Aan de Kloksteeg in Leiden, vlak achter de Pieterskerk, staat een stenen poortgebouw met een schoorsteen in het midden. Wie de deur openduwt, komt op een stille binnenplaats met twaalf lage huisjes. Het heet het Hof van Jean Pesijn. Tegen de achtermuur van de poort zit een zonnewijzer met het jaartal 1683. Het hofje is een rijksmonument, en de deur zit vaak dicht, maar je mag naar binnen.
Op deze plek stonden eerder andere huizen. Kleinere, armer, en vol Engelse stemmen. Hier woonde John Robinson, de predikant van een groep Engelse vluchtelingen die we nu de Pilgrims noemen. Hier stierf hij in 1625. Aan de overkant van het steegje ligt hij begraven, in de Pieterskerk.
In Amerika leren kinderen over de Mayflower, het schip dat in 1620 naar de Nieuwe Wereld voer. Minder mensen weten dat de kern van die groep elf jaar lang Leidenaar was. Ze weefden hier laken, drukten hier boeken, trouwden en begroeven hier hun kinderen. En toen een deel van hen vertrok, bleef hun voorganger achter.
“GEEN EERLICKE PERSOONEN WEYGEREN”
Om te begrijpen waarom een groep Engelse boeren en ambachtslieden in Leiden terechtkwam, moet je terug naar Engeland rond 1600. Daar was de kerk een staatskerk. Wie er niet bij wilde horen, kon zijn baan verliezen, of in de gevangenis belanden.
De Pilgrims waren separatisten. Zo heetten mensen die zich afscheidden van de Engelse staatskerk, omdat ze vonden dat die te veel op de oude rooms-katholieke kerk was blijven lijken. Ze wilden een gemeente van gelovigen die zelf hun voorgangers kozen, zonder bisschoppen erboven. In het dorp Scrooby kwamen ze samen in het huis van William Brewster. Richard Clifton was hun predikant. John Robinson was zijn assistent.
Robinson was geen eenvoudige dorpsjongen. Hij werd rond 1575 geboren in Sturton-le-Steeple, in Nottinghamshire, en ging in 1592 naar Cambridge. In 1599 werd hij fellow van Corpus Christi College, een vaste plek als docent. Toen hij in februari 1604 trouwde met Bridget White, moest hij die plek opgeven, want fellows mochten niet getrouwd zijn. Hij werd predikant in Norwich. Nog datzelfde jaar zette de bisschop hem af.
In 1607 probeerde de groep uit Scrooby naar Holland te vluchten, vanuit Boston aan de Engelse oostkust. Ze werden verraden. Robinson belandde in de cel. Een jaar later lukte het wel, vanuit Immingham. Robinson bleef eerst achter om voor de zwakkeren te zorgen en kwam daarna naar Amsterdam.
Amsterdam werd geen thuis. In 1609 vroegen Robinson en ongeveer honderd volgelingen het stadsbestuur van Leiden of ze daar mochten wonen. Op 12 februari 1609 kwam het antwoord. Het archief bewaart de woorden nog: de stad zou “geen eerlicke persoonen weygeren” die er wilden komen wonen. Vrije toegang dus, voor eerlijke mensen.
Dat antwoord paste bij Leiden, een stad van vluchtelingen. De stad had in 1574 een lang beleg door Spaanse troepen overleefd. Het ontzet wordt nog elk jaar op 3 oktober gevierd. Na die bevrijding kwamen er duizenden vluchtelingen naar de stad, vooral textielwerkers uit de Zuidelijke Nederlanden, maar ook uit Engeland, Duitsland en Frankrijk. Vlaamse vluchtelingen brachten de saai-industrie mee, het weven van een lichte wollen stof. Rond 1640 had Leiden zo’n zestigduizend inwoners, en minstens de helft werkte in het textiel.
