In de Doelstraat in Dordrecht kun je lopen zonder te merken dat je langs een van de belangrijkste plekken uit de Nederlandse kerkgeschiedenis komt. Er staat geen zaal meer, geen poort, geen toren. Het gebouw dat hier stond, de Kloveniersdoelen, werd halverwege de negentiende eeuw afgebroken. Het Regionaal Archief Dordrecht noemt 1858 als jaar, andere bronnen houden het op 1857. Op de plek kwam een gevangenis, en ook die is weer verdwenen.
In dezelfde binnenstad staat wel iets dat er toen al stond. De Grote Kerk aan de Lange Geldersekade, met haar toren die ruim twee meter uit het lood staat, is van ver te zien. Wie binnenloopt, vindt er onder meer houten koorbanken uit de zestiende eeuw.
Tussen die twee plekken speelde zich in 1618 en 1619 een vergadering af die een half jaar duurde en de kerk in Nederland voor eeuwen tekende. Er werd gebeden en gestreden. Er werden mensen weggestuurd. En er werd besloten tot de Bijbel die generaties Nederlanders zouden lezen.
In de winter van 2018 op 2019 hing er in de Doelstraat een tijdje een levensgroot doek met de gevel van de oude doelen erop, zo meldde de Vereniging van Vrienden van de Grote Kerk. Vierhonderd jaar na dato kon je even zien wat er ontbrak. Daarna ging het doek weer weg.
TWEE HOOGLERAREN IN ÉÉN STAD
Het verhaal begint in Leiden, aan de universiteit. Daar werkten aan het begin van de zeventiende eeuw twee hoogleraren theologie die het grondig met elkaar oneens werden.
De ene was Franciscus Gomarus, in 1563 geboren in Brugge. Hij was sinds 1594 hoogleraar in Leiden. Gomarus hield vast aan een strenge vorm van de leer van Calvijn. Volgens die leer heeft God van tevoren besloten wie behouden wordt en wie niet. Dat noemen theologen predestinatie, voorbeschikking.
De andere was Jacobus Arminius. Hij werd in 1560 geboren in Oudewater, studeerde in Leiden, Basel en Genève, en was predikant in Amsterdam. In 1603 werd hij hoogleraar in Leiden, naast Gomarus. Arminius was gaan twijfelen. Als God alles vooraf beslist, waar blijft dan de mens die zelf moet kiezen? Hij kwam uit bij wat later voorwaardelijke verkiezing heet: God kiest hen van wie Hij weet dat ze in geloof zullen antwoorden.
Het klinkt als een twistpunt voor geleerden. Maar het ging over de vraag die elke gelovige wel eens stelt. Ligt mijn redding helemaal bij God, of heb ik er zelf iets in te kiezen? Hoe zou jij die vraag beantwoorden?
EEN GESPREK DAT NIETS OPLOSTE
In 1608 liet Johan van Oldenbarnevelt de twee theologen tegenover elkaar debatteren. Oldenbarnevelt was landsadvocaat van Holland. Het gesprek bracht hen niet dichter bij elkaar.
Een jaar later was Arminius ernstig ziek. Op 19 oktober 1609 stierf hij in Leiden, negenenveertig jaar oud. De strijd stierf niet met hem.
Op 14 januari 1610 boden ongeveer veertig van zijn aanhangers een verzoekschrift aan bij de Staten van Holland. Zo’n verzoekschrift heette een remonstrantie, en zo kregen ze hun naam: remonstranten. De volgelingen van Gomarus antwoordden met een tegenstuk, de contraremonstrantie. Vanaf dat moment had het land twee kampen met een naam.
KERK EN POLITIEK DOOR ELKAAR
Wie deze geschiedenis eerlijk wil vertellen, kan de politiek er niet uit laten. De Republiek had sinds 1609 een bestand met Spanje, een wapenstilstand van twaalf jaar. In die rustige jaren kwamen de spanningen binnen het land naar boven.
De regenten van Holland, met Oldenbarnevelt voorop, wilden een brede volkskerk zonder al te veel theologische scherpslijperij. Volgens hen konden beide opvattingen naast elkaar bestaan, en Oldenbarnevelt vroeg de kerk om een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar was. Die kwam er niet. De contraremonstranten zagen het anders. Voor hen stond de zuiverheid van de leer op het spel.
