Wat betekenendeze stenen?

Deel 1 · Hoofdstuk 1

Utrecht

een kerk in het oude fort

695Domplein en DOMunder

Wie over het Domplein in Utrecht loopt, kijkt meestal omhoog. Naar de Domtoren, naar het koor van de Domkerk. Kijk een keer naar beneden. In de bestrating loopt een lijn van roestbruin cortenstaal. Hij volgt precies de plek waar ooit de muur van een Romeins fort stond. In het staal is een kaart gegraveerd van de grenzen van het Romeinse Rijk. Utrecht lag aan de rand ervan.

Verderop zie je andere tekens in de stenen. Een vlak van klinkers geeft de plattegrond aan van het schip van de Dom, het lange middendeel dat in 1674 in een storm instortte. Ernaast zijn de omtrekken aangegeven van twee verdwenen gebouwen: de Heilig Kruiskapel en de Sint-Salvatorkerk. Dat laatste kerkje liet een Engelse monnik bouwen, ruim dertien eeuwen geleden. Onder je voeten, in de ruimte die DOMunder heet, kun je met een zaklamp langs de funderingen lopen.

Die monnik heette Willibrord. Hij kwam in 690 over zee naar de Lage Landen, en van hier uit, binnen de muren van dat Romeinse fort, probeerde hij de Friezen voor Christus te winnen. Utrecht noemt hem zijn eerste bisschop. De katholieke kerk in Nederland noemt hem haar patroon. Van zijn leven weten we minder dan je zou denken, en een deel van wat verteld wordt, is legende.

Om te zien wat er werkelijk gebeurde, moet je eerst naar het noorden van Engeland.

EEN JONGEN VAN ZES IN RIPON

Willibrord werd geboren in 657 of 658 in Northumbria, het noordoosten van het huidige Engeland. Het christendom was er nog jong. Ruim een halve eeuw eerder had de eerste Engelse koning zich laten dopen.

Volgens de levensbeschrijving die de geleerde Alcuinus aan het eind van de achtste eeuw over hem schreef, stierf zijn moeder toen hij klein was. Zijn vader bracht hem op zijn zesde of zevende naar een klooster. Dat was in die tijd niet vreemd. Een kind dat zo aan een klooster werd toevertrouwd, groeide op tussen monniken en werd meestal zelf monnik. Willibrord kwam terecht in Ripon, bij Wilfrid van York. Rond zijn twintigste legde hij er zijn geloften af.

Kort daarna, rond 678, vertrok hij naar Ierland. Hij ging naar het klooster Rath Melsigi, waar een Engelse monnik de leiding had: Egbert. Willibrord bleef er twaalf jaar.

EGBERT STUURT TWAALF MANNEN

In Ierland leefde een gedachte die voor ons vreemd klinkt. Monniken verlieten vrijwillig hun land en hun familie, als een offer aan God. Ze noemden het peregrinatio pro Christo: in den vreemde leven omwille van Christus. Het doet denken aan Abraham, tegen wie God zei: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal (Genesis 12:1).

Egbert wilde zelf naar de Germaanse volken op het vasteland. Het lukte hem niet. Dus stuurde hij anderen. De Engelse geschiedschrijver Beda, die in 731 zijn kerkgeschiedenis van het Engelse volk voltooide, vertelt dat de opvallendste van hen Willibrord was. Ze vertrokken in 690. Beda schrijft dat ze met hun twaalven waren: Willibrord en elf metgezellen. De Canon van Nederland laat ze aan land gaan bij de monding van de Rijn, waar nu Katwijk ligt. Andere schrijvers noemen ook de Grevelingen. Waar die boot precies op het strand liep, weet niemand zeker.

Wat vaststaat is waar ze daarna heen gingen. Ze reisden door naar Pepijn.

PEPIJN EN HET FORT AAN DE RIJN

Pepijn van Herstal was hofmeier van de Franken. Een koning was hij niet, maar hij had de macht in handen. In 689 had hij de Friese koning Radboud verslagen. Beda schrijft dat Pepijn kort tevoren het nabije deel van Friesland had onderworpen en koning Radboud had verdreven. Pepijn ontving de twaalf monniken graag, schrijft Beda. Hij stuurde ze naar Friesland om er te preken, en hij gaf ze zijn bescherming.

