zegt dat je niet van jezelf bent, maar van Jezus. Bij die woorden werd ze vol vreugde, schreef ze later. Ze voelde heel sterk hoeveel Jezus van haar hield.
Dat moment is ze nooit vergeten.
Latijn van vader
In 1615 verhuisde het gezin naar Utrecht. Daar woonde Anna Maria het grootste deel van haar leven.
Haar vader merkte dat ze heel snel leerde. Hij gaf haar zelf les. Ze leerde Latijn, de taal van de geleerden. Op haar elfde las ze al een boek van een Romeinse schrijver. Ze leerde ook Grieks, Frans en Duits. Ze leerde muziek, borduren en tekenen.
Voor een meisje was dat toen heel bijzonder. Meisjes leerden lezen, schrijven en een huishouden doen. De universiteit was alleen voor jongens.
In 1623 stierf haar vader. Anna Maria is nooit getrouwd.
Een paar jaar later kocht ze een huis vlak bij de Dom, de grote kerk van Utrecht. Ze woonde er meer dan veertig jaar.
Veertien talen
Anna Maria werd beroemd. Ze schreef gedichten in allerlei talen. Ze maakte portretten, knipte figuurtjes uit papier en maakte gravures. Een gravure is een plaatje dat je in metaal krast, zodat je het kunt afdrukken.
Bekende mannen schreven haar brieven. De dichter Jacob Cats bijvoorbeeld, en Constantijn Huygens. Mensen gaven haar bijnamen, zoals de Ster van Utrecht.
Rond 1634 kreeg ze een nieuwe leraar: Gisbertus Voetius. Hij was dominee en woonde naast haar. Hij leerde haar Hebreeuws, de taal waarin het Oude Testament is geschreven. Ook leerde hij haar theologie. Theologie is het nadenken en studeren over God en de Bijbel.
Ze leerde nog veel meer talen, zoals Arabisch, Syrisch en Ethiopisch. Iemand die veel over haar schreef, telde veertien talen! Hoeveel talen ken jij al?
Een gedicht met een vraag
In 1636 kreeg Utrecht een universiteit. Voetius werd er hoogleraar. Hij vroeg Anna Maria om een gedicht te schrijven voor de opening. Ze schreef een Latijns lofdicht.
Maar ze stopte er ook een vraag in. De deur van de nieuwe universiteit stond open voor jongens. Waarom niet voor meisjes?
Het gedicht werd gedrukt en maakte haar in heel Europa bekend. En ze mocht colleges volgen. Alleen moest ze wel in dat hokje zitten, achter het gordijn.
Je kunt dat een halve oplossing noemen. Maar voor Anna Maria was het een deur, en ze ging erdoor.
Een paar jaar later schreef ze een boek over de vraag of vrouwen mogen studeren. Haar antwoord was ja. Ze wilde vooral dat vrouwen de Bijbel beter zouden begrijpen. Het boek werd in vier andere talen vertaald.
Alles verkocht
Na de dood van haar moeder zorgde Anna Maria jarenlang voor twee oude tantes. Daardoor had ze minder tijd om te studeren.
Haar broer leerde een Franse dominee kennen, Jean de Labadie. Labadie droomde van een kerk met alleen mensen die echt in Jezus geloofden. Anna Maria vond dat mooi. Ze wilde niet bij mensen horen die alleen in naam christen waren.
In 1669 nam ze een grote beslissing. Ze ging bij de kleine groep van Labadie wonen, in Amsterdam. Ze had haar huis, haar boeken en haar meubels al verkocht. Wat ze had, gaf ze bijna allemaal aan de groep.
Veel mensen begrepen er niets van. De beroemde Ster van Utrecht woonde opeens in een kleine groep die veel mensen maar vreemd vonden. De kerk in Utrecht schreef haar een brief. Ze vroegen haar terug te komen. Ze deed het niet.
Het beste deel
De groep moest steeds verhuizen: naar Duitsland, en daarna naar een plaats bij Hamburg. Daar schreef Anna Maria een boek over haar leven. Ze vertelde over het meisje bij het beekje. En ze legde uit waarom ze alles had achtergelaten.
Het boek heette in het Nederlands Eucleria, of uitkiezing van het beste deel. Dat lijkt heel erg op wat Jezus zei over Maria, de zus van Martha. Martha had het druk in huis. Maria zat bij Jezus en luisterde.
Wat zou jij kiezen: druk bezig zijn, of stil zitten en luisteren?
In 1675 kwam de groep in Friesland terecht, in het dorpje Wieuwerd. Ze woonden op een landgoed met boerderijen eromheen. Ze deelden alles wat ze hadden. Anna Maria was toen bijna zeventig. Ze zat in een soort rolstoel. Maar haar handen bleven bezig: ze schilderde nog kleine portretjes.
Anna Maria van Schurman stierf in mei 1678 in Wieuwerd. Ze was zeventig jaar. Ze had zelf gevraagd om een heel eenvoudig graf. Zo werd ze begraven op het kerkhof van het dorp.
Haar verhaal begon bij een beekje, met een handje kruiden. Een meisje van bijna vier zei hardop dat ze niet van zichzelf was. Daar bleef ze haar hele leven bij.
Echt gebeurd?
Ja. Dat Anna Maria van Schurman achter een gordijn colleges volgde, veel talen leerde en zich later bij Labadie aansloot, staat in veel bronnen. Het verhaal bij het beekje weten we alleen omdat ze het zelf opschreef, meer dan zestig jaar later. Het getal van veertien talen komt van één onderzoeker. Of ze bij de titel van haar boek echt aan Maria en Martha dacht, schreef ze er niet bij; de woorden lijken er wel heel erg op.
Praat erover
- Anna Maria mocht studeren, maar alleen achter een gordijn. Wat vind jij daarvan?
- Ze verkocht al haar spullen om dichter bij God te leven. Wat vind jij moeilijk om weg te geven?
Uit de Bijbel
Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen. (Lukas 10:42)
Ga zelf kijken
In Utrecht, in de straat Achter de Dom, herinnert een gevelsteen aan het huis waar ze woonde. In Museum Martena in Franeker hangt een zelfportret dat ze in 1640 maakte. Ze is begraven op het kerkhof van Wieuwerd, in Friesland.