Stadhouder Maurits van Oranje, de legeraanvoerder van de Republiek, koos uiteindelijk partij. In juli 1617 ging hij openlijk naar een contraremonstrantse kerkdienst in de Kloosterkerk in Den Haag. Iedereen begreep wat dat betekende. Een maand later, op 4 augustus 1617, namen de Staten van Holland de Scherpe Resolutie aan. Steden mochten eigen huurtroepen in dienst nemen, waardgelders. Maurits zag daarin een aanval op zijn gezag.
Er speelde meer mee dan geloof. Tegenstanders verweten de remonstranten dat ze te toegeeflijk waren naar Spanje. De dichter Vondel hekelde in 1618 juist Gomarus en Maurits. Aan beide kanten vlogen de pamfletten en spotliederen over straat.
In de zomer van 1618 greep Maurits in. Hij ontbond de waardgelders. Eind augustus werden Oldenbarnevelt, de jurist Hugo de Groot en anderen gearresteerd. De weg naar een nationale synode lag open.
EEN PREEK IN HET KOOR
Een synode is een vergadering van afgevaardigden van de kerken, die samen beslissingen nemen over leer en kerkelijk leven. Deze synode werd uitgeschreven door de Staten-Generaal, het hoogste bestuur van de Republiek. Ze kwam samen in Dordrecht.
Op 13 november 1618 begon het in de Grote Kerk. Balthasar Lydius, predikant van Dordrecht, preekte in het koor in het Nederlands. Daarna trokken de afgevaardigden naar de Kloveniersdoelen, het gebouw van de schutterij, waar de mannen van de burgerwacht oefenden en samenkwamen. In de grote zaal op de bovenverdieping sprak Lydius hen opnieuw toe, deze keer in het Latijn.
Een prent van François Schillemans, gemaakt in 1618 en 1619 en opgedragen aan Maurits, laat die zaal zien op de dag van de opening. De deelnemers zijn genummerd, zodat de kijker in een legenda kon opzoeken wie wie was. Er waren ongeveer honderd aanwezigen. Predikanten en ouderlingen uit de provincies, hoogleraren, afgevaardigden van de Staten-Generaal. En gasten uit het buitenland: uit Engeland en Schotland, uit Duitse gebieden als de Palts, Hessen, Bremen en Emden, uit Zwitserland en uit Genève. Het werd een internationale vergadering van gereformeerde kerken.
Tot voorzitter werd Johannes Bogerman gekozen, predikant in Leeuwarden. Hij was een Fries, de zoon van een priester die protestant was geworden, en hij kende zijn Hebreeuws.
ZEVEN ZITTINGEN OVER EEN BIJBEL
Het eerste wat de synode deed, heeft het minst ruzie opgeleverd en het langst doorgewerkt. Tussen 19 en 27 november 1618 sprak de vergadering in zeven zittingen over een nieuwe Nederlandse Bijbelvertaling.
De synode wilde een vertaling rechtstreeks uit de grondtalen, het Hebreeuws en het Grieks. Volgens een overzicht van het Meeter Center van Calvin University noemde Bogerman de Engelse King James Bijbel en Spaanse en Italiaanse vertalingen als voorbeeld. Er kwamen afspraken over trouw aan de grondtekst, heldere taal en korte toelichtingen in de kantlijn. De apocriefe boeken, boeken die wel in de katholieke Bijbel staan maar niet in de Hebreeuwse, kwamen achterin, met een waarschuwende inleiding. Er werden vertalers aangewezen.
In diezelfde eerste weken sprak de synode over meer praktische zaken. Hoe moesten kinderen catechisatie krijgen, les in het geloof? Mochten kinderen van slaven gedoopt worden? Hoe moesten predikanten worden opgeleid? En wat moest er gebeuren tegen drukkers die van alles zonder toezicht uitgaven? Het zijn vragen uit het gewone leven van een kerk.
Het zou nog bijna twintig jaar duren voordat de nieuwe Bijbel er was.
EEN TAFEL IN HET MIDDEN
Begin december kwamen de remonstranten binnen. Ze waren gedaagd, en de bronnen noemen dertien tot vijftien man. Ze zaten aan een tafel midden in de zaal, met hun tegenstanders om zich heen.
Hun woordvoerder was Simon Episcopius, in 1583 geboren in Amsterdam en hoogleraar in Leiden. Op 6 of 7 december 1618 hield hij een rede namens de remonstranten. De lexicons geven beide data. De remonstranten wilden het gesprek beginnen met hun bezwaren tegen de leer van de verwerping, de gedachte dat God sommige mensen van tevoren niet uitkiest. De synode wilde eerst van hen horen hoe zij hun eigen opvattingen uit de Bijbel verantwoordden.