Hier zit iets wat je bij Willibrord niet moet wegpoetsen. Zijn zending reisde mee met het Frankische gezag. Waar Pepijn won, kon Willibrord preken. Waar Radboud terugkwam, moest hij vluchten. Voor de Friezen was het christendom daardoor ook het geloof van de vijand. Dat verklaart veel van wat er later gebeurde.

Toen Willibrord in Utrecht aankwam, stond daar al een kerkje. Rond 630 had de Frankische koning Dagobert het laten bouwen, binnen de muren van het verlaten Romeinse fort. Onder Fries gezag was het verwoest of in verval geraakt. Het was een klein begin dat al eens mislukt was.

OP DE FEESTDAG VAN CECILIA

In 692 reisde Willibrord voor het eerst naar Rome. Hij vroeg de paus om toestemming en zegen voor zijn werk, en hoopte relieken mee te krijgen: overblijfselen van apostelen en martelaren, die in nieuwe kerken een plaats kregen.

Intussen kozen de broeders in Friesland een van hen, Suidbert, tot bisschop. Hij werd in Engeland gewijd door Wilfrid, de man bij wie Willibrord was opgegroeid.

Daarna nam Pepijn het initiatief. Met instemming van iedereen, zo schrijft Beda, stuurde hij Willibrord opnieuw naar Rome, waar Sergius nog paus was. In november 695 wijdde paus Sergius I hem tot aartsbisschop van de Friezen. Een aartsbisschop staat boven andere bisschoppen. Het was een groot plan voor een volk dat nog nauwelijks christenen kende.

De wijding vond plaats in de kerk van de heilige Cecilia, een martelares uit de vroege kerk, op haar feestdag, 22 november. Beda zet het in het jaar 696. Willibrord zelf schreef het jaar 695 op, en de meeste historici volgen hem. De paus gaf hem een nieuwe naam: Clemens. Willibrord gebruikte die naam zelden.

Ik vind dat een ontroerend detail. In 728, als hij al zeventig is, schrijft Willibrord in de marge van zijn eigen kerkelijke kalender een korte aantekening over zijn leven. Hij zet haar naast de feestdagen van Cecilia en van Clemens, bij de dag van zijn wijding. De kalender zelf werd in de eerste jaren van de achtste eeuw in Echternach geschreven, en hij bestaat nog, in een bibliotheek in Parijs. Het is een van de weinige plekken waar we Willibrord zelf horen.

WILTABURG

Toen hij terugkwam, gaf Pepijn hem een vaste plaats. Beda noemt het een plek in zijn fort, in de oude taal van dat volk Wiltaburg genoemd, en in het Gallisch Trajectum. Het Romeinse fort aan de Rijn werd het thuis van de aartsbisschop.

Hier, op wat nu het Domplein is, ging Willibrord aan het werk. Hij bouwde een kerk gewijd aan de Verlosser, de Sint-Salvatorkerk. Het verwoeste kerkje van Dagobert bouwde hij opnieuw op en wijdde het aan Sint-Maarten. Bij de kerken stichtte hij een klooster, dat later ook een kloosterschool kreeg.

Over de volgorde zijn historici het niet eens. Sommigen laten Willibrord beide kerken direct na 695 bouwen. Een artikel uit 1995 in het tijdschrift Madoc dateert de herbouw van de Sint-Maarten pas na 719. Wat iedereen deelt, is de plek. Uit die Sint-Maarten groeide de latere Dom. De Sint-Salvatorkerk bleef staan tot 1587, toen ze na de Reformatie werd afgebroken. De lijnen in het plein laten zien waar ze stond.

Beda schreef in 731 dat Willibrord op dat moment al zesendertig jaar bisschop was. Hij noemt hem eerbiedwaardig door zijn hoge leeftijd. De oude man leefde nog toen de Engelse monnik over hem schreef.

HET EILAND VAN DE GOD FOSITE

Wat deed Willibrord in die jaren buiten Utrecht? Daarvoor zijn we grotendeels aangewezen op Alcuinus. Zijn levensbeschrijving is geschreven als een heiligenleven: om te stichten en te eren, niet om een nauwkeurig verslag te geven. Hij schreef haar ruim een halve eeuw na Willibrords dood, op verzoek van Beornrad, abt van Echternach.

