Wat betekenendeze stenen?

Deel 2 · Hoofdstuk 3

's-Hertogenbosch

de kathedraal die moest wachten

1629Sint-Janskathedraal

Wie op de Parade in ’s-Hertogenbosch staat, kijkt omhoog. De Sint-Jan vult het plein. Hoog op de randen staan engelen in steen, een paar van hen pas gemaakt bij de laatste restauratie. De kerk is elke dag open. Je kunt de toren beklimmen, langs het carillon en het uurwerk. Binnen wordt een klein Mariabeeld vereerd, de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch.

Het is een katholieke kathedraal, de zetel van de bisschop. Het lijkt alsof het altijd zo geweest is. Zo was het niet.

In september 1629 werd in deze kerk de eerste hervormde dienst gehouden. De bisschop moest de stad uit. Het Mariabeeld verdween naar Brussel. En de katholieke boeren en ambachtslieden in de dorpen rond de stad gingen ruim anderhalve eeuw naar de kerk in een schuur.

Dit is het verhaal van die kerk, van de man die haar als laatste bisschop verliet, en van de schuren waar het geloof van Brabant bleef wonen.

GEDOOPT ONDER DEZELFDE GEWELVEN

Michael Ophovius werd op 22 januari 1570 gedoopt in de Sint-Jan. Hij was een Bossche jongen. Op zijn vijftiende trad hij in bij de dominicanen in Antwerpen, een kloosterorde van predikers. De dominicanen worden ook predikheren genoemd, omdat preken hun eerste taak is.

Ophovius werd in 1593 in Leuven tot priester gewijd. In 1609 promoveerde hij tot doctor in de theologie. Hij was een geleerd man, maar historicus Wim Cöp noemt hem vooral een “dominicaan in hart en nieren”. Wat dat betekende, zou later blijken.

De kerk waarin hij gedoopt werd, had toen al een onrustige geschiedenis. Sinds 1559 was de Sint-Jan de kathedraal van een nieuw bisdom. Op 22 augustus 1566 trok de Beeldenstorm door de stad. Beelden, boeken en kerkmeubels in de Sint-Jan werden vernield. Een paar jaar later keerde het tij weer: met steun uit Brussel kreeg de katholieke kerk de stad terug, en in april 1577 verlieten de meeste protestanten ’s-Hertogenbosch. Ophovius groeide dus op in een stad waar de ene groep christenen de andere al eens had zien vertrekken. In 1629 zou het andersom gaan.

Het land waarin hij opgroeide, was gescheurd. De Nederlanden waren in opstand tegen de Spaanse koning. In het noorden was de Republiek ontstaan, met de gereformeerde kerk als openbare kerk. Het zuiden bleef onder Spanje en bleef katholiek. ’s-Hertogenbosch lag precies op die breuklijn. De stad hoorde bij het zuiden, maar een groot deel van het omringende land lag al binnen het bereik van de Republiek.

In 1623 reisde Ophovius in de Republiek. Hij nam een boodschap mee van de regering in Brussel voor de gouverneur van Heusden. Die gouverneur moest worden overgehaald om de Spaanse kant te kiezen. Het liep anders. Ophovius werd gearresteerd, eerst vastgehouden in Heusden, daarna in de Gevangenpoort in Den Haag.

Hoe het precies zat, is niet helemaal duidelijk. Lang werd aangenomen dat een verre neef van de gouverneur de zaak alleen had opgezet. Cöp acht het in een artikel uit 2017 mogelijk dat Ophovius in een hinderlaag liep, met medeweten van de gouverneur en misschien van prins Maurits. Een veroordeling wegens hoogverraad kwam er niet. Na bijna twee jaar werd hij vrijgelaten bij een gevangenenruil: ongeveer vijftig gevangenen van de Republiek tegen tweehonderdveertig of meer van de andere kant.

BISSCHOP VAN EEN VERDEELD BISDOM

In 1626 keurde paus Paulus V zijn benoeming goed. Hij werd dat jaar in Antwerpen tot bisschop gewijd. Op 30 oktober 1626 werd hij plechtig ontvangen in zijn eigen stad. Hij werd bisschop van de kathedraal waar hij als baby gedoopt was.

Het werd een onrustige tijd. Een derde van zijn bisdom lag al in de Republiek, waar katholieke priesters niet openlijk mochten werken. Ophovius bleef wat hij was: een prediker. Op zon- en feestdagen stond hij zelf op de preekstoel van de Sint-Jan.

