Wie Nijkerk binnenrijdt, ziet hem al van ver: een witte toren boven de daken van de oude stad. In 2012 werd hij in een landelijke wedstrijd gekozen tot mooiste kerktoren van Nederland. Onder die toren staat de Grote Kerk, aan de Holkerstraat, een laatgotische kerk met drie beuken en een hoog koor. Het is een rijksmonument. Binnen is het licht en sober, zoals in veel protestantse kerken. Op de orgelkast staat houtsnijwerk, en vooraan staat de preekstoel.
Bijna alles wat je daar ziet, is jonger dan het verhaal van dit hoofdstuk. Het orgel van Matthijs van Deventer is van 1756. De preekstoel en het doophek zijn in 1789 gemaakt door H.G. van Raan uit Amsterdam. De witte bovenbouw van de toren kwam er tussen 1774 en 1776. De muren en de gewelven zijn wel ouder. De eerste steen van het koor werd in 1461 gelegd, en na een stadsbrand in 1540 werd de kerk bijna helemaal opnieuw opgebouwd.
Binnen die muren gebeurde in de winter van 1749 iets waarover in de hele Republiek geschreven werd. Mensen huilden hardop onder de preek. Ze beefden, ze riepen de naam van Jezus, sommigen vielen flauw. Tijdgenoten noemden het de Nijkerkse beroeringen. Latere generaties spraken van de opwekking van Nijkerk. Welke naam je kiest, zegt veel over hoe je ernaar kijkt.
EEN STUDENT VAN ARABISCHE GEDICHTEN
De predikant die in het midden van dit verhaal staat, heette Gerardus Kuypers. Hij werd in 1722 geboren in Mijnsheerenland, in de Hoeksche Waard. Zijn vader, Franciscus Kuypers, was er predikant.
Gerardus was een begaafde student. In 1739 begon hij in Leiden aan de studie theologie, met veel aandacht voor oosterse talen. Zijn leermeester daarin was Albertus Schultens, een bekende kenner van het Hebreeuws en het Arabisch. In 1743 promoveerde Kuypers op een onderwerp uit het Oude Testament. Twee jaar later gaf hij een uitgave van Arabische gedichten uit, toegeschreven aan Ali ben Abi Taleb.
Hij was eerst hulpprediker in Amsterdam. In 1745 werd hij predikant in Jutphaas, een dorp bij Utrecht. Daar vond zijn prediking weinig weerklank, zo vermeldt het biografisch woordenboek van protestantse godgeleerden. In 1749 werd hij beroepen naar Nijkerk op de Veluwe. Hij was zevenentwintig.
TABAK EN HERBERGEN
Nijkerk was in die jaren een welvarend stadje. Die welvaart kwam vooral uit de tabaksteelt. Volgens de kerkhistoricus C. Smits bracht het geld ook wereldsheid mee. De herbergen trokken mensen weg uit de kerk, zelfs leden van de kerkenraad.
Kuypers zelf was er somber over. In een terugblik schreef hij dat in Nijkerk “weinig vreze Gods gevonden werd”. Het is zijn eigen beeld, achteraf opgeschreven door een man die wilde laten zien hoe groot de verandering was. Historici kijken er inmiddels iets anders naar. Volgens Fred van Lieburg, die in 2013 een boek over de religiegeschiedenis van Nijkerk schreef, bestond er al jaren een kring van ernstige gelovigen in het stadje. Ze verlangden naar een warmer en meer doorleefd geloof. De opwekking kwam volgens hem dus niet uit het niets.
Beide beelden kunnen waar zijn. Een stad kan vol herbergen staan en toch een groep mensen hebben die bidden om iets nieuws.
ERNST OP ZONDAG, GESPREKKEN OP ZONDAGAVOND
Kuypers was een van de twee predikanten van Nijkerk. Hij preekte met grote ernst. Hij ging op huisbezoek. Hij hield elke week een openbare catechisatie, een les in de geloofsleer die voor iedereen toegankelijk was. Op zondagavond kwam er een gesprekskring bij, in het huis van een van de gemeenteleden. Daar spraken mensen over hun geloof en over de vraag hoe het met hun ziel stond.
Volgens Smits groeide de belangstelling zo snel dat er al gauw geen huis groot genoeg meer was voor iedereen die wilde komen.