Volgens Alcuinus kwam Willibrord op een eiland dat gewijd was aan de god Fosite. Daar mocht niemand de dieren aanraken of zonder te zwijgen water putten uit de bron. Willibrord doopte er mensen in die bron en liet zijn mannen een paar dieren slachten om te eten. Radboud hoorde ervan. Volgens het verhaal liet hij drie dagen lang het lot werpen over de monniken. Het lot viel nooit op Willibrord, maar een van zijn metgezellen werd gedood.

Een ander verhaal van Alcuinus speelt op Walcheren. Daar zou Willibrord een afgodsbeeld kapot hebben geslagen, waarna de priester van dat beeld hem met een zwaard op het hoofd sloeg. Willibrord bleef ongedeerd en verbood zijn mensen de man iets te doen.

Of het zo gegaan is, kunnen we niet controleren. Waar dat eiland van Fosite lag, is zelfs onzeker. Sommigen denken aan Helgoland, anderen aan een eiland dichter bij de Nederlandse kust. De verhalen laten wel zien hoe de mensen een generatie later over hem dachten: een man die zonder wapens het heilige van de Friezen aanraakte en het overleefde.

Ook een tocht naar de Denen wordt verteld. Hun koning Ongendus wilde er niets van weten. Willibrord nam dertig jongens mee terug om hen te onderwijzen en te dopen. Ook dat verhaal kennen we alleen uit de levensbeschrijvingen.

EÉN VOET IN HET WATER

In 714 stierf Pepijn. De Frankische macht raakte in verwarring, en Radboud greep zijn kans. Hij heroverde het gebied dat hij kwijt was. Volgens de oude verslagen werden priesters verjaagd en kerken verwoest. Het werk van bijna vijfentwintig jaar lag stil. Willibrord moest Utrecht verlaten. Waarschijnlijk verbleef hij in zijn klooster Echternach, in het huidige Luxemburg. Dat klooster had hij in 698 gesticht op grond die Irmina hem schonk, een dochter van de Frankische koning Dagobert. Later gaven Pepijn en anderen er meer bij. Echternach werd de plek waar hij zich vaak terugtrok.

Ik blijf bij Willibrord vooral hangen bij dit moment. Hij was in de vijftig. Alles wat hij in Utrecht had opgebouwd, was weg. Er staat nergens wat hij daarbij voelde, en ik ga het ook niet invullen. Wat we wel weten, is wat hij daarna deed.

Over Radboud gaat een beroemd verhaal rond. Hij zou op het punt hebben gestaan zich te laten dopen, met één voet al in de doopvont. Toen vroeg hij bisschop Wulfram wat er geworden was van zijn voorouders, die nooit gedoopt waren. De bisschop antwoordde dat zij zeker niet in de hemel waren. Radboud trok zijn voet terug en weigerde de doop.

Dit verhaal komt uit een legendarische bron uit de negende eeuw. Het draait niet om Willibrord, en historici rekenen het tot de anekdotes. Maar het vangt iets wat echt was. Voor een Fries betekende kiezen voor Christus ook kiezen tegen je voorouders en voor de Franken. Wat zou jij gedaan hebben, als je moest kiezen tussen de God van de vreemdeling en de graven van je vader en moeder?

DRIE JAAR MET BONIFATIUS

In 718 begon Karel Martel, de nieuwe sterke man bij de Franken, de strijd tegen Radboud. In 719 stierf de Friese koning. Willibrord kon terug naar Utrecht. Hij was toen een man van rond de zestig, en hij begon opnieuw: kerken herstellen, priesters aanstellen, mensen onderwijzen.

Hij kreeg hulp van een andere Engelse monnik: Bonifatius. Ongeveer drie jaar werkte hij samen met Willibrord in het Friese gebied, van 719 tot 721 of 722. Daarna gingen hun wegen uiteen. Bonifatius werkte verder in de Duitse landen. In 754, toen hij rond de tachtig was, werd hij bij Dokkum vermoord.

Bonifatius speelt nog op een andere manier mee in dit verhaal. In 753 schreef hij een brief aan paus Stefanus II over Utrecht. Daarin schrijft hij dat koning Dagobert het eerste kerkje in Utrecht aan de bisschop van Keulen had gegeven, op voorwaarde dat die de Friezen tot het geloof zou brengen. Keulen had dat niet gedaan. Daarna vertelt hij dat Willibrord er de kerk van de Verlosser bouwde en de verwoeste kerk van Sint-Maarten herstelde, en dat Willibrord in Utrecht een bisschopszetel had. Die zetel, schreef hij, was daarna aan hem zelf toevertrouwd. De brief is een belangrijke bron, maar het artikel in Madoc noemt zijn voorstelling van de vroege geschiedenis van Utrecht een vervalsing. Bonifatius had er belang bij het zo te vertellen. Het antwoord van de paus is niet bewaard.