Drie jaar lang preekte de bisschop iedere zondag in deze kerk. Daarna zou er ruim anderhalve eeuw geen katholieke preek meer klinken.

EEN DIJK VAN VIJFENVEERTIG KILOMETER

Op 30 april 1629 verscheen het leger van de Republiek op de Vughterheide, ten zuiden van de stad. De opperbevelhebber was Frederik Hendrik, prins van Oranje en stadhouder. Hij sloeg zijn hoofdkwartier op in Vught.

’s-Hertogenbosch lag in een moeras en was moeilijk te bereiken. Frederik Hendrik koos daarom voor een andere aanpak. Vanaf 3 mei begonnen vierentwintigduizend voetsoldaten aan een ring van dijken en schansen rond de stad. Die linie moest vijfenveertig kilometer lang worden. De rivieren de Dommel en de Aa werden afgedamd, zodat het water de belegeraars niet meer hinderde. Op 18 mei was de stad volledig ingesloten. In totaal had de Republiek zo’n achtentwintigduizend man bijeengebracht. In het legerkamp bij Vught alleen al lagen er zestien- tot zeventienduizend. De Bossche Encyclopedie noemt Frederik Hendrik met zijn bijnaam: de Stedendwinger.

Binnen de muren zochten mensen steun bij de heilige beelden in de Sint-Jan, zo vertelt de Bossche Encyclopedie. De belegering duurde de hele zomer.

EEN ORANJE VLAG OP DE TOREN

Op 11 september 1629 ontplofte een mijn onder een van de bolwerken. De verdediging brak. Drie dagen later, op 14 september, gaf de stad zich over.

In Vught werd onderhandeld over de voorwaarden. De Bossche delegatie werd geleid door bisschop Ophovius. Hij vroeg om godsdienstvrijheid voor de katholieke burgers en om een plaats voor de stad in de Staten-Generaal, het bestuur van de Republiek. Hij kreeg geen van beide.

Volgens een verhaal dat in de Engelstalige literatuur rondgaat, had Frederik Hendrik zelf de katholieken wel enige vrijheid willen geven, maar zwichtte hij voor de calvinistische predikanten. Een Nederlandse bron die dat bevestigt, heb ik niet gevonden. Vast staat dat de Republiek koos voor dezelfde strengheid als in de rest van het land. Ophovius zette als eerste zijn handtekening onder het verdrag van overgave.

Een lokaal verhaal noemt zelfs de naam van de soldaat die de oranje vlag op de Sint-Janstoren plantte: Pieter Jansen uit Vlissingen. Dat verhaal ken ik maar uit één bron.

TWEE DAGEN LATER

Op 17 september 1629 trok Frederik Hendrik de stad binnen. Twee dagen later, op 19 september, werd in de Sint-Jan de eerste hervormde dienst gehouden. Zo staat het op de eigen website van de kathedraal.

Alles veranderde in een paar weken. Katholieke priesters en kloosterlingen kregen twee maanden om de stad te verlaten. Het bezit van de kerk ging naar de Staten-Generaal. Volgens één bron mochten de vrouwenkloosters blijven bestaan tot de laatste zuster die er in 1629 woonde, was overleden. Nieuwe zusters kwamen er niet bij.

De stad bleef katholiek van hart. Ongeveer een vijfde van de bevolking werd protestant. De rest bleef bij het oude geloof en kwam samen in schuilkerken, ruimtes die van buiten niet als kerk te herkennen waren.

Voor de kleine hervormde gemeente was de Sint-Jan veel te groot. Ze hing er een nieuwe zware klok in en grote kroonluchters. Maar het onderhoud van zo’n gebouw was niet op te brengen. In de eeuwen daarna raakte de kerk in verval. Toen de restauratie in 1859 begon, groeiden er planten op delen van het gebouw.

HET BEELD DAT NAAR BRUSSEL GING

Bij de vertrekkende katholieken hoorde ook een kostbaar bezit: het beeld van de Zoete Lieve Vrouw. Volgens het mirakelboek van de kerk was het rond 1380 gevonden in een bouwloods bij de Sint-Jan. Het werd vereerd als een beeld waarbij wonderen gebeurden. In 1629 werd het de stad uit gebracht, naar Brussel. Het zou daar blijven tot ver in de negentiende eeuw.

Waarom zou je een klein beeld meenemen als je stad verloren is? Voor een protestantse lezer is die vraag misschien moeilijk te volgen. Voor de Bossche katholieken hoorde het beeld bij hun kerk en hun stad.

DE TWINTIGSTE NOVEMBER

Ophovius bleef nog twee maanden. Op 20 november 1629 verliet hij ’s-Hertogenbosch voorgoed. Andere bronnen noemen 12 november.

Hij werd een bisschop zonder kathedraal. Vanaf maart 1630 woonde hij meestal op het kasteel van Geldrop, als gast van de heer van Geldrop, Amand van Horne. Van daaruit probeerde hij het werk voort te zetten: preken, mensen aansporen om trouw te blijven aan het katholieke geloof. In november 1636 vertrok hij uit Geldrop. Hij vreesde dat de Republiek hem opnieuw zou oppakken.

Hij ging naar het huis van de dominicanen in Lier, in het zuiden. Daar stierf hij op 4 november 1637. Volgens de Engelse Wikipedia was hij toen bijna berooid. Op 5 januari 1638 werd hij begraven in de kerk van de predikheren in Antwerpen, de orde waar hij als vijftienjarige was binnengegaan.

EEN SCHUUR AAN DE RAND VAN HET DORP

Wat in de stad gebeurde, gebeurde ook op het platteland. Na de Vrede van Münster in 1648 werd de grens tussen de Republiek en de Spaanse Nederlanden vastgelegd. Het noorden van Brabant hoorde voortaan definitief bij de Republiek. Het werd een Generaliteitsland: een gebied dat wel onder de Republiek viel, maar geen eigen stem had in de Staten-Generaal. De bewoners waren onderdanen, geen bondgenoten.

In de dorpen moesten de katholieken hun kerken afstaan. In Oirschot gebeurde dat na 1648. In Gilze namen de protestanten de Sint-Petrus Bandenkerk in gebruik. De meeste dorpelingen bleven katholiek. Waar moesten ze heen?

Het antwoord werd een schuur. Een schuurkerk was een kerkruimte in een gebouw dat er van buiten uitzag als een boerenschuur. Na verloop van tijd werden zulke kerken gedoogd, als ze maar niet opvielen. Volgens de Nederlandse Wikipedia betaalden de gemeenten daarvoor geld aan de plaatselijke overheid, een soort afkoopsom voor de oogluikende toelating. Voor Brabant heb ik dat niet in een tweede bron kunnen nagaan.

Museum Catharijneconvent schrijft dat in Noord-Brabant en Limburg “vrijwel elk dorp” zo’n schuurkerk had. Ze waren van buiten sober en van binnen vaak rijk ingericht. Ook na 1672, toen er meer ruimte kwam voor katholieken, mochten ze nergens uit hun schuil- en schuurkerken komen. Het duurde van de tweede helft van de zeventiende eeuw tot in de negentiende.

In zo’n schuur werd de mis gevierd. De pastoors woonden tussen hun mensen in het dorp. Hun namen zijn meestal vergeten.

DE NACHT VOOR DE INWIJDING

Een paar van die verhalen zijn bewaard gebleven.

In Oirschot bouwden de katholieken in 1677 een schuurkerk op een hoek waar nu de Spoordonkseweg, de Nieuwstraat en de Gasthuisstraat samenkomen. De pastoors woonden lange tijd verspreid in het dorp. In 1763 liet pastoor-deken Petrus van Helmont een eigen pastorie bouwen, vlak bij de schuurkerk. Dat huis staat er nog.

In Gilze lag de schuurkerk aan de noordrand van het dorp. In 1761 was die aan vervanging toe. Op dezelfde plek werd een nieuwe gebouwd. De inwijding was vastgesteld op 19 juni 1762. In de nacht daarvoor brandde de nieuwe kerk af. De dorpelingen moesten terug naar het tijdelijke onderkomen aan de Alphensebaan, en daar bleven ze kerken.

Meer dan de feiten geeft de bron van de heemkundekring niet. Over wat de mensen van Gilze die ochtend voelden, wil ik niets verzinnen. Heb jij weleens lang naar iets toegewerkt en het op de laatste dag zien verdwijnen?

Ik moet hier eerlijk zijn over iets anders. Ik zocht voor dit boek een bewaarde katholieke schuurkerk in Brabant, met een deur die open kan, zodat je erin kunt staan. Ik heb er geen gevonden die ik met zekerheid kon aanwijzen. Van de ongeveer vijfenvijftig Brabantse schuurkerken die volgens kunsthistoricus Wies van Leeuwen door nieuwbouw zijn vervangen, werden de meeste tussen 1795 en 1844 afgebroken. Er kwamen kerken met torens voor in de plaats. De schuren verdwenen.