Wie in de achttiende eeuw gereformeerd was, kende de gedachte van bevinding: geloof is ook iets wat je van binnen ervaart, met verdriet over je zonde en blijdschap over vergeving. In Nijkerk ging dat in het najaar van 1749 heel zichtbaar worden.
ZONDAG 16 NOVEMBER 1749
Op zondag 16 november 1749 stond Kuypers op de preekstoel van de Grote Kerk. Zijn tekst kwam uit Psalm 72, een psalm over een koning die recht doet en over een land dat bloeit. Hij las vers 16:
Is er een handvol koren op het land, op de top van de bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; de stedelingen zullen bloeien als het gewas op de aarde. (Psalm 72:16)
Een handvol koren, op een plek waar niets lijkt te groeien. Onder de preek barstten enkele kerkgangers in tranen uit. Een beschrijving van de geschiedenis van de Nijkerkse kerken spreekt van mensen die “verstikt in hevig geween” zaten.
De volgende avond, maandag 17 november, was er catechisatie. Daar werd het heftiger. Velen huilden. Sommigen begonnen te beven, en toen de zegen werd uitgesproken, vielen enkelen neer aan de voeten van anderen.
Ik heb die psalmtekst een paar keer gelezen terwijl ik dit schreef. Het is geen tekst die je met tranen en geschreeuw verwacht. Het gaat over koren en groei, over iets kleins dat uitgroeit. Wat er in die mensen omging, weten we niet uit hun eigen mond. We weten alleen wat de predikant en zijn tijdgenoten erover opschreven.
HUILEN IN HERBERGEN EN SCHUREN
In de maanden daarna bleef het niet bij de kerk. De verschijnselen deden zich ook voor in huizen, in herbergen en in schuren. Mensen zuchtten, huilden en schreeuwden. Ze riepen hardop de naam van Jezus aan. Bij sommigen draaiden de ogen weg, anderen kregen stuiptrekkingen of vielen flauw.
Het nieuws ging rond, en mensen kwamen van heinde en ver om het te zien. Hoeveel het er waren, vermelden de bronnen die ik heb kunnen raadplegen niet. Rond mei 1750 bereikten de beroeringen hun hoogtepunt. In de zomer van dat jaar kwamen andere predikanten Kuypers helpen. Ze preekten mee en troostten mensen die van slag waren.
Volgens Kuypers’ eigen verslag veranderde de manier van leven in het stadje ingrijpend. Hoe ver die verandering ging, kunnen we niet meer goed nagaan. Het notulenboek van de Nijkerkse kerkenraad over de jaren 1715 tot 1785 is verloren gegaan. Over deze jaren zwijgen de eigen papieren van de gemeente.
EEN PREDIKANT DIE DE DEUR OPENHIELD, EN DICHTDEED
Je zou verwachten dat de predikant het vuur verder opstookte. De bronnen laten iets anders zien. Hij nam de bewegingen van het lichaam niet als bewijs dat de Heilige Geest aan het werk was. Zijn opvatting was dat zulke bewegingen konden voortkomen uit zielsangst. Ze waren geen directe uiting van de Geest, al konden ze wel samengaan met Zijn werk.
Daar handelde hij ook naar. Wie het preken verstoorde, werd naar buiten gebracht, en mocht terugkomen als hij of zij weer kon luisteren. In oktober 1750 nam de kerkenraad op voorstel van Kuypers maatregelen om de onrust in de diensten te beperken. Smits, die de gebeurtenissen in 1980 beschreef, vond dat Kuypers verstandig reageerde. Volgens hem kwamen de meeste mensen in alle rust tot zekerheid van geloof, en zorgden maar enkelen voor grote verstoringen.
Hoe zou jij reageren, als je predikant was en er mensen flauwvielen onder jouw preek? De deur dichtgooien, omdat het niet past bij een nette eredienst? Of alles laten gebeuren, omdat je de Geest niet wilt tegenhouden? Kuypers zocht een weg daartussen. Dat leverde hem van beide kanten kritiek op.
DRIE BRIEVEN DIE NIET VOOR DE DRUKKER BEDOELD WAREN
In 1750 schreef Kuypers brieven over wat er in zijn gemeente gebeurde. Drie daarvan werden gedrukt, zonder dat hij ervan wist, en in een verminkte vorm. Volgens A.M. Roest, die alle geschriften over de zaak in kaart bracht, was dat de vonk voor een papieren oorlog.