En er was de universiteit. Op 8 februari 1575, een paar maanden na het ontzet, werd de Leidse universiteit geopend in de Pieterskerk. Willem van Oranje wilde dat de jonge Republiek predikanten en andere geleerde mensen kon opleiden. Protestantse studenten konden niet meer terecht in het katholieke Leuven. In de zestiende en zeventiende eeuw groeide Leiden uit tot de belangrijkste protestantse universiteit van Europa.
William Bradford, een lid van de groep dat later de geschiedenis van de kolonie zou opschrijven, beschreef de nieuwe woonplaats jaren later met warme woorden. Hij noemde Leiden een mooie en schone stad, met een prettige ligging. De groep vond werk als wevers, drukkers, tabaksverkopers en hoedenmakers. Het leven was er economisch zwaar, schrijft de Pieterskerk. Rijk werd bijna niemand.
EENENTWINTIG HUISJES ACHTER EEN GROENE POORT
De groep kocht grond vlak bij de Pieterskerk, op een plek die de Groene Poort heette. Achter het hoofdhuis werden kleine woningen gebouwd voor de armere gezinnen. Bronnen spreken van eenentwintig huisjes. In de stad werd het de Engelse Poort genoemd. Robinson woonde zelf in de Groene Poort, tot aan zijn dood. De gemeente kwam samen in een huis vlak bij de kerk.
De gemeente groeide. Volgens het Mayflower 400-project in Engeland telde ze op haar hoogtepunt enkele honderden leden. De Universiteit Leiden schrijft dat er tussen 1609 en 1630 meer dan vijfhonderd mensen tot de groep hebben behoord.
Met de Pieterskerk aan de overkant hadden ze een ingewikkelde band. Een curator van de kerk vertelde in 2022 aan Trouw dat de Pilgrims niets moesten hebben van het orgel en van de klokken die op vaste tijden speelden. Hun doden begroeven ze wel in die kerk, want een eigen kerkgebouw met een begraafplaats hadden ze niet.
Hoe zou jij het vinden om elke dag te leven naast een gebouw dat je eigen geloof tegenspreekt, en er toch je kinderen te begraven?
EEN ENGELSMAN IN DE COLLEGEZAAL
Robinson zocht in Leiden meer dan een veilige plek. In 1615 liet hij zich inschrijven aan de universiteit. Als ingeschreven geleerde kreeg hij voorrechten, zoals een ruime hoeveelheid vrij bier en wijn. Belangrijker voor hem waren de colleges. Een curator van Museum De Lakenhal zei het in 2020 zo: Robinson zocht in Leiden “hersengym”.
Hij was niet de enige die iets leerde. Samuel Fuller kwam volgens dezelfde curator als wever naar Leiden en vertrok elf jaar later als arts. De Universiteit Leiden schrijft dat hij mogelijk het anatomisch theater bezocht, waar lichamen werden ontleed voor publiek. In de Hortus botanicus, de botanische tuin van de universiteit uit 1594, gaven hoogleraren en artsen de Pilgrims volgens Trouw raad over geneeskrachtige planten, zoals het vingerhoedskruid.
Robinson vond wat hij zocht. De universiteit was in die jaren het toneel van een felle strijd. Twee hoogleraren, Jacobus Arminius en Franciscus Gomarus, verschilden van mening over de vraag of God van tevoren bepaalt wie behouden wordt. Arminius legde meer nadruk op de vrije keuze van de mens, Gomarus op Gods uitverkiezing. De ruzie spleet de kerk en later de hele Republiek.
Robinson koos de kant van Gomarus. Hij ging wel naar de colleges van allebei. Hij raakte bevriend met de theologen Johannes Polyander en Festus Hommius. In zijn kroniek vertelt Bradford dat Polyander en de predikanten van de stad Robinson vroegen om in het openbaar in debat te gaan met Simon Episcopius, de leerling van Arminius die nu het woord voerde. Robinson aarzelde, schrijft Bradford, omdat hij een vreemdeling was. Hij deed het toch, en volgens Bradford bracht hij Episcopius in een grote, openbare zaal flink in verlegenheid.