WAS HET AL EEN BISDOM?

Utrecht rekent 695 als het begin van het bisdom. Het ligt ingewikkelder.

Willibrord werd gewijd als aartsbisschop van een volk, de Friezen. Utrecht was zijn uitvalsbasis en zijn kerk. Na Bonifatius leidde een abt, Gregorius, het klooster en de missiepost. Van een bisdom was een tijd geen sprake. In 777 werd er in Keulen weer een bisschop voor Utrecht gewijd, Alberik, onder het gezag van de aartsbisschop van Keulen. Pas in de negende eeuw, onder bisschop Frederik, kreeg het bisdom echt vorm.

Ik vind dat geen reden om Willibrord minder te eren. Wat hij in Utrecht begon, bleef bestaan, ook toen het een paar keer bijna verdwenen was. Een bisdom is uiteindelijk een gemeenschap van mensen. Die gemeenschap begon in dat fort.

EEN GRAF IN ECHTERNACH

In 734 trok Willibrord zich terug in Echternach. Daar stierf hij in 739, op 6 of 7 november. Hij was eenentachtig jaar. Hij werd begraven in de kerk van zijn abdij. Zijn feestdag is 7 november gebleven.

Hij werd vrijwel direct na zijn dood als heilige vereerd. Alcuinus vertelt over wonderen bij zijn graf. In Echternach trekt nog elk jaar op de dinsdag na Pinksteren een springprocessie door de straten, een boetetocht ter ere van hem. In Utrecht wordt sinds 2002 elk jaar in september een Willibrordprocessie gehouden.

Na de Reformatie werd de Dom in 1580 een protestantse kerk, en dat is hij gebleven. De gotische kathedraal die vanaf 1254 op de plek van Willibrords Sint-Maarten verrees, verloor op 1 augustus 1674 haar schip in een zware storm. Het werd nooit herbouwd. Het puin bleef lang liggen. Pas in de negentiende eeuw werd het opgeruimd en werden de graven verplaatst. In 1825 droeg de kerk de grond over aan de stad, en zo ontstond het plein tussen de toren en het koor. Wie in DOMunder afdaalt, maakt die storm van 1674 mee in een voorstelling met licht en geluid, en ziet daarna onder de grond de resten van wat er vóór de gotische kathedraal stond: het Romeinse fort, de nederzetting uit Willibrords tijd en de oudere kerken. Protestanten en katholieken hebben allebei hun eigen herinnering aan deze plek. Willibrord hoort bij beide.

BRONS TEGENOVER DE JANSKERK

Loop vanaf het Domplein een paar minuten naar het noorden, naar het Janskerkhof. Daar staat, op een hoge sokkel, een bronzen man te paard. Hij draagt een monnikspij. In zijn hand houdt hij een kerkje. Het is Willibrord, gemaakt door de Belgische beeldhouwer Albert Termote. Het beeld hoort bij de herdenking van Willibrords sterfjaar, twaalf eeuwen later, in 1939. Het werd in 1947 onthuld.

Het beeld staat tegenover de Janskerk en kijkt in de richting van het Domplein. Fietsers moeten eromheen.

Het kerkje in zijn hand is klein. Zo klein als het kerkje van Dagobert misschien was, binnen de muren van een fort dat de Romeinen al eeuwen eerder hadden verlaten. Een man van over de zee kwam erin wonen, verloor het weer, en kwam op zijn zestigste terug.

Als je weer op het Domplein staat, zoek dan die lijn van cortenstaal. Hij markeert de rand van een wereldrijk dat allang verdwenen was toen Willibrord kwam. Binnen die oude muur bouwde hij zijn kerkje, met het land van de Friezen voor zich.

GA ER ZELF HEEN

Het Domplein ligt in het hart van de oude binnenstad van Utrecht, tussen de Domtoren en de Domkerk. De lijn van cortenstaal die de muur van het Romeinse fort aangeeft, en de klinkers die de plattegronden van het verdwenen schip, de Heilig Kruiskapel en de Sint-Salvatorkerk tonen, zijn altijd te zien. Neem de tijd om ze op de grond te volgen.