Tussen 1750 en 1753 verschenen ongeveer honderdvijfentwintig pamfletten, boeken en artikelen. Sommige waren een paar bladzijden lang, andere dikke boeken. De belangrijkste tegenstander was Joan van den Honert, hoogleraar in Leiden. Hij was een van Kuypers’ eigen leermeesters geweest. Hij schreef kritische aantekeningen bij een herdruk van de brieven, en verspreidde een deel van zijn oordelen in pamfletten zonder naam.
Kuypers antwoordde in 1750 met zijn Getrouw verhaal en apologie, een verslag en een verdediging tegelijk. Daarin bestreed hij ook de denkers die alles met het verstand wilden verklaren, zoals Stinstra. Hij hield vast aan de overtuiging dat een mens een bijzondere werking van de Heilige Geest nodig heeft om tot geloof te komen. In 1751 volgden nog een reeks geschriften onder de titel Pleitgeding. Wie dat verslag leest, moet weten wat het is: het eigen getuigenis van de man die in het middelpunt stond en zich moest verantwoorden. Het is een belangrijke bron, en tegelijk een pleidooi.
GEESTDRIJVERIJ OF WERK VAN DE GEEST
De kritiek kwam uit verschillende hoeken. Johannes Stinstra, een doopsgezinde predikant in Harlingen, waarschuwde tegen geestdrijverij: het idee dat gevoelens en vervoering rechtstreeks van God komen. Maar ook binnen de eigen, strenge gereformeerde kring was er afwijzing. De bevindelijke predikant Theodorus van der Groe schreef in 1752 en 1753 zijn Toetssteen, waarin hij de beweging “de bedorven enthousiasterij” noemde. Hij hield het zelfs voor mogelijk dat er een duivels werk of een oordeel van God achter zat.
Er waren ook verdedigers. Hugh Kennedy, predikant van de Schotse kerk in Rotterdam, gaf in 1751 een verdediging uit van wat hij als werk van de Heilige Geest zag. Jacob Groenewegen, predikant in Werkendam, schreef dat wat in Nijkerk en in zijn eigen dorp gebeurde één en hetzelfde werk was, al verschilden de lichamelijke reacties. Hij wees erop dat velen in Nijkerk als bekeerd werden beschouwd, en hij beschreef hun blijdschap en hun vrede met God. De afwijzing kwam volgens hem vooral door het ongewone gedrag van het lichaam dat ermee gepaard ging. Philippus de Roy in Aalten koos ook partij voor Kuypers. Zelfs zijn vader, François Kuypers, nam de pen op voor zijn zoon. Dat bracht hem in conflict met de classis Gorinchem, een regionale vergadering van kerken. Dat conflict werd in juni 1752 bijgelegd.
De overheid hield zich liever afzijdig. De gereformeerde kerk nam pas in 1752 officieel stelling, met regels voor bijeenkomsten buiten de kerkdiensten om, de zogenaamde conventikels. Volgens één samenvattende studie handelde Van den Honert op aandringen van stadhouder Willem IV. Of dat klopt, heb ik niet in een tweede bron kunnen nagaan.
Een formeel onderzoek van de classis naar wat er in Nijkerk gebeurde, ben ik in de bronnen niet tegengekomen. Dat kan aan mijn zoektocht liggen, of aan het verloren notulenboek. Wie er meer van weet, mag het me laten weten.
VAN CAMBUSLANG TOT BOSTON
Wat in Nijkerk gebeurde, stond niet op zichzelf. In Northampton, in de Amerikaanse koloniën, had Jonathan Edwards tussen 1733 en 1735 een opwekking in zijn gemeente meegemaakt. In 1742 gebeurde iets vergelijkbaars in Cambuslang, in Schotland, in de jaren dat de Engelse prediker George Whitefield daar rondtrok. Hugh Kennedy vertaalde tussen 1742 en 1744 verslagen van de Schotse opwekking in het Nederlands. Smits ziet Nijkerk als een uitloper van de Schotse beweging.
Het nieuws ging ook de andere kant op. Brieven uit de kring rond Nijkerk kwamen terecht in een verzameling die de Schotse predikant John Gillies in 1754 uitgaf. Ze bereikten zelfs Boston, waar het gezien werd als “een wonder en een gebedsverhoring”, zo vat het Reformatorisch Dagblad Van Lieburgs onderzoek samen. Kuypers schreef Gillies een brief waarin hij op alles terugkeek. Die brief werd in 2013 voor het eerst in het Nederlands uitgegeven.