Zo vertelt een vriend en volgeling het. Een verslag van de kant van Episcopius heb ik niet gevonden. Wat wel vaststaat, is dat Robinson zich in Leiden ontwikkelde tot een van de belangrijkste denkers van de separatisten. Historica Alice Clare Carter beschreef hem in 1966 als echt oecumenisch: hij betreurde de ruzies tussen de separatisten onderling en hun vijandigheid tegenover de Nederlandse Gereformeerde Kerk. Hij bleef de gereformeerde kerken zien als ware kerken, ook al stapte hij er niet in.
DE PERS IN DE KOORSTEEG
Niet alles wat de Pilgrims in Leiden deden, was zonder risico. William Brewster, de ouderling van de gemeente, woonde in een zijsteeg van de Pieterskerkkoorsteeg. Hij gaf Engelse les aan Leidse studenten. En vanaf 1617 drukte hij boeken.
De Pilgrim Press, zoals de drukkerij later genoemd is, gaf geschriften uit die in Engeland verboden waren. Een andere Engelsman in Leiden, Thomas Brewer, betaalde mee. Dat bleef in Engeland niet onopgemerkt.
De Engelse ambassadeur greep in. Op zijn verzoek werd Brewer gevangengezet. De universiteit liet het onderzoek uitvoeren door een eigen hoogleraar: Polyander, dezelfde man die Robinson had gevraagd om tegen Episcopius in debat te gaan. De drukkerij werd in beslag genomen.
Daarmee werd voelbaar wat de groep al langer wist. Leiden was ruim, maar niet onbeperkt. De Republiek moest rekening houden met Engeland, en de ruimte voor drukken en debat werd kleiner.
KINDEREN DIE HOLLANDS WERDEN
Er waren meer redenen om te gaan. Bradford noemt de armoede en het zware werk, waar ook de kinderen onder leden. Robinson maakte zich zorgen over iets anders: de jongeren werden Nederlandser dan Engels. En er dreigde een nieuwe oorlog tussen de Republiek en Spanje. Als de oorlog terugkwam, wat zou er dan van hun vrijheid overblijven?
Er werd besloten dat een deel van de gemeente vooruit zou gaan naar Amerika. De anderen, en Robinson met hen, zouden later volgen. De groep kocht in Holland een klein schip, de Speedwell. In Londen werd een tweede schip gehuurd: de Mayflower.
Voor wie bleef en voor wie ging, was het een scheiding met een open einde. Niemand wist hoe lang het zou duren.
“THEY KNEW THEY WERE PILGRIMES”
In de zomer van 1620 verlieten de vertrekkers Leiden. Volgens Trouw stapten ze in een trekschuit, een door paarden gesleepte boot, bij de Vliet en voeren ze over het water naar Delfshaven, toen een haven bij Delft en nu een wijk van Rotterdam. De meeste broeders en zusters gingen mee om afscheid te nemen.
Bradford schreef jaren later op wat er in hen omging. Ze verlieten de stad die bijna twaalf jaar hun rustplaats was geweest. Maar, schreef hij, “they knew they were pilgrimes”: ze wisten dat ze pelgrims waren. Ze keken niet te veel naar wat ze achterlieten en hieven hun ogen op naar de hemel, het land waar ze het meest naar verlangden.
Aan dat woord danken ze de naam waaronder ze later bekend werden. Het doet denken aan wat de brief aan de Hebreeën zegt over de gelovigen uit het Oude Testament: Deze allen zijn in het geloof gestorven. […] en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren (Hebreeën 11:13).