Het werd wekenlang touwtrekken over de regels. Mochten de remonstranten zelf bepalen waar ze over spraken? Waren ze hier gesprekspartner of beklaagde? Ze trokken de bevoegdheid van de synode in twijfel. Hun tegenstanders vonden dat ze de zaak ophielden.
Een van de mannen tegenover Episcopius was Gomarus, die op de synode een leidende rol speelde als tegenstander van de leer van Arminius. Zijn oude collega was al negen jaar dood. Gomarus werd later hoogleraar in Groningen, waar hij in 1641 stierf.
Episcopius had op 13 november 1618, de dag waarop de synode in Dordrecht begon, in Leiden afscheid genomen van zijn studenten. Zo begon hij aan een reis die hem zijn ambt en zijn land zou kosten.
Een negentiende-eeuws biografisch woordenboek beschrijft Episcopius als kalm en verdraagzaam, zo kalm dat hij zijn tegenstanders vaak beschaamd deed staan. Het blijft het oordeel van een latere schrijver, met sympathie voor hem. Het laat wel zien hoe hij herinnerd werd.
“GAAT HEEN”
Op 14 januari 1619, in de zevenenvijftigste zitting, was het geduld van de voorzitter op. Bogerman stuurde de remonstranten de zaal uit. Zijn woorden zijn in het Latijn overgeleverd: “Dimittimini, exite”. In het Nederlands wordt dat weergegeven als “Gij wordt weggezonden, gaat heen.” Volgens National Geographic Historia was hij zichtbaar woedend.
Ik vind het een van de hardste zinnen uit deze hele geschiedenis. Een voorzitter die mannen wegstuurt met wie hij het oneens is, over de vragen waar ze hun leven aan gaven. Je kunt hem lezen als het einde van een eerlijk gesprek, of als het moment waarop een vergadering eindelijk verder kon. Beide lezingen bestaan tot vandaag.
Na die dag werd er over de remonstranten gesproken, niet meer met hen. De synode bestudeerde hun geschriften en schreef haar antwoord.
VIJF HOOFDSTUKKEN
Dat antwoord werden de Dordtse Leerregels. Er kwamen drie ontwerpen, en het laatste werd goedgekeurd en door alle afgevaardigden ondertekend. De leerregels volgen de vijf punten van de remonstranten en geven op elk punt een antwoord in vijf hoofdstukken. Ze verwerpen de opvattingen van de remonstranten en houden vast aan de leer dat God verkiest wie behouden wordt.
Op 24 april 1619 viel het vonnis over de remonstranten. Op 6 mei werd het openbaar gemaakt. Diezelfde dag werden de leerregels in de Grote Kerk in het Nederlands voorgelezen. De kerk was zo groot dat predikanten elkaar moesten afwisselen om overal verstaanbaar te zijn.
Daarna gingen de buitenlandse gasten naar huis. De Nederlanders bleven nog drie weken. Ze stelden een kerkorde vast, de Dordtse Kerkorde, met regels voor het gewone leven van de gemeenten.
Op 29 mei 1619 sloot de synode. Hoeveel zittingen er waren, hangt af van hoe je telt: de Vrienden van de Grote Kerk spreken van honderdvierenvijftig, andere bronnen van honderdtachtig, met de laatste weken erbij. Lydius preekte in de Grote Kerk een slotpreek over Jesaja 12. Daar staat: U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil. (Jesaja 12:3)
Voor de ene helft van de kerk was het een dag van vreugde. Voor de andere helft begon iets heel anders.
HET BINNENHOF, 13 MEI 1619
Ruim twee weken voor het einde van de synode, op 13 mei 1619, werd Johan van Oldenbarnevelt op het Binnenhof in Den Haag onthoofd. Hij was ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Literatuurhistorici noemen zijn proces een schijnproces.
Het vonnis werd geveld door een rechtbank, niet door de synode. Maar het viel in dezelfde weken en kwam uit dezelfde strijd. Hugo de Groot kreeg levenslang en werd opgesloten in slot Loevestein. In 1621 ontsnapte hij in een boekenkist.
Wat betekende de uitkomst voor de remonstrantse predikanten? Ongeveer tweehonderd van hen werden uit hun ambt gezet, onder wie de dichter Dirk Camphuysen. Ze moesten de Acte van Stilstand tekenen: een belofte om niet meer te preken. Volgens National Geographic Historia weigerden ongeveer tachtig van hen. Zij werden het land uit gezet. Episcopius werd naar Waalwijk gebracht, dat toen in Spaans gebied lag.
