Een feest zonder mama
Het is een zaterdagavond in december 2004. In Karachi, een grote stad in Pakistan, gaat een nieuw gebouw open. Het staat naast een oud huis dat te klein is geworden.
In dat oude huis wonen bijna honderdvijftig mensen. Het zijn kinderen en volwassenen met een beperking. Sommigen kunnen niet goed lopen. Anderen kunnen niet zo goed leren of denken. Veel van hen zijn ooit door hun familie achtergelaten.
Die avond zingen en dansen de bewoners voor de gasten. Een jonge vrouw danst op een volksliedje en krijgt een lang applaus. Een krant in Pakistan schrijft er een stuk over.
Het geld voor het nieuwe gebouw komt voor een groot deel uit Nederland. De Nederlandse hockeybond heeft ervoor gespaard. Waarom helpen Nederlanders een huis in Pakistan?
Dat komt door een vrouw die er die avond niet meer bij is. De bewoners noemden haar mama.
Een meisje uit Venray
Ze werd geboren op 1 juli 1914 in Venray, in Limburg. Haar ouders noemden haar Gertruda Maria Johanna Lemmens. Ze werd Truus genoemd.
Het was een katholiek gezin. Truus had een broer die tien jaar ouder was. Hij werd minderbroeder. Zo heten in Nederland de franciscanen. Dat is een groep mannen die leven zoals Franciscus van Assisi: eenvoudig, en klaar om anderen te helpen. Als minderbroeder heette hij Salesius.
In 1935 vertrok Salesius naar Karachi. De stad lag toen nog in Brits-Indië, een gebied dat door Engeland werd bestuurd. Pas later hoorde Karachi bij Pakistan.
Salesius werd al snel de leider van de katholieke kerk in die streek. Samen met een zuster uit India begon hij een nieuwe groep zusters. Het bijzondere was: het waren zusters uit het land zelf.
Een bezoek van een maand
In oktober 1939 ging Truus op bezoek bij haar broer. Ze was vijfentwintig. Ze bleef ongeveer een maand.
Volgens de verhalen over haar leven liep ze mee met Salesius door de arme wijken. Daar zag ze kinderen met een verstandelijke beperking. Soms werden ze aan een ketting gelegd. Soms moesten ze buiten wonen, op de veranda, alsof ze niet bij het gezin hoorden.
Heb jij weleens iets gezien dat je daarna niet meer kon vergeten? Truus kon het in elk geval niet vergeten.
Ze ging terug naar Nederland. Volgens de verhalen was ze verloofd met een professor. Ze maakte het uit. Daarna ging ze terug naar Karachi, en ze bleef.
Een witte sari
Truus werd zuster in de groep die haar broer had helpen beginnen. Een Nederlandse vrouw ging dus wonen tussen zusters uit India en Pakistan. In Karachi heette ze voortaan Sister Gertrude.
De zusters droegen een witte sari. Een sari is een lange doek die vrouwen daar om hun lichaam slaan. Langs de rand liepen drie rode lijnen. Volgens de zusters staan die voor de drie beloftes die een zuster doet.
Op 21 maart 1942 ging Salesius zwemmen in de haven van Karachi. Hij verdronk. Hij was zevenendertig. Truus was toen zevenentwintig, ver van huis, en het was oorlog. Haar broer was er niet meer. Toch bleef ze.
Lessen en sloppenwijken
Over de jaren daarna weten we niet zo veel. Volgens de verhalen gaf ze ’s ochtends Engelse les op een school. ’s Middags ging ze de sloppenwijken in om mensen te helpen. Een sloppenwijk is een arme wijk met hutjes en kleine huisjes. Ze leerde ook Urdu, de taal van de mensen om haar heen.
In 1947 werd Karachi de eerste hoofdstad van het nieuwe land Pakistan. De meeste mensen daar zijn moslim. Truus bleef er wonen, als katholieke zuster tussen moslims.
Het Huis van Vrede
In 1969 was Truus vierenvijftig. Veel mensen denken dan al aan stoppen met werken. Maar voor Truus begon het grootste werk van haar leven nog.
De bisschop van Karachi had een huis gekocht aan de Kashmir Road. Hij wilde er een school beginnen. Volgens de verhalen vroeg Truus of ze het huis mocht gebruiken voor kinderen met een beperking. De bisschop zei ja.
Op 17 februari 1969 ging het huis open. Truus noemde het Dar-ul-Sukun. Dat betekent: Huis van Vrede. Er woonden eerst acht kinderen.
Ze had hulp. Vanaf het begin hielpen twee zusters mee. Een van hen was Ruth Lewis, een jonge vrouw uit Pakistan. Ruth vertelde later dat Truus haar inspiratie was. Zo had het huis eigenlijk twee moeders: een Nederlandse en een Pakistaanse.
Kinderen bij de poort
Het huis groeide snel. Sommige kinderen werden achtergelaten bij de poort. Anderen werden gevonden in een ziekenhuisbed, waar niemand meer voor ze kwam. En sommigen werden thuis gevonden, vastgeketend.
Er kwamen meer huizen bij: voor wezen, voor oude mensen zonder huis en voor mensen die niet goed konden lopen. De meeste bewoners waren moslim. Dat maakte niet uit. Wie hulp nodig had, kwam binnen.
Er kwam ook hulp uit Nederland. Daar begon een stichting met haar naam: Stichting Thuisfront Zuster Lemmens. Een thuisfront is een groep mensen thuis die bidt, geld inzamelt en contact houdt met iemand ver weg.
De bewoners noemden Truus gewoon mama. Haar collega’s vonden haar lief, warm en grappig.
Een ster
In 1989 kreeg Truus een hoge onderscheiding van Pakistan. Het was een ster, voor haar werk in het Huis van Vrede.
In oktober 2000 stierf Truus in Karachi. Ze was zesentachtig. Ze had ongeveer zestig jaar in de stad gewoond.
Ruth Lewis nam het werk over. Ze leidde het huis nog twintig jaar. Ze had geen eigen kamer. Ze sliep in een hoekje achter een gordijn, vlak bij de bedden van de kinderen. In 2020 werden kinderen in het huis ziek van corona. Ruth verzorgde hen zelf. Ze werd ook ziek en stierf.
Op die avond in december 2004 vertelde Ruth dat het nieuwe gebouw de droom van Truus was geweest. Truus zag het niet meer. Maar haar kinderen dansten erin.
Echt gebeurd?
Ja. Dat Truus in 1914 in Venray werd geboren, staat in de geboorteakte. Dat ze in 1969 het Huis van Vrede begon, dat de bewoners haar mama noemden en dat ze in 2000 in Karachi stierf, staat in meerdere kranten. Wat ze in 1939 zag en het verhaal van de professor komen uit Engelstalige levensverhalen. Die kunnen we niet goed controleren. Er is geen boek of dagboek van Truus zelf.
Praat erover
- Truus was vierenvijftig toen ze iets nieuws begon. Kun je ooit te oud zijn om iets goeds te beginnen?
- In het Huis van Vrede kwam iedereen binnen die hulp nodig had. Wie zou jij binnenlaten?
Uit de Bijbel
Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan. (Mattheüs 25:40)