Dichter bij huis verspreidde de beroering zich ook. Er wordt melding gemaakt van Putten, Barneveld en Nunspeet, van Aalten en Werkendam, en in 1752 van Bleskensgraaf in de Alblasserwaard. In Nederland bleef het wel een plaatselijke zaak, schrijft de historica Els Stronks, terwijl dit soort bewegingen in het buitenland veel meer aandacht trokken.
DE RUST KEERT TERUG
Langzaam werd het stiller in de Grote Kerk. De predikant en de kerkenraad maakten een einde aan de heftige taferelen, deels onder druk van de kritiek van buiten, deels uit eigen overtuiging. In de loop van 1750 en 1751 ebde het weg. Rond 1753 hield ook de pamflettenstrijd op.
Kuypers bleef nog enkele jaren in Nijkerk. In 1752 werd hij beroepen naar Schoonhoven, maar hij bedankte. In 1758 vertrok hij naar Winschoten, in 1760 naar Scheemda. In 1765 werd hij hoogleraar theologie in Groningen, en meer dan eens was hij rector magnificus van de universiteit. Hij stond bekend als gematigd en trouw aan de gereformeerde belijdenis. Op 5 juni 1798 overleed hij in Groningen.
De jonge predikant die in een tabaksstadje de mensen zag huilen, werd zo een gematigde geleerde in het noorden. Aan Gillies in Schotland schreef hij een brief over wat hij in Nijkerk had gezien.
EEN HANDVOL KOREN
Wat was het nu? Over die vraag zijn historici het niet eens, en gelovigen ook niet. In behoudende kerkelijke kringen zien velen er een werk van Gods Geest in. Andere verklaringen wijzen op massahysterie, op sociale spanningen in een stadje dat rijk werd van de tabak, of op de doornappel. Die giftige plant kwam in de Nijkerkse tabaksvelden veel voor en kan in bepaalde vormen hallucinaties veroorzaken. Geen van die verklaringen is bewezen. Bijna alles wat we weten, komt uit pamfletten, en die waren vaak strijdbaar van toon, schrijft Els Stronks. De historicus P.T. van Rooden merkte op dat zelfs de titel Getrouw verhaal iets zegt over de verhouding tussen verhaal en feit. De schrijver wil dat je hem gelooft.
Ook later bogen kenners zich over de vraag hoe je zoiets toetst. De kerkhistoricus S.D. van Veen noemde drie toetsstenen voor zulke opwekkingen: komen mensen tot besef van hun zonde, zijn ze oprecht in hun nood, en volgt er vrucht in hun leven? Van Veen meende dat het verzet vooral kwam doordat mensen het geloof in een God die nog wonderen doet, kwijt waren geraakt. Hij gaf ook toe dat sommigen overdreven, en dat er onder de aangedanen huichelaars waren. Hij hield zo ruimte voor twee dingen tegelijk: echt werk van God, en mensen die meededen zonder dat het in hun hart veranderde.
Ik ga daar geen knoop over doorhakken. Wat ik wel zie, is een predikant die tegelijk open bleef en grenzen stelde. Hij verwierp het niet, en hij liet het ook niet de dienst overnemen. Hij keek naar wat het in mensen veranderde. In zijn verslag schreef hij over een ander leven in het stadje, en in zijn brief aan Gillies voorzichtig over het beven en vallen.
Die maatstaf is ouder dan Nijkerk, en hij werkt nog steeds. Hoe je zulke ervaringen beoordeelt, is een vraag die elke generatie opnieuw moet stellen, in de pinksterkerk en in de oude dorpskerk.
In het Rijksmuseum ligt een kleine ets van de kerk van Nijkerk, gedateerd rond 1749. Hij hoort bij een verzameling prenten over de beroeringen. Toen die ets gemaakt werd, had de toren zijn witte bovenbouw nog niet. Veel later, in 1788, maakte Reinier Vinkeles nog een gravure bij het verhaal, die nu in de Atlas van Stolk in Rotterdam bewaard wordt. Als je nu op de Holkerstraat staat en omhoog kijkt, zie je een top die er pas kwam toen het al lang stil was geworden. Daaronder, achter de oude muren, ligt de vloer waar in november 1749 mensen neervielen bij de zegen.
GA ER ZELF HEEN
De Grote Kerk staat aan de Holkerstraat 1, midden in het oude centrum van Nijkerk. De witte toren wijst je de weg. Het gebouw is een rijksmonument en wordt gebruikt door de Hervormde Gemeente Nijkerk. Direct naast de kerk staat het gemeentecentrum ’t Gasthuus.
Binnen zie je het Van Deventerorgel uit 1756, de preekstoel en het doophek uit 1789, een grafzerk uit 1602 en een tekstbord uit de zeventiende eeuw. Bezoekers zijn welkom bij de kerkdiensten. Kijk voor openingstijden en activiteiten op de website van Hervormd Nijkerk.
Ken je het verhaal dat Nijkerk zijn naam kreeg van een ‘nije kerk’, gebouwd na een veenbrand in 1222? Volgens Fred van Lieburg is dat een legende. Er is geen spoor van een eerder kerkgebouw gevonden. De kerk aan de Holkerstraat is voor zover bekend het allereerste godshuis van Nijkerk.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de levensloop van Gerardus Kuypers (1722-1798); zijn komst naar Nijkerk in 1749; de preek over Psalm 72:16 op zondag 16 november 1749 en de beroering bij de catechisatie van maandag 17 november; de verschijnselen (huilen, schreeuwen, beven, flauwvallen); het hoogtepunt rond mei 1750; de maatregelen van de kerkenraad in oktober 1750; de pamflettenstrijd van ongeveer honderdvijfentwintig geschriften (1750-1753) met Van den Honert als voornaamste tegenstander en Kennedy, Groenewegen en De Roy als verdedigers; de berichten in Schotland en Amerika; de bouwgeschiedenis van de Grote Kerk.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: Kuypers’ beschrijving van Nijkerk als een plaats zonder vreze Gods; de ingrijpende verandering van leefwijze in het stadje, zoals hij die in zijn Getrouw verhaal en zijn brief aan Gillies beschrijft.
Onbevestigd: een formeel onderzoek door de classis naar de gebeurtenissen in Nijkerk (niet gevonden; het notulenboek van de kerkenraad ontbreekt); de rol van stadhouder Willem IV achter Van den Honert en achter de kerkelijke regels van 1752 (één samenvattende bron en een blog); aantallen bezoekers en bekeerden; de naam Sint-Catharinakerk (in één bron).
Duiding: of de beroeringen een werk van Gods Geest waren, massahysterie, een sociale reactie of het gevolg van doornappel, is niet vast te stellen. Historici als Smits en Van Lieburg zien Nijkerk als onderdeel van een bredere opwekkingsgolf in Schotland en Amerika.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland, deel 5, lemma Kuypers (DBNL)
- A.M. Roest, Chronologische catalogus van de polemische geschriften rond de ‘Nijkerkse Beweging’ (DBNL)
- C. Smits, De Afscheiding van 1834, deel 4, hoofdstuk Nijkerk (DBNL)
- E. Stronks, recensie van J. Spaans (red.), Een golf van beroering (BMGN)
- Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Nijkerk
- Canon van Nijkerk, De Nijkerkse beroeringen (Mijn Gelderland)
- C.J. Veldman, Solving the Problem of the Spirit, masterscriptie Universiteit Leiden (2015)
- Reformatorisch Dagblad, 30 september 2013, “Opwekking Nijkerk niet onverwacht” (via Digibron)
- Reformatorisch Dagblad, “Spotlight: Nijkerkse beroering of Nijkerkse opwekking”
- Jan Kas, “Historicus rekent af met ‘legendes’ Nijkerk” (2013)
- J. Groenewegen, over de opwekking te Werkendam (Theologienet)
- B. Hooghwerff, Zegen op de Veluwe (Den Hertog, 2023), inkijkexemplaar
- Interpreting the Dutch Great Awakening (1749-1755), Church History (Cambridge)
- Rijksmonumentenregister, monument 30982, Hervormde kerk Nijkerk
- Hervormd Nijkerk, Gebouwen
- Rijksmuseum, De kerk te Nijkerk, ca. 1749
- Fietsnetwerk, Grote of Sint Catharina kerk Nijkerk
- B. de Roos, Nijkerkse beroeringen (blog)
- P.T. van Rooden, De communicatieve ruimtes van de Nijkerker beroeringen (UvA)