De nacht in Delfshaven werd volgens Bradford met weinig slaap doorgebracht, met vriendschap en gesprekken over het geloof. De volgende dag was de wind gunstig en ging iedereen aan boord, ook de vrienden die achterbleven. Het afscheid was droevig om te zien, schrijft hij. Toen het tij hen riep, viel hun predikant op zijn knieën, en allen met hem. Robinson bad voor hen met tranen op zijn wangen en droeg hen op aan de Heer.
Pilgrim Hall Museum in Plymouth, Massachusetts, noemt als datum van het vertrek uit Delfshaven 22 juli 1620. Bij de kade staat nu de Oude of Pelgrimvaderskerk. Volgens de overlevering knielden ze vlak bij die kerk. Of het precies daar was, kan ik niet nagaan.
EEN LEKKEND SCHIP EN EEN LANGE OVERSTEEK
De Speedwell voer naar Southampton, waar de Mayflower lag met andere kolonisten uit Engeland. Daarna ging het mis. De Speedwell lekte zo erg dat beide schepen moesten omkeren, eerst naar Dartmouth en later naar Plymouth in Engeland. De Speedwell bleef achter. In september 1620 vertrok de Mayflower alleen, met volgens Pilgrim Hall 102 passagiers aan boord. De oversteek duurde 66 dagen.
Over de juiste dag van vertrek uit Plymouth verschillen de bronnen: de ene noemt 6 september, de andere 16 september. Dat komt door de twee kalenders die toen naast elkaar bestonden.
In Leiden bleef meer dan de helft van de groep achter. Ze wachtten op een seintje dat ze konden komen. De Fortune vertrok in 1621. In 1623 voeren de Anne en de Little James. In 1629 vertrok een tweede schip met de naam Mayflower. Met dat schip ging de familie Blossom. Drie van hun kinderen lieten ze achter, begraven in de Pieterskerk. Tot 1643 bleven er mensen uit Leiden naar Amerika vertrekken.
EEN BRIEF UIT LEIDEN
Robinson kwam nooit. Hij bleef de herder van de achterblijvers en schreef brieven naar de overkant.
Eén brief laat goed zien wat voor man hij was. In december 1623 hoorde hij in Leiden dat de kolonisten in Amerika zeven indianen hadden gedood. Hij schreef aan Bradford dat hij dat afkeurde. Hij zat aan de andere kant van de oceaan en sprak zich toch uit over wat zijn mensen deden.
Ik vind dat een ontroerend detail. Een voorganger die zijn gemeente niet kan volgen, en vanuit zijn huisje aan een Leidse steeg toch blijft zeggen wat hij denkt dat goed is. Hoe makkelijk zou het zijn geweest om het te laten rusten.
BEGRAVEN IN DE DOOPKAPEL
In 1625 stierf John Robinson. Hij overleed in zijn kleine huis tegenover de doopkapel van de Pieterskerk, op de plek waar nu het Jean Pesijnhof staat. Volgens het Mayflower 400-project werd hij op 4 maart 1625 begraven. Zijn graf kwam in de toenmalige doopkapel van de kerk, de ruimte waar kinderen gedoopt werden.
Er is iets bijzonders aan die plek. In dezelfde kerk ligt ook Jacobus Arminius begraven, de hoogleraar met wie Robinson het zo grondig oneens was. Ze delen nu een dak.
Na zijn dood vertrokken er nog jaren lang mensen uit Leiden naar Amerika. Anderen bleven en werden Leidenaar.
EEN GEDENKPLAAT MET EEN GROTE BELOFTE
Bijna drie eeuwen later kwamen de Amerikanen terug. Op de zuidmuur van de Pieterskerk hangt een bronzen plaat van de raad van Congregationalistische kerken in de Verenigde Staten. Binnen in de kerk werd op 8 september 1928 een stenen gedenkplaat onthuld, geschonken door de General Society of Mayflower Descendants, een vereniging van afstammelingen.
Op die plaat staat over Robinson dat “his broadly tolerant mind guided and developed the religious life” van de Pilgrims. Zijn ruime, verdraagzame geest, dus. Het is een mooie zin, en hij past bij de man die Carter oecumenisch noemde. Wie Bradfords verslag over het debat met Episcopius leest, ziet ook een Robinson die stevig stelling nam. Allebei mag waar zijn.
Op 17 juli 1989 stond de Amerikaanse president George Bush in de Pieterskerk en hield er een toespraak. De Universiteit Leiden schrijft dat negen Amerikaanse presidenten afstammen van de Pilgrims. Ook wordt vaak gezegd dat Thanksgiving en het burgerlijk huwelijk in Amerika mede uit Leiden komen. Daar zijn historici het niet allemaal over eens, en ik laat het hier bij die vermelding.
HET KLEINSTE MUSEUM GAAT NAAR HUIS
In 1997 opende de Amerikaanse kunsthistoricus Jeremy Bangs, die eerder conservator was geweest van het openluchtmuseum Plimoth Plantation in Massachusetts, een klein museum in Leiden: het Leiden American Pilgrim Museum. Het zat in twee kamers van een veertiende-eeuws huis aan de Beschuitsteeg. Volgens Sleutelstad kwamen er zo’n drieduizend bezoekers per jaar, vooral Amerikanen. Bangs schreef ook verschillende boeken over de Pilgrims. Hij overleed in 2023.
Eind 2024 moest het museum weg uit de Beschuitsteeg, omdat de eigenaar de ruimte zelf wilde gebruiken. De gemeente Leiden bracht het museumbestuur in contact met de Pieterskerk. Zo kwam het museum terecht in de vroegere kosterswoning van de kerk, aan de Kloksteeg, tegen de kerk aan. Recht tegenover het hofje waar Robinson woonde. De voorzitter van het museumbestuur zei bij die gelegenheid dat de Pilgrims zo weer thuiskwamen.
DE BINNENPLAATS AAN DE KLOKSTEEG
Als je vandaag uit de Pieterskerk stapt, loop je in een paar passen naar het poortje van het hofje. Binnen is het stil. De twaalf huisjes zijn van later dan Robinson; het hofje dateert van 1683. Van de eenentwintig Engelse woningen is niets over. Wat over is, is de plek.
Achter je ligt de kerk met zijn graf. Aan je zijde staat het museum in het oude kostershuis. En boven de poort draait de schaduw van de zonnewijzer langzaam over de muur, zoals hij dat al meer dan drie eeuwen doet.
GA ER ZELF HEEN
De Pieterskerk staat midden in de Leidse binnenstad, aan het Pieterskerkhof. In de vroegere doopkapel is een kleine tentoonstelling over de Pilgrims, die de kerk samen met Erfgoed Leiden en Omstreken heeft ingericht, en daar ligt ook de grafsteen van John Robinson. In de kerk hangt de gedenkplaat uit 1928. De kerk wordt niet meer als kerk gebruikt en is open voor bezoekers en evenementen. Kijk voor openingstijden op de website van de Pieterskerk Leiden.
Het Leiden American Pilgrim Museum zit in de vroegere kosterswoning aan de Kloksteeg 16, tegen de kerk aan; de ingang is via Museumcafé Pieter. Je ziet er oorspronkelijke voorwerpen en documenten over het leven van de Pilgrims in Leiden. Het museum is door trappen niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Kijk voor openingstijden en rondleidingen op de website van de Pieterskerk, waar ook het museum op staat.
Recht tegenover de kerk ligt het Hof van Jean Pesijn, Kloksteeg 21. De binnenplaats is vrij te bezoeken; houd het rustig, want er wonen mensen.
Wie het hele verhaal wil volgen, kan doorreizen naar Rotterdam-Delfshaven. Daar staat aan de Aelbrechtskolk de Oude of Pelgrimvaderskerk, een kerk uit 1417 die nog als kerk en als zaal wordt gebruikt. Kijk voor open dagen op de website van de Oude of Pelgrimvaderskerk.