Onder het plein ligt DOMunder. Je gaat met een zaklamp naar beneden en ziet funderingen van het Romeinse fort, sporen van Willibrords tijd, resten van vroegere kerken en van het ingestorte schip. Kaartjes zijn onder meer te koop bij de Utrecht Winkel aan het Domplein 9, waar ook de rondleidingen in de Domtoren beginnen. Kijk voor openingstijden op de website van DOMunder.

De Domkerk zelf, het koor dat de storm van 1674 overleefde, is een protestantse kerk die ook bezoekers ontvangt. Kijk voor openingstijden op de website van de Domkerk. Het ruiterbeeld van Willibrord staat op het Janskerkhof, tegenover de Janskerk, een korte wandeling van het Domplein.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): het Romeinse fort op de plek van het Domplein; het kerkje van Dagobert rond 630; Willibrords geboorte in Northumbria (657 of 658), zijn jeugd in Ripon en zijn jaren in Ierland bij Egbert; de oversteek in 690 met elf metgezellen en de ontvangst door Pepijn; de reizen naar Rome in 692 en 695; de wijding door paus Sergius I op de feestdag van Cecilia, met de naam Clemens; Utrecht (Trajectum, Wiltaburg) als zijn standplaats, met de Sint-Salvator en de Sint-Maarten; de stichting van Echternach in 698; Radbouds herovering na de dood van Pepijn in 714 en zijn dood in 719; de samenwerking met Bonifatius rond 719 tot 721 of 722; Willibrords dood in Echternach in 739; de instorting van het schip van de Dom in 1674; de afbraak van de Sint-Salvatorkerk in 1587; het beeld van Termote, onthuld in 1947.

Alleen uit overlevering of heiligenleven: de dood van zijn moeder en zijn plaatsing in het klooster als kind (Alcuinus); de gebeurtenissen op het eiland van Fosite, met het loten en de gedode metgezel; het afgodsbeeld op Walcheren; de tocht naar de Deense koning Ongendus en de dertig jongens; de wonderen bij zijn graf.

Onbevestigd: de precieze landingsplaats in 690 (Katwijk, Grevelingen of elders); de ligging van het eiland van Fosite; het verhaal van Radboud met één voet in de doopvont, dat uit een legendarische bron uit de negende eeuw komt; de exacte volgorde waarin Willibrord de twee Utrechtse kerken bouwde of herbouwde.

Duiding: Beda dateert de wijding in 696, Willibrords eigen aantekening en de meeste historici in 695. Of Utrecht in 695 al een bisdom in de latere betekenis was, is onder historici een vraag: Bonifatius’ brief van 753 is hier een belanghebbende bron, en het bisdom kreeg pas in de achtste en negende eeuw vaste vorm.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Canon van Nederland, venster Willibrord
  2. Beda, Kerkgeschiedenis van het Engelse volk, boek V, hoofdstuk 10 (CCEL)
  3. Beda, Kerkgeschiedenis van het Engelse volk, boek V, hoofdstuk 11 (CCEL)
  4. Allgemeine Deutsche Biographie en Neue Deutsche Biographie, Willibrord
  5. Madoc, jaargang 1995, over Willibrord en Bonifatius in Utrecht (DBNL)
  6. Van Afra tot de Zevenslapers, lemma Willibrord (DBNL)
  7. Catholic Encyclopedia, Willibrord (Ökumenisches Heiligenlexikon)
  8. Schaff-Herzog Encyclopedia, Willibrord (CCEL)
  9. Butler, St. Willibrord, Confessor, First Bishop of Utrecht (EWTN)
  10. Cult of Saints, Oxford: de kalender van Willibrord, november
  11. DBNL, over het schilderij van Radboud en de legende van de doopvont
  12. Kerkenkijken, Domkerk Utrecht: geschiedenis en gebouw
  13. OKRA landschapsarchitecten, project Domplein
  14. DUIC, Verbouwing Domplein van start
  15. Tinker, archeologische beleving onder het Domplein (DOMunder)
  16. DOMunder
  17. DUIC, Op het voetstuk: Sint Willibrordus op het Janskerkhof
  18. Equestrian Statue, Willibrord in Utrecht
  19. COMECE, Saint Willibrord by Albert Termote
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel