Een nieuwe hulp
Het is 28 april 1965, in Amsterdam. Door de oude straatjes van de Wallen loopt een vrouw in uniform. Het is majoor Bosshardt van het Leger des Heils. Naast haar loopt een jonge vrouw in vermomming. Ze verkoopt het blad van het Leger, De Strijdkreet, in de cafés.
Wie haar ziet, denkt: dat is vast een nieuwe hulp van de majoor.
Maar een fotograaf kijkt beter. Hij herkent haar en maakt foto’s. Die komen in de krant, en dan weet heel Nederland het. De nieuwe hulp is prinses Beatrix! Later werd zij koningin.
Wie was die majoor, die met een prinses door de stad liep? Daarvoor gaan we terug naar Utrecht.
Te zwak
Alida Bosshardt werd geboren op 8 juni 1913 in Utrecht. Ze had één broer, Henk. Het gezin verhuisde vaak, en het ging niet altijd makkelijk.
Alida wilde verpleegster worden. Maar ze werd niet aangenomen. Ze was vaak ziek en zag slecht met één oog. Later zei ze het zelf heel eenvoudig: ze was te zwak bevonden.
Wie haar later zag, zou dat bijna niet geloven. Want later liep ze dag en nacht door de stad, tot ze heel oud was.
Een kerkdienst op straat
Toen Alida achttien was, ging ze met een vriendin naar het Leger des Heils. Het Leger des Heils is een kerk die werkt als een leger, met uniformen en rangen. Ze helpen arme en eenzame mensen, en ze vertellen over God.
Het Leger hield diensten in de open lucht, met muziek en een korte preek. Bij zo’n dienst werd Alida diep geraakt door Gods liefde. Zo vertelt het museum dat nu in haar oude huis zit.
In 1932 werd ze heilssoldaat. Zo heet een lid van het Leger. Haar vader kocht haar uniform en de hoed die erbij hoorde. Later werd ze officier. Een officier is een leider in het Leger.
Wie heeft jou ooit geholpen met iets wat je graag wilde? Soms staat er iemand naast je die je bijna niet opmerkt.
Kinderen op de fiets
Alida ging werken in Amsterdam, in een tehuis voor kinderen. Het lag midden in een buurt waar veel Joodse mensen woonden.
In mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. De Duitsers maakten nare regels, vooral voor Joodse mensen. In 1941 verboden ze het Leger des Heils. Een uniform dragen mocht niet meer. Het tehuis ging verder als een gewoon huis.
In datzelfde jaar kwamen er drie Joodse zusjes in het tehuis. Hun moeder kreeg er ook een tijdje een plek. Kort daarna werd er een vierde zusje geboren.
Daarna moesten de kinderen steeds verhuizen. Ze reisden met de trein en te voet naar tien verschillende plekken. Het Joodse babyzusje werd bij elke verhuizing onder dekens gestopt. Zo zag niemand haar.
Het oudste kind droeg een koperen ketel. Dat lijkt gewoon een pan. Maar in die ketel zaten geld en bonnen verstopt. Zonder bonnen kon je in de oorlog geen eten kopen.
Alida bracht ook Joodse kinderen op de fiets naar een veilige plek. Vaak wist ze hun namen niet eens. Dat was expres. Namen en adressen schreef ze niet op. Wat niet op papier stond, kon de vijand ook niet vinden.
Een keer werd Alida verraden en opgepakt. Na twee weken kon ze weglopen. Haar ondervrager had de deur niet op slot gedaan! Was hij het vergeten, of deed hij het expres? Dat weet niemand.
In de laatste oorlogswinter was er bijna geen eten. Alida fietste het platteland op, op een fiets met houten banden. Ze ruilde sigaretten voor aardappelen. Dat vertelde ze niet aan de leiding. Het Leger had namelijk een streng rookverbod!
De vier zusjes bleven de hele oorlog bij elkaar. Daar had Alida voor gezorgd. Later schreven ze dat ze voor hen als een moeder was.
Honderd gulden en een vlag
Na de oorlog werkte Alida op het hoofdkantoor van het Leger in Amsterdam. Daar viel haar iets op. Op de Wallen deed het Leger niets.
De Wallen is een oude buurt in Amsterdam. Daar waren veel cafés. Er werkten ook vrouwen in de prostitutie. Dat betekent dat ze geld verdienden met hun lichaam. En er woonden mensen zonder huis, of mensen die verslaafd waren aan drank.
Alida bleef vragen of ze daar mocht beginnen. Op 8 oktober 1948 kreeg ze haar zin. Van de leiding kreeg ze honderd gulden en een vlag. Meer niet.
Daarmee ging ze de straat op. Ze verkocht De Strijdkreet in de cafés. Ze praatte met iedereen. Ze gaf mensen een slaapplaats, eten en kleren. Soms nam ze iemand mee naar haar eigen huis.
In 1951 kreeg ze een eigen pand, midden op de Wallen. Het wordt het oudste stenen woonhuis van Amsterdam genoemd. Daar woonde en werkte ze, jarenlang.
Haar motto was: “God dienen is mensen dienen, mensen dienen is God dienen.”
Een bad op televisie
Alida werd steeds bekender. Ze kwam op de televisie en gaf lezingen in het hele land. Na die tocht met prinses Beatrix werden ze vriendinnen. Ze schreven elkaar jarenlang brieven en kaarten.
Ze kreeg een hogere rang. Maar voor heel Nederland bleef ze gewoon de majoor.
In 1978 ging ze met pensioen. Stoppen deed ze niet. Ze bleef De Strijdkreet verkopen, tot ze tweeënnegentig was.
Een keer zat ze in een tv-programma met de rockzanger Herman Brood. Ze deed hem in bad, voor de camera! Ze werden vrienden. Met zulke mensen praten, dat kon ze als geen ander.
In 2004 kreeg ze een medaille uit Israël. Daarmee werd ze bedankt voor wat ze in de oorlog voor Joodse kinderen had gedaan. Als mensen haar prezen, wees ze naar God. “Niet mij, maar Hem komt alle eer toe,” zei ze.
De grootste Amsterdammer
Op 25 juni 2007 overleed Alida Bosshardt in Amsterdam. Ze was vierennegentig jaar. Haar begrafenis was live op de televisie te zien.
In 2009 kozen de Amsterdammers haar tot de grootste Amsterdammer aller tijden. Ze won van voetballer Johan Cruijff en zanger André Hazes!
Een brug op de Wallen is naar haar vernoemd. In 2022 opende koningin Máxima een museum in haar oude huis. Daar staat een wassen beeld van de majoor, in haar uniform.
Echt gebeurd?
Ja. Dat Alida Bosshardt in 1948 op de Wallen begon, met prinses Beatrix op stap ging en in de oorlog Joodse kinderen hielp, staat in veel bronnen. De verhalen over de koperen ketel, de open deur en de sigaretten weten we uit wat het Leger des Heils later vertelde, en uit een brief van de vier zusjes. Hoeveel kinderen ze in totaal hielp, weet niemand precies, omdat ze niets opschreef.
Praat erover
- Alida schreef de namen van de kinderen expres niet op. Waarom was dat zo slim?
- Ze ging naar mensen toe met wie anderen niet wilden praten. Wie zijn dat bij jou in de buurt of op school?
Uit de Bijbel
Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan. (Mattheüs 25:40)
Ga zelf kijken
Het Majoor Bosshardthuis staat aan de Oudezijds Voorburgwal 14 in Amsterdam, midden op de Wallen. Het is haar oude woning. Er staat een wassen beeld van de majoor, en er worden rondleidingen gegeven. Ze is begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.