Wat vaststaat en wat verteld wordt
Vaststaat (meerdere onafhankelijke bronnen): de Pilgrims onder John Robinson kwamen in 1609 uit Amsterdam naar Leiden; het stadsbestuur gaf op 12 februari 1609 toestemming; de groep kocht grond bij de Pieterskerk en bouwde daar woningen voor arme gezinnen; Robinson schreef zich in 1615 in aan de universiteit; William Brewster drukte van 1617 tot 1619 in Engeland verboden boeken en de pers werd na Engelse druk in beslag genomen; in 1620 vertrok een deel van de groep met de Speedwell vanuit Delfshaven en daarna met de Mayflower; meer dan de helft bleef in Leiden; Robinson stierf in 1625 in Leiden en ligt in de Pieterskerk; de gedenkplaat in de kerk is van 1928; Bush sprak in 1989 in de Pieterskerk; het Leiden American Pilgrim Museum verhuisde in 2025 naar de kosterswoning.
Alleen uit overlevering of eigen getuigenis: het debat van Robinson met Episcopius en de afloop ervan (alleen uit Bradford, een volgeling van Robinson); de beschrijving van de laatste nacht, het afscheid en Robinsons knielend gebed in Delfshaven (Bradford); dat het knielen bij de huidige Pelgrimvaderskerk gebeurde.
Onbevestigd: de exacte datum van de begrafenis (4 maart 1625, één bron); de afkeer van orgel en klokken (één bron, een krantenartikel); de precieze vertrekdatum van de Mayflower uit Plymouth (6 of 16 september, door het verschil in kalender); het gebruik van een universiteitskerk als kapel, dat ik in één bron vond en hier heb weggelaten; de woorden van Robinsons afscheidspreek, die pas jaren later door Edward Winslow werden opgeschreven.
Duiding: dat Thanksgiving, het burgerlijk huwelijk of de Amerikaanse vrijheidsrechten mede uit Leiden komen, is een interpretatie die in Leiden vaak wordt genoemd, maar die niet door alle historici wordt gedeeld.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Pieterskerk Leiden, “Pilgrims” (tentoonstelling)
- Pieterskerk Leiden, “Pilgrim Museum”
- Leidsch Dagblad, 13 februari 2025, American Pilgrim Museum vindt nieuw thuis (pdf via Pieterskerk)
- Sleutelstad, 17 maart 2025, museum opent in mei nieuw onderkomen (pdf via Pieterskerk)
- Trouw, 19 februari 2022, Wandelen door het Leiden van de Pilgrims (pdf via Pieterskerk)
- Erfgoed Leiden en Omstreken, The Pilgrims in Leiden
- Universiteit Leiden, Van Leidse pelgrim tot Amerikaanse president (2015)
- Universiteit Leiden, Pilgrims kwamen naar Leiden voor hersengym (2020)
- Universiteit Leiden, Geschiedenis in vogelvlucht
- Museum De Lakenhal, Leiden cloth
- Mayflower 400 UK, Who was John Robinson?
- Pilgrim Hall Museum, Exile in Holland
- Pilgrim Hall Museum, The Voyage of the Mayflower & Speedwell
- William Bradford, Of Plimouth Plantation, boek 1 hoofdstuk 7 (Early American Literature Anthology)
- Words of John Robinson, Bradford over Robinson en Episcopius (CCEL)
- Words of John Robinson, afscheid in Delfshaven (CCEL)
- A.C. Carter, John Robinson and the Dutch Reformed Church, Studies in Church History 3 (1966)
- American Heritage, The Dutch Door to America (1999)
- Tamura Jones, Pastor John Robinson Memorial Tablet
- Rijksmonumentenregister, Hof van Jean Pesijn (24984)
- Museum De Lakenhal, gedenkbord 250 jaar Jan Pesijnshof
- Oude of Pelgrimvaderskerk Delfshaven