In Antwerpen kwamen de verbannen remonstranten in augustus en september 1619 bijeen, met Episcopius als voorzitter. Daar ontstond de Remonstrantse Broederschap. Episcopius schreef haar geloofsbelijdenis. Hij zwierf daarna langs Keulen en Rouen.
Ik wil niet over deze bladzijden heen lezen. Predikanten verloren hun gemeente, hun inkomen en hun land, omdat ze anders dachten over een vraag waar christenen tot vandaag niet uit zijn. Ook wie de Dordtse Leerregels met hart en ziel onderschrijft, kan dat verdriet zien.
TERUG, MAAR IN HET VERBORGEN
Na de dood van Maurits in 1625 werd het geleidelijk rustiger. Ballingen keerden terug. Episcopius kwam in augustus 1626 in Rotterdam aan. Hun leer bleef officieel verboden, en ze kerkten in schuilkerken, zoals De Rode Hoed aan de Keizersgracht in Amsterdam. In 1634 opende de broederschap een eigen opleiding voor predikanten, waar Episcopius de eerste hoogleraar werd. Hij stierf in 1643. Pas in 1795, met de Bataafse Republiek, werden de remonstranten officieel erkend.
Balthasar Lydius, de man die de synode opende en sloot, had in het begin van de twisten als gematigd gegolden. Volgens hetzelfde negentiende-eeuwse woordenboek werd hij later een van de felste tegenstanders van de remonstranten. Hij stierf in 1629.
Samen met de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus werden de Dordtse Leerregels de basis van het gereformeerde geloof. Ze hebben in gereformeerde kerken wereldwijd nog altijd gezag.
EEN BIJBEL VOOR DE STATEN
Het besluit van november 1618 moest nog worden uitgevoerd. Er waren discussies, en het duurde tot 1625 en 1626 voordat de Staten-Generaal de opdracht en de betaling rond hadden. Omdat zij betaalden, kreeg de vertaling haar naam: de Statenvertaling.
In 1626 begonnen de vertalers in Leiden, dicht bij de universiteit en haar bibliotheek. Er waren zes vertalers, drie voor het Oude en drie voor het Nieuwe Testament, uit verschillende gewesten gekozen. Bogerman was een van de vertalers van het Oude Testament, net als Willem Baudartius. Een groep revisoren las alles na, onder wie Jacob Revius uit Deventer. Er stierven vertalers onderweg, en in 1635 trof de pest de stad.
In 1637 was de Bijbel klaar. Hij werd gedrukt door Paulus Aertsz van Ravesteyn in Leiden en aan de Staten-Generaal aangeboden. Bogerman was in december 1636 hoogleraar in Franeker geworden. Hij stierf in september 1637, het jaar waarin de Bijbel verscheen.
De Canon van Nederland noemt ongeveer een half miljoen exemplaren die tussen 1637 en 1657 werden gedrukt, in een land van zo’n twee miljoen mensen. Uitdrukkingen als “een doorn in het oog” en “verboden vrucht” komen uit deze vertaling. Lang werd gedacht dat de Statenvertaling het Algemeen Nederlands heeft gevormd. Taalkundigen zijn daar nu voorzichtiger over. Wel bleef zij tot rond 1950 de meest gelezen Bijbel in protestantse kerken.
Het raakt me dat de vertaling die het langst heeft doorgewerkt, voortkwam uit dezelfde vergadering die zoveel pijn veroorzaakte. Op 4 december 2010 werd in de Grote Kerk van Dordrecht de Herziene Statenvertaling gepresenteerd. Het woord keerde terug naar de stad waar het besluit viel.
EEN GEVEL OP EEN DOEK
In de Doelstraat is niets meer te zien. Geen zaal, geen tafel in het midden, geen bank waar Episcopius zat. De stenen zijn weg, en ook de gevangenis die op hun plaats kwam.
Wat bleef, zijn woorden. De vijf hoofdstukken van de leerregels, die nog altijd in kerken worden gelezen. De gemeenten van de remonstranten, die er nog altijd zijn. En een Bijbel die in miljoenen huizen op tafel lag. Wie in de Doelstraat staat, staat op de plek waar dat allemaal begon, in één zaal op de eerste verdieping die er niet meer is.
In dezelfde binnenstad staat de Grote Kerk er nog wel, met haar scheve toren boven de daken. Daar begon het, met een preek in het koor.