NAPOLEON OP DE PARADE

Het einde kwam van buiten. In 1795 viel de Republiek en kwam de Bataafse Republiek, gesteund door Frankrijk. Op 5 augustus 1796 werd bij decreet vastgelegd dat er geen bevoorrechte of heersende kerk meer zou zijn. Katholieken waren voortaan gelijk voor de wet.

In de dorpen ging het per plaats anders. In Oirschot keerden de katholieken rond 1800 terug naar de grote kerk. In Gilze duurde het tot 1818. Er lagen honderdzeventig jaar tussen.

In ’s-Hertogenbosch was de Sint-Jan een ingewikkelder zaak. Het was de grootste kerk van de stad, en de hervormde gemeente gebruikte haar al bijna twee eeuwen. Je kunt je afvragen wat rechtvaardig is als twee groepen christenen allebei een kerk als de hunne zien. De katholieken hadden haar gebouwd. De protestanten hadden er ruim honderdtachtig jaar hun diensten gehouden.

De beslissing kwam van een keizer. Op 26 april 1810 richtte Napoleon bij decreet het bisdom ’s-Hertogenbosch opnieuw op. In mei 1810 bezocht hij zelf de stad. Hij beloofde de katholieken dat ze hun kerk terug zouden krijgen. Een bron dateert zijn besluit op 10 mei 1810.

Soms wordt het aan zijn broer Lodewijk Napoleon toegeschreven, die toen koning van Holland was. De bronnen die ik las, noemen allemaal Napoleon Bonaparte zelf.

Een belofte is nog geen overdracht. Volgens de kathedraal zelf bleef de Sint-Jan tot 1813 in gebruik bij de hervormden. Na de val van Napoleon duurden de onderhandelingen jaren. Op 11 december 1816 tekende koning Willem I het besluit waarmee de Sint-Jan definitief aan de katholieken werd teruggegeven. Ze moesten er zestigduizend gulden voor betalen, als vergoeding voor de protestanten. De toren werd eigendom van de gemeente. De hervormde gemeente kreeg geld voor een nieuwe kerk, die tussen 1818 en 1821 werd gebouwd.

Het werd een schikking. Beide gemeenten droegen er iets van mee.

EEN PROCESSIE IN DECEMBER

Er ontbrak nog één ding. In 1853 werden in Nederland de katholieke bisdommen opnieuw ingesteld. Bisschop Zwijsen, dat jaar benoemd in ’s-Hertogenbosch, zette zich in om het beeld van de Zoete Lieve Vrouw terug te halen uit Brussel. Het lukte. Ook het oude mirakelboek kwam terug.

Op 27 december 1853, het feest van de evangelist Johannes, werd het beeld in een plechtige processie de Sint-Jan weer binnengedragen. De kerk was nog vervallen. Zes jaar later begon de eerste grote restauratie, die tot rond 1946 zou duren. In 1929 kreeg de kerk de eretitel basiliek.

Jezus zei het lang voor er kathedralen of schuren waren: Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden. (Mattheüs 18:20). Het geldt voor een kathedraal. Het gold ook voor een schuur in Gilze.

Wie nu de Sint-Jan binnenloopt, ziet een kerk die drie restauraties achter de rug heeft. De laatste begon in 1998 en was eind 2010 klaar. De kerk stond ongeveer tien jaar in de steigers, en gevels werden steen voor steen uit elkaar gehaald om verroeste ankers te vervangen. Op de randen staan nieuwe engelen naast oude.

Als ik er binnenkom, gaat het mij om het verhaal rond het kleine beeld: een bisschop die met zijn handtekening zijn stad verloor, een beeldje dat twee eeuwen in ballingschap ging, en een volk dat ondertussen gewoon doorging in schuren.

Je hoeft geen katholiek te zijn om te zien wat het hen kostte. Je hoeft geen protestant te zijn om te begrijpen dat ook de hervormde Bosschenaren, die hun kerk na bijna twee eeuwen moesten afstaan, iets verloren.

In 1816 werd de toren van de stad en de kerk weer van de bisschop. En aan de rand van een dorp in de Kempen staat nog een stuk muur van een schuur.