GA ER ZELF HEEN
De Grote Kerk staat aan de Lange Geldersekade 2 in de binnenstad van Dordrecht. Hier opende de synode op 13 november 1618 en hier werden op 6 mei 1619 de leerregels voorgelezen. Je ziet er onder meer de zestiende-eeuwse koorbanken en de toren van 65 meter, met 275 treden. Volgens de Vereniging van Vrienden van de Grote Kerk is er in de kapellen van de zuidelijke zijbeuk een vaste tentoonstelling over de synode, gemaakt samen met het Dordrechts Museum. De kerk is niet het hele jaar open voor bezoekers. Kijk voor openingstijden op de website van de Grote Kerk Dordrecht.
De Kloveniersdoelen stond aan de Doelstraat, in dezelfde binnenstad. Van het gebouw is niets over, en ik heb geen blijvend gedenkteken op de plek kunnen vinden. Volgens de site van de Grote Kerk bewaart het Dordrechts Museum nog wel een schoorsteenmantel uit het gebouw, uit de benedenzaal.
Je kunt het combineren met Hof van Nederland, aan het Hof in de binnenstad. Dat museum vertelt over de Eerste Vrije Statenvergadering van 1572, een ander keerpunt dat in Dordrecht plaatsvond. Kijk voor openingstijden op de website van Hof van Nederland.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de strijd tussen Arminius en Gomarus in Leiden; de Remonstrantie van 14 januari 1610; Maurits in de Kloosterkerk (juli 1617); de arrestatie van Oldenbarnevelt in augustus 1618 en zijn onthoofding op 13 mei 1619; de opening van de synode op 13 november 1618 in de Grote Kerk en de zittingen in de bovenzaal van de Kloveniersdoelen; Bogerman als voorzitter; het besluit tot een nieuwe Bijbelvertaling in november 1618; het wegsturen van de remonstranten op 14 januari 1619; de leerregels in vijf hoofdstukken; de sluiting op 29 mei 1619; het afzetten van ongeveer tweehonderd remonstrantse predikanten; de Remonstrantse Broederschap (1619); het verschijnen van de Statenvertaling in 1637; de afbraak van de Kloveniersdoelen rond 1857 of 1858.
Alleen uit overlevering of één bron: de precieze woorden van Bogerman (“Dimittimini, exite”) en dat hij zichtbaar woedend was; het oordeel over de kalmte van Episcopius en over de latere felheid van Lydius (negentiende-eeuws lexicon); de voorbeelden die Bogerman noemde voor de nieuwe vertaling; de slotpreek van Lydius over Jesaja 12; het voorlezen met afwisselende predikanten op 6 mei; de schoorsteenmantel in het Dordrechts Museum; de vaste tentoonstelling in de Grote Kerk.
Onbevestigd: de datum van de rede van Episcopius (6 of 7 december 1618); het aantal gedaagde remonstranten (dertien tot vijftien); het aantal zittingen (154 of 180); het jaar van de afbraak (1857 of 1858); het precieze aantal predikanten dat in ballingschap ging.
Duiding: of de synode een eerlijk gesprek was of een proces met een vaststaande uitkomst, is tot vandaag een punt van verschil tussen historici en tussen kerken.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- National Geographic Historia, “De Synode van Dordrecht: een historisch keerpunt” (2018)
- Grote Kerk Dordrecht, “Synode van Dordrecht”
- Grote Kerk Dordrecht, “Kloveniersdoelen te zien in de Doelstraat” (2018)
- Grote Kerk Dordrecht, contact en bezoekadres
- Regionaal Archief Dordrecht, beeldbank: De Kloveniersdoelen aan zijde van het Stek
- Van der Aa, Biographisch Woordenboek: Balthazar Lydius (via DBNL)
- Van der Aa, Biographisch Woordenboek: Simon Episcopius (via DBNL)
- Onze Eeuw (1918), over de synode in de Kloveniersdoelen (via DBNL)
- Oud stadsschoon, over de afbraak van de Kloveniersdoelen (via DBNL)
- Rijksmuseum, François Schillemans, De Synode van Dordrecht (1618-1619)
- Donald Sinnema, virtuele rondleiding Synode van Dordt (Canadian Reformed Theological Seminary)
- Simonetta Carr, “Johannes Bogerman and His Powdering Speech” (Place for Truth, 2019)
- Britannica, Jacobus Arminius
- Britannica, Franciscus Gomarus
- Literatuurgeschiedenis.org, over de twist tussen remonstranten en contraremonstranten
- Literatuurgeschiedenis.org, over de Statenvertaling
- Canon van Nederland, De Statenbijbel
- Meeter Center, Calvin University, “The Statenvertaling Bible”
- Statenbijbelmuseum, “De Bijbel in Dordrecht”
- Wikipedia, Synode van Dordrecht (startpunt)
- Hof van Nederland