GA ER ZELF HEEN

De Sint-Janskathedraal staat op de Parade in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch. De kerk is een kathedrale basiliek en Nationaal Monument. Je kunt binnen rondlopen, de toren beklimmen langs het carillon en het uurwerk, en er worden rondleidingen gegeven door de kerk en de toren. Kijk voor openingstijden en rondleidingen op de website van de Sint-Janskathedraal.

In Oirschot, ten zuiden van Den Bosch, staat aan de Nieuwstraat 39 de pastorie die pastoor-deken Petrus van Helmont in 1763 bouwde naast de schuurkerk. Het is nu een woonhuis, dus je bekijkt het van buiten. Op de hoek van de Spoordonkseweg, de Nieuwstraat en de Gasthuisstraat is nog een deel van de muur van de schuurkerk uit 1677 te zien. Combineer het met de Sint-Petruskerk aan de Markt, de grote kerk waar de katholieken van Oirschot rond 1800 naar terugkeerden.

In Gilze staat de Sint-Petrus Bandenkerk aan de Kerkstraat, de kerk waar de katholieken in 1818 terugkwamen na honderdzeventig jaar. De plek van de oude schuurkerk ligt aan de huidige Abdis van Thornstraat, aan de noordrand van het dorp.

Dossier

Wat vaststaat en wat verteld wordt

Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de doop van Ophovius in de Sint-Jan (1570), zijn intrede bij de dominicanen (1585), zijn gevangenschap in 1623 tot 1624, zijn ontvangst als bisschop op 30 oktober 1626; het beleg vanaf 30 april 1629 en de overgave op 14 september 1629; Ophovius als leider van de Bossche delegatie en eerste ondertekenaar; de eerste hervormde dienst in de Sint-Jan op 19 september 1629; het vertrek van de geestelijkheid; het beeld van de Zoete Lieve Vrouw dat naar Brussel ging en op 27 december 1853 terugkeerde; de dood van Ophovius op 4 november 1637 in Lier; het decreet van 1796; de oprichting van het bisdom door Napoleon in april 1810 en zijn belofte tijdens zijn bezoek in mei 1810; het besluit van Willem I van 11 december 1816; de schuurkerken in vrijwel elk Brabants dorp.

Alleen uit overlevering of één bron: de vondst van het Mariabeeld rond 1380 (mirakelboek); de vlag van Pieter Jansen uit Vlissingen; de uitzondering voor de vrouwenkloosters; de brand in Gilze in de nacht voor 19 juni 1762 (heemkundekring); de schuurkerk van 1677 en de pastorie van 1763 in Oirschot (VisitBrabant); het recognitiegeld voor schuurkerken.

Onbevestigd: dat Frederik Hendrik de katholieken zelf vrijheid had willen geven; de vraag wie Ophovius in 1623 in de val liet lopen; dat hij arm stierf. De datum van zijn vertrek (20 of 12 november 1629) en het moment waarop de hervormden de Sint-Jan echt verlieten (1810 of 1813) verschillen per bron.

Duiding: de teruggave van de Sint-Jan wordt soms aan Lodewijk Napoleon toegeschreven. Alle geraadpleegde bronnen noemen keizer Napoleon Bonaparte, en de definitieve overdracht kwam pas in 1816 van koning Willem I.

Bronnen bij dit hoofdstuk

  1. Sint-Janskathedraal, Geschiedenis
  2. Sint-Janskathedraal, Bezoekersinformatie
  3. Wim Cöp, “Het proces en de vrijlating van Michael Ophovius”, Noordbrabants Historisch Jaarboek 34 (2017)
  4. Noordbrabants Historisch Jaarboek, samenvatting artikel Cöp
  5. Bossche Encyclopedie, Verhalenboek Linieboek 1629
  6. Archimon, Sint-Jan ’s-Hertogenbosch
  7. In Your Pocket, Historie St Jan
  8. Wikipedia, Michael Ophovius (startpunt)
  9. Wikipedia, Siege of ’s-Hertogenbosch (startpunt)
  10. Wikipedia, Great Church ’s-Hertogenbosch (startpunt)
  11. Wikipedia, Schuurkerk (startpunt)
  12. Museum Catharijneconvent, Rapport Schuilkerken
  13. Wies van Leeuwen, De verdwenen kerken van Noord-Brabant (fragment)
  14. VisitBrabant, Pastorie van de schuurkerk Oirschot
  15. Heemkundekring Molenheide, De kerken in Gilze en Rijen (nr. 42)
  16. Radboud Universiteit, Kalender rooms-katholiek Nederland
Liever het hele boek?PDF downloadenE-book (EPUB)Over dit deel